Een korte dag vandaag. En maar goed ook. Omdat het een korte dag is, ben ik laat opgestaan. Als ik Sarría uitloop, zie ik enorm veel pelgrims dezelfde kant op gaan in kleine of grotere groepen. Veel mensen die in Sarría starten in helemaal nieuwe kleren. Er lopen ook een paar groepen jongeren. Sommige met muziek op een box. Soms moet je er omheen proberen te lopen, omdat ze breeduit over de weg lopen. Gelukkig stoor ik me er niet aan.
Robin Hood
We lopen weer door een compleet ander gebied dan hiervoor. Het ziet er oud Engels uit. Een beetje als in Robin Hood films, glooiend landschap met groene weides gescheiden door lage stenen muurtjes en lage bomen met kronkelige takken.
Herberg stress
Ik loop een stukje met John uit Australië die ik halverwege tegenkom. Maar na 13 km ben ik al bij mijn herberg. In een slaapzaal, maar er is een ruimte met een hangei en een geweldig uitzicht op het landschap en de camino waar allerlei pelgrims langstrekken op weg naar andere, verdere plaatsjes. Hopen dat ze allemaal een bed vinden. Er is een run op bedden en kamers. Iedereen is aan het bellen en whatsappen en mailen om kamers te reserveren. Ik heb wel een paar reserveringen uitstaan, maar niet allemaal. Ik weet niet of het me gaat tegenwerken, maar ik heb de neiging om maar te zien wat er gebeurt.
Ik ben er klaar mee. Alweer een nacht in zo’n fucking albergue. Snotverkouden Fransen naast me in hun stapelbedje. Al hoestend en niezend. Ik werd er boos van. En dan drie snurkers die om het hardst hun geronk door de slaapzaal gooien. Weer niet geslapen. Zo moe. Vanmorgen maar om 05.00 uur van ellende m’n bed uit gestapt en naar Sarría gestiefeld.
Dooie tenen
Ik wist dat het een lang eind was en al met al ging het op zich prima. Behalve de laatste kilometers. Mijn voeten doen zeer, m’n knieën jammeren, m’n heupen doen af en toe een steek afgeven. Ok daar ben ik klaar mee, die fysieke pijntjes. Ik heb twee die tenen en één blauwe. Zou dat erg zijn?
Waarom zo heppie de peppie?
Ik loop weer samen op met iemand. Een Nederlandse dit keer. Maar ze kan me niet boeien. Eigenlijk kan niks me echt boeien. Ik heb het gehad. Ik word chagrijnig van alle nieuwe gezichten. Weer een nieuwe golf pelgrims waar ik in beland. Allemaal nieuwe gezichten. Wat halen ze de energie vandaan om steeds maar zo blij Buen Camino te roepen?
Eh…
Dramatoestanden
In het eerste dorp John tegen. De licht problematische Australiër met z’n grote façade, maar kleine hartje. Hij voelt aan alles toch problematisch en hij weet het. Hij houdt afstand, want hij heeft gedoe met een vrouw die verliefd op hem is. Ik denk dat ie weet dat het onvolwassen is ofzo. Wat een toestand. Hoe oud zijn we nou…?
Prestatietoestanden
Verder zie ik Nicky. Ze ging een paar dagen geleden door haar rug/heup en heeft een zenuwontsteking. Ze gaat toch lopen. Echt niet slim. Dus ik probeer een beetje tot haar door te dringen, maar denk ook: “zoek het lekker zelf uit met je prestatiegerichte problementoestand! Veel succes. Dan zijn er nog mensen die contact proberen te maken met hun algemene caminovragen. Wat ga je naar toe? Waar ben je begonnen? Wanneer ben je gestart op de camino? En waarvandaan? Allemaal niet echt uit interesse, maar vaak ook in te schatten hoe goed ze zelf lopen (en als ik iets minder chagrijnig ben, misschien gewoon om conversatie te maken).
Rare hippies die Australiërs
De uitzichten zijn weer leuk. Halverwege komen we langs een rustplek die gerund wordt door Australiërs in een grote rommelige zweeftrein. Hartstikke leuk als je niet chagrijnig bent. Het kan me niet boeien. Iedereen loopt helemaal lyrisch te doen. God wat vermoeiend. Het is gewoon een groepje overhappy pelgrims die de camino niet los kunnen laten om wat voor psychisch ingewikkeld reden dan ook.
Slecht gekozen
Bij de albergue in Sarría, grotere stad met flats (en ergens een hond die niet stopt met blaffen), is niemand. Er hangt een briefje in een zelf check in te doen. Echt vervelend. Ik kan niet meer op mijn voeten staan. Als ik net klaar ben, komt de beheerder aangewandeld. De albergue is een beetje grauwig en simpel. De kamer ruikt naar luchtverfrisser en ik check voor de zekerheid de matrassen wel even op bedbugs. Ziet er niet problematisch uit. De was kan ik pas om 17.30 uur doen, om wat voor reden dan ook. En eerder kan ik niet de stad in want als je boxen de 45 jaar bent en je doet bh’s allebei te vies zijn om aan te doen, dan moet je gewoon even wachten. Even later zie ik wel dat de locatie echt beroerd is. In het centrum is het gezelliger. Een leuk detail is dat e er een Spaanse conversatie aan de gang is in een van de appartementen boven de albergue als ik terugkom van het eten…
De buitenkantDe algemene badkamerDe sfeervolle woonkamerMijn slaapruimte
Een plan
Tijdens het lopen heb ik bedacht dat ik een plan ga maken voor na mijn aankomst in Santiago. En ja, het is gelukt. Gelukkig komt Katie ook nog ergens in het plan voor en appt Ralph me of ik iets met hem ga eten. En gelukkig heb ik chocolade in m’n tas… Eind goed al goed. Behalve dan dat er een vrij irritante Amerikaan aanschuift bij het eten die een enorme mansplainer blijkt te zijn.
Maar goed. Het plan? Ik kom de 26e aan in Santiago. Ik blijf twee nachtjes daar. De 28e huur ik een auto en ga, als het lukt qua timing, even met Katie in Finisterre kijken. Daarna rij ik in de richting van Bilbao om daar in een B&B uit te rusten van alle toestanden. En dan vlieg ik op 1 oktober, mijn verjaardag, terug naar huis. Om 09.00 uur land ik op Schiphol (KL1684). Dus wie de behoefte voelt een knuffel te krijgen of te geven of te delen, voel je vrij.