- Dag 30 of 192
- Van Cacabelos naar Vega de Valcarce
- 24,5 km
Een aanloopje
Er staat weer een berg op het programma. Vandaag nog niet, maar morgen gaat het flink omhoog. ‘The mother of all stages’ zegt de Buen Camino app. Er zit een gedeelte in dat zo steil is dat het bijna niet te doen is. We gaan het zien. Ik word blij van bergen!


Vandaag liep de route via een dal langzaamaan al een beetje omhoog. Glunder. Zo veel afwisseling in het landschap weer, eindeloos veel groen en de hele dag een kabbelend riviertje langs de route. Brian had het prachtig gevonden; overal rotsplantjes, sedum en/of sempervivum (sorry mopperdeflopper, ik weet nog steeds het verschil niet), varens en andersoortige vegetatie die hij machtig mooi gevonden had.




Daarnaast stikt het hier van de appel-, walnoot-, tamme kastanje-, peren- en vijgenbomen. Ook groeit er veel anijs langs de weg en zie ik struiken vol met rijpe bramen. De knusse dorpjes met schattige huisjes kondigen ook steeds meer berggebied aan. Het voelt zo ‘vol verwachting’. Bergen zijn indrukwekkend en groot. En ze geven me energie.




Dichterbij
We komen steeds dichter bij Santiago. Minder dan 180 km nog inmiddels. Vanaf Sarria wordt het drukker met mensen die vanaf daar alleen de laatste 100 km lopen. Dus ik ga een beetje vooruit plannen, want ik hoor van Shawn, die drie dagen voor me uitloopt, dat het heel erg druk wordt in de albergues. Voor nu is het nog geen enkel probleem om zomaar aan te komen waaien. Ik had de albergue waar ik nu slaap uitgezocht in de hoop dat er nog een privé kamer vrij was. Dat was niet zo, dus nu maar weer in een slaapzaal. Het werd bijna een privé slaapzaal, want ik was lange tijd de enige pelgrim in een ruimte met 8 stapelbedden. Maar nu zijn er toch drie mensen binnen komen druppelen. Het maakt het wel gezelliger.


Inzichten en emoties
Nog maar zo’n 180 km dus. Bizar toch, het idee dat ik straks het grote plein van Santiago oploop? Ik bedacht het me vandaag en een milliseconde wilde ik even naar huis bellen om Brian te vertellen dat het me gaat lukken. En natuurlijk weet ik dat hij straks niet op het grote plein voor de kathedraal op me staat te wachten, maar ergens was ik toch een klein beetje ontredderd. Het verandert namelijk niks, dat ik bijna 800 km van de ene naar de andere kant van Spanje ben gelopen. Hij blijft dood. Foetsie. En ik blijf hem missen en verdrietig. Daar verandert 800 kilometer lopen niets aan. En als dat het inzicht is dat ik hier opgedaan, dan is dat wel een beetje knullig toch… ? Ik ben er tijdens mijn wandeling tot nu toe wel achter dat je rouw niet echt verwerkt of een plek geeft. Het blijft eigenlijk continu aanwezig op verschillende manieren. En het is een onderdeel van de rest van mijn leven. Nou dat is wel een inzicht of invoelmoment. Hoe fijn…
