Fuck it, ik ben vet stoer!

  • Dag 200, 201 en 202
  • In Santiago en van Santiago via Finisterre en Muxia naar Bostronizo
  • Verwaarloosbaar en 656 km

Verkeerd-om heimwee

Mijn emoties gaan echt alle kanten op. Het ene moment ben ik vrolijk en bel ik gezellig met een paar vrienden van thuis. Het andere moment ben ik verdrietig en voel ik me alleen. Dan weer voel ik me stoer en ben ik mega trots op mezelf. Om vervolgens weer te vervallen in allerlei sombere gedachten dat het nooit meer hetzelfde zal zijn. Ik wist dat dit zou gebeuren. Ik had het vroeger ook wanneer ik na tien dagen van een vol-intensief geweldig survivalkamp thuiskwam. Missen! Volgens ‘The Dictionary of Obscure Sorrows’ (bedankt Laura vd H), weet ik nu dat je dit gevoel ‘etterath’ zou kunnen noemen.

Het dekt echter niet helemaal de lading. Naast het afgeronde-project-gedeelte zit er namelijk ook een sociale component aan en een kant waarin sfeer een grote factor speelt. Ik noem het altijd maar gewoon ‘verkeerd-om heimwee.’ Heimwee naar toffe tijden.

Maandag feestdag

Want poeh, wat zijn er veel mooie dingen gebeurd sinds zondagavond. Maandagochtend heb ik met de toffe Duitse Eva gevierd dat we allebei in Santiago zijn aangekomen. Ik liep toevallig het plein op toen ze binnenkwam. Echt leuk om haar weer te zien. We hebben samen onze Compostela (certificaat) opgehaald. Omdat ik van hotel moest wisselen, had ik mijn rugzak op dus ik voelde me weer even vertrouwd de peregrina.

Ik lunchte met Ralph, met wie ik een vriendschappelijk caminoband heb opgebouwd. Vervolgens zocht ik Jeannette en Sue op en was 14.30 uur toch zeker niet te vroeg om flink wat sangria achterover te tikken. Tussendoor dropte ik nog even mijn rugzak bij het hotel en kon ik ook nog even wat op bed liggen. ‘s Avonds eet ik met Nadav tapas, of eigenlijk eet ik tapas terwijl hij mijn bier opdrinkt, want hij heeft al heel ranzig gegeten bij de TacoBell en heeft de rare gewoonte andermans eten en drinken op te maken.

Trots opeens

Dinsdagochtend, terwijl ik al een tijdje wakker lag, zag ik zo maar opeens al die landschappen langskomen in mijn hoofd en toen pas drong het tot me door wat een absurde reis we gemaakt hebben. Hoeveel kilometers het geleden is dat ik begon in de Pyreneeën. Hoeveel mensen ik ontmoet heb. Hoeveel dorpjes ik in- en weer uitgelopen ben. Hoeveel Buen Camino’s ik gezegd en gehoord heb. Hoeveel café von leches en tortilla’s ik besteld heb bij een bar…. Ik kan geen tortilla meer zien. Maar het voelt groot. En het maakt me trots. Misschien wel voor het eerst tijdens deze camino. Echt trots, met ontzag voor mezelf. Ik ben de hele camino nog niet met zo’n fijn en goed gevoel wakker geworden.

De camino in vogelvlucht

Nog meer vrienden

Dinsdagochtend neem ik afscheid van Nadav, die naar Finisterre en Muxia gaat. Niet heel makkelijk, want hij en ik hebben een sterke connectie. Ik zie daarna John uit Australië het plein oplopen. Hij heeft een speciaal plekje in mijn hart. Samen met zijn camino vriendin Kira, uit Noorwegen, drinken we een paar biertjes en het lukt me opnieuw (sorry John) om hem aan het huilen te maken. Ik deed het niet echt expres, maar het lijkt me goed voor de grote stoere kerel.

John en ik op de camino dan nog

En dan komt ‘s middags Katie aan. Ze heeft drie dagen veel extra kilometers gelopen om er een dag eerder te zijn. Het voelt vertrouwd. Katie is misschien wel een ook-buiten-de-camino-vriendin geworden. Het voelt fijn om haar weer te zien.

Ook bij haar landen er camino-inzichten in Santiago. Ze maakt geen excuus meer voor dat ze er niet goed uitziet als ze in haar caminokloffie de stad in loopt (je hebt toch ook echt niks anders bij je), ze heeft ook haar inner-bitch bij de Cruz de Ferro achtergelaten en zegt nu wat vaker fuck you tegen mensen die haar lopen te koeioneren. En ze gaat, vet stoer, gewoon nog door naar Finisterre vanaf vrijdag!

Naar Finisterre?

Ik niet! Ik ben klaar. Ik volg mijn plan. Woensdag met Katie dingen doen en donderdag met de auto eerst naar Finisterre en Muxia en dan naar een hotel een eindje voorbij de Picos de Europa, een vet gebergte waar je echt naar toe moet. Finisterre en Muxia worden een beetje een haastklus, want ik kom er ‘s ochtends achter dat het 5,5 uur rijden is naar het hotel in plaats van de 3,5 uur die ik eerst dacht… alweer een ware roadtrip dus, maar nu op wielen.

Als ik naar de kaart kijk besef ik dat ik in zo’n 5,5 uur met de auto een traject afleg, waar ik te voet zo’n drie weken over gedaan heb. En als ik in de auto zit en het maar duurt en duurt voordat ik er ben, bedenk ik me weer wat een bizarre afstand ik heb gelopen. Met rugzak. Geen taxi’s. Verwaarloosbaar busritje… Stoer!

Blugh

Hoe verder ik van Santiago wegrijd, hoe ingewikkelder alle gevoelens worden. Opeens zie ik geen caminobordjes meer langs de kant van de weg. Het is gek, als je zo intensief met iets, en met jezelf, bent bezig geweest en dat vooral gedeeld hebt met die mensen die daar ook dat ‘iets’ deden en die dus ook als enige weten hoe het voelde, dat je daar dan uit weg gaat. Niks aan! Misschien zijn er pilletjes tegen te veel voelen. Ik word al verdrietig als ik kastanjebomen zie of windmolens in de verte of zomaar een lelijke schuur ergens in het Spaans landschap, want hoe vaak ben ik daar niet aan voorbij gewandeld. Het roept herinneringen op en meteen ook het gevoel van missen. Blugh. In de verte zie ik een stad liggen en ik herinner me hoe het voelde om ‘er’ bijna te zijn… blugh. Mijn rugzak staat voor de bijrijdersstoel nutteloos te zijn. Mijn wandelstokken ingeschoven ernaast. Blugh.

Fuck it!

Iemand stuurt me een berichtje om te zeggen dat ze het heel waardevol vond om me te leren kennen. Ralph laat me weten dat hij me gaat missen. Jeannette appt dat ze thuis is en er niks aan vindt zonder ons. Viri stuurt een paar hartjes via instagram en iemand anders, aan wie ik denk ik verteld heb dat het nummer Rosie van Passenger een speciale betekenis voor me heeft, zegt “Rosie Roos, huge hug your way”. En opeens voelt het alsof het gestuurd is. Alsof iemand camino angels op mijn weg gezet heeft die dingen zeggen en doen die maken dat ik een volgende stap kan zetten. Die me hebben laten ervaren dat het oké is een volgende stap te zetten. De vuursalamanders, de stenen hartjes die niemand opmerkte, de puttertjes… Ik ben helaas niet spiritueel genoeg om het echt te geloven, maar het feit dat mijn brein het toch even opperde is al genoeg om echt heel erg hard te huilen in de auto. Zo hard dat mijn ogen knalrood zijn, mijn gezicht vol vlekken zit en het snot uit mijn neus loopt. Ik heb geen zakdoekjes of tissues bij me. Ik draai mijn hoofd dus maar even weg als auto’s me passeren. Ik rij namelijk in een vreselijke kleine, witte huppelkutjes auto en mensen willen nog wel eens kijken wat voor type daar in zit. En niemand hoeft dit te zien…. En dan zie ik dat ik tolpoortjes nader. Eén kilometer is niet genoeg om mijn gezicht normaal te krijgen… nou, fuck it! Ik ben vet stoer.

Mijn aankomst in Santiago

  • Dag 37 of 199
  • Van Castañeda naar Santiago de Compostela
  • 45 km

Geen tijd

Oké, ik ben er nog hoor. Het was echter nogal intens om aan te komen in Santiago. De vermoeidheid, de drukte van de grote stad en de sociale toestanden waar je in wordt gezogen. Allemaal verschillende mensen die ik ontmoet heb op de camino, in groepjes of individueel. Wauw! Dus geen tijd om te denken, laat staan te schrijven.

Doorlopen of niet

Ik heb dus van de één-na-laatste dag mijn laatste dag gemaakt. Ik was het niet echt van plan. Pas toen mijn moeder me succes wenste met de laatste 45 kilometers werd er een zaadje geplant. Ik was niet eens vroeg opgestaan in mijn geweldige kleine eigen kamer in dit minidorpje Castañeda. Heerlijk geslapen. Er zijn geen albergues in het dorpje, met het grote voordeel dat ik kilometers lang alleen loop. Dus oortjes in en gaan. Brian en ik hadden samen een playlist. We noemden hem de drinklijst, omdat we hem maakten tijdens avondjes port drinken samen. Queen, Billy Joel, Metallica, Leonard Cohen, Santana, Manu Chao en nog veel meer. De playlist gaat op repeat en het blijkt een soort motortje. Ik ga als vanzelf. Geen pijn, geen vermoeidheid en wel veel plezier en genieten van de natuur. Ik dans de eerst tien heuvels over tot het eerste ontbijt met café con leche in de prachtige tuin van een (eindelijk) goed georganiseerd café-restaurant.

Soepel

Na het ontbijtje loop ik lekker door. Het gaat nog steeds verbazingwekkend soepel. Ik heb in principe 25 kilometer gepland staan naar O Pedrouzo en besluit te kijken hoe het gaat als ik die gelopen heb. Hoe verder ik de etappe loop, hoe drukker het wordt. Er staan rijen voor de koffie en de wc. Allemaal druk pratende pelgrims. Maar het is gezellig en ik voel me helemaal prima. Ik kom geen bekenden tegen, wat ik fijn vind. Het is heerlijk om samen met Brian en onze muziek de weg af te lopen.

Zo’n vijf kilometer voor O Pedrouzo, merk ik dat de hoeveelheid mensen me wel begint tegen te staan. Ik moet net iets te vaak dikke, in de weglopende Amerikanen en Spanjaarden ontwijken. Ze lopen langzaam en breeduit in setjes van twee of drie op het pad en pas als het me lukt om tussen ze door te stappen en ik vrolijk “Buen Camino” roep, gaan ze geschrokken aan de kant. “Ow sorrry, you were just too quiet honey”, zegt de hoogblonde Amerikaanse 60-plusser met haar Texaanse witte hoed op. Ja, nu is het mijn schuld… Ik zal je niet vertellen wat ik dacht.

O Pedrouzo

Er zijn mensen die dit allemaal heel gezellig vinden, maar ik heb ontzettend weinig zin om morgenochtend met deze meute naar Santiago te lopen en dus als ik in O Pedrouzo aankom, met overigens prachtige graffitikunst, loop ik gewoon door naar de andere kant van het dorp het bos in en volg de gele pijlen in de richting van Santiago. Nog 20 kilometer. Muziek aan, stokken in de stampstand en gaan. Het gaat iets minder soepel dan vanmorgen, dus iets strammer dans ik nog even een paar heuvels over.

Ik ook een camino angel

Net op het moment dat het weer wat zwaarder voelt en ik denk: “Het enige wat ik hoef te doen, is lopen…” zit er langs de kant van de weg in een greppel een oudere man tegen zijn rugzak geleund. Hij kijkt niet helemaal helder uit zijn ogen. Als ik hem vraag hoe het gaat zegt hij goed en nee hij heeft geen hulp nodig. Ik twijfel. Maar wil niks opdringen. Achter me loopt een Duitse. Als zij ook stopt, loop ik terug en samen besluiten we hem naar de eerstvolgende albergue te brengen. Twee Spaanse dames sluiten aan. Ik neem zijn rugzak, zij helpen hem op het pad te blijven. Het gaat langzaam en het kost me tijd, maar het is een lieve vriendelijke Tsjech die er echt niet helemaal goed bij loopt. Bij de albergue regelen ze een dokter voor hem en er komt iemand uit het dorp om voor hem onderdak te organiseren. Nu waren wij even Camino angels.

Spannend

Ik moet dan nog 16 kilometer en het is nu 16.00 uur. Als ik doorstap is het nog vier uur lopen. Ik regel al lopend een hotelkamer. Vul ergens mijn waterzak bij, eet wat en loop weer door. Na 10 km komen er kleine twijfels op of dit wel een goed idee was. Mijn voeten doen zeer. Ik voel de tenen van mijn linkervoet niet (wat eerlijk gezegd een voordeel zou kunnen zijn op dit moment), maar het is nog maar zes kilometer en eerlijk gezegd denk ik dat ik het wel aankan. Het voelt vooral een beetje spannend. Is het wel fijn om zo laat aan te komen? Zijn er dan wel mensen die me opvangen of is iedereen al met z’n eigen dingen bezig. Ik ben de enige pelgrim op de weg. Meestal zie je her en der wel rugzakken lopen voor of achter je. Niks niemand nergens.

De hulptroepen

Ik app Nadav dat ik doorloop naar Santiago. Hij is vanmiddag aangekomen. Wanneer ik mijn twijfel uit, zegt hij dat ik er geen spijt van ga krijgen. Hij komt naar het plein als ik er ben, belooft hij. Nadav is een van de camino angels die ik een kleine week geleden ontmoet heb. We hebben elkaar de laatste paar dagen beter leren kennen in goede gesprekken. Hij is een mega gevoelige, analytische en een beetje filosofische denker met een scherpe blik en heerlijke humor. Hij heeft drie hele verschillende studies gedaan en weet op dit moment niet zo goed wat hij wil, qua werk, met zijn leven. Waar kies je voor als er zoveel verschillende (aspecten van) dingen interessant zijn? Moet je eigenlijk wel kiezen? We herkennen veel dingen in elkaar. Het is fijn om met hem te praten. Een soort erkenning door de herkenning. En daarbij heeft hij bloedmooie ogen.

Ik ben er!!

De laatste 4,7 kilometers gaan door de stad. Ergens in een barretje drink ik een espresso en een fles water en stuur ik een foto van mijn paspoort naar het hotel om de toegangscode te krijgen. Zonder de drinklijst op mijn oren, maar met de foto van Brian dicht tegen me aan loop ik het centrum in. Bij het plein met de fontein check ik nog even waar ik heen moet op de app, want ik zie geen enkele pijl meer. En dan is daar de poort naar het plein van de kathedraal, inclusief de doedelzakspeler gelukkig nog om 20.00 uur. Ik ben er!!

Moe moe moe

Er zijn nog mensen op het plein, maar als ik het zo bekijk is aankomen in Santiago sowieso een individuele ervaring. Ik ben vooral heel moe en moet daar wel van huilen. Andere emoties die ik denk te ervaren heb ik vermoedelijk bewust een beetje opgeroepen om er toch een emotionele belevenis van te maken. De kathedraal is indrukwekkend, maar de aankomst is voor mijn gevoel niet heel veel anders dan andere dagen. Ik plof aan de rand van het plein tegen een pilaar van een groot gebouw en een vriendelijke mevrouw hurkt even naast me om te checken of ik oké ben. Ik laat het even bezinken om vervolgens het thuisfront te laten weten dat ik er ben. Ik app Nadav en hij komt naar het plein, zit even naast me en loopt daarna met me naar m’n hotel. Ik kom onderweg mensen tegen die ik ken. Knuffels geven, foto’s maken, telefoonnummers uitwisselen. Nadav kan het niet laten om steeds te vertellen dat ik 45 kilometer gelopen heb, waarop iedereen met ontzag reageert wat ik lastig, maar stiekem ook wel fijn vind. Ik heb het gewoon geflikt. Ik ben klaar!

En nog veel meer…

Santiago is intens. Ik vier dat ik er ben. Met Sharon en de groep jonkies uit Orisson. Met Nadav en de hele toffe vrienden die hij vanmorgen ontmoette toen hij verkeerd liep in het donker en zij allemaal achter hem aanliepen en dus allemaal verdwaalden en samen de weg terug moesten vinden. Zulke fijne mensen! Maar ze gaan ook allemaal weer weg. De ene de volgende dag naar Finisterre, de ander een dag later met de bus. Het is geweldig en verdrietig tegelijk. En dat is nog maar het begin van drie intense dagen.

I am spiritual

  • Dag 35 of 197
  • Van Gonzar naar Palas de Rei
  • 17,3 km

Tot nu toe ben ik nog maar drie mensen tegengekomen die, net als ik, niet echt overenthousiast zijn over de diepgang onder de pelgrims. Het merendeel is hier gekomen, omdat ze het zo’n epic journey vonden en ze daar heel graag onderdeel van wilden zijn. Sommige mensen zijn hier vanwege religieuze redenen, maar dat is echt een klein percentage. Veel mensen zeggen dat ze niet religieus zijn, maar wel spiritueel. “I am spiritual…” wat het ook moge betekenen. Want het grappige is, als je mensen vraagt wat spiritueel zijn voor hen betekent, ze dat heel erg moeilijk uit te leggen vinden.

Caminocompetitie

Spiritueel zijn op de camino voelt als een soort excuus om hier met een goede reden te mogen zijn. Om de camino als epic te mogen ervaren. Om het groots en meeslepend te mogen vinden. Ik hoor veel ‘amazings’ and ‘fantastics’. En tegelijkertijd gaat het heel veel over hoeveel kilometers iedereen gelopen heeft, waar iemand gestart is, hoeveel dagen je al loopt, of je de standaard stages doet en als je minder dan de standaard doet, zoals ik, dan merk je meteen de verbazing of de vraag of er wat misgegaan is. Iemand die heel veel kilometers per dag loopt, laat dit altijd (subtiel of niet subtiel) aan zo veel mogelijk mensen weten. Iemand die de camino al vaker dan één keer gelopen heeft, laat dit ook altijd (subtiel of niet subtiel) weten om vervolgens alles uit te leggen wat hij meer denkt te weten dan eerste-keer-pelgrims. Er is veel competitie en people-splaining op de camino (ik ben er inmiddels wel achter dat er ook veel womensplainers zijn, dus noem het beruchte mansplaining nu liever people-splaining).

Diepgangcaminovrienden

Er is dus veel minder diepgang dan ik en die drie anderen gedacht hadden. In ieder geval komt het niet naar boven waar wij bij waren. En we waren toch redelijk verspreid over de camino. Het is natuurlijk niet erg, want het is wat het is. En wat een reis of tocht epic maakt is natuurlijk voor iedereen anders. Ik ben erg blij dat ik die drie anderen ontmoet heb in ieder geval. En voor de rest zit ik niet zo te wachten op algemene praatjes. Dus tegen de Amerikaanse dame in het stapelbedje tegenover me die twijfelt of ze in Santiago wil deelnemen aan de pelgrimsmis in de kathedraal omdat ze niet echt heel erg religieus is en niet in de rij wil wachten en aan mij vraagt of ik naar de mis ga, zeg ik nee ik ga niet want ik ben niet religieus, en ook niet spiritueel. Ik ga genieten van een biertje op het plein of ergens in een straatje en zoeken naar een paar van mijn diepgang vrienden.

En vandaag?

Vandaag? Goed gelopen. Lekker rustig aan. Uitgeslapen tot 7.30, ontbijtje in de albergue. Paar kilometer lopen, kopje koffie, even een fijn gesprek met diepgangcaminovriend Nadav, kopje koffie en alweer 17 kilometer dichterbij Santiago. Met een paar prachtige plaatjes onderweg. Via de whatsapp nog even een gesprek met Katie die twee dagen achter me loopt en in een locatie zit vol met veroordelende religieuze Amerikanen die op een of andere manier niet begrijpen dat ze als 42 jarige vrouw nog niet getrouwd is en kinderen heeft en in haar eentje de camino loopt en haar dus maar links laten liggen. Mijn tip van de dag: arrogant worden. Lekker laten lullen en van je af laten glijden. Makkelijker gezegd dan gedaan, dus stuur ik haar alle leuke, interessante en goede eigenschappen die ik van haar heb mogen meemaken op de camino om die arrogantie ook daadwerkelijk op te kunnen roepen. Het werkte voor mij de afgelopen dagen om vervelende mensen een beetje op een afstand van mijn gevoelsleven te kunnen houden. Ik hoop dat het haar ook lukt. Sowieso drinken wij samen een biertje in Santiago, Katie en ik.

Roos en Marit en de helse hitte

  • Dag 6 of 168
  • Van Pamplona naar Puente la Reina
  • 25 km

Als vroeg opstaan een zegen is

Het was weer een helse nacht. We hebben allebei geen oog dichtgedaan, want het was 35 graden in de slaapruimte. En, het metalen stapelbed kraakte als een dolle. Alleen al mijn voet verplaatsen leverde een angstaanjagend hard geluid op, dus je kan je voorstellen dat iedereen rechtop zat in z’n privé zweetzwembadje als ik me omdraaide. Vroeg opstaan was dus een zegen. Toen we vanmorgen om 05.30 uur Pamplona uitliepen was het al 26 graden. We werken even snel een heerlijk ontbijtje met koffie naar binnen bij een pastelaria, om daarna buiten de stad te genieten van de prachtige zonsopkomst over de glooiende heuvels van Navarra.

Gesloten

We waren eigenlijk van plan niet zo veel kilometers te lopen vandaag, om Marit zonder training niet te veel te belasten, maar ze loopt de eerste kilometers zo weg. Daardoor zijn we opeens al om 08.15 op de geplande locatie. Dat is wel heel erg vroeg. We besluiten in ieder geval twee dorpen verder te lopen (16 km ipv 11 km). En misschien zelfs wel naar Puente la Reina (totaal 24 km), zoals mijn beschermengel Philippe doet, die we onderweg weer tegenkomen. Twee dorpen verder wordt de warmte echter toch wel een uitdaging en onze voeten doen zeer. We gaan op zoek naar de hostel in het dorp. Als we er zijn, blijkt deze tijdelijk gesloten te zijn! Dat is beroerd, want we zijn gaar. De andere hostel in de buurt is vol. Shit! Nu moeten we toch door. De Deense vrouw die met ons meeliep, zit er doorheen en stelt voor een taxi te delen. Marit en ik willen echter niet met de taxi en lopen nog 4,8 km door naar Puente la Reina.

De zon doet zeer

Het is bijna niet te doen. We lopen vol in de zon. De hitte brandt pijnlijk op onze huid en de witte steentjes van het pad doen zeer aan onze ogen. Marits water is warm geworden, dus we delen het water uit mijn camelbag. Het voelt toch wel een beetje spannend, want het is 38 graden inmiddels. Het enige wat maakt dat ik niet ga twijfelen, is dat er voor en achter ons nog andere groepjes wandelaars lopen. En het lukt ons! We moeten nog één dorp door en een stuk langs een grote weg en dan zien we de eerste huizen van Puente la Reina en dan nuance het eind van straat een soort oase. Een barretje met mist-spray, koud water, bier en chipjes. Het blijkt een herberg. En er is plek! We hebben een tweepersoons kamer met eigen douche en airco! Ik zou het voor vakantie nooit boeken, maar nu… wat een luxe!