Mijn oudste zoon

Wat eten we vanavond

“Wat eten we vanavond?” Een veel gestelde vraag hier in huis de afgelopen tien jaar: Een vraag die bij mij nog steeds wat stress oproept, omdat het antwoord vaak gemopper, gezucht en geklaag veroorzaakte. Vooral bij Sven, die van jongs af aan veel dingen niet lekker vindt. Hij gruwelt van tomaat, al mijn zelfgemaakte soepen, sausjes over rijst of pasta en maaltijden waarvan hij niet kan onderscheiden wat erin zit. Het avondeten was voor hem vaak een uitdaging en niet iets om naar uit te kijken.

Groentenbouillon

Laatst stelde hij hem weer, die vraag. Het was even geleden, maar er sloop direct voorzichtigheid in mijn antwoord. “Courgette-spinaziesoep. Hoezo??” Ik zette me al schrap voor het antwoord, maar niets bleek minder nodig. “Zal ik dan even een verse groentenbouillon voor je maken, als basis voor de soep?” vroeg hij. Ik bleef even stil… Het was ten eerste een antwoord dat ik niet verwachtte en ten tweede kon ik niet bedenken hoe je een verse groentenbouillon maakt. Dus ik stamelde een beetje verbaasd: “Eh, eh ja, denk ik? Maar hoe dan?” Daar hoefde ik echter niet over na te denken. Hij haalde de ingrediënten in de super op de hoek, sneed met vaste hand de groenten en regelde in no-time een grote pan groentenbouillon die ik kon ‘opslaan’ om nog vaker te gebruiken. Ik glom van trots. Mijn grote zoon.

De groentenbouillon

De kunst van het eten

Sven doet in Apeldoorn de opleiding Horeca manager/ondernemer. Hij gaat naar het derde jaar en heeft vooral veel plezier in het werken in de keuken. Dat heeft een aantal voordelen, namelijk dat hij thuis steeds vaker kookt en dat hij steeds meer dingen lekker vindt. Eigenlijk heb ik altijd wel gedacht dat het goed zou komen met het eten. Ik lustte vroeger ook vrij weinig. Ik vond sausjes echt verschrikkelijk, wilde geen uien eten en zure dressing over de sla maakte dat ik heel lang een hekel aan die groente heb gehad. Ik besloot vrij vroeg om Sven niet al te veel lastig te vallen met moeilijke gerechten of met verplicht zijn bord leegeten. Daar zal hij zelf vermoedelijk anders over denken. Ik ging namelijk wel een beetje in de weerstand als hij besloot zijn afkeerlijst van ingrediënten uit te breiden en maakte soms bewust maaltijden klaar waarvoor hij een beetje over een grens moest. Maar meestal hield ik rekening met voorkeur voor en afkeer van eten. We hebben dan ook een periode gehad dat er vier variaties van één maaltijd op tafel stonden. Eentje zonder tomaten voor Sven, eentje zonder kaas voor Marit, eentje zonder vlees voor Niels en eentje met alles voor de rest.

Ursus Wehrli, The art of Clean Up (2011)

Luxe lunch

Maar nu rammelt hij er dus zo maar even een zelfgemaakte groentenbouillon uit. En laatst, toen hij ’s middags thuiskwam van zijn opleiding en ik aan de eettafel aan het werk was, stelde hij spontaan voor even een lunch voor ons tweeën te maken. Uiteraard was dat van harte welkom. Half en half verwachtte ik een broodje roerei met kaas, maar hij bladerde wat in het kookboek dat hij voor zijn verjaardag kreeg, rommelde wat in de koelkast, deed iets met een koekenpan en brood en met sla en dressing (die ik inmiddels wel lust mede ook omdat die van Sven verre van alleen maar azijn is), roosterde pijnboompitten, raspte wat Parmezaanse kaas en zette mij 15 minuten later een brasseriewaardig broodje voor mijn neus dat ik dolenthousiast heb opgepeuzeld.

Luxe lunch van Sven

Machtige maaltijd

En toen ik op een maandagavond een keer ietwat gestressed thuiskwam van mijn werk en snel weer door moest naar kickboksen maar ook de was nog moest ophangen en wat administratie moest regelen, wilde Sven, die eigenlijk bij zijn vader zou eten, voor mij wel even het avondeten maken. Ik had eigenlijk bedacht even snel een studentenmaaltijd in elkaar te flansen met verse pasta, spinazie, roomkaas en mozzarella. Maar terwijl ik mijn klusjes deed, ging Sven voor mij aan de slag in de keuken. Een klein half uurtje later overdonderde hij mij met een soort culinair verantwoorde pasta, heerlijk op smaak gebracht met chilivlokken, drizzles olijfolie in de saus en geroosterde pijnboompitjes over de chique opengescheurde mozzarella. Het was om je vingers bij af te likken zo lekker.

Pasta Sven

Mooie tegenstellingen

Sven is mijn oudste zoon en ik ben mega trots op hem. Al zijn hele leven. Hij is een mooie combinatie van allerlei tegenstellingen, wat misschien voor hem best lastig is, maar tegelijkertijd hem tot een interessant mens maakt. Hij houdt van drukte en gezelligheid, maar heeft ook rust en alleentijd nodig. Hij kletst en vertelt graag, maar val hem niet lastig met lange en diepgravende gesprekken of discussies. Hij geniet van het contact met anderen, maar kan zich ook ontzettend aan mensen irriteren. Hij heeft inzicht in die anderen en een duidelijke mening over hoe je met elkaar om zou moeten gaan (oprecht, vriendelijk en rekening houdend), maar vindt zijn eigen emoties duiden soms nog wel een beetje ingewikkeld.

Groei en ontwikkeling

Sven heeft er nooit veel plezier aan beleefd om met zijn neus in de boeken te zitten. Hij heeft er geen geduld voor. Ik kan best een beetje een kritische en ambitieuze moeder zijn die soms net iets te veel de focus heeft op groei en ontwikkeling. Ik zit hem wel eens in de weg daarmee. Maar dat Sven niet van discussies, lange teksten en theorielessen houdt, betekent niet dat hij niet van de groei en ontwikkeling is. Hij gaat als een trein. Hij maakt steeds heerlijkere en mooiere gerechten, heeft kennis van smaak, wijn en keukentechnieken en, het belangrijkste, hij geniet! Nog niet zo lang geleden bijvoorbeeld maakte hij hamburgerbroodjes voor het hele gezin. Vol aandacht bracht hij het gehakt op smaak met allerlei specerijen, tabasco en een beetje worcestershiresauce. Zelfverzekerd braadde hij de burgers aan en roosterde hij de broodjes licht met wat roomboter in een koekenpan. Hij kluste met veel aandacht zelf een dressing in elkaar, bakte de bacon, karamelliseerde uienringen en legde vervolgens, voor het mooiste effect, de burgers nog even in de oven om de cheddar te smelten. Ik sta hem dan alleen maar te assisteren. Hij kan het beter dan ik, zelfs de organisatie en de planning gaan als vanzelf. En het plezier om iets moois te maken, kwaliteit neer te zetten, maar ook creatief smaken en combinaties uit te proberen straalt er dus vanaf. En dan die verwachtingsvolle blik als je een hap neemt… Love it! En om het af te maken: hij ruimt vervolgens ook nog volautomatisch alles op in de keuken. Ook de drie dagen dat hij bij mij de complete entourage voor de barbecue op zijn verjaardag heeft klaargemaakt, vond ik bij thuiskomst steeds een schone keuken.

De barbecue van Sven

Begin mei werd Sven 18 jaar en hij wilde het vieren met veel mensen en een barbecue met goed rundvlees en lekker gemarineerde kip, aangekleed met een fijne tomatensalsa, traditionele eiersalade, het onmisbare stokbrood met kruidenboter en verse sausjes zoals chimichurri. Hij ging alles zelf maken, zelfs de mayonaise en de barbecuesaus! En met zelf bedoel ik dan, niet alleen de specerijen voor de marinades zelf mengen en de door hem zelf gesneden kruiden door de boter roeren, maar ook helemaal zonder mijn hulp of die van zijn vader. In maart was hij al recepten aan het uitzoeken, hij maakte een planning en een lijst met benodigde ingrediënten, bestelde het vlees (picanha en rib-eye) en deed uiteindelijk alle boodschappen samen met een vriend. Hij kwam soms even vertellen waar hij mee bezig was en wat hij ging maken, maar verder had ik nauwelijks een rol. Geweldig!

Trots

Trots ben ik! Ik hou van Svens energie, creativiteit, mensgerichtheid en van zijn focus op kwaliteit leveren. Ook de mooie zinnige observaties die hij heeft van mensen maken mij een trotse moeder. Wanneer hij over een tijdje met al deze toffe vaardigheden ook zelf vertrouwt op zijn observaties, luistert naar zijn intuïtie en voor die kwaliteit blijft gaan, dan wordt hij een stevige, fijne horeca manager of ondernemer. Een mooi mens is hij al!

Mijn jongste zoon

Mijn jongste zoon is niet altijd mijn jongste zoon geweest. Wel altijd de jongste, maar niet altijd mijn zoon. Hij was natuurlijk niet van iemand anders. Ik heb hem zelf in mijn buik gedragen en op de wereld gezet. Alleen toen hij geboren werd, was hij een meisje. En we hebben hem ook een meisjesnaam gegeven, want we wisten toen niet wat we nu weten: hij voelde zich niet echt een meisje. En nu is hij mijn jongste zoon.

Jongenskleren

Achteraf gezien voelde Niels al vrij vroeg dat hij meer op zijn gemak was als niet-meisje. Rond zijn derde werd bijvoorbeeld steeds duidelijker dat hij geen meisjeskleding aan wilde. Ik had eerst nog niet door wat het probleem was toen het me ‘s ochtends niet lukte om hem in zijn kleren te krijgen. Hij weigerde gewoonweg sommige shirts, en uiteindelijk alle shirts, uit zijn kast aan te doen. Protesteren, tegenwerken, boos doen, huilen soms. Ik dacht dat hij de merkjes in de kraag vervelend vond of dat er misschien ruwe randjes aan zo’n shirt zaten. Maar ook als ik de merkjes eruit knipte en zachtere kleding uitzocht wilde hij ze niet aan. Ik zie hem nog zo voor me met zijn koppige koppie op zijn bed, niet van plan mee te werken, terwijl ik steeds meer in de stress raakte, want we moesten naar de kinderopvang, school en werk. Toen ik op een ochtend geen enkel shirt meer goedgekeurd kreeg door hem, pakte ik uit wanhoop een shirt uit de kast van zijn grote broer. Na mijn vraag: “Deze dan?”, verscheen er een grote glimlach op zijn gezicht en zonder verder protest ging hij, met dat shirt aan, mee naar beneden.

Stoere gappie

Ik koppelde daar op dat moment niet direct allerlei conclusies aan. Voor mij was het gewoon een soort goed gelukte afleidingsmanoeuvre geweest. Al snel bleek echter dat hij het liefst in de oude kleding van zijn grote broer liep. Met het kopen van nieuwe schoenen, vond hij op een gegeven moment echt niks meer tussen de meisjesschoenen. Eerst keken we nog wel, maar later liepen we direct door naar de schappen met jongensschoenen. Daarna merkten we op dat hij weinig met het typische meisjesspeelgoed speelde en het liefst met de jongens optrok. Hij ging op voetbal toen hij zes was, wilde een mountainbike, deed aan skateboarden en ergerde zich suf aan meisjes die paardje speelden op het schoolplein (waar je niet per se een jongen voor hoeft te zijn trouwens). En op zijn negende besloot hij dat hij zijn haar kort wilde knippen. Voor ons was duidelijk dat Niels, die toen nog geen Niels heette, zich nooit echt een meisje zou voelen.

Overal tussenin

En dat was prima. Niels was Niels en het klopte. Voor zijn omgeving was het eigenlijk ook prima. Of in ieder geval, het was niet een probleem. Maar helemaal vanzelf ging het niet. Niels viel namelijk overal net een beetje buiten. Hij hoorde niet echt bij de meisjes, die met poppen speelden en aan meisjes geklets deden. Dat was niks voor Niels. Hij hoorde ook niet echt bij de jongens, die in zijn klas en voetbalteam ontzettend competitief waren en elkaar stompten, omverduwden en uitscholden voor de grap. Dat paste ook niet bij Niels. Hij werd vaak niet gevraagd voor de verjaardagen van de jongens, omdat ze hem dan toch een beetje als een meisje zagen opeens. En de meisjes zagen hem überhaupt nauwelijks.

Hoezo kiezen?

Niet alleen de kinderen vonden het soms lastig. Ook was er wel eens een leraar die er moeite mee had. Zo zat Niels in groep 8 echt niet lekker in zijn vel en in de groep. Hij deed zo zijn best erbij te horen dat hij daardoor een beetje een vervelend typje werd. De juf had als tip voor Niels dat het goed zou zijn om te kiezen of hij een jongen of een meisje wilde zijn. Dat dat ook duidelijker was voor de andere kinderen. Ze zouden het dan misschien beter begrijpen en dan zou hij misschien meer aansluiting krijgen… Dat plan, hoe goed bedoeld ook, daar ben ik meteen voor gaan liggen, want Niels was op dat moment niet toe aan kiezen en mocht hij het wel geweest zijn dan was dat om zijn gevoel en niet omdat het voor de anderen duidelijker zou zijn of om erbij te horen.

Gelukkig zijn er altijd kinderen geweest die verder keken dan het jongen of meisje zijn, bij wie Niels wat makkelijker zichzelf kon zijn. Of in ieder geval niet zo hoefde te knokken voor zijn plekje. Zo heeft Niels met vallen en opstaan verschillende vriendschappen gesloten en weer verloren.

Wiebelen

Toen Niels elf jaar was, vertelde hij me op vakantie op een avond dat hij eigenlijk heel ongelukkig in zijn vel zat, letterlijk en figuurlijk. Hij was er al een tijdje verdrietig en somber over. Hij wist nu wel bijna zeker dat hij eigenlijk geen meisje wilde zijn. Hij wist alleen nog niet of hij dan een jongen wilde zijn. En misschien wist hij het ergens al wel, maar kon of durfde hij het nog niet hardop te zeggen. Het erover praten maakte in ieder geval een heleboel los en hij heeft een zware periode gehad. Wat ben ik blij dat we toen vrijwel direct besloten hebben om hem bij het VUMC aan te melden. De wachtlijst was namelijk tweeënhalf jaar en door corona duurde het uiteindelijk nog een half jaar langer. Niels wiebelde af en toe in die periode en met de komst van de pubertijd werd het wiebelen erger. En ook de overgang naar de middelbare school en weer nieuwe vriendengroepen, waar je ook weer net wel of net niet bijhoort, maakten dat hij af en toe best somber was.

Als je er altijd net niet bij hoort, doet dat iets met je zelfvertrouwen. Anders zijn of je anders voelen is niet makkelijk. Je leert pas dat het iets moois kan zijn in een veilige omgeving. In zijn basisschooltijd was die veilige omgeving er niet genoeg. Vanaf de tweede klas van de middelbare school werd het wat beter. De kinderen die zich ten koste van anderen beter wilden voelen, waren naar andere klassen en Niels kon veel meer zichzelf zijn. Hij is nu onderdeel van een vriendengroep en ook daarbuiten heeft hij leuke contacten. Sterker nog, hij is behoorlijk bijdehand en ad rem. Hij laat zich niet snel in een hoek zetten. Evolutie! Whoehoe! Maar toch… het blijft aanwezig, de genderissuetoestand. Want hij wordt toch niet uitgenodigd voor het sweet sixteen feestje van een van zijn beste vriendinnen… nu omdat hij een jongen is. En tijdens gym zegt de docent toch dat die andere jongen de enige jongen in het zojuist gekozen groepje is, terwijl Niels daar gewoon naast staat. En als hij oud voetbalgenootjes tegenkomt, krijgt hij net iets te vaak een scheldwoord naar zijn hoofd waaruit blijkt dat het minder geaccepteerd was allemaal dan we dachten. Dat doet elke keer weer een beetje zeer.

Dubbelop

Ik, en misschien anderen ook, denken soms dat dit bij iedereen zo wel eens gaat. Ik ben vroeger ook nageroepen en hoorde er niet echt bij. Ik was ook onzeker en voelde me vaak buitengesloten. Iedereen heeft zo zijn onzekerheden. En Niels ook, alleen dan komt de gendertoestand er nog bij. Het maakt het ingewikkelder. Het is dubbelop.

Mijlpaal

Deze week was er een mijlpaal in het traject bij het VUMC. Niels kreeg afgelopen dinsdag namelijk zijn eerste dosis testosteron. Er is daar vastgesteld dat het overduidelijk is dat bij Niels sprake is van genderdysforie. Dat was al een mijlpaal, hoewel we dat eigenlijk allang wisten. Maar nu is ook de fysieke transitie gestart. Het vroeg om een testosteronparty met taart in de kleuren van de transgendervlag. Nu gaat hij elke maand een filmpje maken om te kijken of zijn stem al lager is en of zijn kaaklijn en schouders al breder zijn. En ik ga hopen dat hij niet al te opgefokt gaat lopen doen thuis.

Familie

  • Dag 12 of 174
  • Van Nájera naar Santo Domingo de la Calzada
  • 22 km

Beetje alleen

De afgelopen dagen is het even zoeken naar mensen bij wie ik me een beetje thuis voel. Er zijn ontzettend veel Fransen, soms in groepjes, soms met z’n tweetjes. En Fransen zijn vermoeiend. Er zijn mensen die met elkaar oplopen sinds Orisson, de herberg in de Pyreneeën waar een sterke band ontstaat tussen mensen, maar dan van een paar dagen later dan ik er was. Ik ben na Pamplona mijn ‘Camino-familie’ uit het oog verloren. Dat is op zich niet erg, want ik ben hier niet om nieuwe vrienden te maken en ik ontmoet ook weer nieuwe mensen, maar het was ook wel tof dat mensen je iets leuks toeroepen als je een dorp of stad inloopt. “Rose! You made it…!” De mensen die ik nu om me heen heb, klikken niet zo vanzelf als het clubje van Orisson.

Heimwee?

Dat maakt dat ik mijn eigen familie-gezinnetje een beetje mis. De kinderen die zich zo goed redden zonder mij op het moment. Ik mis hun vanzelfsprekende aanwezigheid in mijn leven. De gezellige drukte van Sven, die altijd meer oppikt dan je denkt, omdat hij het niet hardop zegt. Maar als hij dan zegt wat ie denkt, is het opeens heel slim en beschouwend. Hij gaat een weekje op zichzelf wonen in mijn huis en ik moet zeggen: ik denk dat hem dat goed gaat lukken. Lieve, behulpzame Niels, die soms denkt als een volwassene en tegenwoordig een timing in zijn humor heeft die echt super grappig is. Hij heeft me zo geholpen met de website opzetten voor mijn blog dat ik nu gewoon kan typen en plaatsen. Marit met haar gezellige kletsmeierigheid. Ze komt graag lekker bij me zitten voor rugkriebels, als ik een keer rustig zit… en Mathijs die ervoor zorgt dat er altijd wel een leuk gesprek is aan tafel en een hele interessante kijk heeft op het leven af en toe.

En door…

Maar ik mis ze nou ook weer niet zo erg dat ik terug wil naar huis. Dus ik blijf nog even. Genieten van de mooie uitzichten en de tijd die ik heb voor reflectie. Weer een flinke afstand afgelegd vandaag. Ik voel het wel aan mijn voeten en mijn knieën. En mijn heupen. En m’n rug… oké… De komende dagen zijn lastig kleiner te maken, vanwege de afstand tussen de dorpen en soms een gebrek aan (goede) herbergen. En stiekem wil ik ook wel een beetje doorlopen, want wie weet kom ik nog wat Camino-familie tegen…