Pop-ups

Afgelopen week zijn er zonnepanelen op mijn huis geplaatst. Na een jaar wachten en heen en weer communiceren over de planning, overigens zeer professioneel, was het dan zover. Helemaal fijn en ik had er zin in. Maar toen de monteur die ochtend binnenkwam, werd ik opeens overvallen door verdriet. Zijn binnenkomst zorgde namelijk voor flitsen van allerlei herinneringen aan Brian, pop-ups noem ik ze ook wel. Gelukkig wist ik nog net op tijd mijn tranen weg te knipperen, want ik had weinig zin om de man, die vrolijk de deur door stapte, uit te leggen waarom zijn komst mij verdriet deed.

Goed achterlaten

November vorig jaar stelde Brian voor om wat van ons spaargeld te investeren in de aanschaf van zonnepanelen. Hij wist op dat moment al dat hij de kanker in zijn lijf niet zou overleven en wilde mij, heel cliché maar echt erg lief, zo goed mogelijk achterlaten. Met deze reden hadden we al twee jaar best wat vernieuwingen doorgevoerd. Een houten vloer, een nieuwe kast, een opgeknapt toilet en een nieuwe auto. Ook een nieuwe keuken stond op het lijstje, want die begint toch wel lichtelijk uit elkaar te vallen. Twee gaspitten blijven niet meer vanzelf aan en kan ik alleen gebruiken als ik het gietijzeren deksel van de stoofpan op de knoppen leg met de zware broodplank daar weer bovenop. Het is elke keer een soort acrobatische truc om het vuur aan te houden. De lat onder de lage kastjes zit los en bij de oven is een plankje weg waardoor er een lege enigszins vieze ruimte zichtbaar is, de koelkast is te oud en lekt waarschijnlijk wel wat kou en, waar ik echt bijzonder slecht tegen kan, de kraan zit los. Maar een nieuwe keuken bleek qua energie uiteindelijk een te groot project voor ons allebei. Investeren in zonnepanelen was een goede keus. Het heft in ieder geval de kosten voor de lekkende koelkast een beetje op. Dus we meldden ons aan. Check, weer iets geregeld.

De zonnepanelen

De panelen zouden in maart of april geïnstalleerd worden, maar de zonnepanelenwereld heeft het druk en er zijn leveringsproblemen, dus het werd later. Gelukkig maar, want begin maart ging Brian opeens snel achteruit. Hij overleed 9 maart. Hij heeft de zonnepanelen op ons dak georganiseerd, maar het niet meer meegemaakt dat ze kwamen. Toen ons dak deze week aan de beurt was en de monteur dus de gang in liep en vroeg waar ‘we’ de stoppenkast hadden hangen, voelde het opeens heel leeg in huis en besefte ik opeens weer zo duidelijk dat Brian er niet meer is… Ik zag mezelf daar zonder Brian in de gang staan en mijn hoofd vulde zich met watten en mijn ogen met tranen. En daarmee kwamen ook de pop-ups van hoe hij bezig was om de zonnepanelen te regelen. Ik zag voor me hoe hij bij de buren ging praten toen hun zonnepanelen geplaatst werden om te checken of het een goed bedrijf was. Altijd die positieve energie als hij even snel ergens via iemand iets kon regelen. Ik weet nog hoe hij bezig was om uit te rekenen hoeveel panelen op het dak konden. Creatief op zoek naar de beste optie. En ik kan me nog herinneren hoe hij een soort van gerustgesteld was toen we alles besloten en geregeld hadden. En nu ze geplaatst worden is hij er niet bij. De monteur ging gelukkig vooral buiten aan de slag. En ik heb even op de opgeknapte wc een potje zitten huilen.

De Volvo pop-up

Dit soort momenten heb ik vaker. Ze poppen opeens op. Hoewel ik, inmiddels, een hele dag niet aan Brian hoef te denken, kan een associatie met zomaar iets willekeurigs opeens een herinnering oproepen die heel sterk de sfeer van toen terughaalt. Alsof ik er weer middenin zit. Zo zag ik laatst mijn oude auto rijden, waar Brian en ik lang in gereden hebben. Ik wachtte voor het rode stoplicht in mijn huidige auto en zag mijn oude auto voorbij rijden. Zelfde type, zelfde kleur. En ‘pop’ daar kwam ons hele Volvo-avontuur naar boven. Hoe ik vroeger zei dat ik, als ik later groot was, zo graag in een Volvo zou rijden en Brian dat vervolgens vastzette in zijn hoofd en mogelijk wilde maken. Hoe we, toen de Opel echt bijna uit elkaar viel en we er geld voor hadden, daadwerkelijk op zoek gingen naar een Volvo. Elkaar linkjes stuurden met kanshebbers. Waar we hem kochten. Ik zie het pand en hoe we er naartoe reden nog voor me. En ook hoe we samen tijdens het proefritje in de auto zaten; ik moest rijden, zoals vaak het geval was, en we kozen weggetjes met zo veel mogelijk bochten. Allebei pro-schakelbak, kregen we een beetje de giechels dat we nu in een automaat reden. Ik zie ook het onderhandelen nog voor me waarin we samen zoveel mogelijk voordeel uit de deal probeerden te halen. En vooral zie ik weer Brians pretogen die hij altijd kreeg als een plannetje lukte. En hoe hij mij, toen we in die dikke Volvo naar huis reden, de auto aan de kant van een klein weggetje liet zetten om een foto te maken van mij achter het stuur. Helemaal trots was hij. En natuurlijk ging het niet om de auto op zich – gelukkig maar, want dat voelt toch een beetje plat – nee, het ging om het gelukte plan: dromen uit laten komen. En daar dan van genieten!

De Ibuprofen pop-up

Een andere pop-up. Laatst bij Rootz in het keukentje. Ik pakte een boek waardoor een doosje Ibuprofen 200 mg op de grond viel. Dat lag er nog van Brian. Hij had de laatste maanden van zijn leven pijn aan zijn rug en kon niet meer fijn zitten. Hij wilde echter zo min mogelijk pijnstilling gebruiken en slikte lange tijd alleen paracetamol. Waar de gemiddelde mens al snel drie keer per dag 400 mg Ibuprofen wegslikt, wilde Brian eigenlijk de paracetamol niet aanvullen met extra pijnstillers. Tot de laatste maand heeft hij slechts de 200 mg willen slikken en dan ook zo min mogelijk. Het pakje dat op de grond viel, riep allerlei herinneringen op. Hoe hij bij Rootz rondliep de laatste maanden. Hij was er zo graag. Even iets regelen. Even een ideetje doorvoeren. En later toen hij eigenlijk te moe was om echt iets te doen, even de sfeer opsnuiven. Hoe we eerst nog samen naar Rootz fietsten tot dat niet meer ging en ik hem met de auto bracht. Ik zie het weer voor me. Met een glimlachje zat hij dan aan de tafel met zijn zere rug en vermoeide lijf, een beetje oncomfortabel, terwijl ik om hem heen rommelde en dingen regelde en, niet te vaak maar wel af en toe, vroeg of het nog ging.

Tot die bezoekjes dus niet meer gingen en ik alleen naar Rootz fietste en hem appte of belde om te overleggen. Dan zie ik hem zitten in de gele stoel, met het wollen dekentje over zijn benen en in zijn bruine trui met zijn lieve baardje en zijn telefoon die hij altijd dicht in de buurt had. Hij bleef ervan genieten om zich met Rootz bezig te houden. Tot de laatste week. Deze pop-ups door dat pakje Ibuprofen zorgen dan weer voor andere herinneringen, van andere voorraadjes die we aanlegden in Rootz, van langer geleden. De laatjes met handigheidjes: touwtjes, stukjes hout, haakjes om dingen aan op te hangen, zijn leesbrillen, de secondelijm, rivierklei die hij uit de IJssel gehaald had om breukjes en barstjes weg te werken, de informatieve boeken over Afrikaanse maskers en Bogolan doeken en Nepalese houten beelden, tie-wraps in alle groottes en kleuren…. Ook de sfeer van de oude Rootz voel ik dan weer, vol mogelijkheden en kansen. Het is fijn en verdrietig tegelijk om eraan te denken. Hoe we de deur binnenliepen samen, de koffiemachine op de kast, net iets te hoog en de koffiecupjes in een antiek blik dat moeilijk open te krijgen was, de zon die door het raam scheen op de houten poppen uit Azerbeidjan, de grote tafel waar ik vaak aan zat te werken tijdens Corona, terwijl Brian bezig was zijn ideeën en plannen uit te voeren, zijn eindeloze enthousiasme en energie en elke keer weer nieuwe dingen die hij bedacht. Alles ademt Brian in Rootz. Ook in de nieuwe Rootz, waar het heel anders is. Donker, maar sfeervol, spannend en knus. Het draait ook zonder hem, maar het is zo anders. En we missen hem er allemaal.

Nog maar één

Weer een ander moment. Thuis. De stempas voor de verkiezingen viel op de deurmat. Waar bij sommige bedrijven Brians naam nog staat in de aanhef van mails of als accountnaam en ik nog een beetje mijn kop in het zand kan steken, is bij de gemeente natuurlijk bekend dat zijn leven geëindigd is. Dus er kwam één stempas. Het voelt gek. Definitief. Verdrietig. 

Geborgenheid

En van de week was ik onderweg naar huis van een gesprek in Zutphen voor een opdracht. Ik was niet helemaal tevreden en voelde me er onzeker over. Ik bedacht in een milliseconde dat het fijn was om het straks thuis met Brian te bespreken. Tsja. Ook dan knalt het gemis erin. Ik probeer soms in mijn hoofd te bedenken wat hij zou zeggen. Maar het gaat natuurlijk niet alleen om het gesprek. Het gaat ook om het gevoel van veiligheid en geborgenheid. Dat je weet dat het wel goed komt, dat die schouder er is. Een veilige haven bij degene die er onvoorwaardelijk voor je is.

En ik kán het wel alleen… Het merendeel van de tijd red ik me prima. Dus maak je geen zorgen als je dit leest en het gevoel krijgt dat het één sombere boel is hier. Dat is het niet. De pop-ups en het verdriet dat dan meekomt zijn het probleem niet. Sterker nog, ze maken me ook bewust van mezelf en de mogelijkheden. Het leven draait door, ik heb er voldoende plezier in en heb gezellige en leuke momenten met kinderen, vrienden en kennissen. Iedereen zegt het steeds, je bent een sterke vrouw. En ja, dat ben ik ook. ‘Ook’… inderdaad, want ik ben ‘ook’ onzeker en een twijfelaar. Ik wik en weeg veel als ik beslissingen moet nemen of keuzes moet maken, als ik over mezelf nadenk, wie ik ben en hoe anderen mij zien, als ik in actie moet komen om dingen te doen… Ik zie zoveel mogelijkheden en details dat ik soms een beetje verdwaald raak in waar ik dan naar toe moet en of ik het wel goed doe. Er zit veel twijfel in me, maar het staat naast die kracht. Het is er allebei. Het was fijn met Brian naast me, echt makkelijker. Nu is het weer hard werken in mijn hoofd. Maar daar red ik me al mijn hele leven mee. Dus woehoeoe, En Dan Verder!

3 gedachten over “Pop-ups

Geef een reactie op Bart Reactie annuleren