Verbazingwekkend snel
Het is gek om opeens te ervaren hoe ik meer mijn huidige leven leid en minder bezig ben met het leven dat Brian en ik samen hadden. Het is natuurlijk logisch dat dat gebeurt, want in de realiteit is mijn leven niet meer samen met Brian. En het is ook belangrijk dat het gebeurt, want ik moet nou eenmaal alleen door. Dus ik neem beslissingen en maak keuzes die voor mij belangrijk zijn en ik onderneem allerlei nieuwe dingen die ik fijn vind en waar ik plezier uithaal. Het gaat alleen verbazingwekkend snel al zo en dat voelt soms gek. En als ik dat bedenk, is het ook ontzettend verdrietig dat een mensenleven zo snel op de achtergrond kan raken. Niet dat ik niet meer aan Brian denk of hem niet mis. Maar het is minder op de voorgrond.

Zonder schuldgevoel

Tijdens de laatste week van de camino merkte ik dat Brian minder aanwezig was in mijn gedachten. Niet alleen het dichterbij Santiago komen, maar ook de nieuwe sociale contacten die ik die week opdeed vroegen mijn volle aandacht. Gesprekken en ontmoetingen openden luikjes in mijn hoofd, creëerden andere inzichten en maakten ruimte om na te denken over nieuwe mogelijkheden. Eenmaal thuis zette dat zich door. Ik ondernam allerlei dingen. Ik zette mezelf op de kaart als zelfstandig adviseur en projectleider (met een nieuw logo), begon aan een nieuwe sport (kickboksen), ging naar een reünie waar ik mensen uit mijn eigen geschiedenis weer ontmoette en ik gooide een nieuwe foto op mijn socials… een foto die Brian nooit gezien heeft. Het ging als vanzelf en zonder schuldgevoel naar hem toe.
Want dat kan hè, dat je je dan schuldig voelt… over dat je doorleeft, nieuwe dingen onderneemt, nieuwe mensen ontmoet en daar plezier in hebt. En daar zou je je zomaar heel rot over kunnen voelen. Alsof dat niet mag. Alsof je altijd verdrietig moet blijven. Ik heb dat wel af en toe zo gehad, maar sinds die laatste week van de camino is het weg. En dat is goed. Het gaat alleen verbazingwekkend snel.
Minder kameleonnen
Ik ben enorm mezelf geweest tijdens het lopen van de camino. Dat ben ik niet zo van mezelf gewend, want doordat ik me vroeger vaak een buitenbeentje voelde, heb ik mezelf aangeleerd om te kameleonnen – mezelf aanpassen aan de sfeer van een groep of de manier van doen van iemand anders. Niet te veel afwijken, niet te veel opvallen.

Naarmate ik ouder word, ben ik echter steeds meer mezelf. Ook de fijne relatie met Brian en zijn onvoorwaardelijke liefde voor mij hebben me het vertrouwen gegeven dat ik kan zijn wie ik ben. Het kan me steeds minder schelen wat anderen van me vinden. En ik moet zeggen dat het vaak goed uitpakt. Na de camino heb ik bijvoorbeeld van zeker vijf mensen te horen gekregen dat ze dingen anders zijn gaan bekijken of zijn gaan doen doordat ze in mijn gezelschap waren! Hoe tof is dat? Zo was er deze grote, vriendelijke, maar ook wat mopperige en luidruchtige Duitser die ik de laatste twee weken af en toe tegenkwam. We liepen samen een stuk van een etappe, dronken een andere dag een biertje op de plaats van bestemming en hebben ’s avonds een keer samen gegeten. Hij appte mij een week na de camino dat hij, door met mij op te trekken zijn best is gaan doen sensitiever te reageren op andere mensen. Ik vind dat een mega compliment. Ik zou er bijna van naast mijn schoenen gaan lopen.
Sociale toestanden
Bijna. Want het lukt niet altijd helemaal om het vertrouwen in mezelf vast te houden. Soms vind ik sociale dingen namelijk ingewikkeld en dan ontvouwen opeens die oude patronen zich weer. Ik heb in het verleden best vaak mijn neus gestoten met vriendschappen en relaties. Dan dacht ik dat we vriendinnetjes werden en opeens wilde ze me niet meer met me spelen op het schoolplein. Ik begreep er niks van. Had ik niet leuk genoeg gespeeld? Was ik niet gezellig genoeg? Wat had ik anders moeten doen? Ik heb pas beste vrienden sinds ik 38 jaar ben. Of die leuke jongen die zijn best voor me deed… ik zag al voor me hoe we gezellig samen op vakantie gingen en hij me de liefde verklaarde. Na twee weken bleek hij niet verliefd genoeg te zijn en liet steeds minder van zich horen. Ik was totaal de weg kwijt. Had ik het dan zo verkeerd begrepen? Had ik dingen verkeerd gezegd of gedaan? Was ik saai? Vermoeiend? En dat zijn maar voorbeelden. Ik kwam er vaak niet uit.

Intens
Ik kan soms een beetje intens zijn. Of zoals Passenger het zegt (ik luister heel veel Passenger de laatste weken) in zijn ’Let her go’: “‘Cause you loved her too much, and you dived too deep…” Dat doe ik. Soms. Vaak. Nee, niet vaak. Maar vaker dan soms… Het pakt niet altijd goed uit voor mijn zelfvertrouwen en de rust in mijn hoofd. Want niet iedereen is even intens terug. Behalve Brian. Die was net zo enthousiast als ik. De perfecte match… Maar ik blijf dat soort dingen, met of juist zonder verwachtingen, moeilijk vinden om in te schatten. Als mensen me niet vriendelijk maar direct vertellen hoe het zit, tast ik vaak eindeloos in het duister. En dat betekent dat mijn hoofd overuren maakt en ik heel hard moet werken om de onzekere gedachten uit te zetten. Of zoals Passenger het zingt in ‘Sword from the Stone’: ‘Cause I’m fine then I’m not; I’m spinning ‘round and I can’t stop.’ Gek word ik er van.

Warboel
Ik dacht dat ik hier door Brian vanaf was. Ik had gehoopt dat ik nu zo op mezelf durfde te vertrouwen dat ik niet meer in de war zou raken als ik andere verwachtingen heb van een contact dan de ander. Maar het is niet zo, natuurlijk. Het is er nog steeds en ik doe nog steeds dezelfde stomme dingen die ik vroeger al irritant vond van mezelf. Ik word onzeker, zenuwachtig, ik sla dicht, twijfel over alles en weeg alles steeds opnieuw af. Als iemand minder reageert dan ik zou willen, dan ga ik juist veel typen en toelichten en omslachtig doen. En dat valt dan natuurlijk juist heel erg op. En daar word ik dan weer ongemakkelijk van en dan wil ik daar weer context aan geven. En dan bedenk ik dat ik dat beter niet kan doen, omdat ik dan intens overkom. En dan doe ik dat niet, of toch wel, omdat het anders toch maar in mijn hoofd blijft rondzingen. En als ik dat dan toch doe dan krijg ik daar weer spijt van. En dan moet ik daar weer wat over zeggen. En ondertussen komen al die oude gedachtes boven: ben ik saai, oninteressant of niet gezellig genoeg? Zei ik iets verkeerd? Deed ik iets verkeerd? Ben ik te ingewikkeld? Te intens? Pfff. Zo vermoeiend. Ik lijk wel een vrouw. En dan mis ik Brian. Sterk geworteld en net zo dolenthousiast.

Embrace how you feel
En dan toch. Ik relativeer meer en sneller. Het ouder worden, mijn relatie met Brian, de camino lopen en de complimenten van mensen die het fijn vonden mij te ontmoeten, maken dat ik al dit gedoe niet meer zo sterk voel als vroeger en er sneller doorheen ben. Ik kan er van een afstandje naar kijken. Ik heb mensen om me heen met wie ik mijn complexe hoofd kan delen (thanks John!) en ik laat mijn eigen hoofd me minder van slag maken. Ik ben er beter in geworden mijn hersenspinsels te filteren naar de realiteit en oké te zijn met moeilijke gevoelens. Of zoals Passenger het zingt in ‘The way that I love you: “Discard what is fake, keep what is real; Pursue what you love, embrace how you feel.” En daarbij denk ik dan: “Oh, Rosie, don’t you worry, my dear.”
