Het begin van het einde

  • Dag 25 of 187
  • Van León naar San Martin de Camino
  • 19 (van 26) km

Een rustdag

León is echt een heerlijke stad. Licht, schoon, vriendelijk, heerlijk eten en super gezellig. Samen met Katie is het makkelijk om langs verschillende tapasbarretjes te struinen, want ze spreekt goed Spaans en dat lijkt de soms wat norse Spanjaarden direct te ontdooien. En het is gezellig met Katie. Alweer. We hebben gesprekken die ons allebei iets opleveren en die de diepgang hebben die we bij sommige andere ontmoetingen een beetje missen. En we kunnen ook vreselijk lachen om kleine, grappige momenten. Maar vandaag moest ik ook flink huilen toen ik haar vertelde over de laatste dagen van Brian en wat ik moeilijk vind.

De was

Gisterochtend begon mijn dag met een bezoekje aan de Fisioterapia. Hij heeft mijn benen losgemasseerd en mijn voeten bekeken. De onderkant van mijn voeten is waarschijnlijk licht ontstoken. Het advies is rekken en koelen. Na de Fisioterapia ga ik de was doen in de lavanderia vlakbij, waar ik van een Spaanse oma de opdracht krijg haar uit te leggen hoe de wasmachine werkt. In het Spaans. Ze gaat steeds harder praten om me te vertellen wat ze wil. Het duurt even voordat ze begrijpt hoe Google translate werkt en ik probeer niet steeds harder te gaan praten om het haar duidelijk te maken.

Even spannend

Na een bezoekje aan de machtige, gothisch kathedraal met haar enorme glas-in-loodramen, ging ik naar het Spaanse postkantoor, Corréos, om een pakketje te versturen en het pakketje op te halen dat Niels voor mij aan het postkantoor heeft opgestuurd. Het eerste lukt, het tweede niet. Het ligt waarschijnlijk bij een ander bedrijf, MRW, dat ver buiten het centrum gevestigd is. Gelukkig kan Katie met haar geweldige Spaans het bedrijf bellen, waardoor ik weet dat mijn pakketje er nog ligt. Omdat ik nog een uur heb voor ze sluiten, neem ik snel een taxi. En jééé daar heb ik de paar essentiële aanvulspullen. We eten creatief op de hotelkamer, want Katie is niet helemaal fit. En dan spullen pakken en slapen, want de volgende dag begint de gewone pelgrimroutine weer.

Met de bus

Vanmorgen hebben we voor de eerste (en voor mij sowieso enige keer) de bus gepakt. De fysiotherapeut zei dat het nutteloos was om langs het verschrikkelijke industrieterrein van León te lopen. Spanjaarden (zowel mannen als vrouwen) kunnen nogal duidelijk en stellig zijn in hun meningen. Maar we besluiten na rijk beraad als je fysiotherapeut het zegt, zeker als het een Spanjaard is, dat het dan geoorloofd is. En dat we niet zo streng hoeven te zijn voor onszelf en dat Jacobus vast ook wel eens een stukje met een kar of een ezel gelopen heeft. Dus daar rijden we, toch een klein beetje licht gegeneerd wanneer we groepjes wandelende pelgrims passeren, langs zeven kilometer industrieterrein. We hebben er geen spijt van. Uiteindelijk lopen we achttien kilometer naar de eindbestemming van vandaag, eeneen gloednieuwe albergue met een zwembad waar niemand gebruik van maakt en heerlijke tomatensalade en patatas bravas. En verstandig als ik ben, koel ik ondertussen braaf mijn voetjes.

Vandaag is met mijn vertrek uit León het laatste deel van de Camino begonnen. Nog 295 kilometer naar Santiago!

Naar León

  • Dag 23 of 185
  • Van Mansilla de las Mulas naar León
  • 18 km

Volle herbergen

Gisteren eindigde de dag in Mansilla de las Mulas, omdat de dag erna dan tot León niet meer zo ver zou zijn. Het was best een flinke wandeling en, zoals elke dag met meer dan 20 km, deden mijn voeten best wel zeer; de onderkant, de zijkant, mijn tenen, het peesje van mijn grote teen. Ook mijn zijkantjes spelen na een tijdje lichtelijk op. En mijn hamstrings. Mijn bilspieren. En m’n knieën, binnen- en buitenkant, ook. Kortom, mijn benen waren een beetje op. Ik besluit de eerste albergue te checken. ‘Complet’ hangt er op de deur, vol dus. De hostel even verderop is ook vol. Dan het boarding house proberen, is iets duurder, maar dan heb je een eigen kamer. Ook vol! De eigenaresse denkt dat alles vol is, behalve Hotel el Puente in het centrum. Op weg daarnaartoe kom ik drie andere pelgrims tegen die op hun telefoon mogelijkheden zoeken. Ze hebben hetzelfde probleem. We gaan samen naar hotel El Puente, maar daar aangekomen is de deur dicht en het ziet er donker uit. Bij de bar ernaast weten ze geen andere opties. Dus we gaan op zoek naar hostels in andere dorpjes. We bellen ze eerst voor de zekerheid, want het is niet fijn om 6 km te lopen en dan te horen dat het vol is. En ze zijn vol!

En nu?

We overleggen of we samen een taxi nemen naar León, want de dame van de laatste hostel zegt dat alles vol zit tot aan León. Dan opeens loopt er een Spaans mannetje de bar binnen en vraagt of we op zoek zijn naar een bed. Hij zegt dat hotel el Puente kamers vrij heeft. We kijken hem verbaasd aan. Hij loopt met ons mee en dan blijkt dat we aan de achterkant van het hotel stonden. Sukkels! Er is een kamer vrij met drie bedden. De laatste kamer. Yes. Nu hoef ik niet met de taxi naar León om dan te beslissen of ik terug moet met de taxi de volgende ochtend, want ik wil eigenlijk de hele Camino gelopen hebben en ik weet zeker dat ik niet teruggegaan was. Ondanks dat de kamer echt ondermaats is voor de 66 euro die ze ons (gezamenlijk gelukkig) laten betalen, voelen we ons echt heel opgelucht.

Kamergenootjes

Ik slaap er met Charles en Viri (Bithi). Charles is een wat oudere man uit Texas die heel vriendelijk, grappig en sociaal is, maar wel wat bekrompen ideeën heeft over genderissues, immigranten en de politieke situatie in de VS. We hebben het er maar niet over. Je kan elkaar dus ook aardig vinden, zonder dezelfde normen en waarden te delen. Viri en ik kunnen het goed vinden met elkaar. Ze deelt haar levensverhaal met me. Ze verloor haar moeder op haar 19e en haar vader, die er niet echt voor haar was, op haar 22e. Zij en haar oudere zus moesten hun huis uit omdat ze de huur niet konden betalen. Gelukkig mochten ze een maand bij kennissen verblijven. Ze heeft drie banen gehad om haar school af te kunnen maken en het is haar gelukt. Ze doet iets super interessants met onderzoek naar stress bij vogels. Ze vertelt ook dat ze ontzettend veel verdriet gehad heeft over haar moeder en we delen het een en ander over hoe moeilijk het is als iemand die je liefhebt overlijdt.

Alweer een party

Nadat we ons geïnstalleerd hebben in de kamer, gaan Viri en ik naar de supermarkt om lunch te halen. Op het plein bij de supermarkt staat een groot podium. Met het vorige partydorp nog in ons hoofd, maken we ons een beetje zorgen. En ja hoor. Het blijkt een dorpsfeest en vandaag is de laatste dag (lees nacht). Het begint volgens de supermarktmedewerker om 23.00 uur en gaat de hele nacht door. Jééé… We hopen er niet te veel last van te hebben, omdat we niet zo dicht bij het plein slapen. Maar nadat we om 00.00 uur wakker schrikken van twee kanonschoten en een vuurwerkshow, kunnen we daarna niet of nauwelijks meer in slaap komen, omdat de hele nacht de muziek door het dorp schalt. Echt hard hard.

Dat was nog het lieflijke beginnetje…

Als Viri en ik ‘s ochtends om 06.30 uur even op het plein kijken, voordat we het dorp uitlopen, staan ze nog steeds te hossen en te zuipen. Er mannen te pissen op zes verschillende plekken, zeg maar niet echt in een hoekje. Ik denk dat ze niet meer zo goed weten hoe ze zich richting een hoekje moeten draaien. Heel verhelderend allemaal. De muziek staat zo hard dat we het op zes kilometer afstand nog steeds kunnen horen. Fascinerend hoor die feestende Spanjaarden.

León

Ik zag een beetje op tegen de grote stad weer, maar León is lief, leuk, open en prachtig. Ik heb een hotelkamer geboekt samen met Katie, die een paar dagen achter me liep met een zere knie en de laatste vier dagen gefietst heeft. Het is een superleuke plek, vanwaaruit je de kathedraal zelfs kan zien. We gaan morgen samen een plan maken hoe een beetje samen en toch alleen in Santiago aan te komen.

Familie!

Op een van de pleinen staat een toeristentreinautootje vol met toeristen. En twee pelgrims die lichtelijk geflipt naar iemand zwaaien. Ze blijven maar zwaaien en niemand reageert. Wat zijn ze in vredesnaam aan het doen. En dan langzaam dringt het tot me door dat ze naar mij zwaaien en wie het zijn. Laura, uit Duitsland en Sharon een Canadese. Ik ben zo blij om ze te zien, want ik heb heel vaak aan ze gedacht. Zij waren de mensen die ik probeerde in te halen. Van de bestuurder mag ik ze echter niet knuffelen terwijl hij gaat rijden… Tss. Dus dan maar weer hopen dat we elkaar tegenkomen.

Als ik richting het hotel loop zie ik Sharon. We wisselen telefoonnummers uit en spreken af om met z’n allen wat te gaan drinken en daarna tapas te eten. Jééé, oude familie en nieuwe familie bij elkaar. Morgen naar de fysio voor mijn zijkantjes. En m’n billen. En m’n knieën. En m’n hamstrings. En dan een nieuwe sport-bh kopen, want ik heb er eentje ergens laten liggen en nu loop ik al drie dagen in dezelfde. Dus. Dan weet je dat.