Hard werken

Het overzicht kwijt

Ik heb altijd heel hard kunnen werken. Mijn hoofd kon de planning van vier agenda’s onthouden: werkagenda, privé-agenda, de agenda’s van mijn kids en soms die van de bonusmopsies. Op mijn werk had ik volle focus, zowel op de grote lijnen als op de details en de strategische, tactische en praktische te zetten stappen. Ik kon met behulp van mijn lijstjes zorgen dat het huishouden thuis ook draaide en organiseerde de kinderen in de juiste richting. Ik wist wat er speelde. Het voelde wel als hard werken en heel veel ballen in de lucht houden, maar ik had het overzicht. Het afgelopen jaar was ik dat overzicht totaal kwijt. Ik had al moeite om mijn eigen agenda te overzien, laat staan die van Rootz en de kinderen. Ik had wel ingecalculeerd dat ik na het overlijden van Brian mijn energie een tijdje kwijt zou zijn. Ik had echter niet geheel overzien dat ik ook mijn focus een scherpte zou verliezen. Nu pas, nu ik denk dat het terug is, zie ik wat de impact op mijn functioneren was van het ziekteproces en overlijden van Brian.  

Geleidelijk proces

Stap voor stap nam het ziek zijn en sterven van Brian plaats in in ons leven. Stap voor stap komt er ook weer ruimte voor hoe ik daarvoor functioneerde. Dat het zo’n geleidelijk proces is, zorgt ervoor dat ik niet altijd goed door heb (gehad) hoe groot het eigenlijk was (en is). Elke stap vooruit voelde vooral positief. Als mensen vroegen: “Hoe gaat het met je?” Zei ik: “Goed!”, want ik had altijd wel weer een stapje voorwaarts gezet, hoe klein ook. Vrijwel direct na de uitvaart heb ik werkzaamheden in Rootz opgepakt. Dat was een stapje. En ik heb natuurlijk heel veel stappen gezet tijdens de camino. Ook iets wat gewoon lukte. Hoewel ik natuurlijk moe en verdrietig was, voelde het eigenlijk altijd wel alsof ik het in de hand had. Heel gek om achteraf te zien hoe moeizaam het eigenlijk ging.

Twee Yvjes

Iets meer dan een half jaar na het overlijden van Brian, moest ik een stap zetten. Ik moest bedenken hoe ik Rootz Gallery kon laten bestaan en ook mijn werkzaamheden als projectleider bij gemeentes weer kon oppakken. Ik kon het niet allebei, dat was te veel. Samen met de twee Yvjes in mijn leven heb ik hiervoor een plan gemaakt. Yvonne, die ik eigenlijk nooit Yvje noem, omdat dat totaal niet bij haar past, is mijn boekhouder. Ze begrijpt niet alleen de cijfers en belastingsores, maar ook mijn scherpe humor en een heleboel van mijn emoties. Ze zet haar levenswijsheid in op momenten dat ik twijfel. bijvoorbeeld aan mijn ondernemersvaardigheden. Met haar no-nonsense reacties helpt ze me herinneren dat ik al zo’n twee jaar gewoon een ondernemer ben en ik het goed doe. Ik ben dol op haar. Ze is fijn nuchter, lief stoer, heerlijk recht-door-zee en ze werkt heel erg hard. En Yvette, die ik wel vaak Yvje noem. Zij werkte de eerste drie jaar van het bestaan van Rootz op zaterdag in de galerie. Zij en Brian waren een sterk team. Yvette heeft verstand van niet-westerse kunst en veel liefde voor Rootz. Ze is eerlijk, ongefilterd, loyaal, slim en moker lief. Daarnaast is ze een wonder in plannen en organiseren. En ook een hele harde werker. 

Blij met Yvje

Over hard werken gesproken

Toen ik wist dat ik mijn advies- en projectleiderswerk weer wilde oppakken, maar geen idee had hoe ik Rootz daarnaast moest runnen, heb ik met de Yvjes overlegd. We besloten dat Yvette de floormanager van Rootz ging worden. Yvonne werkte met mij de voor- en nadelen uit en rekende het door. Yvette en ik schetsten een toekomstperspectief en zij had het lef om de stap te zetten. En nu is ze in Rootz mijn steun en toeverlaat, sparringpartner, agenda-beheerder en soms mijn geheugen wanneer ze me bijvoorbeeld, vlak voordat we voor inkopen naar Marokko vertrekken, nog even influistert dat ik die drie dingen in mijn koffer moet stoppen waarvan ik de dag ervoor tussen neus en lippen door gezegd had dat ik ze niet moest vergeten. Samen met Yvette heb ik het besluit genomen om met het winkeldeel te stoppen. Zij maakt ons zichtbaar op Instagram. En pas geleden heeft ze de webshop gemigreerd naar een andere provider. Een bizarre klus met handelingen, termen en afkortingen waar ik helemaal niks van begrijp. Ze regelt dat gewoon. En het is prachtig mooi geworden. Check het even op www.rootz.gallery! Zo de toekomst van Rootz verankeren en het mogelijk maken om weer voor gemeentes aan de slag te gaan, was een stapje.

Grip

Ik heb graag het overzicht. Ik wil kunnen inschatten wat er gaat gebeuren en of ik ergens op moet anticiperen. Dan weet ik dat er niks mis gaat. Ik werk al mijn hele leven met to-dolijstjes, omdat ik dan in de complexe hoeveelheid werk niks laat liggen. Als ik geen lijstjes maak, bedenk ik zodra ik in bed lig wat ik allemaal niet moet vergeten en slaap ik voor geen meter. Het afgelopen jaar echter boden mijn to-dolijstjes geen uitweg. Ik had een soort zwarte gaten in mijn hoofd waar informatie in leek te verdwijnen. Mijn geheugen werkte niet meer. Soms wist ik echt niet meer dat iets al aan me verteld was en ik vergat steeds opnieuw wat de kinderen gepland hadden. Ik weet natuurlijk rationeel dat zo’n life-event als het overlijden van je grote liefde impact kan hebben op je functioneren, maar het is toch gek om te ervaren hoe je geheugen je in de steek laat. Het maakte dat ik aan mezelf ging twijfelen. Zou het nog goed komen? Het was hard werken om de grip niet te willen hebben. 

Scherpte

Ik ben dol op de scherpte in mijn hoofd. Het kenmerkt me: logisch nadenken en dingen aan elkaar verbinden. Maar ook de scherpte was ver te zoeken. Dat werd me vooral duidelijk toen ik weer voor een gemeente aan de slag ging vanuit Hoedan, mijn eigen advies en projectleidersbureau. Een niet al te ingewikkelde opdracht in een middelgrote gemeente met fijne mensen. Maar wat ging het moeizaam de eerste periode. Ik kreeg er niet goed vat op, mijn focus was wazig en mijn energie beperkt. De grote lijnen verdwenen in de details en de details waren een soort soep van grote lijnen. De eerste twee maanden was ik rond 15.00 uur compleet gesloopt en het lukte me niet om op één dag te schakelen tussen Rootz en de gemeente. Nu kan ik niet helemaal mijn brein alleen de schuld hiervan geven, want mijn collega projectleider had er ook moeite mee in het begin. Er was ook nog wel wat focuswerk te doen in de organisatie zelf, maar ik ben gewend dat ik dat sneller helder heb, kan benoemen en in de hand heb. Het was hard werken om grip te houden.

Impact

Eigenlijk merkte ik dus pas hoe moeizaam het was geweest, toen ergens in mei mijn focus weer aan ging. We organiseerden een sessie met stakeholders en hun input en energie zetten bij mij een knop om. Toen ik daarna ging werken aan het eindproduct, kon ik opeens weer de grote lijnen en de details met elkaar verbinden. Ook lukte het om het tactische praktisch in te zetten om op strategisch vlak resultaat te krijgen. Wat voor mij altijd zo normaal was, was weer terug. Scherpte, inzichten en logische verbanden. Het lukte me ook weer om verschillende dingen op één dag te doen. Ik kon een paar uur werken voor de gemeente, even wat bij Rootz regelen, mijn kinderen horen over hun dag en wat aan het huishouden doen. Het lijkt zo simpel, maar dat was het lange tijd niet. Dat besef overviel me een beetje. Ergens had ik bedacht dat mijn gebrek aan scherpte en focus los stond van alles wat er gebeurd was en dat het niet beter zou worden. Ik heb gewoon niet goed doorgehad hoe groot impact van het overlijden van Brian was op mijn algehele functioneren. 

Door de wind, Seven Sisters (reisje in 2018 naar zuid-oost Engeland met Brian)

Zo dus

Dus ik heb een stapje gezet in het geleidelijke terugkeerproces: mijn scherpte is er weer. En dan nu lekker hard werken! Bij Rootz mooie items verkopen, met Yvette en de andere medewerkers, die allemaal ook heel hard werken. En vanuit Hoedan, mijn eigen advies- en projectbureautje, gemeentes helpen bij het ‘hoe dan’ van hun ambities. Dat is altijd hard werken. En tussendoor lekker genieten van vier gezellige kinderen, mijn familie, vrienden en van Ben (die niet meer als een WenBen voelt, maar lief, gezellig en stevig rondstiefelt in mijn leven). Er volgen vast nog meer stappen in het rouwproces. Blijkbaar zie je het soms pas achteraf. Ook dat blijft hard werken.

Wenliefde

De hoge bergen en diepe dalen

Lange tijd was ik ervan overtuigd dat de mooiste liefdes zo pats boem voor je neus staan en dat je dan verliefd bent vanaf de eerste blik die je uitwisselt. Dat je het meteen weet: dit is for ever ever. Na een eerste gesprek of een eerste keer zoenen was ik al verkocht. Ik maakte er hele lovestories van. Het was altijd wel een beetje ergens op gebaseerd, want er was een klik of een fijne spanning, maar mijn romantische hoofd bedacht er meestal veel te veel omheen. Regelmatig ben ik op deze manier verliefd geweest. Lichtelijk overenthousiast rende ik in sneltreinvaart met open ogen het ravijn in. “Daar ga ik weer…” dacht ik dan, “Doe nou niet!”. Maar ik zat er al in, om er vervolgens teleurgesteld, in stukjes en moe van mezelf weer uit te moeten klimmen. Je begrijpt, mijn liefdesleven kent hoge bergen en diepe dalen. Hoe vermoeiend.

Mijn nieuwste kunstwerkje, gemaakt door Suski (Susan Sinderinck) van Gallery Younik in Arnhem. Heel typerend…

De wenliefde

Misschien verbaast het je, maar aan mijn grootste liefde tot nu toe heb ik echt een beetje moeten wennen. Het voelde meteen heel fijn met Brian, maar ik was niet direct knetterverliefd op hem, terwijl hij wel knetterverliefd was op mij. We liepen vanaf dag één hand in hand, maar ik voelde me niet onmiddellijk fysiek tot hem aangetrokken. Ik was ontzettend op mijn gemak bij hem, maar ik maakte me ook een klein beetje zorgen of ik me ook zo op mijn gemak zou voelen als mijn vrienden hem zouden ontmoeten. Brian was soms een beetje een directe flapuit met onbenullige uitspraken en ongenuanceerde opmerkingen. Ik moest even aan hem wennen. Achteraf voelt dat wenmoment een soort van verwaarloosbaar. Ik was het zelfs een beetje vergeten. Het zat vervolgens namelijk zo ontzettend goed tussen ons en ik maak dus liever van die mooie liefde-op-het-eerste-gezichtverhalen in mijn hoofd… Bovendien, over de doden niets dan goeds, dus na zijn dood was het alleen maar groots en meeslepend fantastisch. Maar het was er wel, het wenmoment. 

Brian en ik in Maastricht in 2015, hand in hand, zoals altijd

Opnieuw

Aan het begin van de relatie met Brian, maakte dit me een beetje in de war. Het voelde soms als lichte twijfel: “Klopt dit wel? Moet ik niet hoteldebotelvlinders voelen? Wil ik niet gewoon te graag een relatie? Is dit een goede basis of ben ik weer aan het settelen?” Maar voor ik het wist, was ik daar doorheen en waren we een superstel, compleet op elkaar ingespeeld en met heel veel liefde en respect. Het had een beetje tijd nodig om uit te groeien tot iets moois. En dan zou je denken dat ik dus niet per se meer in die liefde-op-mijn-eerste-indruk-vol-fantasievolle-toekomstplaatjes-hoofd-op-hol-valkuil zou stappen en dat ik de wenliefde wat meer kans zou geven. Maar ja… ik was dus vergeten dat Brian een wenliefde was en dat dat ook een optie is. Gek hoe dat werkt. Want nu staat er toch weer eentje voor mijn neus, zo’n wenliefde. Ik heb namelijk een man ontmoet. Een ultiem lieve, vrolijke, sportieve, slimme en een tikkie overenthousiaste man die heerlijk veel tegen me aan kletst, naar me luistert en lieve dingen zegt. Ben heet hij. We hebben een fysieke en een mentale klik, Ben en ik. We delen lol en verdriet samen. We kletsen wat af en we voelen ons heel erg op ons gemak bij elkaar. En toch moest ik even aan hem wennen. Ik was niet meteen hoteldebotel verliefd… Ik zag pas na een paar ontmoetingen dat hij hele mooie ogen heeft. Ik merkte pas na een paar afspraakjes dat de taalfouten die hij maakt niks te maken hebben met zijn intelligentie. En toen hij na een paar dates wat kalmer en minder springerig werd, begon ik die enthousiaste energie juist te waarderen. Hij is huisarts, een beetje een a-typische, en het is mooi om te zien hoe hij intens geniet van mensen en de interactie met mensen. Hij kan prachtig vertellen over zijn werk. En hij is dol op mij.

Groot geaderd witje, in Nederland een dwaalgast (123RF)

De rem van rouw

Zo kom ik er dus opnieuw achter dat verliefdheid ook kan groeien. Zij het dat het dit keer wel wat complexer is. Ik heb namelijk bagage en die voel ik ook. Het remt af. Het is relatief kort geleden dat Brian overleed en opnieuw verliefd worden voelt een beetje verwarrend. Ondanks dat Brian me heel duidelijk gezegd heeft dat ik op zoek moet gaan naar een nieuwe liefde en ik dat rationeel ook heel erg met hem eens ben, voelt dit toch anders dan het flierefluiten van de afgelopen periode. Zodra ik mijn gevoel toelaat voor deze fijne man, voor Ben, voelt het alsof ik tegelijkertijd een gordijntje dichttrek voor Brian. Rem… Als ik Ben schatje noem of liefie, klinkt het alsof die woorden nog vastzitten aan Brian. Rem… En als ik aan anderen vertel, zo af en toe inmiddels, dat ik iemand ontmoet heb waar ik veel gevoel voor heb en die me blij maakt, voel ik me toch een beetje een oplichter. Niet omdat mijn gevoelens niet echt zijn, maar omdat het dan opeens voelt alsof ik Brian vervang met Ben. Alsof ik Brian verraad… En rem! 

Op de rem… (123RF)

Mijn relatie met Rouw

Toen Brian overleed, eindigde onze relatie. In plaats daarvan ontwikkelde zich een relatie met het verdriet om Brian. Rouw en ik kregen verkering. We deden een tijd lang alles samen. Vooral aan het begin waren we heel klef en voor de buitenwereld waren we duidelijk een stel. Later kwam er iets meer ruimte in onze verhouding. Zo kon Rouw het de afgelopen maanden prima hebben dat ik nieuwe contacten opdeed in de datingwereld. Dat was niet bedreigend. Zelfs een wat serieuzere flirt met Drenthe was goed te hanteren voor Rouw. Maar nu ik Ben ontmoet heb, is het allemaal wat lastiger. Naast het gevoel dat ik Brian meer op afstand zet, heb ik ook nog eens het gevoel dat ik het verdriet bedrieg als ik blij ben met Ben. Het remt af en dat afremmen is verwarrend aan het begin van een relatie. Het voelt alsof het niet mag, van mezelf, van Rouw en ten opzichte van de buitenwereld. En dat terwijl ik ook nog aan het wennen was aan wat wat ik allemaal voel voor Ben. Het maakt dat ik me dubbelop niet helemaal onbevangen in een nieuwe relatie kan storten.

Het gedenkhoekje voor Brian in mijn slaapkamer, met een tekst van Judith Agaath

Ruimte om te wennen

Als ik er zo van een afstandje naar kijk, realiseer ik me dat het bij het proces hoort. En bij een wenliefde. En Ben, die overigens nieuwsgierig is naar Brian en al mijn blogs aan het lezen is en dat mooi vindt en vindt dat ik een boek moet schrijven en die veel begrip heeft voor mijn emoties en steeds meer lieve dingen zegt en veilig en vertrouwd voelt en zich, in tegenstelling tot Rouw, wel een beetje bedreigd voelde door mijn eerdere geflierenfluit en flirts met Drenthe, maar daar steeds minder last van heeft omdat hij zich ook veilig en vertrouwd gaat voelen bij mij en die me meteen belt als ik verdrietig ben en mij niet belt als hij verdrietig is (omdat hij dat toch net niet stoer genoeg vindt ondanks dat hij zich steeds meer veilig en vertrouwd gaat voelen bij mij) en blij wordt van elkaar spreken en zien, geeft heel veel ruimte aan dit proces. Het mag er zijn al dat ingewikkelde gevoel. Hij laat me gewoon wennen, mijn WenBen. Hoe bijzonder is dat? Dus sorry Rouw, ik maak het uit. We blijven goede vrienden, maar ik wil geen verkering meer. Ik heb verkering met Ben.  

Allemaal ruimte om me heen…

Ingrediënten van een rouwproces

Het proces van rouwen om Brian heb ik, vaak bewust en soms onbewust, gevuld met allerlei ingrediënten die me helpen om verder te kunnen met mijn leven. Al die verschillende ingrediënten zorgden er samen voor dat ik sta waar ik nu sta. En ik ben er nog niet, maar er zijn ook nog heel veel verschillende ingrediënten over. Zoals flink van me af slaan en schoppen…

Vriendschap als ingrediënt

Een paar maanden voor het overlijden van Brian maakten we met onze vrienden en familieleden een kookschema: twee keer per week kookte er iemand bij ons en at dan ook gezellig mee. Het zorgde bij mij voor minder druk en bij hen voor een vanzelfsprekende betrokkenheid bij het ziekteproces van Brian, wat anders veel moeilijker ontstaan was. Na Brians overlijden hebben we het schema nog een tijdje aangehouden. Allemaal lieve vrienden die hier kwamen koken, eten, luisteren en afleiden. En wisten wat er zich bij ons achter de deur had afgespeeld. De oprechte warmte die ik daarin voelde, was helend.

Daarnaast waren er ook de mensen die in Rootz werkten en zich inzetten met al hun liefde voor het bedrijf. Ze waren ondersteunend naar mij toe en hielden daar de boel draaiende terwijl ik in stukjes was. Waar vind je nog zulke mensen. Het voelde bijzonder.

De camino als ingrediënt

Ook de camino was een belangrijk onderdeel van het rouwproces. Met alle voorbereidingen had ik een concreet doel en verzandde niet in leegte. Ik las over de route, kocht de juiste spullen en plande de reis. Hersentraining voor een hoofd dat op dat moment niet heel veel aan kon. Door het trainen was ik fysiek bezig en kwam ik veel buiten. Ik leerde dat wandelen en je ogen langs het landschap in de verte laten gaan een soort EMDR-effect heeft, een therapie voor traumaverwerking waarbij je ogen van links naar rechts gaan om vervelende herinneringen een plek te geven. Bovendien was het alleen zijn in de natuur af en toe een goed moment om heel hard te huilen. Het deed zijn werk.

De camino zelf bleek echter het grootste bewust geplande ingrediënt van mijn rouwproces. Tijdens de tocht der tochten hoefde ik alleen maar de focus op het lopen en mezelf te hebben. Door deze rust, maar ook door de mensen die ik tijdens de camino leerde kennen en de goede gesprekken met hen, kon ik mezelf weer meer centraal zetten na de grote wirwar van emoties, verantwoordelijkheden, aandachtsverdeling en zorg. Het buiten zijn, de prachtig mooie omgeving en de fysieke uitdaging… heel helpend. En ik ontdekte dat ik toch wel een sterke behoefte heb aan fysieke uitdaging en dat ik het heerlijk vind om daarin mijn grenzen te verleggen. 

Toeval of niet…?

En toen ontmoette ik in december, compleet toevallig in zomaar een supermarkt in Deventer, een oud collega die ik een paar jaar niet gezien had. “Roos, toch…?” vroeg ze. Ik herkende haar niet meteen, want ze had een transformatie ondergaan waar veel gemeentes nog een puntje aan kunnen zuigen. Lotte. Zij en ik hebben in één van mijn eerste gemeenteopdrachten met heel veel plezier samengewerkt aan een transformatieopgave. Ze had een creatief brein. Vanuit haar eigen bedrijf liet ze allerlei ideeën op gemeentes en welzijnsorganisaties los en ze kon ze ook nog in structuren uitrollen. Toen zat ze echter niet lekker in haar vel, maar nu is dat duidelijk totaal anders. Ze straalt en zit vol energie en zelfvertrouwen. Ze heeft een boel dingen in haar leven omgegooid, vertelt ze, én ze doet aan kickboksen. Ze deed dat vroeger al en was er jarenlang totaal niet meer mee bezig. Maar ze is er weer mee begonnen en wordt er heel blij van. Ze geeft zelfs les op een kickboksschool in het buitengebied van Twello. Ik ben gefascineerd en besluit nog diezelfde avond dat ik ook ga kickboksen, bij Lotte. 

Kickboksen

Een beter besluit had ik niet kunnen nemen. De ontmoeting met Lotte was voor mijn gevoel niet toevallig. Het was precies wat nodig was. Na de camino wilde ik geen tochten meer lopen, want zo zonder doel een beetje de natuur in… niks voor mij. Maar mijn lichaam was sterk van het wandelen en ik wilde dat niet kwijt. Dus ik zocht naar een sport waar ik mijn kracht kon opbouwen, mijn energie in kwijt kon én energie van zou krijgen. Een sport die me uitdaagt, waar ik mijn grenzen moet verleggen, maar waar ik me ook thuis voel… Ik dacht altijd dat kickboksen voor opgepompte, zweterige spierbundels met agressieproblemen en primaire reacties was en dat je dan in zo’n zwartgeschilderde garagebox met touwen en tractorbanden aan de slag moest. Of dat vrouwen met strakachterover getrokken gel haar en zwartgelakte nepnagels in glimmende boksbroekjes je met hun veel te korte lontje alle hoeken van zo’n doodenge ring zouden laten zien.

Maar niets van dat alles. Vanaf het eerste moment dat ik de Rebel Box van Hella’s Kickboxing en Coaching binnenliep, was ik om. Licht, hartelijk, groen en heel erg welkom. Maar ook rete-fanatiek, technisch uitdagend en fel coachend. Hella en Lotte zijn superchicks met passie voor wat ze doen en ik hou ervan.

Het kickboksen blijkt een fantastische combinatie te zijn van werken aan spierkracht, conditie en techniek. Ik train mijn hele lichaam, voel aan alle kanten spieren waarvan ik heus wel wist dat ik ze had, maar die ik even kwijt was. Ik word er elke keer helemaal blij van. Zelfs als ik me niet fit voel, ga ik er met plezier naar toe. En ik kom altijd weer energiek (en goed moe) terug. Als ik verdrietig ben of frustraties voel, is het gecontroleerd van me af meppen en schoppen een hele nuttige bezigheid. Ik ben even met niks anders bezig. Ik kijk die bokszak dreigend aan en ram er vervolgens flink op. Het helpt. Het focust. Het geeft ruimte. Een goed gevoel. En een goed lichaam. Een belangrijk ingrediënt in het rouwproces en voor alle andere moeilijk momenten in het leven. Het is precies wat ik nodig heb.

Clichés

De diepgang van een meerkoet

Ik houd niet van clichés. Ik weet eigenlijk niet zo goed waarom. Ze geven me denk ik het gevoel dat ik voorspelbaar ben. Clichés hebben de diepgang van een meerkoet. Die beesten houden zoveel lucht vast onder hun veren dat, als ze zichzelf onder water proberen te plonsen, ze binnen een paar seconden als een badeendje weer boven het wateroppervlak uit ploppen. Mijn gevoel blijft vaak wat langer en dieper onder water. Hoewel er vaak een soort waarheid in een cliché zit, gaat die dus meestal in combinatie met mijn gevoel toch net niet op. Ik voel me er een beetje standaard door en ik houd ook niet van standaard. Standaard is eveneens voorspelbaar. 

Uit de routine

Misschien houd ik dus gewoon niet van voorspelbaarheid? Maar dat klopt ook niet helemaal. Nou, tot op een zekere hoogte. Ik heb denk ik een haat-liefde verhouding met voorspelbaarheid. Ik trek het niet als ik totaal niet weet waar ik aan toe ben. Daar word ik onrustig van. Zo plan ik mijn vakanties zorgvuldig: ik zoek de allerbeste locatie voor de meest redelijke prijs en weet welke mooie plekken er te bezoeken zijn op de plaats van bestemming. Ik ben ook heel lang in loondienst blijven werken, omdat ik financiële zekerheid wilde, terwijl werken als zzp’er misschien wel beter bij me paste. En ik heb er altijd wel moeite mee als iets op het laatste moment toch anders gaat dan ik het had bedacht. Maar te veel voorspelbaarheid trek ik ook niet zo goed, want dan wordt het saai en daar krijg ik ook onrust van. Dus mijn langste dienstverband was zes jaar en toen was ik al anderhalf jaar onrustig op zoek naar een andere baan. En dit jaar had ik bijvoorbeeld de behoefte om op Oudjaarsavond niet voorspelbaar op de bank te zitten met oliebollen op tafel en de oudejaarsconferentie op televisie. Dus ik ging naar een feest met twee mensen die ik nauwelijks ken. Ook ga ik liever niet meerdere keren naar één reisbestemming, dus dit jaar wil ik naar India, want daar ben ik nog nooit geweest. Misschien…, moet ik er wel bijzeggen, want daar komt de haat-liefde verhouding weer om de hoek kijken: India is wel heel onvoorspelbaar. Maar clichés… ja daar kan ik fel op reageren.

Bakerpraatjes

Tijdens mijn zwangerschappen bijvoorbeeld deden mensen steeds voorspellingen of ik een jongen of een meisje zou krijgen aan de hand van de vorm van mijn buik. Hele serieuze gesprekken kon dat opleveren tussen mensen. Zogenaamde bakerpraatjes. Ik zat er vaak met opgetrokken wenkbrauwen en kromme tenen naar te luisteren. Ook de aanname dat je het als vrouw allemaal fantastisch leuk vindt: zwanger zijn, baby’tjes in de wieg, moederen… dat je het moeilijk vindt als je je kind voor het eerst naar de kinderopvang brengt… Gek werd ik ervan. Opstandig ook. En geïrriteerd. Nog steeds. Waarom zeggen mensen dat soort stomme dingen? Waarom vragen ze niet hoe je er in zit in plaats van zo’n cliché op je te plakken? Ik ontwikkelde een soort van anti-houding tegen roze-wolkouders. Ik vond het heerlijk dat ik na drie maanden babygeprut weer aan het werk mocht en iemand anders af en toe de toch wat inperkende zorg voor de kleine hummel had.

Het cliché van de vader-dochterband

Rondom het overlijden van mijn vader kwamen er ook veel cliches langs. Aannames eigenlijk die invulling gaven aan mijn emoties zonder echt te weten hoe de band tussen mij en mijn vader was. Mensen projecteren vaak hun eigen gevoelens op de emotionele gebeurtenis van een ander. Dus er werd geconcludeerd dat de vader-dochterband bijzonder is, dat ik hem dus heel erg miste en dat ik wel heel erg verdrietig moest zijn. “Wat verschrikkelijk, je zal hem vast heel erg missen. Hou vol hè…” Maar ik sprak mijn vader soms maar twee of drie keer per jaar en omdat hij de laatste twaalf jaar van zijn leven erg gefocust was op zijn nieuwe leven met zijn vriendin, die ik wel graag mocht overigens, had hij weinig ruimte voor mijn broer en mij. Er was wel een band, maar die was meer vanuit vroeger en werd niet met woorden of gedrag in stand gehouden. Het was er gewoon, omdat ik er zo rond mijn 16e achter kwam dat ik mijn vader echt graag mocht. Ik denk dat dat andersom ook zo voelde voor hem, maar helemaal zeker weten doe ik het niet. Ik neem het aan, als het cliché dat vaders vaak heel veel van hun dochters houden.

Mijn vader, Wouter

Kerstclichés

Ook na Brians overlijden kom ik clichés tegen, hoewel het me tot nu toe ernstig is meegevallen gelukkig. De periode met feestdagen is echter een uitdaging als je niet van clichés houdt. Sowieso al, maar ‘de eerste kerst zonder Brian’ maakt dat veel mensen me een hart onder de riem willen steken. Het is lief en fijn dat mensen aan me denken en toch vind ik het moeilijk. Dat komt door die cliché-irritatie. Brian en ik hadden allebei niet zo veel met kerst en oud en nieuw. Te veel prikkels. Het waren niet de dagen dat wij blij waren als stel. Dus ik miste Brian niet met kerst. In ieder geval miste ik hem niet rondom de gezelligheid. Wel een beetje als mijn maatje in het samen niet zo van kerst houden. Ik miste hem niet met oud en nieuw. Ik had genoeg afleiding. Ik miste Brian toen ik de kerstboom had leeggehaald, de kerstversiering de schuur in was en het huis weer in de ‘terug-naar-het-normale-leven-stand’ ging. En ik had pas ruimte voor mijn eigen emoties toen er op 4 januari niemand in huis was. Even niet andermans emoties die ik toch nog steeds met voorrang mijn belevingswereld laat bezetten. “Claim ruimte voor jezelf!” schreef Brian met hoofdletters in ons boekje. En ik weet dus nog steeds niet zo goed hoe. En dat wordt zo langzamerhand ook een beetje een cliché…

Illustratie Francine Oomen, uit “Oomen stroomt over” (2017), Nijgh & Van Ditmar

Warme sokken, sneeuw en het gewone leven

Mijn hoofd werkt associatief. Dat betekent dat ik gemakkelijk en snel de ene gedachte met de andere verbind. Of dat een bepaald beeld een hele trein aan gedachten oproept. Ik zie en doorzie onderlinge verbanden snel en bekijk zowel de afzonderlijke delen als het totaalplaatje. Dat mijn hoofd zo werkt, leerde ik toen ik aan het begin van mijn loopbaan bij de sociale werkvoorziening van Deventer werkte als re-integratieconsulent.

De afdeling waar ik werkte was nieuw en in een half jaar gegroeid van 1 naar 30 medewerkers. Het was een organisatorische chaos. Voor mij was het al vrij snel overduidelijk waar dat vandaan kwam en wat er moest gebeuren, maar het lukte me maar niet dat duidelijk te krijgen bij anderen. Er werd eindeloos veel geklaagd en gemopperd op de werkvloer en er werd gepraat in wij (de werkvloer) en zij (het management). Het management had een soort van de kop in het zand gestoken en mopperde net zo hard in ‘wij’ en ‘zij’ als de medewerkers. Ik snapte niet wat de anderen niet begrepen. Het was zo helder waar het misging en toch praatten we niet met elkaar. Ik was relatief jong, ergens begin 20, het was mijn tweede baan en mijn teamleider was een beetje een directe, scherpe Twent van een jaar of 50. Hij was de eerste persoon die me duidelijk maakte dat mijn brein vaak wezenlijk anders werkt dan dat van anderen. Hij legde me uit dat ik te snel ging en voor de troepen uit liep. Ik moest mensen stapje voor stapje meenemen in mijn gedachtengang, legde hij uit. 

Mezelf begrijpen

Ik had toen echt nog geen idee hoe ik dat moest doen, omdat ik ook geen idee had waar het in mijn hoofd begon anders te werken. Het voelde gek dat mijn hoofd sneller zou gaan dan dat van anderen. Zo had ik het nog nooit bekeken. Ik vond mezelf meestal een beetje een suffig, gemiddeld, traag en een niet al te snugger typje. Zijn opmerkingen waren echter het startpunt om mezelf beter gaan begrijpen. Inmiddels weet ik dus dat ik associatief denk en de kleinste details in een logisch geheel kan puzzelen, maar ook weer heel snel los kan laten of aan kan passen als het niet blijkt te kloppen. Het is een kenmerk van hoogsensitiviteit. Brian had het ook. Net even op een andere manier, met een hoofd dat veel meer feiten kon opslaan, maar hij had het snelle denken en het logisch redeneren ook heel sterk. Dat maakte het heel makkelijk om met elkaar te praten.

Ik heb iets met bomen, hier met elkaar in connectie zowel boven als onder de grond (@GerraldSuurd)

Warme sokken

Deze associatieve manier van denken maakt ook dat een bepaalde gebeurtenis of een bepaald beeld een sterke herinnering oproept, met bijbehorende sfeer en gevoelens. Een trein aan herinneringen… (of pop-ups, zoals ik ze in een eerdere blog al noemde). Mijn associatieve hoofd zorgde deze week opnieuw een paar keer voor zo’n herinneringentrein. Door het koude weer en de lagere temperatuur in huis, vanwege klimaatproblematische redenen, besloot ik de warme wintersokken weer uit de kast te halen. Nou ja, eerlijk gezegd lagen ze niet in de kast, maar nog steeds onder de stoel in mijn slaapkamer waar ik ze sinds maart niet meer had aangeraakt. Brian en ik hadden allebei deze merinowollen huissokken. En toen ik ze van de week redelijk gedachteloos had aangetrokken en ermee door het huis slofte, denderde plotseling de trein vol herinneringen voorbij. Hoe Brian eerst mijn merinowollen huissokken jatte, ondanks dat hij zei dat ze te grof waren voor zijn gevoelige voeten. Tot ik voor hem een maatje groter bestelde en hij alleen nog maar op die sokken door het huis liep. Hoe hij met een kopje koffie (latte machiato), zijn telefoon en de net iets te grote warme sokken aan zijn voeten op de gele stoel zat. Hoe hij in zijn slobberige joggingbroek en de sokken helemaal thuis in ons huis was. Hoe hij buiten op het Nepalese krukje even ging blowen tegen de rugpijnen, met de Noorse schapenwollen deken om hem heen en de warme sokken aan zijn voeten. Hoe hij op het ziekenhuisbed zat in de woonkamer en deze sokken zijn voeten warm hielden. Tot het laatst. Hoe ik zijn sokken uit deed toen ik hielp hem te verzorgen die avond na zijn dood. En hoe ik ze onder de stoel legde op mijn slaapkamer, waar ik ze dus van de week pas weer onder vandaan haalde en toen ik ze aan had de trein in gang zette.

Brian, 24 januari 2023

Sneeuw

Om bij het koude weer te blijven… de sneeuw van de week deed hetzelfde. Dinsdagavond vielen dikke sneeuwvlokken uit de lucht en er bleef tot aan woensdagochtend een klein laagje in de tuin liggen. De laatste keer dat het sneeuwde, was op 9 maart, de dag dat Brian overleed. Ik weet nog dat ik er boos over was (over de sneeuw… niet over dat hij dat besloten had euthenasie te doen). Brian hield niet van kou en van de winter. Hij was blij met zon en warmte. Ik had het hem gegund nog wat warme dagen te hebben. De dag na zijn overlijden liep ik met de hond buiten en toen opeens scheen er wel een lentezonnetje. Boos was ik. Maar misschien was het ook wel fijn voor hem om niet de wereld te verlaten tijdens een ontluikende lente, maar terwijl de wereld somber, koud en nattig was. Eerlijk gezegd was hij waarschijnlijk zo moe dat het een beetje langs hem heen ging allemaal. Maar het beeld deze week van de sneeuw op Brians favoriete palmboom in de achtertuin, die vreselijk in de weg staat als je je fiets wilt pakken, was vrij baan voor een herinneringentrein die me gruwelijk aan het huilen maakte. 

Sneeuw in de achtertuin, ooit

Het gewone leven

En als we dan toch aan het treinen zijn… vorige week ben ik weer begonnen in een nieuwe opdracht bij een gemeente via het bedrijf waar ik tijdens de laatste maanden van Brians leven werkte en die mij ontzettend gesteund hebben en ruimte gegeven hebben om dit proces met Brian te doorlopen zonder me druk te hoeven maken over werk. Het is lekker dichtbij en niet zo veel uur, dus ik kan het perfect combineren met Rootz en mijn drukke gezin. Inhoudelijk is het ook een leuke opdracht. Dus daar ging ik op maandag, met de trein, mijn werktas aan mijn schouder, nette schoenen aan, broodje mee de gemeentewereld weer in. Voor mijn gevoel begint met deze opdracht het gewone leven weer een beetje. Het is goed voor me om hiermee bezig te zijn. Er komt meer ritme in mijn week, ik heb een duidelijkere structuur en ik voel me nuttiger. Het voelt als vanouds, maar roept tegelijkertijd ook herinneringen op aan dat oude leven en ik voel de sfeer van hoe ik daarheen ging en weer thuiskwam bij Brian en hoe ik dingen met hem besprak. Hij is zo’n logisch onderdeel van die herinneringen dat het opeens ontzettend leeg voelde in mijn eentje. 

Met de trein naar m’n werk

Die momenten leiden tot pijnlijk verdriet, dat ik voel als een soort kramp in mijn maag, hart en hoofd. Een gemis dat moeilijk uit te leggen valt. Vaak met een jammerende huilbui tot gevolg. En ook soms toch ook een klein schuldgevoel over dat ik doorga met mijn leven en nieuwe dingen onderneem en dan niet altijd denk aan Brian. Soms ook bang dat ik vergeet hoe het was met hem. Dat ik er niet genoeg bij stilsta. En dan opeens dendert die trein langs en laat me even weten dat hij gewoon in mij rondhangt. Jammer van die rode ogen, maar wel gezond. Het is mooi en verdrietig tegelijk. 

Jan Mankes, Avondlandschap met maan, 1912

Ben ik te streng voor mezelf?

  • Dag 18 of 180
  • Van Hontanas naar Boadilla del Camino
  • 28,5 km

Hoe mijn hoofd werkt

Op mijn blog van gisteren kreeg ik van een paar mensen de reactie dat ik misschien niet zo streng voor mezelf moet zijn. Ik moest daar even over nadenken, maar dat gevoel heb ik zelf eigenlijk niet.

Het is vooral een denkproces. Zo gaat het vaak in mijn hoofd. Ik probeer te begrijpen wat er aan gevoelens in mij omgaat en soms, zoals nu, kan ik dingen niet goed duiden. Bijvoorbeeld waarom ik het gevoel heb dat ik niet vaak genoeg verdrietig ben om Brian. Want dat ben ik wel. Ik denk vaak aan hem, ik mis hem vaak en ik huil veel. Daarnaast weet ik ook echt wel dat ik niet de hele tijd in stukjes hoef te zijn. Ik mag ook gewoon doorleven, lachen en af en toe niet aan Brian denken. Zo werkt dat. Dat hadden Brian en ik ook afgesproken zo. En ik twijfel er niet over dat dat normaal is. En toch blijft dat gevoel terugkomen. Dat gevoel waar ik het gisteren over had. Dat ik actief met hem bezig moet zijn. Maar ik weet niet zo goed of dat wel is wat ik voel.

In het donker

Toen ik vanmorgen in het donker de eerste acht kilometer liep, heb ik daar eens goed over nagedacht. Dat is een mooi moment om zoiets te doen, want veel meer dan het lichtbundeltje van mijn hoofdlamp een meter voor mijn voeten zie ik niet. En ik was vroeg weg, want vanmorgen ging de eerste wekker om 05.30 uur. Niet mijn wekker, maar die van mensen die vervolgens meer dan een half uur bezig waren om hun hele tas in te pakken. Dat is echt vervelend. Regel dat lekker ‘s avonds!

Loslaten

Dus als het buiten donker is, is er geen afleiding. Ik kon dus fijn nadenken. Zonder streng te zijn voor mezelf, lieve mensen, ik hou gewoon van nadenken. Ik rondde mijn blog gisteren af met dat ik denk dat het iets met loslaten te maken heeft. En daar zit iets in. Wat ik misschien aan het doen ben, is proberen heel hard vast te houden aan het gevoel van ons samen en hoe fijn het was. Elke keer probeer ik dat gevoel van ons samen weer terug te halen door terug te denken aan alle mooie momenten, aan hoe Brian was toen hij er nog was en voordat hij heel erg moe en ziek werd, aan wat we samen hadden in het begin, in het midden en toch ook aan het eind. Ik wil dat gevoel blijven voelen, bij me houden. Voor altijd bewaren. Maar ik denk dat ik dat niet al te lang moet blijven doen.

Ik kan Brian wel in mijn hart houden en nooit vergeten. Natuurlijk ga ik hem nooit vergeten. Het ‘wij-zijn’ heeft me zoveel gebracht. Dat raak ik nooit meer kwijt natuurlijk. Maar dat wij wij zijn, het ‘ons-gevoel’… dat is er niet meer. Dat kan er niet meer zijn, want hij is er niet meer. Brian is geschiedenis, wij zijn geschiedenis. Dus dat het iets met loslaten te maken heeft zou wel eens zo kunnen zijn inderdaad.

Kamertje in mijn hart

Prima om me dat te realiseren. Het haalt wat druk af van het idee dat ik veel met hem bezig zou moeten zijn. Alleen nu op dit moment ben ik er nog niet aan toe om het los te laten, het wij-gevoel. Er moet misschien nog iets anders voor in de plaats komen wat ik nu nog niet voel of kan voelen. Ik ben niet echt streng voor mezelf. Je maakt mijn ‘processing’ live mee. Ik mag het ook gewoon nog willen vasthouden van mezelf, het wij-gevoel. Net zo lang tot ik denk, nu kan het… en dan laat ik het ballonnetje los. Of ik houd het anders vast. Maar nooit, nooit gaat hij weg uit het kamertje in mijn hart.

Ooit tekende Niels dit voor mij:
“Dit is mijn hart en jij zit daar in.”
Zoiets zal het zijn.

Lieve Brian

  • Dag 10 of 172
  • Van Viana naar Navarrete
  • 22,7 km

Lieve Brian

Ik vergeet soms dat het zo groot is. Heel vaak voelt het alsof je er nog bent, maar dan heel goed verstopt. Misschien doordat er nog zo veel samen-dingen zijn; ons huis, Rootz, alle moderne kunst, de ideeën en plannen die we samen hadden, ons ‘toewerken-naar-jouw-overlijden’ en onze ideeën over ‘hoe verder na jouw overlijden’. We bespraken alles samen, gingen het samen aan. En voor mijn gevoel is dat er allemaal nog. Er lijkt niks veranderd. En toch is alles anders. Alles! Ik vind je dood zo ongrijpbaar. En vandaag is zo’n dag dat het ten volle tot me doordringt.

Lopen in het donker

Vanmorgen ging ik vroeg weg en liep alleen. Tijdens het lopen ben ik heel veel met je bezig geweest. Daar was ruimte voor, want ik kwam niemand tegen onderweg. Het eerste uur liep ik in het donker. Dat vind ik iets rustgevends hebben. Ik heb veel teruggedacht aan de tijd dat je er nog was. Ik ben er even voor gaan zitten op een bankje onder een berk (ook omdat mijn voeten echt vet zeer deden). Tot nu toe heb ik dat nog niet zo veel gedaan, zomaar ergens random gaan zitten (zonder koffie of wc-optie). Het is aan de ene kant heel fijn om terug te denken aan de levendige jij; we hadden zo veel mooie momenten samen. Aan de andere kant doet het pijn; ik mis je zo verschrikkelijk en voel me enorm verdrietig. Maar ik doe dat wel bewust, aan jou denken. Want als er veel afleiding is, voelt het alsof ik er zomaar aan voorbij ga dat je er niet meer bent. Het voelt gek dat dat kan.

Berkenbankje

Ik ben vandaag veel bezig geweest met die ongrijpbaarheid van je dood. Ik kan het niet goed aan mezelf uitleggen. Dat je dood bent voelt zo groot, dat ik niet begrijp dat ik niet constant in stukjes ben of er continu mee bezig ben. Vaak praat ik nog over je in de tegenwoordige tijd. Het is ontzettend moeilijk te vatten. Ik leef, klets en lach gewoon verder. En toch, jouw dood voelt als een steen in mijn hart.

Ik en de bestemming van de dag op de achtergrond

Soms heb ik het gevoel dat je als een soort ballonnetje achter me aan zweeft. Dat je in alles wat ik doe op de achtergrond aanwezig bent. Maar soms is het ook gewoon leeg en somber en stil en saai. Tijdens de Camino loop je met me mee op verschillende manieren. Natuurlijk in mijn hoofd en mijn hart, door de puttertjes die ik tegenkom in kleine groepjes langs de kant van de weg, maar ook in items die ik bij me heb. Je foto hangt aan mijn tas. En het witte monstertje. Je grijparmde het omhoog uit die kermisattractie voor kleine kinderen in dat gare buitenwijkwinkelcentrumpje van Lissabon. En natuurlijk heb ik de ketting met je as om. Vandaag was een verdrietige dag. Je bent mijn lieve schatje. Ik huil om jou.

Ziet iemand de gelijkenis?