Lieve Brian,

Het is lang geleden dat één van mijn teksten begon met de aanhef ‘Lieve Brian’. Eerst schreef ik je elke avond, in het notitieboek dat jij op de laatste dag van je leven aan me gaf. Maar toen ik tijdens de camino een dagelijkse blog schreef, veranderde dat. Het klinkt echt super onaardig, maar het werd te veel om ook aan jou te schrijven. Sorry. Een enkel keertje zat er, zoals nu, echt speciaal aan jou een ‘Lieve Brian-blog’ tussen. Dan had ik opeens zo veel herinneringen aan je of gevoel bij je. Dan kon het niet anders. Maar sinds de laatste Lieve Brian-blog heb ik niet meer aan je geschreven. Het zit namelijk zo: ik weet niet zo goed wat ik je moet vertellen. Of eigenlijk, ik kan je alles wel vertellen. Het leven gaat verder, ik ga verder en er is natuurlijk van alles dat ik kan delen. Maar als ik al die nieuwe dingen met jou zou delen, zou er altijd een beetje een somber randje aan die gebeurtenissen kleven. Ik zou voor mijn gevoel blijven hangen in vroeger, in ons. En dat is niet meer. Dat is een beetje naar de achtergrond.

Op slot

De afgelopen maanden echter, leek je heel ver naar de achtergrond. Soms zo ver dat het net was alsof je helemaal niet bestaan hebt. En dat voelt heel gek. We praten natuurlijk over je, je naam valt regelmatig, je foto staat in de woonkamer en je as zit in het stoere bronzen Benin luipaard dat op het groene kastje staat in mijn slaapkamer. Maar ik was in mijn hoofd minder met je bezig. En ook met mijn hart voelde ik je eigenlijk weinig. Als ik naar je foto’s keek, die met enige regelmaat op mijn telefoon voorbij komen, waren het gewoon plaatjes en had ik er nauwelijks emoties bij. Ik voelde de herinneringen die erbij hoorden niet, noch de warmte die er tussen ons was. Misschien hoort het er wel bij, omdat de tijd dit met zich meebrengt en omdat ik logischerwijs ook met andere dingen bezig ben, zoals werk, Rootz, veel sporten en een beetje daten. Maar soms voelde ik zelfs een lichte irritatie en dat zit me dwars. Ik kan er niet goed de vinger op leggen. Het zit een beetje op slot en dat stoort me, want (1) ik had heel veel gevoel bij je en (2) zo werkt het normaalgesproken niet bij mij. Ik ga niet op slot.

Herinneringen

Nu doe ik dus wat we hadden besproken: ik ben een beetje aan het daten. Soms heb ik daardoor interessante gesprekken (soms ook niet…). Ergens begin februari leerde ik een man kennen via een dating-app, die me op een gegeven moment vertelde dat zijn zus die dag te horen had gekregen dat ze borstkanker heeft en hoe dat gegaan was. Hij wist van jouw overlijden en hij benoemde heel attent dat het voor mij misschien confronterend was om dat te horen. Precies op het moment dat ik nonchalant en semi-stoer dacht: “Nou dat zal wel meevallen hoor”, kwamen de beelden van hoe we samen in het ziekenhuis zaten toen duidelijk werd dat er iets niet goed was. Weet je het nog? Ik zie het nog precies. Je belde me dat ik toch moest komen, omdat ze na het vrij routinematige eerste onderzoekje gezegd hadden dat je moest blijven voor verder onderzoek. Toen ik op de kamer kwam, zat je in je wit-blauwe ziekenhuishemd en je had een roesje gekregen en het onderzoek al gehad. Ondanks je rode wangen, zag je er kalm uit, maar je keek me met wat bezorgde, alerte, grote ogen aan. Er zou dezelfde dag nog een uitslag komen en een gesprek plaatsvinden. Ik was natuurlijk weer nonchalant en semi-stoer kalm. Jij wist het al; het was niet goed. Twee uur later hoorden we dat darmkanker je lijf van binnen aan het kidnappen was.

Samen in de lift van het ziekenhuis

Wegduwen

De geïnteresseerde man aan de andere kant van de chat stelt een paar vragen over je. En hij negeert een tijdje mijn vragen, die ik stel als ontsnappingsluikje voor hem, want misschien wil hij het er eigenlijk niet over hebben… wie ben ik om hem zo te confronteren met mijn overleden partner meteen al aan het begin van het contact? Maar de vragen zijn er en ik merk dat over jou vertellen aan iemand die jou niet kent het mogelijk maakt om je op een andere manier te herinneren dan wanneer ik het met vrienden over je heb. Zij weten het al. Het roept herinneringen op, deze vragen. En met die herinneringen komt toch ook het verdriet. Omdat we toen nog samen begonnen aan deze nachtmerrie. Omdat we toen nog samen een toekomst dachten te hebben. Omdat we tot toen meer waren dan alleen die ziekte. Goed om dat weer te voelen. De herinneringen maken echter ook pijnlijk duidelijk dat ik je lange tijd niet gevoeld heb en dat ik er, ook nu, eigenlijk niet zo goed bij kan, en wil. En voordat ik het weet heb ik al dat gevoel ook snel weer aan de kant geduwd. Door mijn eigen ontsnappingsluikje… Wat is dat toch? Ik begrijp het niet zo goed.

Het ontsnappingsluikje… laat ie dan maar uiterst charmant zijn toch?

Systemisch voelen

Zondag was een vriendin bij me op bezoek. Jij hebt ons aan elkaar gekoppeld nog niet zo lang geleden. Je zei: “Ga eens koffie drinken samen. Ik denk dat het klikt” En dat is ook zo. Ik mag haar graag en we vinden allebei gedoe met mannen moeilijk soms, dus genoeg om over te praten. Zij doet iets met coaching en systemisch werken en stelde voor dat ze me een paar vragen zou stellen aan de hand van briefjes waar ik dan bij moest gaan staan om te voelen wat ik voel. Een briefje met het nu, een briefje met wat er in de weg staat en een briefje met hoe het is als het allemaal klopt. Wanneer ik bij het briefje met het nu sta, voel ik een beetje weerstand, en vooral chaos en onrust. Ik probeer erdoorheen te voelen, de boel te structureren en er een geheel van te maken, totdat ik besef dat het misschien wel weerstand, chaos en onrust is wat ik voel nu. Okéeeej… Maar hoe het dan zou moeten voelen als het allemaal klopt, weet ik op het moment dat ik bij dat bewuste briefje sta niet zo goed. Rustig, denk ik, veilig, overzichtelijk, kunnen genieten, niet te veel moeten en wel veel sporten? 

De briefjes…

In de war

Daarna sta ik bij het wat-staat-er-in-de-wegbriefje. Eerst voel ik helemaal niks. Ik sta een beetje met mijn armen over elkaar, haal mijn schouders op en heb geen idee. Maar dan opeens voel ik dat ik boos ben. Niet alleen boos in het algemeen, maar ook boos op jou. Ik weet het, je vond het vreselijk als ik boos op je was. Het maakte je onzeker. Je wilde ook echt niet dat ik boos op je was dat je dood ging. En je had natuurlijk gelijk. Jij kon er niks aan doen dat je kanker kreeg en dat ben ik compleet met je eens. Alleen ik ben niet altijd een weldenkend en rationeel wezen. Soms ben ik gewoon een beetje in de war. Dus sorry dat ik nu hier speciaal een Lieve Brian-blog van maak, maar ik moet het toch aan je kwijt.

Omgeven door onweersbuien tijdens een vroege ochtend op de camino

De zonder-jou-chaos

Ik denk dat ik het onbewust al een tijdje weet, dat ik boos op je ben. Daarom voel ik de fijne dingen ook niet meer zo makkelijk. Ik ben boos omdat je er niet meer bent (mijn god wat een cliché). Boos dat mijn toekomst samen met jou er niet meer is, vol vertrouwde, veilige en oergezellige liefde. Boos dat ik weer opnieuw moet beginnen. Dat ik weer op zoek moet (wil) naar een liefde, met alle onzekerheden, twijfels en mogelijke afwijzing waar ik echt niet goed in ben en ontzettend klaar mee was. Boos dat ik dat soort ervaringen, hoe gek het ook klinkt, niet met jou kan delen en dat je het dan snapt en ik ook. Boos dat ik sowieso niks met je kan delen en alles alleen moet doen: Rootz runnen, de portcollectie redden van 10 cm hoog water in de kelder, de stapels moderne kunst in de kunstkamer opruimen en verkopen, de bonsai boompjes in de tuin te nat of te droog laten overleven, de wildguppen die je in Suriname hebt gevangen eten geven en niet in paniek raken omdat er vanmorgen eentje dood in de bak dreef, de schuur met je oude aquaria opruimen terwijl ik als de dood ben voor de spinnen die daar natuurlijk een woninkje in gevonden hebben, de daktuin gras- en watervrij houden, de auto naar de garage brengen, de vaatwasser uitruimen, boodschappen doen, was ophangen terwijl ik eigenlijk al te moe ben, de hond uitlaten (lang leve de kinderen)… (stief)moeder zijn voor die vier jongmensen… en …mezelf redden. 

Het voelt niet altijd helemaal op orde… en dit was de positieve kant van het huis

Boos

Boos ben ik, omdat jij acht jaar geleden mijn leven binnenstormde, we een samengesteld gezin runden, jij die verzamelingen in huis haalde, we een bedrijf opbouwden, elkaar gelukkig maakten, het leven mooi was en jij er vervolgens tussenuit piept. Ik weet wel dat je dat zelf niet wilde, maar het is toch kut. Het maakt me boos en ik vind het oneerlijk. Je ging zo snel soms. Groter en meer. Ik kon het niet altijd bijhouden. Rootz zeven dagen per week open. Kisten vol port in de kelder. Stapels lithografieën en zeefdrukken op zolder. En nog net even, op het laatst, die bonsaiboompjes in de tuin. Ja, daar had ik nee tegen moeten zeggen, tegen die bonsaiboompjes. Maar je argumenten waren altijd sterk, je vertrouwen groot en je enthousiasme enorm… die glinstering in je ogen, ik kon er vaak niet tegenop. Als mensen voor het eerst bij me thuis komen, zeggen ze dat mijn huis zo leuk ingericht is. Ik vraag me wel eens af hoe het huis eruit gezien had als ik jou niet had leren kennen. Jij regelde het altijd in een mega tempo als er iets nodig was. En ook als het niet nodig was. Voor ik het wist hadden we nieuwe stoelen, kochten we een nieuwe kast, hing er weer een nieuw schilderij, hadden we gifkikkers, wandelende takken of agaatslakken en stond er een levensgrote boeddha in de tuin. Er was altijd iets nieuws, er was altijd meer. En dan is het ook nog zo dat die hobby’s en bezigheden jou tot een interessant en veelzijdig iemand maakten en iedereen vol bewondering over je praat en je een soort halve heilige geworden bent met al je mooie uitspraken en je dappere manier van doodgaan. Maar ik zit er nu mee! En zonder!

De grote agaatslakken (12 cm per slak) hier in een nog schone bak…

De grote mensen analyse

Dus ik ben boos. Op jou… Denk ik…?! Of op mezelf? Ook? Op ons? Of op de situatie?

Allemaal vragen. Waarom zijn al die verzamelingen hier in huis? Waarom liet ik me overrompelen? Waar was ik? Wíe was ik in dat geheel? Wie ben ik zonder jou? En dan sta ik opeens te huilen met twee voeten op het wat-staat-er-in-de wegbriefje.… dikke tranen. Het was natuurlijk nooit de bedoeling dat je dood zou gaan toen de verzamelingen het huis in kwamen. Ja, je was sneller dan ik en ik liet me soms overrompelen. Een leerpuntje. Maar moet ik dan boos zijn op jou, of op mij, of op ons? Misschien op de situatie? En maakt dat überhaupt iets uit? Het was er. Die boosheid. Het zat een beetje in de weg, dus het is goed om het te snappen. En er een beetje met compassie naar te kijken, zoals de lieve, systemische vriendin het benoemt en ook de snel denkende intelligente Drent met al zijn vlotte inzichten het even tussen twee zinnen door opmerkt. De grote vraag is vooral: hoe vind ik mijn eigen weg in dit geheel van ons samen en mij alleen en is het oké dat mijn weg er anders uitziet dan onze weg?

Ingrediënten van een rouwproces

Het proces van rouwen om Brian heb ik, vaak bewust en soms onbewust, gevuld met allerlei ingrediënten die me helpen om verder te kunnen met mijn leven. Al die verschillende ingrediënten zorgden er samen voor dat ik sta waar ik nu sta. En ik ben er nog niet, maar er zijn ook nog heel veel verschillende ingrediënten over. Zoals flink van me af slaan en schoppen…

Vriendschap als ingrediënt

Een paar maanden voor het overlijden van Brian maakten we met onze vrienden en familieleden een kookschema: twee keer per week kookte er iemand bij ons en at dan ook gezellig mee. Het zorgde bij mij voor minder druk en bij hen voor een vanzelfsprekende betrokkenheid bij het ziekteproces van Brian, wat anders veel moeilijker ontstaan was. Na Brians overlijden hebben we het schema nog een tijdje aangehouden. Allemaal lieve vrienden die hier kwamen koken, eten, luisteren en afleiden. En wisten wat er zich bij ons achter de deur had afgespeeld. De oprechte warmte die ik daarin voelde, was helend.

Daarnaast waren er ook de mensen die in Rootz werkten en zich inzetten met al hun liefde voor het bedrijf. Ze waren ondersteunend naar mij toe en hielden daar de boel draaiende terwijl ik in stukjes was. Waar vind je nog zulke mensen. Het voelde bijzonder.

De camino als ingrediënt

Ook de camino was een belangrijk onderdeel van het rouwproces. Met alle voorbereidingen had ik een concreet doel en verzandde niet in leegte. Ik las over de route, kocht de juiste spullen en plande de reis. Hersentraining voor een hoofd dat op dat moment niet heel veel aan kon. Door het trainen was ik fysiek bezig en kwam ik veel buiten. Ik leerde dat wandelen en je ogen langs het landschap in de verte laten gaan een soort EMDR-effect heeft, een therapie voor traumaverwerking waarbij je ogen van links naar rechts gaan om vervelende herinneringen een plek te geven. Bovendien was het alleen zijn in de natuur af en toe een goed moment om heel hard te huilen. Het deed zijn werk.

De camino zelf bleek echter het grootste bewust geplande ingrediënt van mijn rouwproces. Tijdens de tocht der tochten hoefde ik alleen maar de focus op het lopen en mezelf te hebben. Door deze rust, maar ook door de mensen die ik tijdens de camino leerde kennen en de goede gesprekken met hen, kon ik mezelf weer meer centraal zetten na de grote wirwar van emoties, verantwoordelijkheden, aandachtsverdeling en zorg. Het buiten zijn, de prachtig mooie omgeving en de fysieke uitdaging… heel helpend. En ik ontdekte dat ik toch wel een sterke behoefte heb aan fysieke uitdaging en dat ik het heerlijk vind om daarin mijn grenzen te verleggen. 

Toeval of niet…?

En toen ontmoette ik in december, compleet toevallig in zomaar een supermarkt in Deventer, een oud collega die ik een paar jaar niet gezien had. “Roos, toch…?” vroeg ze. Ik herkende haar niet meteen, want ze had een transformatie ondergaan waar veel gemeentes nog een puntje aan kunnen zuigen. Lotte. Zij en ik hebben in één van mijn eerste gemeenteopdrachten met heel veel plezier samengewerkt aan een transformatieopgave. Ze had een creatief brein. Vanuit haar eigen bedrijf liet ze allerlei ideeën op gemeentes en welzijnsorganisaties los en ze kon ze ook nog in structuren uitrollen. Toen zat ze echter niet lekker in haar vel, maar nu is dat duidelijk totaal anders. Ze straalt en zit vol energie en zelfvertrouwen. Ze heeft een boel dingen in haar leven omgegooid, vertelt ze, én ze doet aan kickboksen. Ze deed dat vroeger al en was er jarenlang totaal niet meer mee bezig. Maar ze is er weer mee begonnen en wordt er heel blij van. Ze geeft zelfs les op een kickboksschool in het buitengebied van Twello. Ik ben gefascineerd en besluit nog diezelfde avond dat ik ook ga kickboksen, bij Lotte. 

Kickboksen

Een beter besluit had ik niet kunnen nemen. De ontmoeting met Lotte was voor mijn gevoel niet toevallig. Het was precies wat nodig was. Na de camino wilde ik geen tochten meer lopen, want zo zonder doel een beetje de natuur in… niks voor mij. Maar mijn lichaam was sterk van het wandelen en ik wilde dat niet kwijt. Dus ik zocht naar een sport waar ik mijn kracht kon opbouwen, mijn energie in kwijt kon én energie van zou krijgen. Een sport die me uitdaagt, waar ik mijn grenzen moet verleggen, maar waar ik me ook thuis voel… Ik dacht altijd dat kickboksen voor opgepompte, zweterige spierbundels met agressieproblemen en primaire reacties was en dat je dan in zo’n zwartgeschilderde garagebox met touwen en tractorbanden aan de slag moest. Of dat vrouwen met strakachterover getrokken gel haar en zwartgelakte nepnagels in glimmende boksbroekjes je met hun veel te korte lontje alle hoeken van zo’n doodenge ring zouden laten zien.

Maar niets van dat alles. Vanaf het eerste moment dat ik de Rebel Box van Hella’s Kickboxing en Coaching binnenliep, was ik om. Licht, hartelijk, groen en heel erg welkom. Maar ook rete-fanatiek, technisch uitdagend en fel coachend. Hella en Lotte zijn superchicks met passie voor wat ze doen en ik hou ervan.

Het kickboksen blijkt een fantastische combinatie te zijn van werken aan spierkracht, conditie en techniek. Ik train mijn hele lichaam, voel aan alle kanten spieren waarvan ik heus wel wist dat ik ze had, maar die ik even kwijt was. Ik word er elke keer helemaal blij van. Zelfs als ik me niet fit voel, ga ik er met plezier naar toe. En ik kom altijd weer energiek (en goed moe) terug. Als ik verdrietig ben of frustraties voel, is het gecontroleerd van me af meppen en schoppen een hele nuttige bezigheid. Ik ben even met niks anders bezig. Ik kijk die bokszak dreigend aan en ram er vervolgens flink op. Het helpt. Het focust. Het geeft ruimte. Een goed gevoel. En een goed lichaam. Een belangrijk ingrediënt in het rouwproces en voor alle andere moeilijk momenten in het leven. Het is precies wat ik nodig heb.

Afleiding

Mijn gevoel is een chaos. Het pingpongt in mijn middenrif en zorgt voor onrust. Meestal als ik dat heb, probeer ik het rationeel te maken, maar in mijn hoofd blijven de gedachten ook maar rondjes rennen. Dus, ik schrijf er een blog over. Dat helpt me om mijn gevoelens te vangen en mijn gedachten te ordenen. Om te kunnen schrijven over deze gevoelschaos en gedachtencirkeltjes moet ik echter eerst iets bekennen. Nou het móet niet natuurlijk, maar ik wil het. Het heeft te maken met de camino en met mijn rouwproces en ik heb er nog niet echt over geschreven. Niet heel expliciet in ieder geval. Het was te vroeg, voor mij, en misschien voor sommige anderen.

Mijn bekentenis

Het punt is, ik had een camino-romance… In de laatste week van de camino kwam ik een man tegen met wie ik op een diepere laag een enorme klik voelde. We begrepen elkaar zonder heel veel woorden nodig te hebben. We kwamen elkaar verschillende keren tegen in die laatste week en hadden mooie gesprekken waardoor er na een paar dagen iets meer ontstond dan alleen die klik. Er was romantische spanning tussen ons. Ik dacht het eerst verkeerd te voelen. Hij was namelijk een stuk jonger dan ik. Bovendien dacht ik zelfs nog even dat hij op mannen viel. Maar in Santiago werd duidelijk dat het wel romantisch was en hij op vrouwen viel. En op mij.

An interlude of traveling souls

Het kon zonder schuldgevoel naar Brian, want Brian en ik hebben hierover vaak gepraat. Hij was er heel duidelijk over dat hij wilde dat ik mijn leven verder zou leven en me ook weer open zou stellen voor een nieuwe liefde (zij het niet zo perfect als die van ons en zolang hij maar in mijn hoofd en hart een plek zou houden…). Hij dacht dat ik daar na een half jaar wel aan toe zou zijn. Het was net een maandje later. Het mooie is dat deze camino-romance mij de ruimte gaf een volgende stap te zetten in het rouwproces. Het kenmerk van een camino romance is dat het op de camino is en blijft. En hoewel ik de periode daarna een klein beetje moeite had om het te laten gaan, wist ik wel dat het iets onmogelijks was. Nadat mijn Australische caminovriend John het benoemde als ‘an interlude of traveling souls’, kon ik het waarderen voor wat het was. En op zoek gaan naar andere traveling souls.

Datingapps

En dan kom je tegenwoordig uit bij zo iets onromantisch en plats als datingapps… Na twee wat verkennende afspraakjes was mijn conclusie dat ik eigenlijk niet zo’n zin had in relatietoestanden. Ik wilde vooral wat leuke afleiding. Beetje kletsen, beetje flirten, beetje afspreken. Het hoefde niet allemaal zo serieus. Dus ik richtte me op de wat vluchtiger contacten, maar niet met mensen zonder diepgang, want ik ben natuurlijk niet zomaar een slettenbak (en dan mag je zelf bepalen op welk woord je de klemtoon legt).

Doorleven of door leven?

Ik moet zeggen dat het best gezellig is op de datingapp. Ik heb leuke gesprekken, prettige ontmoetingen en fijn wat extra aandacht. Ik heb eigenlijk niks te klagen. Behalve dat daten tijd kost en het enorm afleidt van de andere dingen die er toe doen, zoals werk, kinderen, huishouden en hond. Maar ook van me lichtelijk alleen voelen soms en van Brian missen. Dat laatste vind ik soms verwarrend, want stiekem heb ik het gevoel dat ik alles wat ik aan Brian zou kunnen missen, vol zou moeten doorleven en dat het geen recht doet aan hem om het een beetje half te doorleven. Ik ben soms een beetje bang, dat het chatten, daten en uitproberen alleen maar afleiding is van dat waar het om zou moeten gaan: het rouwproces doorleven. Maar ik denk ook dat ik hier de klemtoon toch anders moet gaan leggen. Het gaat namelijk om het dóór leven en mooie momenten maken en deze zogenaamde afleiding is daarvan een onderdeel. Ik hoef niet de rest van mijn leven als een heremietkreeft in een donker hoekje Brian te zitten herdenken. Nee, hij zei het zelf: je gaat door met je leven.

Rondslettenbakken

Dus hoppa… beetje rondslettenbakken en gewoon leuk wat uitproberen. Geheel onbewust kom ik uit op mannen die lekker veilig niet in de buurt wonen, zodat het onmogelijk serieus kan worden. En gelukkig zitten ook tussen die tijdelijke contacten mensen die interessant zijn en nieuwe dingen meebrengen. Een hele lieve kerel uit Brabant die me na drie weken chatten toetje noemt, omdat hij vindt dat ik een lief toetje heb en hij me een leuke dame vindt. Hij zegt soms opeens iets schattigs waar ik een beetje emo van kan worden. Een uitdagende man uit Utrecht met wie ik allerlei dingen deel die ik hier niet verder kan toelichten. En soms ontmoet ik ook wat misfits, maar ook die zijn leerzaam…

De feestdagen

Ongeveer een week voor kerst vindt een wat nors kijkende, lange, ietwat rossige Drent mijn profiel leuk. Zijn blik intrigeert me. Zijn profiel ook. En chatten met hem is ook heel boeiend. Het is een soort zoektocht van wat hij nou precies wil zeggen tot exact aanvoelen wat hij bedoelt. En soms knalt hij er opeens iets uit dat zo raak is dat het m’n middenrif opschudt en m’n gedachten prikkelt. Ik hou ervan. Het is die diepere laag weer die geraakt wordt en hij weet het ook. Hij voelt het ook… misschien niet op dezelfde manier, maar wel met dezelfde diepgang. En zelfs op werkgebied hebben we veel raakvlakken.

Mark Rothko

Afleiding

Omdat we allebei voorstander zijn van af en toe iets geks doen in je leven, stel ik voor dat hij bij mij oud en nieuw komt vieren. Ik heb namelijk twee kaartjes voor een eindejaarsfeest en hij heeft zich ten doel gesteld meer leuke dingen te ondernemen om niet te versaaien. Hij gaat mee. Omdat we willen weten of we een feest als oud en nieuw echt samen willen doorbrengen, spreken we eerst nog af bij hem in de buurt. En omdat ik natuurlijk toch wel een beetje een slettenbak ben, blijf ik bij hem slapen. Het is gezellig en fijn. Wanneer ik midden in de nacht tegen hem aankruip, hij me een kus op mijn voorhoofd geeft en ik met mijn rug tegen zijn rug weer in slaap val, voelt het voor mij even alsof we als twee puzzelstukjes in elkaar passen. Maar we wonen 120 kilometer uit elkaar, hij heeft mega veel onrust in zich en zijn jongste (van drie kinderen) is nog maar zes jaar oud, terwijl mijn jongste over een paar jaar 18 jaar is en zo’n beetje op kamers gaat. Ik wil geen zeven kinderen… Dus ik besloot dat hij een interlude is. Hij was een fijne afleiding van allemaal ingewikkelde dingen rondom de feestdagen.

Twijfels

En ook daar is dan die twijfel weer. Zoek ik met dit soort dingen niet gewoon afleiding van het gemis van Brian rondom de feestdagen? Of ben ik aan het dóór leven en voelt dat soms nog een beetje ruw en onwennig, zoals mijn Drentse interlude het formuleerde met één van zijn rake opmerkingen? Net als nu, hier in Marrakech, waar ik voor het eerst zonder Brian ben en inkopen doe. We hebben hier zo veel rondgelopen samen en grote en kleine dingen ontdekt. In de ochtend zingen de vogeltjes nog steeds “weet-je wel-weet-je-niet” en “Ik ben Picolientje”. We lopen door Brians geliefde Medina, op zoek naar zijn geliefde handel en snuiven de sfeer op van Marrakech, waar hij zich zo enorm thuis voelde. Ruw en onwennig voelt het inderdaad, de eerste keer hier zonder hem. En laat ik me dan afleiden van de moeilijke emoties? Door Yvette, die mee is omdat ze mijn galeriehoudster is (en een soort extra bonusdochter of vriendin). Door de Finnen, die fijne vrienden zijn en die ik hier zo veel van mijn handel laat zien dat er niks zakelijks aan is. En misschien ook door de fijne man in Drenthe, die ik nog heel veilig een interlude blijf noemen?

Maar het is er gewoon!

Nou, het gemis en verdriet poppen toch wel op. Of ik me nou laat afleiden of niet. Alleen niet op de momenten dat ik verwacht dat ik hem mis. Ik word namelijk opeens heel verdrietig terwijl ik sta te pinnen, in het hokje waar Brian en ik altijd samen geld uit de muur trokken. En op het moment dat ik afreken met Abdul, de oude man met de winkel bovenin de antique souq waar Brian hard onderhandelde en ik aantekeningen maakte en rekende. Het roept zo veel herinneringen op dat opeens de tranen over mijn wangen lopen midden in zijn winkel. De afleiding verandert daar niks aan.

Drinking tea in the antique souq

Traveling souls

En dus laat ik me toch ook maar gewoon een beetje afleiden door met mijn hoofd soms bij die onrustige, scherpzinnige Drent te zijn met wie ik dus, net als met mijn camino romance, ook weer een connectie voel op die diepere lagen van mijn gevoelsleven en die onmogelijk ver weg woont met zijn (voor mij) veel te jonge kinderen. We brachten ook samen oud en nieuw door, want je mag best een beetje genieten van zo’n interlude of traveling souls. Waarschijnlijk hebben we het allebei een beetje nodig: de gezelligheid, de aandacht, het lichamelijke contact en die connectie op dat gevoelsniveau. We zijn ons beide bewust van het risico dat we elkaar toch serieus leuk gaan vinden. En misschien, heel misschien voel ik stiekem net iets meer voor hem dan wat past bij een interlude of traveling souls.

Paulus Noomen

Let it be

En wat betekent dat dan? Geen idee. Dat is een vraag waar mijn hoofd meestal meteen mee aan de slag gaat: wat is dit voor emotie? Waar komt het vandaan? Wat betekent het? Hoe moet het verder? Wat als dit en wat als dat? Ingewikkeld, zei ik tegen hem. En toen stelde hij meteen een goede vraag, die ik vervolgens een beetje weglachte met een grapje en waar ik dus niet echt antwoord op gaf: of ik het kan laten zijn? Of ik het kan loslaten? Niet hoef in te kaderen, vastpakken of benoemen? Ik denk dat ik dat kan en dat ik dat ook wil, want ik heb op dit moment echt geen idee wat het is en wat het betekent en in mijn hoofd ga ik het antwoord toch niet vinden. Ik wil het uitzoeken en de tijd geven. Maar dat voelt dus ook heel eng, want, omdat we allebei niet gestopt zijn met verder kijken op de platte datingapp, voelt het alsof de tijd dringt. Misschien dat daar die onrust vandaan komt. Ik ben bang dat het me nu zo opeens kan ontglippen, voordat we het vast hebben kunnen pakken. Wat dat ‘het’ ook moge zijn.

Let it be
(foto gemaakt in riad in Marrakech)

Clichés

De diepgang van een meerkoet

Ik houd niet van clichés. Ik weet eigenlijk niet zo goed waarom. Ze geven me denk ik het gevoel dat ik voorspelbaar ben. Clichés hebben de diepgang van een meerkoet. Die beesten houden zoveel lucht vast onder hun veren dat, als ze zichzelf onder water proberen te plonsen, ze binnen een paar seconden als een badeendje weer boven het wateroppervlak uit ploppen. Mijn gevoel blijft vaak wat langer en dieper onder water. Hoewel er vaak een soort waarheid in een cliché zit, gaat die dus meestal in combinatie met mijn gevoel toch net niet op. Ik voel me er een beetje standaard door en ik houd ook niet van standaard. Standaard is eveneens voorspelbaar. 

Uit de routine

Misschien houd ik dus gewoon niet van voorspelbaarheid? Maar dat klopt ook niet helemaal. Nou, tot op een zekere hoogte. Ik heb denk ik een haat-liefde verhouding met voorspelbaarheid. Ik trek het niet als ik totaal niet weet waar ik aan toe ben. Daar word ik onrustig van. Zo plan ik mijn vakanties zorgvuldig: ik zoek de allerbeste locatie voor de meest redelijke prijs en weet welke mooie plekken er te bezoeken zijn op de plaats van bestemming. Ik ben ook heel lang in loondienst blijven werken, omdat ik financiële zekerheid wilde, terwijl werken als zzp’er misschien wel beter bij me paste. En ik heb er altijd wel moeite mee als iets op het laatste moment toch anders gaat dan ik het had bedacht. Maar te veel voorspelbaarheid trek ik ook niet zo goed, want dan wordt het saai en daar krijg ik ook onrust van. Dus mijn langste dienstverband was zes jaar en toen was ik al anderhalf jaar onrustig op zoek naar een andere baan. En dit jaar had ik bijvoorbeeld de behoefte om op Oudjaarsavond niet voorspelbaar op de bank te zitten met oliebollen op tafel en de oudejaarsconferentie op televisie. Dus ik ging naar een feest met twee mensen die ik nauwelijks ken. Ook ga ik liever niet meerdere keren naar één reisbestemming, dus dit jaar wil ik naar India, want daar ben ik nog nooit geweest. Misschien…, moet ik er wel bijzeggen, want daar komt de haat-liefde verhouding weer om de hoek kijken: India is wel heel onvoorspelbaar. Maar clichés… ja daar kan ik fel op reageren.

Bakerpraatjes

Tijdens mijn zwangerschappen bijvoorbeeld deden mensen steeds voorspellingen of ik een jongen of een meisje zou krijgen aan de hand van de vorm van mijn buik. Hele serieuze gesprekken kon dat opleveren tussen mensen. Zogenaamde bakerpraatjes. Ik zat er vaak met opgetrokken wenkbrauwen en kromme tenen naar te luisteren. Ook de aanname dat je het als vrouw allemaal fantastisch leuk vindt: zwanger zijn, baby’tjes in de wieg, moederen… dat je het moeilijk vindt als je je kind voor het eerst naar de kinderopvang brengt… Gek werd ik ervan. Opstandig ook. En geïrriteerd. Nog steeds. Waarom zeggen mensen dat soort stomme dingen? Waarom vragen ze niet hoe je er in zit in plaats van zo’n cliché op je te plakken? Ik ontwikkelde een soort van anti-houding tegen roze-wolkouders. Ik vond het heerlijk dat ik na drie maanden babygeprut weer aan het werk mocht en iemand anders af en toe de toch wat inperkende zorg voor de kleine hummel had.

Het cliché van de vader-dochterband

Rondom het overlijden van mijn vader kwamen er ook veel cliches langs. Aannames eigenlijk die invulling gaven aan mijn emoties zonder echt te weten hoe de band tussen mij en mijn vader was. Mensen projecteren vaak hun eigen gevoelens op de emotionele gebeurtenis van een ander. Dus er werd geconcludeerd dat de vader-dochterband bijzonder is, dat ik hem dus heel erg miste en dat ik wel heel erg verdrietig moest zijn. “Wat verschrikkelijk, je zal hem vast heel erg missen. Hou vol hè…” Maar ik sprak mijn vader soms maar twee of drie keer per jaar en omdat hij de laatste twaalf jaar van zijn leven erg gefocust was op zijn nieuwe leven met zijn vriendin, die ik wel graag mocht overigens, had hij weinig ruimte voor mijn broer en mij. Er was wel een band, maar die was meer vanuit vroeger en werd niet met woorden of gedrag in stand gehouden. Het was er gewoon, omdat ik er zo rond mijn 16e achter kwam dat ik mijn vader echt graag mocht. Ik denk dat dat andersom ook zo voelde voor hem, maar helemaal zeker weten doe ik het niet. Ik neem het aan, als het cliché dat vaders vaak heel veel van hun dochters houden.

Mijn vader, Wouter

Kerstclichés

Ook na Brians overlijden kom ik clichés tegen, hoewel het me tot nu toe ernstig is meegevallen gelukkig. De periode met feestdagen is echter een uitdaging als je niet van clichés houdt. Sowieso al, maar ‘de eerste kerst zonder Brian’ maakt dat veel mensen me een hart onder de riem willen steken. Het is lief en fijn dat mensen aan me denken en toch vind ik het moeilijk. Dat komt door die cliché-irritatie. Brian en ik hadden allebei niet zo veel met kerst en oud en nieuw. Te veel prikkels. Het waren niet de dagen dat wij blij waren als stel. Dus ik miste Brian niet met kerst. In ieder geval miste ik hem niet rondom de gezelligheid. Wel een beetje als mijn maatje in het samen niet zo van kerst houden. Ik miste hem niet met oud en nieuw. Ik had genoeg afleiding. Ik miste Brian toen ik de kerstboom had leeggehaald, de kerstversiering de schuur in was en het huis weer in de ‘terug-naar-het-normale-leven-stand’ ging. En ik had pas ruimte voor mijn eigen emoties toen er op 4 januari niemand in huis was. Even niet andermans emoties die ik toch nog steeds met voorrang mijn belevingswereld laat bezetten. “Claim ruimte voor jezelf!” schreef Brian met hoofdletters in ons boekje. En ik weet dus nog steeds niet zo goed hoe. En dat wordt zo langzamerhand ook een beetje een cliché…

Illustratie Francine Oomen, uit “Oomen stroomt over” (2017), Nijgh & Van Ditmar

Pop-ups

Afgelopen week zijn er zonnepanelen op mijn huis geplaatst. Na een jaar wachten en heen en weer communiceren over de planning, overigens zeer professioneel, was het dan zover. Helemaal fijn en ik had er zin in. Maar toen de monteur die ochtend binnenkwam, werd ik opeens overvallen door verdriet. Zijn binnenkomst zorgde namelijk voor flitsen van allerlei herinneringen aan Brian, pop-ups noem ik ze ook wel. Gelukkig wist ik nog net op tijd mijn tranen weg te knipperen, want ik had weinig zin om de man, die vrolijk de deur door stapte, uit te leggen waarom zijn komst mij verdriet deed.

Goed achterlaten

November vorig jaar stelde Brian voor om wat van ons spaargeld te investeren in de aanschaf van zonnepanelen. Hij wist op dat moment al dat hij de kanker in zijn lijf niet zou overleven en wilde mij, heel cliché maar echt erg lief, zo goed mogelijk achterlaten. Met deze reden hadden we al twee jaar best wat vernieuwingen doorgevoerd. Een houten vloer, een nieuwe kast, een opgeknapt toilet en een nieuwe auto. Ook een nieuwe keuken stond op het lijstje, want die begint toch wel lichtelijk uit elkaar te vallen. Twee gaspitten blijven niet meer vanzelf aan en kan ik alleen gebruiken als ik het gietijzeren deksel van de stoofpan op de knoppen leg met de zware broodplank daar weer bovenop. Het is elke keer een soort acrobatische truc om het vuur aan te houden. De lat onder de lage kastjes zit los en bij de oven is een plankje weg waardoor er een lege enigszins vieze ruimte zichtbaar is, de koelkast is te oud en lekt waarschijnlijk wel wat kou en, waar ik echt bijzonder slecht tegen kan, de kraan zit los. Maar een nieuwe keuken bleek qua energie uiteindelijk een te groot project voor ons allebei. Investeren in zonnepanelen was een goede keus. Het heft in ieder geval de kosten voor de lekkende koelkast een beetje op. Dus we meldden ons aan. Check, weer iets geregeld.

De zonnepanelen

De panelen zouden in maart of april geïnstalleerd worden, maar de zonnepanelenwereld heeft het druk en er zijn leveringsproblemen, dus het werd later. Gelukkig maar, want begin maart ging Brian opeens snel achteruit. Hij overleed 9 maart. Hij heeft de zonnepanelen op ons dak georganiseerd, maar het niet meer meegemaakt dat ze kwamen. Toen ons dak deze week aan de beurt was en de monteur dus de gang in liep en vroeg waar ‘we’ de stoppenkast hadden hangen, voelde het opeens heel leeg in huis en besefte ik opeens weer zo duidelijk dat Brian er niet meer is… Ik zag mezelf daar zonder Brian in de gang staan en mijn hoofd vulde zich met watten en mijn ogen met tranen. En daarmee kwamen ook de pop-ups van hoe hij bezig was om de zonnepanelen te regelen. Ik zag voor me hoe hij bij de buren ging praten toen hun zonnepanelen geplaatst werden om te checken of het een goed bedrijf was. Altijd die positieve energie als hij even snel ergens via iemand iets kon regelen. Ik weet nog hoe hij bezig was om uit te rekenen hoeveel panelen op het dak konden. Creatief op zoek naar de beste optie. En ik kan me nog herinneren hoe hij een soort van gerustgesteld was toen we alles besloten en geregeld hadden. En nu ze geplaatst worden is hij er niet bij. De monteur ging gelukkig vooral buiten aan de slag. En ik heb even op de opgeknapte wc een potje zitten huilen.

De Volvo pop-up

Dit soort momenten heb ik vaker. Ze poppen opeens op. Hoewel ik, inmiddels, een hele dag niet aan Brian hoef te denken, kan een associatie met zomaar iets willekeurigs opeens een herinnering oproepen die heel sterk de sfeer van toen terughaalt. Alsof ik er weer middenin zit. Zo zag ik laatst mijn oude auto rijden, waar Brian en ik lang in gereden hebben. Ik wachtte voor het rode stoplicht in mijn huidige auto en zag mijn oude auto voorbij rijden. Zelfde type, zelfde kleur. En ‘pop’ daar kwam ons hele Volvo-avontuur naar boven. Hoe ik vroeger zei dat ik, als ik later groot was, zo graag in een Volvo zou rijden en Brian dat vervolgens vastzette in zijn hoofd en mogelijk wilde maken. Hoe we, toen de Opel echt bijna uit elkaar viel en we er geld voor hadden, daadwerkelijk op zoek gingen naar een Volvo. Elkaar linkjes stuurden met kanshebbers. Waar we hem kochten. Ik zie het pand en hoe we er naartoe reden nog voor me. En ook hoe we samen tijdens het proefritje in de auto zaten; ik moest rijden, zoals vaak het geval was, en we kozen weggetjes met zo veel mogelijk bochten. Allebei pro-schakelbak, kregen we een beetje de giechels dat we nu in een automaat reden. Ik zie ook het onderhandelen nog voor me waarin we samen zoveel mogelijk voordeel uit de deal probeerden te halen. En vooral zie ik weer Brians pretogen die hij altijd kreeg als een plannetje lukte. En hoe hij mij, toen we in die dikke Volvo naar huis reden, de auto aan de kant van een klein weggetje liet zetten om een foto te maken van mij achter het stuur. Helemaal trots was hij. En natuurlijk ging het niet om de auto op zich – gelukkig maar, want dat voelt toch een beetje plat – nee, het ging om het gelukte plan: dromen uit laten komen. En daar dan van genieten!

De Ibuprofen pop-up

Een andere pop-up. Laatst bij Rootz in het keukentje. Ik pakte een boek waardoor een doosje Ibuprofen 200 mg op de grond viel. Dat lag er nog van Brian. Hij had de laatste maanden van zijn leven pijn aan zijn rug en kon niet meer fijn zitten. Hij wilde echter zo min mogelijk pijnstilling gebruiken en slikte lange tijd alleen paracetamol. Waar de gemiddelde mens al snel drie keer per dag 400 mg Ibuprofen wegslikt, wilde Brian eigenlijk de paracetamol niet aanvullen met extra pijnstillers. Tot de laatste maand heeft hij slechts de 200 mg willen slikken en dan ook zo min mogelijk. Het pakje dat op de grond viel, riep allerlei herinneringen op. Hoe hij bij Rootz rondliep de laatste maanden. Hij was er zo graag. Even iets regelen. Even een ideetje doorvoeren. En later toen hij eigenlijk te moe was om echt iets te doen, even de sfeer opsnuiven. Hoe we eerst nog samen naar Rootz fietsten tot dat niet meer ging en ik hem met de auto bracht. Ik zie het weer voor me. Met een glimlachje zat hij dan aan de tafel met zijn zere rug en vermoeide lijf, een beetje oncomfortabel, terwijl ik om hem heen rommelde en dingen regelde en, niet te vaak maar wel af en toe, vroeg of het nog ging.

Tot die bezoekjes dus niet meer gingen en ik alleen naar Rootz fietste en hem appte of belde om te overleggen. Dan zie ik hem zitten in de gele stoel, met het wollen dekentje over zijn benen en in zijn bruine trui met zijn lieve baardje en zijn telefoon die hij altijd dicht in de buurt had. Hij bleef ervan genieten om zich met Rootz bezig te houden. Tot de laatste week. Deze pop-ups door dat pakje Ibuprofen zorgen dan weer voor andere herinneringen, van andere voorraadjes die we aanlegden in Rootz, van langer geleden. De laatjes met handigheidjes: touwtjes, stukjes hout, haakjes om dingen aan op te hangen, zijn leesbrillen, de secondelijm, rivierklei die hij uit de IJssel gehaald had om breukjes en barstjes weg te werken, de informatieve boeken over Afrikaanse maskers en Bogolan doeken en Nepalese houten beelden, tie-wraps in alle groottes en kleuren…. Ook de sfeer van de oude Rootz voel ik dan weer, vol mogelijkheden en kansen. Het is fijn en verdrietig tegelijk om eraan te denken. Hoe we de deur binnenliepen samen, de koffiemachine op de kast, net iets te hoog en de koffiecupjes in een antiek blik dat moeilijk open te krijgen was, de zon die door het raam scheen op de houten poppen uit Azerbeidjan, de grote tafel waar ik vaak aan zat te werken tijdens Corona, terwijl Brian bezig was zijn ideeën en plannen uit te voeren, zijn eindeloze enthousiasme en energie en elke keer weer nieuwe dingen die hij bedacht. Alles ademt Brian in Rootz. Ook in de nieuwe Rootz, waar het heel anders is. Donker, maar sfeervol, spannend en knus. Het draait ook zonder hem, maar het is zo anders. En we missen hem er allemaal.

Nog maar één

Weer een ander moment. Thuis. De stempas voor de verkiezingen viel op de deurmat. Waar bij sommige bedrijven Brians naam nog staat in de aanhef van mails of als accountnaam en ik nog een beetje mijn kop in het zand kan steken, is bij de gemeente natuurlijk bekend dat zijn leven geëindigd is. Dus er kwam één stempas. Het voelt gek. Definitief. Verdrietig. 

Geborgenheid

En van de week was ik onderweg naar huis van een gesprek in Zutphen voor een opdracht. Ik was niet helemaal tevreden en voelde me er onzeker over. Ik bedacht in een milliseconde dat het fijn was om het straks thuis met Brian te bespreken. Tsja. Ook dan knalt het gemis erin. Ik probeer soms in mijn hoofd te bedenken wat hij zou zeggen. Maar het gaat natuurlijk niet alleen om het gesprek. Het gaat ook om het gevoel van veiligheid en geborgenheid. Dat je weet dat het wel goed komt, dat die schouder er is. Een veilige haven bij degene die er onvoorwaardelijk voor je is.

En ik kán het wel alleen… Het merendeel van de tijd red ik me prima. Dus maak je geen zorgen als je dit leest en het gevoel krijgt dat het één sombere boel is hier. Dat is het niet. De pop-ups en het verdriet dat dan meekomt zijn het probleem niet. Sterker nog, ze maken me ook bewust van mezelf en de mogelijkheden. Het leven draait door, ik heb er voldoende plezier in en heb gezellige en leuke momenten met kinderen, vrienden en kennissen. Iedereen zegt het steeds, je bent een sterke vrouw. En ja, dat ben ik ook. ‘Ook’… inderdaad, want ik ben ‘ook’ onzeker en een twijfelaar. Ik wik en weeg veel als ik beslissingen moet nemen of keuzes moet maken, als ik over mezelf nadenk, wie ik ben en hoe anderen mij zien, als ik in actie moet komen om dingen te doen… Ik zie zoveel mogelijkheden en details dat ik soms een beetje verdwaald raak in waar ik dan naar toe moet en of ik het wel goed doe. Er zit veel twijfel in me, maar het staat naast die kracht. Het is er allebei. Het was fijn met Brian naast me, echt makkelijker. Nu is het weer hard werken in mijn hoofd. Maar daar red ik me al mijn hele leven mee. Dus woehoeoe, En Dan Verder!

Camino angels

  • Dag 31 of 193
  • Van Vega de Valcarce naar Fonfría
  • 24 km

Het inzichtenvraagstuk

Gisteren was ik dus bezig met de vraag of ik wel genoeg inzichten had opgedaan tijdens de camino. Ik kwam hier met het idee om ruimte in mijn hoofd te vinden voor het verdriet. En ergens had ik gedacht toch wel een paar heldere momenten te hebben. Dat je tijdens het lopen veel kunt nadenken of je bewust wordt van je gevoelens en emoties en ze een plek kunt geven. Dat de rust, de natuur om me heen en de tijd voor mezelf me antwoorden had opgeleverd. Maar dat valt me dus best wel tegen. Tenzij dat het inzicht is. Dat er geen grote inzichten zijn.

Wel grote uitzichten
Schattige stroompjes
Betoverende paadjes

Een interessante ontmoeting

Sinds de Cruz de Ferro eergisteren zie ik tijdens het lopen met enige regelmaat een jongeman, van wie ik denk dat hij uit India komt. Vandaag zie ik hem weer bij een groot standbeeld van een pelgrim dat opdoemt in de mist bovenop de berg. We maken allebei een foto en vinden de mist wel passen bij zijn geharde uiterlijk. Zo raken we aan de praat. Hij blijkt een uiterst filosofisch aangelegde man van 28 jaar oud uit Tel Aviv, Israël. We belanden meteen in een diep gesprek grappig genoeg. Niet eerst de standaard dingen, zoals wat ben je vandaag gestart, ben je de camino begonnen in St. Jean, wat ga je vandaag overnachten… Het gesprek gaat meteen over of de camino je brengt wat je gehoopt had. Hij zegt dat hij gedacht had dat de inzichten groter zouden zijn, maar dat hij zich eigenlijk vooral kleiner voelt. Er is weinig ruimte om echt na te denken en weinig rust om tot jezelf te komen, zegt hij. Hij had het zich anders voorgesteld, maar maakt zich daar niet druk om, want anders is niet per se slecht. Gek hoe je tijdens de camino steeds weer mensen op je dak gestuurd krijgt die op hun eigen manier iets aan je reis toevoegen net op het moment dat je het nodig hebt. Het zijn net Camino-angels.

Het standbeeld

Camino-angels

Ik ben op meer momenten Camino angels tegengekomen. Aan het begin, toen ik een beetje verzuip in het sociale gedoe, was er Laura, een jonge Duitse die de camino kalm en met volle aandacht liep en zich ook af en toe distantieerde van de sociale drukte. Een voorbeeld. Daarna liep ik soms met Philippe, die met zijn rust, eenvoudige manier van leven en zijn grappige gespreksonderwerpen kleine dingen toevoegde aan mijn camino. Toen ontmoette ik John, die met zijn stoere buitenkant, maar zijn gekwetste ziel me bewust maakte van de kansen die je wel of niet pakt op de camino. En daar was Shawn. Hij schakelde heel sterk naar Brian en vroeg me of ik al van hem gedroomd had, waarna ik die nacht van Brian droomde. Er was een jonge Duitser, Jörgen, die heel kalm op zijn eigen manier de camino loopt en met volle aandacht naar mijn verdriet om Brian luisterde. En nu deze Nadav.

Filosofisch

Nadav komt over als een kalme, sterk geaarde hyperintelligente jongeman die sterk open-minded de wereld inkijkt. Het is nogal filosofisch en diepgaand. Hij vertelt dat hij zich verdiept heeft in het Boeddhisme en we hebben het erover dat het zoeken naar antwoorden op grote vragen vaak leidt tot meer vragen en problemen. Dat je een heleboel dingen niet weet of kunt voorspellen. Dat het leven soms is wat het is. Dat de camino net als het leven is. Dat het goed is om niet te haasten. Als we langs een oud en bemost muurtje lopen, vertel ik hem hoe blij ik kan worden van de bergen en dit soort mooie details die je hier veel vindt. Hij vraagt of ik me nu dan blij voel. Ik vertel hem dat ik een dikke glimlach heb van binnen. En van buiten. Het is interessant om met hem te praten, want hij denkt verschrikkelijk ingewikkeld en het zet mijn hersens aan.

Grinnik…

Na een uurtje eten we een kleine picnic met sinaasappel, druiven en koekjes. En dan komt Friedrich de grote Duitser al zuchtend aangelopen. Ik mag hem wel, maar hij is luid, aanwezig en een klager die met name de negatieve dingen weet te benoemen en over materialistische dingen praat. Hij kijkt zelden naar de mooie uitzichten, laat staan de details. Ik grinnik om het gesprek tussen Nadav en hem. Friedrich probeert hem op de kast te jagen met flauwe grappen en opmerkingen, maar krijgt de hele tijd kalme vragen en vriendelijke antwoorden terug die hem een beetje in verwarring brengen. “Kijk hier”, zegt Nadav tegen hem als Friedrich zonder op te kijken weer een steile helling omhoog zucht. En verbaasd staat Friedrich even stil. Ik glimlach van binnen.

Ook een grinnik…

Naast mijn gesprek met Nadav, heb ik van binnen en van buiten glimlachend door dit prachtige groene berggebied gewandeld. Van Nadav neem ik met een dikke knuffel afscheid buiten de albergue waar ik slaap. Hij loopt nog even verder. Hij ziet wel wat hij terecht komt. Heerlijk toch? Niet voor mij weggelegd. Maar het past bij hem.

Ow en deze moet ik ook nog even delen, want katten maken ook altijd dat ik blij word. Op de eerste koffierustplaats ontmoet ik dit jonge dingetje en we worden dikke matties! Hij is van een Spaanse pelgrim die hem mee heeft en buideltje in haar jas.

Me happy

Ben ik te streng voor mezelf?

  • Dag 18 of 180
  • Van Hontanas naar Boadilla del Camino
  • 28,5 km

Hoe mijn hoofd werkt

Op mijn blog van gisteren kreeg ik van een paar mensen de reactie dat ik misschien niet zo streng voor mezelf moet zijn. Ik moest daar even over nadenken, maar dat gevoel heb ik zelf eigenlijk niet.

Het is vooral een denkproces. Zo gaat het vaak in mijn hoofd. Ik probeer te begrijpen wat er aan gevoelens in mij omgaat en soms, zoals nu, kan ik dingen niet goed duiden. Bijvoorbeeld waarom ik het gevoel heb dat ik niet vaak genoeg verdrietig ben om Brian. Want dat ben ik wel. Ik denk vaak aan hem, ik mis hem vaak en ik huil veel. Daarnaast weet ik ook echt wel dat ik niet de hele tijd in stukjes hoef te zijn. Ik mag ook gewoon doorleven, lachen en af en toe niet aan Brian denken. Zo werkt dat. Dat hadden Brian en ik ook afgesproken zo. En ik twijfel er niet over dat dat normaal is. En toch blijft dat gevoel terugkomen. Dat gevoel waar ik het gisteren over had. Dat ik actief met hem bezig moet zijn. Maar ik weet niet zo goed of dat wel is wat ik voel.

In het donker

Toen ik vanmorgen in het donker de eerste acht kilometer liep, heb ik daar eens goed over nagedacht. Dat is een mooi moment om zoiets te doen, want veel meer dan het lichtbundeltje van mijn hoofdlamp een meter voor mijn voeten zie ik niet. En ik was vroeg weg, want vanmorgen ging de eerste wekker om 05.30 uur. Niet mijn wekker, maar die van mensen die vervolgens meer dan een half uur bezig waren om hun hele tas in te pakken. Dat is echt vervelend. Regel dat lekker ‘s avonds!

Loslaten

Dus als het buiten donker is, is er geen afleiding. Ik kon dus fijn nadenken. Zonder streng te zijn voor mezelf, lieve mensen, ik hou gewoon van nadenken. Ik rondde mijn blog gisteren af met dat ik denk dat het iets met loslaten te maken heeft. En daar zit iets in. Wat ik misschien aan het doen ben, is proberen heel hard vast te houden aan het gevoel van ons samen en hoe fijn het was. Elke keer probeer ik dat gevoel van ons samen weer terug te halen door terug te denken aan alle mooie momenten, aan hoe Brian was toen hij er nog was en voordat hij heel erg moe en ziek werd, aan wat we samen hadden in het begin, in het midden en toch ook aan het eind. Ik wil dat gevoel blijven voelen, bij me houden. Voor altijd bewaren. Maar ik denk dat ik dat niet al te lang moet blijven doen.

Ik kan Brian wel in mijn hart houden en nooit vergeten. Natuurlijk ga ik hem nooit vergeten. Het ‘wij-zijn’ heeft me zoveel gebracht. Dat raak ik nooit meer kwijt natuurlijk. Maar dat wij wij zijn, het ‘ons-gevoel’… dat is er niet meer. Dat kan er niet meer zijn, want hij is er niet meer. Brian is geschiedenis, wij zijn geschiedenis. Dus dat het iets met loslaten te maken heeft zou wel eens zo kunnen zijn inderdaad.

Kamertje in mijn hart

Prima om me dat te realiseren. Het haalt wat druk af van het idee dat ik veel met hem bezig zou moeten zijn. Alleen nu op dit moment ben ik er nog niet aan toe om het los te laten, het wij-gevoel. Er moet misschien nog iets anders voor in de plaats komen wat ik nu nog niet voel of kan voelen. Ik ben niet echt streng voor mezelf. Je maakt mijn ‘processing’ live mee. Ik mag het ook gewoon nog willen vasthouden van mezelf, het wij-gevoel. Net zo lang tot ik denk, nu kan het… en dan laat ik het ballonnetje los. Of ik houd het anders vast. Maar nooit, nooit gaat hij weg uit het kamertje in mijn hart.

Ooit tekende Niels dit voor mij:
“Dit is mijn hart en jij zit daar in.”
Zoiets zal het zijn.

Regen en tranen

  • Dag 15 of 177
  • Van Agès naar Burgos
  • 23 km

Slecht weer

In mijn regenkleding vertrek ik uit de albergue vanmorgen, want het giet. Telefoon in een waterdicht hoesje, waar ik wel doorheen kan typen. Alle andere belangrijke spullen ook in plastic en gaan. Na een kilometer of twee zie ik in de verte bliksem. Ik moet denken aan een tip van iemand om je wandelstokken aan je tas te hangen bij onweer met de ijzeren punten naar beneden. Wandelstokken… kut! Vergeten in de albergue. Terug dus. Wat een gedoe. Maar daardoor kan ik wel even ontbijten, want de herberg is nu open. En ik loop ik de rest van de dag alleen.

Roos in haar regenpak

Pijn

Ik denk dat het door de lange dag van gisteren is dat mijn zijkantje weer opspeelt. Daarnaast heb ik last van de onderkant van mijn voeten. Het voelt alsof er allemaal blauwe plekken op zitten. Ik besluit het rustig aan te doen. Koffie hier, broodje daar. Maar het gedoe met de regenspullen is irritant. Dus het laatste stuk loop ik toch door. En het is verschrikkelijk saai en lang en heftig om de drukke stad in te lopen. Maar de kathedraal is indrukwekkend!

Irritaties…

Ik merk dat ik tijdens het lopen veel bezig ben met de mensen die me gisteren irriteerden. Waarom doen ze zoals ze doen? Wat irriteert me? Ik bedenk dat tijdens de camino mensen dezelfde gewoontes en valkuilen hebben als in hun dagelijks leven. Zoals de Amerikaanse die zich vanuit een armoedige achtergrond omhoog heeft moeten knokken. Misschien moet ze ook op de camino zich de hele tijd bewijzen? Maar hoe zit dat dan met mij? Die irritaties en analyses… kan ik dat niet loslaten? Ik was hier om bezig te zijn met het verdriet om Brian en herinneringen op te halen.

Samen lol maken in Rootz

Ik blijk dat dus heel goed los te kunnen laten en de rest van de dag loop ik Brian enorm te missen. Een heleboel tranen mengen met de regen die over mijn gezicht loopt.

Volgens Norah Jones

Het nummer dat ik voor Brian zong toen ik hem net kende, zingt de hele dag door mijn hoofd. Ik draaide het op zijn uitvaart. En vandaag, toen er even niemand was, zong ik het maar weer eens even hardop.

Come away with me in the night
Come away with me
And I will write you a song.
Come away with me on a bus
Come away where they can’t tempt us with their lies

And I want to walk with you
On a cloudy day
In fields where the yellow grass grows knee-high
So won’t you try to come

Come away with me and we’ll kiss
On a mountaintop
Come away with me
And I’ll never stop loving you

And I want to wake up with the rain
Falling on a tin roof
While I’m safe there in your arms
So all I ask is for you
To come away with me in the night
Come away with me

Yellow grass