Hard werken

Het overzicht kwijt

Ik heb altijd heel hard kunnen werken. Mijn hoofd kon de planning van vier agenda’s onthouden: werkagenda, privé-agenda, de agenda’s van mijn kids en soms die van de bonusmopsies. Op mijn werk had ik volle focus, zowel op de grote lijnen als op de details en de strategische, tactische en praktische te zetten stappen. Ik kon met behulp van mijn lijstjes zorgen dat het huishouden thuis ook draaide en organiseerde de kinderen in de juiste richting. Ik wist wat er speelde. Het voelde wel als hard werken en heel veel ballen in de lucht houden, maar ik had het overzicht. Het afgelopen jaar was ik dat overzicht totaal kwijt. Ik had al moeite om mijn eigen agenda te overzien, laat staan die van Rootz en de kinderen. Ik had wel ingecalculeerd dat ik na het overlijden van Brian mijn energie een tijdje kwijt zou zijn. Ik had echter niet geheel overzien dat ik ook mijn focus een scherpte zou verliezen. Nu pas, nu ik denk dat het terug is, zie ik wat de impact op mijn functioneren was van het ziekteproces en overlijden van Brian.  

Geleidelijk proces

Stap voor stap nam het ziek zijn en sterven van Brian plaats in in ons leven. Stap voor stap komt er ook weer ruimte voor hoe ik daarvoor functioneerde. Dat het zo’n geleidelijk proces is, zorgt ervoor dat ik niet altijd goed door heb (gehad) hoe groot het eigenlijk was (en is). Elke stap vooruit voelde vooral positief. Als mensen vroegen: “Hoe gaat het met je?” Zei ik: “Goed!”, want ik had altijd wel weer een stapje voorwaarts gezet, hoe klein ook. Vrijwel direct na de uitvaart heb ik werkzaamheden in Rootz opgepakt. Dat was een stapje. En ik heb natuurlijk heel veel stappen gezet tijdens de camino. Ook iets wat gewoon lukte. Hoewel ik natuurlijk moe en verdrietig was, voelde het eigenlijk altijd wel alsof ik het in de hand had. Heel gek om achteraf te zien hoe moeizaam het eigenlijk ging.

Twee Yvjes

Iets meer dan een half jaar na het overlijden van Brian, moest ik een stap zetten. Ik moest bedenken hoe ik Rootz Gallery kon laten bestaan en ook mijn werkzaamheden als projectleider bij gemeentes weer kon oppakken. Ik kon het niet allebei, dat was te veel. Samen met de twee Yvjes in mijn leven heb ik hiervoor een plan gemaakt. Yvonne, die ik eigenlijk nooit Yvje noem, omdat dat totaal niet bij haar past, is mijn boekhouder. Ze begrijpt niet alleen de cijfers en belastingsores, maar ook mijn scherpe humor en een heleboel van mijn emoties. Ze zet haar levenswijsheid in op momenten dat ik twijfel. bijvoorbeeld aan mijn ondernemersvaardigheden. Met haar no-nonsense reacties helpt ze me herinneren dat ik al zo’n twee jaar gewoon een ondernemer ben en ik het goed doe. Ik ben dol op haar. Ze is fijn nuchter, lief stoer, heerlijk recht-door-zee en ze werkt heel erg hard. En Yvette, die ik wel vaak Yvje noem. Zij werkte de eerste drie jaar van het bestaan van Rootz op zaterdag in de galerie. Zij en Brian waren een sterk team. Yvette heeft verstand van niet-westerse kunst en veel liefde voor Rootz. Ze is eerlijk, ongefilterd, loyaal, slim en moker lief. Daarnaast is ze een wonder in plannen en organiseren. En ook een hele harde werker. 

Blij met Yvje

Over hard werken gesproken

Toen ik wist dat ik mijn advies- en projectleiderswerk weer wilde oppakken, maar geen idee had hoe ik Rootz daarnaast moest runnen, heb ik met de Yvjes overlegd. We besloten dat Yvette de floormanager van Rootz ging worden. Yvonne werkte met mij de voor- en nadelen uit en rekende het door. Yvette en ik schetsten een toekomstperspectief en zij had het lef om de stap te zetten. En nu is ze in Rootz mijn steun en toeverlaat, sparringpartner, agenda-beheerder en soms mijn geheugen wanneer ze me bijvoorbeeld, vlak voordat we voor inkopen naar Marokko vertrekken, nog even influistert dat ik die drie dingen in mijn koffer moet stoppen waarvan ik de dag ervoor tussen neus en lippen door gezegd had dat ik ze niet moest vergeten. Samen met Yvette heb ik het besluit genomen om met het winkeldeel te stoppen. Zij maakt ons zichtbaar op Instagram. En pas geleden heeft ze de webshop gemigreerd naar een andere provider. Een bizarre klus met handelingen, termen en afkortingen waar ik helemaal niks van begrijp. Ze regelt dat gewoon. En het is prachtig mooi geworden. Check het even op www.rootz.gallery! Zo de toekomst van Rootz verankeren en het mogelijk maken om weer voor gemeentes aan de slag te gaan, was een stapje.

Grip

Ik heb graag het overzicht. Ik wil kunnen inschatten wat er gaat gebeuren en of ik ergens op moet anticiperen. Dan weet ik dat er niks mis gaat. Ik werk al mijn hele leven met to-dolijstjes, omdat ik dan in de complexe hoeveelheid werk niks laat liggen. Als ik geen lijstjes maak, bedenk ik zodra ik in bed lig wat ik allemaal niet moet vergeten en slaap ik voor geen meter. Het afgelopen jaar echter boden mijn to-dolijstjes geen uitweg. Ik had een soort zwarte gaten in mijn hoofd waar informatie in leek te verdwijnen. Mijn geheugen werkte niet meer. Soms wist ik echt niet meer dat iets al aan me verteld was en ik vergat steeds opnieuw wat de kinderen gepland hadden. Ik weet natuurlijk rationeel dat zo’n life-event als het overlijden van je grote liefde impact kan hebben op je functioneren, maar het is toch gek om te ervaren hoe je geheugen je in de steek laat. Het maakte dat ik aan mezelf ging twijfelen. Zou het nog goed komen? Het was hard werken om de grip niet te willen hebben. 

Scherpte

Ik ben dol op de scherpte in mijn hoofd. Het kenmerkt me: logisch nadenken en dingen aan elkaar verbinden. Maar ook de scherpte was ver te zoeken. Dat werd me vooral duidelijk toen ik weer voor een gemeente aan de slag ging vanuit Hoedan, mijn eigen advies en projectleidersbureau. Een niet al te ingewikkelde opdracht in een middelgrote gemeente met fijne mensen. Maar wat ging het moeizaam de eerste periode. Ik kreeg er niet goed vat op, mijn focus was wazig en mijn energie beperkt. De grote lijnen verdwenen in de details en de details waren een soort soep van grote lijnen. De eerste twee maanden was ik rond 15.00 uur compleet gesloopt en het lukte me niet om op één dag te schakelen tussen Rootz en de gemeente. Nu kan ik niet helemaal mijn brein alleen de schuld hiervan geven, want mijn collega projectleider had er ook moeite mee in het begin. Er was ook nog wel wat focuswerk te doen in de organisatie zelf, maar ik ben gewend dat ik dat sneller helder heb, kan benoemen en in de hand heb. Het was hard werken om grip te houden.

Impact

Eigenlijk merkte ik dus pas hoe moeizaam het was geweest, toen ergens in mei mijn focus weer aan ging. We organiseerden een sessie met stakeholders en hun input en energie zetten bij mij een knop om. Toen ik daarna ging werken aan het eindproduct, kon ik opeens weer de grote lijnen en de details met elkaar verbinden. Ook lukte het om het tactische praktisch in te zetten om op strategisch vlak resultaat te krijgen. Wat voor mij altijd zo normaal was, was weer terug. Scherpte, inzichten en logische verbanden. Het lukte me ook weer om verschillende dingen op één dag te doen. Ik kon een paar uur werken voor de gemeente, even wat bij Rootz regelen, mijn kinderen horen over hun dag en wat aan het huishouden doen. Het lijkt zo simpel, maar dat was het lange tijd niet. Dat besef overviel me een beetje. Ergens had ik bedacht dat mijn gebrek aan scherpte en focus los stond van alles wat er gebeurd was en dat het niet beter zou worden. Ik heb gewoon niet goed doorgehad hoe groot impact van het overlijden van Brian was op mijn algehele functioneren. 

Door de wind, Seven Sisters (reisje in 2018 naar zuid-oost Engeland met Brian)

Zo dus

Dus ik heb een stapje gezet in het geleidelijke terugkeerproces: mijn scherpte is er weer. En dan nu lekker hard werken! Bij Rootz mooie items verkopen, met Yvette en de andere medewerkers, die allemaal ook heel hard werken. En vanuit Hoedan, mijn eigen advies- en projectbureautje, gemeentes helpen bij het ‘hoe dan’ van hun ambities. Dat is altijd hard werken. En tussendoor lekker genieten van vier gezellige kinderen, mijn familie, vrienden en van Ben (die niet meer als een WenBen voelt, maar lief, gezellig en stevig rondstiefelt in mijn leven). Er volgen vast nog meer stappen in het rouwproces. Blijkbaar zie je het soms pas achteraf. Ook dat blijft hard werken.

Wenliefde

De hoge bergen en diepe dalen

Lange tijd was ik ervan overtuigd dat de mooiste liefdes zo pats boem voor je neus staan en dat je dan verliefd bent vanaf de eerste blik die je uitwisselt. Dat je het meteen weet: dit is for ever ever. Na een eerste gesprek of een eerste keer zoenen was ik al verkocht. Ik maakte er hele lovestories van. Het was altijd wel een beetje ergens op gebaseerd, want er was een klik of een fijne spanning, maar mijn romantische hoofd bedacht er meestal veel te veel omheen. Regelmatig ben ik op deze manier verliefd geweest. Lichtelijk overenthousiast rende ik in sneltreinvaart met open ogen het ravijn in. “Daar ga ik weer…” dacht ik dan, “Doe nou niet!”. Maar ik zat er al in, om er vervolgens teleurgesteld, in stukjes en moe van mezelf weer uit te moeten klimmen. Je begrijpt, mijn liefdesleven kent hoge bergen en diepe dalen. Hoe vermoeiend.

Mijn nieuwste kunstwerkje, gemaakt door Suski (Susan Sinderinck) van Gallery Younik in Arnhem. Heel typerend…

De wenliefde

Misschien verbaast het je, maar aan mijn grootste liefde tot nu toe heb ik echt een beetje moeten wennen. Het voelde meteen heel fijn met Brian, maar ik was niet direct knetterverliefd op hem, terwijl hij wel knetterverliefd was op mij. We liepen vanaf dag één hand in hand, maar ik voelde me niet onmiddellijk fysiek tot hem aangetrokken. Ik was ontzettend op mijn gemak bij hem, maar ik maakte me ook een klein beetje zorgen of ik me ook zo op mijn gemak zou voelen als mijn vrienden hem zouden ontmoeten. Brian was soms een beetje een directe flapuit met onbenullige uitspraken en ongenuanceerde opmerkingen. Ik moest even aan hem wennen. Achteraf voelt dat wenmoment een soort van verwaarloosbaar. Ik was het zelfs een beetje vergeten. Het zat vervolgens namelijk zo ontzettend goed tussen ons en ik maak dus liever van die mooie liefde-op-het-eerste-gezichtverhalen in mijn hoofd… Bovendien, over de doden niets dan goeds, dus na zijn dood was het alleen maar groots en meeslepend fantastisch. Maar het was er wel, het wenmoment. 

Brian en ik in Maastricht in 2015, hand in hand, zoals altijd

Opnieuw

Aan het begin van de relatie met Brian, maakte dit me een beetje in de war. Het voelde soms als lichte twijfel: “Klopt dit wel? Moet ik niet hoteldebotelvlinders voelen? Wil ik niet gewoon te graag een relatie? Is dit een goede basis of ben ik weer aan het settelen?” Maar voor ik het wist, was ik daar doorheen en waren we een superstel, compleet op elkaar ingespeeld en met heel veel liefde en respect. Het had een beetje tijd nodig om uit te groeien tot iets moois. En dan zou je denken dat ik dus niet per se meer in die liefde-op-mijn-eerste-indruk-vol-fantasievolle-toekomstplaatjes-hoofd-op-hol-valkuil zou stappen en dat ik de wenliefde wat meer kans zou geven. Maar ja… ik was dus vergeten dat Brian een wenliefde was en dat dat ook een optie is. Gek hoe dat werkt. Want nu staat er toch weer eentje voor mijn neus, zo’n wenliefde. Ik heb namelijk een man ontmoet. Een ultiem lieve, vrolijke, sportieve, slimme en een tikkie overenthousiaste man die heerlijk veel tegen me aan kletst, naar me luistert en lieve dingen zegt. Ben heet hij. We hebben een fysieke en een mentale klik, Ben en ik. We delen lol en verdriet samen. We kletsen wat af en we voelen ons heel erg op ons gemak bij elkaar. En toch moest ik even aan hem wennen. Ik was niet meteen hoteldebotel verliefd… Ik zag pas na een paar ontmoetingen dat hij hele mooie ogen heeft. Ik merkte pas na een paar afspraakjes dat de taalfouten die hij maakt niks te maken hebben met zijn intelligentie. En toen hij na een paar dates wat kalmer en minder springerig werd, begon ik die enthousiaste energie juist te waarderen. Hij is huisarts, een beetje een a-typische, en het is mooi om te zien hoe hij intens geniet van mensen en de interactie met mensen. Hij kan prachtig vertellen over zijn werk. En hij is dol op mij.

Groot geaderd witje, in Nederland een dwaalgast (123RF)

De rem van rouw

Zo kom ik er dus opnieuw achter dat verliefdheid ook kan groeien. Zij het dat het dit keer wel wat complexer is. Ik heb namelijk bagage en die voel ik ook. Het remt af. Het is relatief kort geleden dat Brian overleed en opnieuw verliefd worden voelt een beetje verwarrend. Ondanks dat Brian me heel duidelijk gezegd heeft dat ik op zoek moet gaan naar een nieuwe liefde en ik dat rationeel ook heel erg met hem eens ben, voelt dit toch anders dan het flierefluiten van de afgelopen periode. Zodra ik mijn gevoel toelaat voor deze fijne man, voor Ben, voelt het alsof ik tegelijkertijd een gordijntje dichttrek voor Brian. Rem… Als ik Ben schatje noem of liefie, klinkt het alsof die woorden nog vastzitten aan Brian. Rem… En als ik aan anderen vertel, zo af en toe inmiddels, dat ik iemand ontmoet heb waar ik veel gevoel voor heb en die me blij maakt, voel ik me toch een beetje een oplichter. Niet omdat mijn gevoelens niet echt zijn, maar omdat het dan opeens voelt alsof ik Brian vervang met Ben. Alsof ik Brian verraad… En rem! 

Op de rem… (123RF)

Mijn relatie met Rouw

Toen Brian overleed, eindigde onze relatie. In plaats daarvan ontwikkelde zich een relatie met het verdriet om Brian. Rouw en ik kregen verkering. We deden een tijd lang alles samen. Vooral aan het begin waren we heel klef en voor de buitenwereld waren we duidelijk een stel. Later kwam er iets meer ruimte in onze verhouding. Zo kon Rouw het de afgelopen maanden prima hebben dat ik nieuwe contacten opdeed in de datingwereld. Dat was niet bedreigend. Zelfs een wat serieuzere flirt met Drenthe was goed te hanteren voor Rouw. Maar nu ik Ben ontmoet heb, is het allemaal wat lastiger. Naast het gevoel dat ik Brian meer op afstand zet, heb ik ook nog eens het gevoel dat ik het verdriet bedrieg als ik blij ben met Ben. Het remt af en dat afremmen is verwarrend aan het begin van een relatie. Het voelt alsof het niet mag, van mezelf, van Rouw en ten opzichte van de buitenwereld. En dat terwijl ik ook nog aan het wennen was aan wat wat ik allemaal voel voor Ben. Het maakt dat ik me dubbelop niet helemaal onbevangen in een nieuwe relatie kan storten.

Het gedenkhoekje voor Brian in mijn slaapkamer, met een tekst van Judith Agaath

Ruimte om te wennen

Als ik er zo van een afstandje naar kijk, realiseer ik me dat het bij het proces hoort. En bij een wenliefde. En Ben, die overigens nieuwsgierig is naar Brian en al mijn blogs aan het lezen is en dat mooi vindt en vindt dat ik een boek moet schrijven en die veel begrip heeft voor mijn emoties en steeds meer lieve dingen zegt en veilig en vertrouwd voelt en zich, in tegenstelling tot Rouw, wel een beetje bedreigd voelde door mijn eerdere geflierenfluit en flirts met Drenthe, maar daar steeds minder last van heeft omdat hij zich ook veilig en vertrouwd gaat voelen bij mij en die me meteen belt als ik verdrietig ben en mij niet belt als hij verdrietig is (omdat hij dat toch net niet stoer genoeg vindt ondanks dat hij zich steeds meer veilig en vertrouwd gaat voelen bij mij) en blij wordt van elkaar spreken en zien, geeft heel veel ruimte aan dit proces. Het mag er zijn al dat ingewikkelde gevoel. Hij laat me gewoon wennen, mijn WenBen. Hoe bijzonder is dat? Dus sorry Rouw, ik maak het uit. We blijven goede vrienden, maar ik wil geen verkering meer. Ik heb verkering met Ben.  

Allemaal ruimte om me heen…

Lieve Brian,

Het is lang geleden dat één van mijn teksten begon met de aanhef ‘Lieve Brian’. Eerst schreef ik je elke avond, in het notitieboek dat jij op de laatste dag van je leven aan me gaf. Maar toen ik tijdens de camino een dagelijkse blog schreef, veranderde dat. Het klinkt echt super onaardig, maar het werd te veel om ook aan jou te schrijven. Sorry. Een enkel keertje zat er, zoals nu, echt speciaal aan jou een ‘Lieve Brian-blog’ tussen. Dan had ik opeens zo veel herinneringen aan je of gevoel bij je. Dan kon het niet anders. Maar sinds de laatste Lieve Brian-blog heb ik niet meer aan je geschreven. Het zit namelijk zo: ik weet niet zo goed wat ik je moet vertellen. Of eigenlijk, ik kan je alles wel vertellen. Het leven gaat verder, ik ga verder en er is natuurlijk van alles dat ik kan delen. Maar als ik al die nieuwe dingen met jou zou delen, zou er altijd een beetje een somber randje aan die gebeurtenissen kleven. Ik zou voor mijn gevoel blijven hangen in vroeger, in ons. En dat is niet meer. Dat is een beetje naar de achtergrond.

Op slot

De afgelopen maanden echter, leek je heel ver naar de achtergrond. Soms zo ver dat het net was alsof je helemaal niet bestaan hebt. En dat voelt heel gek. We praten natuurlijk over je, je naam valt regelmatig, je foto staat in de woonkamer en je as zit in het stoere bronzen Benin luipaard dat op het groene kastje staat in mijn slaapkamer. Maar ik was in mijn hoofd minder met je bezig. En ook met mijn hart voelde ik je eigenlijk weinig. Als ik naar je foto’s keek, die met enige regelmaat op mijn telefoon voorbij komen, waren het gewoon plaatjes en had ik er nauwelijks emoties bij. Ik voelde de herinneringen die erbij hoorden niet, noch de warmte die er tussen ons was. Misschien hoort het er wel bij, omdat de tijd dit met zich meebrengt en omdat ik logischerwijs ook met andere dingen bezig ben, zoals werk, Rootz, veel sporten en een beetje daten. Maar soms voelde ik zelfs een lichte irritatie en dat zit me dwars. Ik kan er niet goed de vinger op leggen. Het zit een beetje op slot en dat stoort me, want (1) ik had heel veel gevoel bij je en (2) zo werkt het normaalgesproken niet bij mij. Ik ga niet op slot.

Herinneringen

Nu doe ik dus wat we hadden besproken: ik ben een beetje aan het daten. Soms heb ik daardoor interessante gesprekken (soms ook niet…). Ergens begin februari leerde ik een man kennen via een dating-app, die me op een gegeven moment vertelde dat zijn zus die dag te horen had gekregen dat ze borstkanker heeft en hoe dat gegaan was. Hij wist van jouw overlijden en hij benoemde heel attent dat het voor mij misschien confronterend was om dat te horen. Precies op het moment dat ik nonchalant en semi-stoer dacht: “Nou dat zal wel meevallen hoor”, kwamen de beelden van hoe we samen in het ziekenhuis zaten toen duidelijk werd dat er iets niet goed was. Weet je het nog? Ik zie het nog precies. Je belde me dat ik toch moest komen, omdat ze na het vrij routinematige eerste onderzoekje gezegd hadden dat je moest blijven voor verder onderzoek. Toen ik op de kamer kwam, zat je in je wit-blauwe ziekenhuishemd en je had een roesje gekregen en het onderzoek al gehad. Ondanks je rode wangen, zag je er kalm uit, maar je keek me met wat bezorgde, alerte, grote ogen aan. Er zou dezelfde dag nog een uitslag komen en een gesprek plaatsvinden. Ik was natuurlijk weer nonchalant en semi-stoer kalm. Jij wist het al; het was niet goed. Twee uur later hoorden we dat darmkanker je lijf van binnen aan het kidnappen was.

Samen in de lift van het ziekenhuis

Wegduwen

De geïnteresseerde man aan de andere kant van de chat stelt een paar vragen over je. En hij negeert een tijdje mijn vragen, die ik stel als ontsnappingsluikje voor hem, want misschien wil hij het er eigenlijk niet over hebben… wie ben ik om hem zo te confronteren met mijn overleden partner meteen al aan het begin van het contact? Maar de vragen zijn er en ik merk dat over jou vertellen aan iemand die jou niet kent het mogelijk maakt om je op een andere manier te herinneren dan wanneer ik het met vrienden over je heb. Zij weten het al. Het roept herinneringen op, deze vragen. En met die herinneringen komt toch ook het verdriet. Omdat we toen nog samen begonnen aan deze nachtmerrie. Omdat we toen nog samen een toekomst dachten te hebben. Omdat we tot toen meer waren dan alleen die ziekte. Goed om dat weer te voelen. De herinneringen maken echter ook pijnlijk duidelijk dat ik je lange tijd niet gevoeld heb en dat ik er, ook nu, eigenlijk niet zo goed bij kan, en wil. En voordat ik het weet heb ik al dat gevoel ook snel weer aan de kant geduwd. Door mijn eigen ontsnappingsluikje… Wat is dat toch? Ik begrijp het niet zo goed.

Het ontsnappingsluikje… laat ie dan maar uiterst charmant zijn toch?

Systemisch voelen

Zondag was een vriendin bij me op bezoek. Jij hebt ons aan elkaar gekoppeld nog niet zo lang geleden. Je zei: “Ga eens koffie drinken samen. Ik denk dat het klikt” En dat is ook zo. Ik mag haar graag en we vinden allebei gedoe met mannen moeilijk soms, dus genoeg om over te praten. Zij doet iets met coaching en systemisch werken en stelde voor dat ze me een paar vragen zou stellen aan de hand van briefjes waar ik dan bij moest gaan staan om te voelen wat ik voel. Een briefje met het nu, een briefje met wat er in de weg staat en een briefje met hoe het is als het allemaal klopt. Wanneer ik bij het briefje met het nu sta, voel ik een beetje weerstand, en vooral chaos en onrust. Ik probeer erdoorheen te voelen, de boel te structureren en er een geheel van te maken, totdat ik besef dat het misschien wel weerstand, chaos en onrust is wat ik voel nu. Okéeeej… Maar hoe het dan zou moeten voelen als het allemaal klopt, weet ik op het moment dat ik bij dat bewuste briefje sta niet zo goed. Rustig, denk ik, veilig, overzichtelijk, kunnen genieten, niet te veel moeten en wel veel sporten? 

De briefjes…

In de war

Daarna sta ik bij het wat-staat-er-in-de-wegbriefje. Eerst voel ik helemaal niks. Ik sta een beetje met mijn armen over elkaar, haal mijn schouders op en heb geen idee. Maar dan opeens voel ik dat ik boos ben. Niet alleen boos in het algemeen, maar ook boos op jou. Ik weet het, je vond het vreselijk als ik boos op je was. Het maakte je onzeker. Je wilde ook echt niet dat ik boos op je was dat je dood ging. En je had natuurlijk gelijk. Jij kon er niks aan doen dat je kanker kreeg en dat ben ik compleet met je eens. Alleen ik ben niet altijd een weldenkend en rationeel wezen. Soms ben ik gewoon een beetje in de war. Dus sorry dat ik nu hier speciaal een Lieve Brian-blog van maak, maar ik moet het toch aan je kwijt.

Omgeven door onweersbuien tijdens een vroege ochtend op de camino

De zonder-jou-chaos

Ik denk dat ik het onbewust al een tijdje weet, dat ik boos op je ben. Daarom voel ik de fijne dingen ook niet meer zo makkelijk. Ik ben boos omdat je er niet meer bent (mijn god wat een cliché). Boos dat mijn toekomst samen met jou er niet meer is, vol vertrouwde, veilige en oergezellige liefde. Boos dat ik weer opnieuw moet beginnen. Dat ik weer op zoek moet (wil) naar een liefde, met alle onzekerheden, twijfels en mogelijke afwijzing waar ik echt niet goed in ben en ontzettend klaar mee was. Boos dat ik dat soort ervaringen, hoe gek het ook klinkt, niet met jou kan delen en dat je het dan snapt en ik ook. Boos dat ik sowieso niks met je kan delen en alles alleen moet doen: Rootz runnen, de portcollectie redden van 10 cm hoog water in de kelder, de stapels moderne kunst in de kunstkamer opruimen en verkopen, de bonsai boompjes in de tuin te nat of te droog laten overleven, de wildguppen die je in Suriname hebt gevangen eten geven en niet in paniek raken omdat er vanmorgen eentje dood in de bak dreef, de schuur met je oude aquaria opruimen terwijl ik als de dood ben voor de spinnen die daar natuurlijk een woninkje in gevonden hebben, de daktuin gras- en watervrij houden, de auto naar de garage brengen, de vaatwasser uitruimen, boodschappen doen, was ophangen terwijl ik eigenlijk al te moe ben, de hond uitlaten (lang leve de kinderen)… (stief)moeder zijn voor die vier jongmensen… en …mezelf redden. 

Het voelt niet altijd helemaal op orde… en dit was de positieve kant van het huis

Boos

Boos ben ik, omdat jij acht jaar geleden mijn leven binnenstormde, we een samengesteld gezin runden, jij die verzamelingen in huis haalde, we een bedrijf opbouwden, elkaar gelukkig maakten, het leven mooi was en jij er vervolgens tussenuit piept. Ik weet wel dat je dat zelf niet wilde, maar het is toch kut. Het maakt me boos en ik vind het oneerlijk. Je ging zo snel soms. Groter en meer. Ik kon het niet altijd bijhouden. Rootz zeven dagen per week open. Kisten vol port in de kelder. Stapels lithografieën en zeefdrukken op zolder. En nog net even, op het laatst, die bonsaiboompjes in de tuin. Ja, daar had ik nee tegen moeten zeggen, tegen die bonsaiboompjes. Maar je argumenten waren altijd sterk, je vertrouwen groot en je enthousiasme enorm… die glinstering in je ogen, ik kon er vaak niet tegenop. Als mensen voor het eerst bij me thuis komen, zeggen ze dat mijn huis zo leuk ingericht is. Ik vraag me wel eens af hoe het huis eruit gezien had als ik jou niet had leren kennen. Jij regelde het altijd in een mega tempo als er iets nodig was. En ook als het niet nodig was. Voor ik het wist hadden we nieuwe stoelen, kochten we een nieuwe kast, hing er weer een nieuw schilderij, hadden we gifkikkers, wandelende takken of agaatslakken en stond er een levensgrote boeddha in de tuin. Er was altijd iets nieuws, er was altijd meer. En dan is het ook nog zo dat die hobby’s en bezigheden jou tot een interessant en veelzijdig iemand maakten en iedereen vol bewondering over je praat en je een soort halve heilige geworden bent met al je mooie uitspraken en je dappere manier van doodgaan. Maar ik zit er nu mee! En zonder!

De grote agaatslakken (12 cm per slak) hier in een nog schone bak…

De grote mensen analyse

Dus ik ben boos. Op jou… Denk ik…?! Of op mezelf? Ook? Op ons? Of op de situatie?

Allemaal vragen. Waarom zijn al die verzamelingen hier in huis? Waarom liet ik me overrompelen? Waar was ik? Wíe was ik in dat geheel? Wie ben ik zonder jou? En dan sta ik opeens te huilen met twee voeten op het wat-staat-er-in-de wegbriefje.… dikke tranen. Het was natuurlijk nooit de bedoeling dat je dood zou gaan toen de verzamelingen het huis in kwamen. Ja, je was sneller dan ik en ik liet me soms overrompelen. Een leerpuntje. Maar moet ik dan boos zijn op jou, of op mij, of op ons? Misschien op de situatie? En maakt dat überhaupt iets uit? Het was er. Die boosheid. Het zat een beetje in de weg, dus het is goed om het te snappen. En er een beetje met compassie naar te kijken, zoals de lieve, systemische vriendin het benoemt en ook de snel denkende intelligente Drent met al zijn vlotte inzichten het even tussen twee zinnen door opmerkt. De grote vraag is vooral: hoe vind ik mijn eigen weg in dit geheel van ons samen en mij alleen en is het oké dat mijn weg er anders uitziet dan onze weg?

Ingrediënten van een rouwproces

Het proces van rouwen om Brian heb ik, vaak bewust en soms onbewust, gevuld met allerlei ingrediënten die me helpen om verder te kunnen met mijn leven. Al die verschillende ingrediënten zorgden er samen voor dat ik sta waar ik nu sta. En ik ben er nog niet, maar er zijn ook nog heel veel verschillende ingrediënten over. Zoals flink van me af slaan en schoppen…

Vriendschap als ingrediënt

Een paar maanden voor het overlijden van Brian maakten we met onze vrienden en familieleden een kookschema: twee keer per week kookte er iemand bij ons en at dan ook gezellig mee. Het zorgde bij mij voor minder druk en bij hen voor een vanzelfsprekende betrokkenheid bij het ziekteproces van Brian, wat anders veel moeilijker ontstaan was. Na Brians overlijden hebben we het schema nog een tijdje aangehouden. Allemaal lieve vrienden die hier kwamen koken, eten, luisteren en afleiden. En wisten wat er zich bij ons achter de deur had afgespeeld. De oprechte warmte die ik daarin voelde, was helend.

Daarnaast waren er ook de mensen die in Rootz werkten en zich inzetten met al hun liefde voor het bedrijf. Ze waren ondersteunend naar mij toe en hielden daar de boel draaiende terwijl ik in stukjes was. Waar vind je nog zulke mensen. Het voelde bijzonder.

De camino als ingrediënt

Ook de camino was een belangrijk onderdeel van het rouwproces. Met alle voorbereidingen had ik een concreet doel en verzandde niet in leegte. Ik las over de route, kocht de juiste spullen en plande de reis. Hersentraining voor een hoofd dat op dat moment niet heel veel aan kon. Door het trainen was ik fysiek bezig en kwam ik veel buiten. Ik leerde dat wandelen en je ogen langs het landschap in de verte laten gaan een soort EMDR-effect heeft, een therapie voor traumaverwerking waarbij je ogen van links naar rechts gaan om vervelende herinneringen een plek te geven. Bovendien was het alleen zijn in de natuur af en toe een goed moment om heel hard te huilen. Het deed zijn werk.

De camino zelf bleek echter het grootste bewust geplande ingrediënt van mijn rouwproces. Tijdens de tocht der tochten hoefde ik alleen maar de focus op het lopen en mezelf te hebben. Door deze rust, maar ook door de mensen die ik tijdens de camino leerde kennen en de goede gesprekken met hen, kon ik mezelf weer meer centraal zetten na de grote wirwar van emoties, verantwoordelijkheden, aandachtsverdeling en zorg. Het buiten zijn, de prachtig mooie omgeving en de fysieke uitdaging… heel helpend. En ik ontdekte dat ik toch wel een sterke behoefte heb aan fysieke uitdaging en dat ik het heerlijk vind om daarin mijn grenzen te verleggen. 

Toeval of niet…?

En toen ontmoette ik in december, compleet toevallig in zomaar een supermarkt in Deventer, een oud collega die ik een paar jaar niet gezien had. “Roos, toch…?” vroeg ze. Ik herkende haar niet meteen, want ze had een transformatie ondergaan waar veel gemeentes nog een puntje aan kunnen zuigen. Lotte. Zij en ik hebben in één van mijn eerste gemeenteopdrachten met heel veel plezier samengewerkt aan een transformatieopgave. Ze had een creatief brein. Vanuit haar eigen bedrijf liet ze allerlei ideeën op gemeentes en welzijnsorganisaties los en ze kon ze ook nog in structuren uitrollen. Toen zat ze echter niet lekker in haar vel, maar nu is dat duidelijk totaal anders. Ze straalt en zit vol energie en zelfvertrouwen. Ze heeft een boel dingen in haar leven omgegooid, vertelt ze, én ze doet aan kickboksen. Ze deed dat vroeger al en was er jarenlang totaal niet meer mee bezig. Maar ze is er weer mee begonnen en wordt er heel blij van. Ze geeft zelfs les op een kickboksschool in het buitengebied van Twello. Ik ben gefascineerd en besluit nog diezelfde avond dat ik ook ga kickboksen, bij Lotte. 

Kickboksen

Een beter besluit had ik niet kunnen nemen. De ontmoeting met Lotte was voor mijn gevoel niet toevallig. Het was precies wat nodig was. Na de camino wilde ik geen tochten meer lopen, want zo zonder doel een beetje de natuur in… niks voor mij. Maar mijn lichaam was sterk van het wandelen en ik wilde dat niet kwijt. Dus ik zocht naar een sport waar ik mijn kracht kon opbouwen, mijn energie in kwijt kon én energie van zou krijgen. Een sport die me uitdaagt, waar ik mijn grenzen moet verleggen, maar waar ik me ook thuis voel… Ik dacht altijd dat kickboksen voor opgepompte, zweterige spierbundels met agressieproblemen en primaire reacties was en dat je dan in zo’n zwartgeschilderde garagebox met touwen en tractorbanden aan de slag moest. Of dat vrouwen met strakachterover getrokken gel haar en zwartgelakte nepnagels in glimmende boksbroekjes je met hun veel te korte lontje alle hoeken van zo’n doodenge ring zouden laten zien.

Maar niets van dat alles. Vanaf het eerste moment dat ik de Rebel Box van Hella’s Kickboxing en Coaching binnenliep, was ik om. Licht, hartelijk, groen en heel erg welkom. Maar ook rete-fanatiek, technisch uitdagend en fel coachend. Hella en Lotte zijn superchicks met passie voor wat ze doen en ik hou ervan.

Het kickboksen blijkt een fantastische combinatie te zijn van werken aan spierkracht, conditie en techniek. Ik train mijn hele lichaam, voel aan alle kanten spieren waarvan ik heus wel wist dat ik ze had, maar die ik even kwijt was. Ik word er elke keer helemaal blij van. Zelfs als ik me niet fit voel, ga ik er met plezier naar toe. En ik kom altijd weer energiek (en goed moe) terug. Als ik verdrietig ben of frustraties voel, is het gecontroleerd van me af meppen en schoppen een hele nuttige bezigheid. Ik ben even met niks anders bezig. Ik kijk die bokszak dreigend aan en ram er vervolgens flink op. Het helpt. Het focust. Het geeft ruimte. Een goed gevoel. En een goed lichaam. Een belangrijk ingrediënt in het rouwproces en voor alle andere moeilijk momenten in het leven. Het is precies wat ik nodig heb.

Pop-ups

Afgelopen week zijn er zonnepanelen op mijn huis geplaatst. Na een jaar wachten en heen en weer communiceren over de planning, overigens zeer professioneel, was het dan zover. Helemaal fijn en ik had er zin in. Maar toen de monteur die ochtend binnenkwam, werd ik opeens overvallen door verdriet. Zijn binnenkomst zorgde namelijk voor flitsen van allerlei herinneringen aan Brian, pop-ups noem ik ze ook wel. Gelukkig wist ik nog net op tijd mijn tranen weg te knipperen, want ik had weinig zin om de man, die vrolijk de deur door stapte, uit te leggen waarom zijn komst mij verdriet deed.

Goed achterlaten

November vorig jaar stelde Brian voor om wat van ons spaargeld te investeren in de aanschaf van zonnepanelen. Hij wist op dat moment al dat hij de kanker in zijn lijf niet zou overleven en wilde mij, heel cliché maar echt erg lief, zo goed mogelijk achterlaten. Met deze reden hadden we al twee jaar best wat vernieuwingen doorgevoerd. Een houten vloer, een nieuwe kast, een opgeknapt toilet en een nieuwe auto. Ook een nieuwe keuken stond op het lijstje, want die begint toch wel lichtelijk uit elkaar te vallen. Twee gaspitten blijven niet meer vanzelf aan en kan ik alleen gebruiken als ik het gietijzeren deksel van de stoofpan op de knoppen leg met de zware broodplank daar weer bovenop. Het is elke keer een soort acrobatische truc om het vuur aan te houden. De lat onder de lage kastjes zit los en bij de oven is een plankje weg waardoor er een lege enigszins vieze ruimte zichtbaar is, de koelkast is te oud en lekt waarschijnlijk wel wat kou en, waar ik echt bijzonder slecht tegen kan, de kraan zit los. Maar een nieuwe keuken bleek qua energie uiteindelijk een te groot project voor ons allebei. Investeren in zonnepanelen was een goede keus. Het heft in ieder geval de kosten voor de lekkende koelkast een beetje op. Dus we meldden ons aan. Check, weer iets geregeld.

De zonnepanelen

De panelen zouden in maart of april geïnstalleerd worden, maar de zonnepanelenwereld heeft het druk en er zijn leveringsproblemen, dus het werd later. Gelukkig maar, want begin maart ging Brian opeens snel achteruit. Hij overleed 9 maart. Hij heeft de zonnepanelen op ons dak georganiseerd, maar het niet meer meegemaakt dat ze kwamen. Toen ons dak deze week aan de beurt was en de monteur dus de gang in liep en vroeg waar ‘we’ de stoppenkast hadden hangen, voelde het opeens heel leeg in huis en besefte ik opeens weer zo duidelijk dat Brian er niet meer is… Ik zag mezelf daar zonder Brian in de gang staan en mijn hoofd vulde zich met watten en mijn ogen met tranen. En daarmee kwamen ook de pop-ups van hoe hij bezig was om de zonnepanelen te regelen. Ik zag voor me hoe hij bij de buren ging praten toen hun zonnepanelen geplaatst werden om te checken of het een goed bedrijf was. Altijd die positieve energie als hij even snel ergens via iemand iets kon regelen. Ik weet nog hoe hij bezig was om uit te rekenen hoeveel panelen op het dak konden. Creatief op zoek naar de beste optie. En ik kan me nog herinneren hoe hij een soort van gerustgesteld was toen we alles besloten en geregeld hadden. En nu ze geplaatst worden is hij er niet bij. De monteur ging gelukkig vooral buiten aan de slag. En ik heb even op de opgeknapte wc een potje zitten huilen.

De Volvo pop-up

Dit soort momenten heb ik vaker. Ze poppen opeens op. Hoewel ik, inmiddels, een hele dag niet aan Brian hoef te denken, kan een associatie met zomaar iets willekeurigs opeens een herinnering oproepen die heel sterk de sfeer van toen terughaalt. Alsof ik er weer middenin zit. Zo zag ik laatst mijn oude auto rijden, waar Brian en ik lang in gereden hebben. Ik wachtte voor het rode stoplicht in mijn huidige auto en zag mijn oude auto voorbij rijden. Zelfde type, zelfde kleur. En ‘pop’ daar kwam ons hele Volvo-avontuur naar boven. Hoe ik vroeger zei dat ik, als ik later groot was, zo graag in een Volvo zou rijden en Brian dat vervolgens vastzette in zijn hoofd en mogelijk wilde maken. Hoe we, toen de Opel echt bijna uit elkaar viel en we er geld voor hadden, daadwerkelijk op zoek gingen naar een Volvo. Elkaar linkjes stuurden met kanshebbers. Waar we hem kochten. Ik zie het pand en hoe we er naartoe reden nog voor me. En ook hoe we samen tijdens het proefritje in de auto zaten; ik moest rijden, zoals vaak het geval was, en we kozen weggetjes met zo veel mogelijk bochten. Allebei pro-schakelbak, kregen we een beetje de giechels dat we nu in een automaat reden. Ik zie ook het onderhandelen nog voor me waarin we samen zoveel mogelijk voordeel uit de deal probeerden te halen. En vooral zie ik weer Brians pretogen die hij altijd kreeg als een plannetje lukte. En hoe hij mij, toen we in die dikke Volvo naar huis reden, de auto aan de kant van een klein weggetje liet zetten om een foto te maken van mij achter het stuur. Helemaal trots was hij. En natuurlijk ging het niet om de auto op zich – gelukkig maar, want dat voelt toch een beetje plat – nee, het ging om het gelukte plan: dromen uit laten komen. En daar dan van genieten!

De Ibuprofen pop-up

Een andere pop-up. Laatst bij Rootz in het keukentje. Ik pakte een boek waardoor een doosje Ibuprofen 200 mg op de grond viel. Dat lag er nog van Brian. Hij had de laatste maanden van zijn leven pijn aan zijn rug en kon niet meer fijn zitten. Hij wilde echter zo min mogelijk pijnstilling gebruiken en slikte lange tijd alleen paracetamol. Waar de gemiddelde mens al snel drie keer per dag 400 mg Ibuprofen wegslikt, wilde Brian eigenlijk de paracetamol niet aanvullen met extra pijnstillers. Tot de laatste maand heeft hij slechts de 200 mg willen slikken en dan ook zo min mogelijk. Het pakje dat op de grond viel, riep allerlei herinneringen op. Hoe hij bij Rootz rondliep de laatste maanden. Hij was er zo graag. Even iets regelen. Even een ideetje doorvoeren. En later toen hij eigenlijk te moe was om echt iets te doen, even de sfeer opsnuiven. Hoe we eerst nog samen naar Rootz fietsten tot dat niet meer ging en ik hem met de auto bracht. Ik zie het weer voor me. Met een glimlachje zat hij dan aan de tafel met zijn zere rug en vermoeide lijf, een beetje oncomfortabel, terwijl ik om hem heen rommelde en dingen regelde en, niet te vaak maar wel af en toe, vroeg of het nog ging.

Tot die bezoekjes dus niet meer gingen en ik alleen naar Rootz fietste en hem appte of belde om te overleggen. Dan zie ik hem zitten in de gele stoel, met het wollen dekentje over zijn benen en in zijn bruine trui met zijn lieve baardje en zijn telefoon die hij altijd dicht in de buurt had. Hij bleef ervan genieten om zich met Rootz bezig te houden. Tot de laatste week. Deze pop-ups door dat pakje Ibuprofen zorgen dan weer voor andere herinneringen, van andere voorraadjes die we aanlegden in Rootz, van langer geleden. De laatjes met handigheidjes: touwtjes, stukjes hout, haakjes om dingen aan op te hangen, zijn leesbrillen, de secondelijm, rivierklei die hij uit de IJssel gehaald had om breukjes en barstjes weg te werken, de informatieve boeken over Afrikaanse maskers en Bogolan doeken en Nepalese houten beelden, tie-wraps in alle groottes en kleuren…. Ook de sfeer van de oude Rootz voel ik dan weer, vol mogelijkheden en kansen. Het is fijn en verdrietig tegelijk om eraan te denken. Hoe we de deur binnenliepen samen, de koffiemachine op de kast, net iets te hoog en de koffiecupjes in een antiek blik dat moeilijk open te krijgen was, de zon die door het raam scheen op de houten poppen uit Azerbeidjan, de grote tafel waar ik vaak aan zat te werken tijdens Corona, terwijl Brian bezig was zijn ideeën en plannen uit te voeren, zijn eindeloze enthousiasme en energie en elke keer weer nieuwe dingen die hij bedacht. Alles ademt Brian in Rootz. Ook in de nieuwe Rootz, waar het heel anders is. Donker, maar sfeervol, spannend en knus. Het draait ook zonder hem, maar het is zo anders. En we missen hem er allemaal.

Nog maar één

Weer een ander moment. Thuis. De stempas voor de verkiezingen viel op de deurmat. Waar bij sommige bedrijven Brians naam nog staat in de aanhef van mails of als accountnaam en ik nog een beetje mijn kop in het zand kan steken, is bij de gemeente natuurlijk bekend dat zijn leven geëindigd is. Dus er kwam één stempas. Het voelt gek. Definitief. Verdrietig. 

Geborgenheid

En van de week was ik onderweg naar huis van een gesprek in Zutphen voor een opdracht. Ik was niet helemaal tevreden en voelde me er onzeker over. Ik bedacht in een milliseconde dat het fijn was om het straks thuis met Brian te bespreken. Tsja. Ook dan knalt het gemis erin. Ik probeer soms in mijn hoofd te bedenken wat hij zou zeggen. Maar het gaat natuurlijk niet alleen om het gesprek. Het gaat ook om het gevoel van veiligheid en geborgenheid. Dat je weet dat het wel goed komt, dat die schouder er is. Een veilige haven bij degene die er onvoorwaardelijk voor je is.

En ik kán het wel alleen… Het merendeel van de tijd red ik me prima. Dus maak je geen zorgen als je dit leest en het gevoel krijgt dat het één sombere boel is hier. Dat is het niet. De pop-ups en het verdriet dat dan meekomt zijn het probleem niet. Sterker nog, ze maken me ook bewust van mezelf en de mogelijkheden. Het leven draait door, ik heb er voldoende plezier in en heb gezellige en leuke momenten met kinderen, vrienden en kennissen. Iedereen zegt het steeds, je bent een sterke vrouw. En ja, dat ben ik ook. ‘Ook’… inderdaad, want ik ben ‘ook’ onzeker en een twijfelaar. Ik wik en weeg veel als ik beslissingen moet nemen of keuzes moet maken, als ik over mezelf nadenk, wie ik ben en hoe anderen mij zien, als ik in actie moet komen om dingen te doen… Ik zie zoveel mogelijkheden en details dat ik soms een beetje verdwaald raak in waar ik dan naar toe moet en of ik het wel goed doe. Er zit veel twijfel in me, maar het staat naast die kracht. Het is er allebei. Het was fijn met Brian naast me, echt makkelijker. Nu is het weer hard werken in mijn hoofd. Maar daar red ik me al mijn hele leven mee. Dus woehoeoe, En Dan Verder!

Lieve Brian

  • Dag 10 of 172
  • Van Viana naar Navarrete
  • 22,7 km

Lieve Brian

Ik vergeet soms dat het zo groot is. Heel vaak voelt het alsof je er nog bent, maar dan heel goed verstopt. Misschien doordat er nog zo veel samen-dingen zijn; ons huis, Rootz, alle moderne kunst, de ideeën en plannen die we samen hadden, ons ‘toewerken-naar-jouw-overlijden’ en onze ideeën over ‘hoe verder na jouw overlijden’. We bespraken alles samen, gingen het samen aan. En voor mijn gevoel is dat er allemaal nog. Er lijkt niks veranderd. En toch is alles anders. Alles! Ik vind je dood zo ongrijpbaar. En vandaag is zo’n dag dat het ten volle tot me doordringt.

Lopen in het donker

Vanmorgen ging ik vroeg weg en liep alleen. Tijdens het lopen ben ik heel veel met je bezig geweest. Daar was ruimte voor, want ik kwam niemand tegen onderweg. Het eerste uur liep ik in het donker. Dat vind ik iets rustgevends hebben. Ik heb veel teruggedacht aan de tijd dat je er nog was. Ik ben er even voor gaan zitten op een bankje onder een berk (ook omdat mijn voeten echt vet zeer deden). Tot nu toe heb ik dat nog niet zo veel gedaan, zomaar ergens random gaan zitten (zonder koffie of wc-optie). Het is aan de ene kant heel fijn om terug te denken aan de levendige jij; we hadden zo veel mooie momenten samen. Aan de andere kant doet het pijn; ik mis je zo verschrikkelijk en voel me enorm verdrietig. Maar ik doe dat wel bewust, aan jou denken. Want als er veel afleiding is, voelt het alsof ik er zomaar aan voorbij ga dat je er niet meer bent. Het voelt gek dat dat kan.

Berkenbankje

Ik ben vandaag veel bezig geweest met die ongrijpbaarheid van je dood. Ik kan het niet goed aan mezelf uitleggen. Dat je dood bent voelt zo groot, dat ik niet begrijp dat ik niet constant in stukjes ben of er continu mee bezig ben. Vaak praat ik nog over je in de tegenwoordige tijd. Het is ontzettend moeilijk te vatten. Ik leef, klets en lach gewoon verder. En toch, jouw dood voelt als een steen in mijn hart.

Ik en de bestemming van de dag op de achtergrond

Soms heb ik het gevoel dat je als een soort ballonnetje achter me aan zweeft. Dat je in alles wat ik doe op de achtergrond aanwezig bent. Maar soms is het ook gewoon leeg en somber en stil en saai. Tijdens de Camino loop je met me mee op verschillende manieren. Natuurlijk in mijn hoofd en mijn hart, door de puttertjes die ik tegenkom in kleine groepjes langs de kant van de weg, maar ook in items die ik bij me heb. Je foto hangt aan mijn tas. En het witte monstertje. Je grijparmde het omhoog uit die kermisattractie voor kleine kinderen in dat gare buitenwijkwinkelcentrumpje van Lissabon. En natuurlijk heb ik de ketting met je as om. Vandaag was een verdrietige dag. Je bent mijn lieve schatje. Ik huil om jou.

Ziet iemand de gelijkenis?