Mijn oudste zoon

Wat eten we vanavond

“Wat eten we vanavond?” Een veel gestelde vraag hier in huis de afgelopen tien jaar: Een vraag die bij mij nog steeds wat stress oproept, omdat het antwoord vaak gemopper, gezucht en geklaag veroorzaakte. Vooral bij Sven, die van jongs af aan veel dingen niet lekker vindt. Hij gruwelt van tomaat, al mijn zelfgemaakte soepen, sausjes over rijst of pasta en maaltijden waarvan hij niet kan onderscheiden wat erin zit. Het avondeten was voor hem vaak een uitdaging en niet iets om naar uit te kijken.

Groentenbouillon

Laatst stelde hij hem weer, die vraag. Het was even geleden, maar er sloop direct voorzichtigheid in mijn antwoord. “Courgette-spinaziesoep. Hoezo??” Ik zette me al schrap voor het antwoord, maar niets bleek minder nodig. “Zal ik dan even een verse groentenbouillon voor je maken, als basis voor de soep?” vroeg hij. Ik bleef even stil… Het was ten eerste een antwoord dat ik niet verwachtte en ten tweede kon ik niet bedenken hoe je een verse groentenbouillon maakt. Dus ik stamelde een beetje verbaasd: “Eh, eh ja, denk ik? Maar hoe dan?” Daar hoefde ik echter niet over na te denken. Hij haalde de ingrediënten in de super op de hoek, sneed met vaste hand de groenten en regelde in no-time een grote pan groentenbouillon die ik kon ‘opslaan’ om nog vaker te gebruiken. Ik glom van trots. Mijn grote zoon.

De groentenbouillon

De kunst van het eten

Sven doet in Apeldoorn de opleiding Horeca manager/ondernemer. Hij gaat naar het derde jaar en heeft vooral veel plezier in het werken in de keuken. Dat heeft een aantal voordelen, namelijk dat hij thuis steeds vaker kookt en dat hij steeds meer dingen lekker vindt. Eigenlijk heb ik altijd wel gedacht dat het goed zou komen met het eten. Ik lustte vroeger ook vrij weinig. Ik vond sausjes echt verschrikkelijk, wilde geen uien eten en zure dressing over de sla maakte dat ik heel lang een hekel aan die groente heb gehad. Ik besloot vrij vroeg om Sven niet al te veel lastig te vallen met moeilijke gerechten of met verplicht zijn bord leegeten. Daar zal hij zelf vermoedelijk anders over denken. Ik ging namelijk wel een beetje in de weerstand als hij besloot zijn afkeerlijst van ingrediënten uit te breiden en maakte soms bewust maaltijden klaar waarvoor hij een beetje over een grens moest. Maar meestal hield ik rekening met voorkeur voor en afkeer van eten. We hebben dan ook een periode gehad dat er vier variaties van één maaltijd op tafel stonden. Eentje zonder tomaten voor Sven, eentje zonder kaas voor Marit, eentje zonder vlees voor Niels en eentje met alles voor de rest.

Ursus Wehrli, The art of Clean Up (2011)

Luxe lunch

Maar nu rammelt hij er dus zo maar even een zelfgemaakte groentenbouillon uit. En laatst, toen hij ’s middags thuiskwam van zijn opleiding en ik aan de eettafel aan het werk was, stelde hij spontaan voor even een lunch voor ons tweeën te maken. Uiteraard was dat van harte welkom. Half en half verwachtte ik een broodje roerei met kaas, maar hij bladerde wat in het kookboek dat hij voor zijn verjaardag kreeg, rommelde wat in de koelkast, deed iets met een koekenpan en brood en met sla en dressing (die ik inmiddels wel lust mede ook omdat die van Sven verre van alleen maar azijn is), roosterde pijnboompitten, raspte wat Parmezaanse kaas en zette mij 15 minuten later een brasseriewaardig broodje voor mijn neus dat ik dolenthousiast heb opgepeuzeld.

Luxe lunch van Sven

Machtige maaltijd

En toen ik op een maandagavond een keer ietwat gestressed thuiskwam van mijn werk en snel weer door moest naar kickboksen maar ook de was nog moest ophangen en wat administratie moest regelen, wilde Sven, die eigenlijk bij zijn vader zou eten, voor mij wel even het avondeten maken. Ik had eigenlijk bedacht even snel een studentenmaaltijd in elkaar te flansen met verse pasta, spinazie, roomkaas en mozzarella. Maar terwijl ik mijn klusjes deed, ging Sven voor mij aan de slag in de keuken. Een klein half uurtje later overdonderde hij mij met een soort culinair verantwoorde pasta, heerlijk op smaak gebracht met chilivlokken, drizzles olijfolie in de saus en geroosterde pijnboompitjes over de chique opengescheurde mozzarella. Het was om je vingers bij af te likken zo lekker.

Pasta Sven

Mooie tegenstellingen

Sven is mijn oudste zoon en ik ben mega trots op hem. Al zijn hele leven. Hij is een mooie combinatie van allerlei tegenstellingen, wat misschien voor hem best lastig is, maar tegelijkertijd hem tot een interessant mens maakt. Hij houdt van drukte en gezelligheid, maar heeft ook rust en alleentijd nodig. Hij kletst en vertelt graag, maar val hem niet lastig met lange en diepgravende gesprekken of discussies. Hij geniet van het contact met anderen, maar kan zich ook ontzettend aan mensen irriteren. Hij heeft inzicht in die anderen en een duidelijke mening over hoe je met elkaar om zou moeten gaan (oprecht, vriendelijk en rekening houdend), maar vindt zijn eigen emoties duiden soms nog wel een beetje ingewikkeld.

Groei en ontwikkeling

Sven heeft er nooit veel plezier aan beleefd om met zijn neus in de boeken te zitten. Hij heeft er geen geduld voor. Ik kan best een beetje een kritische en ambitieuze moeder zijn die soms net iets te veel de focus heeft op groei en ontwikkeling. Ik zit hem wel eens in de weg daarmee. Maar dat Sven niet van discussies, lange teksten en theorielessen houdt, betekent niet dat hij niet van de groei en ontwikkeling is. Hij gaat als een trein. Hij maakt steeds heerlijkere en mooiere gerechten, heeft kennis van smaak, wijn en keukentechnieken en, het belangrijkste, hij geniet! Nog niet zo lang geleden bijvoorbeeld maakte hij hamburgerbroodjes voor het hele gezin. Vol aandacht bracht hij het gehakt op smaak met allerlei specerijen, tabasco en een beetje worcestershiresauce. Zelfverzekerd braadde hij de burgers aan en roosterde hij de broodjes licht met wat roomboter in een koekenpan. Hij kluste met veel aandacht zelf een dressing in elkaar, bakte de bacon, karamelliseerde uienringen en legde vervolgens, voor het mooiste effect, de burgers nog even in de oven om de cheddar te smelten. Ik sta hem dan alleen maar te assisteren. Hij kan het beter dan ik, zelfs de organisatie en de planning gaan als vanzelf. En het plezier om iets moois te maken, kwaliteit neer te zetten, maar ook creatief smaken en combinaties uit te proberen straalt er dus vanaf. En dan die verwachtingsvolle blik als je een hap neemt… Love it! En om het af te maken: hij ruimt vervolgens ook nog volautomatisch alles op in de keuken. Ook de drie dagen dat hij bij mij de complete entourage voor de barbecue op zijn verjaardag heeft klaargemaakt, vond ik bij thuiskomst steeds een schone keuken.

De barbecue van Sven

Begin mei werd Sven 18 jaar en hij wilde het vieren met veel mensen en een barbecue met goed rundvlees en lekker gemarineerde kip, aangekleed met een fijne tomatensalsa, traditionele eiersalade, het onmisbare stokbrood met kruidenboter en verse sausjes zoals chimichurri. Hij ging alles zelf maken, zelfs de mayonaise en de barbecuesaus! En met zelf bedoel ik dan, niet alleen de specerijen voor de marinades zelf mengen en de door hem zelf gesneden kruiden door de boter roeren, maar ook helemaal zonder mijn hulp of die van zijn vader. In maart was hij al recepten aan het uitzoeken, hij maakte een planning en een lijst met benodigde ingrediënten, bestelde het vlees (picanha en rib-eye) en deed uiteindelijk alle boodschappen samen met een vriend. Hij kwam soms even vertellen waar hij mee bezig was en wat hij ging maken, maar verder had ik nauwelijks een rol. Geweldig!

Trots

Trots ben ik! Ik hou van Svens energie, creativiteit, mensgerichtheid en van zijn focus op kwaliteit leveren. Ook de mooie zinnige observaties die hij heeft van mensen maken mij een trotse moeder. Wanneer hij over een tijdje met al deze toffe vaardigheden ook zelf vertrouwt op zijn observaties, luistert naar zijn intuïtie en voor die kwaliteit blijft gaan, dan wordt hij een stevige, fijne horeca manager of ondernemer. Een mooi mens is hij al!

Afleiding

Mijn gevoel is een chaos. Het pingpongt in mijn middenrif en zorgt voor onrust. Meestal als ik dat heb, probeer ik het rationeel te maken, maar in mijn hoofd blijven de gedachten ook maar rondjes rennen. Dus, ik schrijf er een blog over. Dat helpt me om mijn gevoelens te vangen en mijn gedachten te ordenen. Om te kunnen schrijven over deze gevoelschaos en gedachtencirkeltjes moet ik echter eerst iets bekennen. Nou het móet niet natuurlijk, maar ik wil het. Het heeft te maken met de camino en met mijn rouwproces en ik heb er nog niet echt over geschreven. Niet heel expliciet in ieder geval. Het was te vroeg, voor mij, en misschien voor sommige anderen.

Mijn bekentenis

Het punt is, ik had een camino-romance… In de laatste week van de camino kwam ik een man tegen met wie ik op een diepere laag een enorme klik voelde. We begrepen elkaar zonder heel veel woorden nodig te hebben. We kwamen elkaar verschillende keren tegen in die laatste week en hadden mooie gesprekken waardoor er na een paar dagen iets meer ontstond dan alleen die klik. Er was romantische spanning tussen ons. Ik dacht het eerst verkeerd te voelen. Hij was namelijk een stuk jonger dan ik. Bovendien dacht ik zelfs nog even dat hij op mannen viel. Maar in Santiago werd duidelijk dat het wel romantisch was en hij op vrouwen viel. En op mij.

An interlude of traveling souls

Het kon zonder schuldgevoel naar Brian, want Brian en ik hebben hierover vaak gepraat. Hij was er heel duidelijk over dat hij wilde dat ik mijn leven verder zou leven en me ook weer open zou stellen voor een nieuwe liefde (zij het niet zo perfect als die van ons en zolang hij maar in mijn hoofd en hart een plek zou houden…). Hij dacht dat ik daar na een half jaar wel aan toe zou zijn. Het was net een maandje later. Het mooie is dat deze camino-romance mij de ruimte gaf een volgende stap te zetten in het rouwproces. Het kenmerk van een camino romance is dat het op de camino is en blijft. En hoewel ik de periode daarna een klein beetje moeite had om het te laten gaan, wist ik wel dat het iets onmogelijks was. Nadat mijn Australische caminovriend John het benoemde als ‘an interlude of traveling souls’, kon ik het waarderen voor wat het was. En op zoek gaan naar andere traveling souls.

Datingapps

En dan kom je tegenwoordig uit bij zo iets onromantisch en plats als datingapps… Na twee wat verkennende afspraakjes was mijn conclusie dat ik eigenlijk niet zo’n zin had in relatietoestanden. Ik wilde vooral wat leuke afleiding. Beetje kletsen, beetje flirten, beetje afspreken. Het hoefde niet allemaal zo serieus. Dus ik richtte me op de wat vluchtiger contacten, maar niet met mensen zonder diepgang, want ik ben natuurlijk niet zomaar een slettenbak (en dan mag je zelf bepalen op welk woord je de klemtoon legt).

Doorleven of door leven?

Ik moet zeggen dat het best gezellig is op de datingapp. Ik heb leuke gesprekken, prettige ontmoetingen en fijn wat extra aandacht. Ik heb eigenlijk niks te klagen. Behalve dat daten tijd kost en het enorm afleidt van de andere dingen die er toe doen, zoals werk, kinderen, huishouden en hond. Maar ook van me lichtelijk alleen voelen soms en van Brian missen. Dat laatste vind ik soms verwarrend, want stiekem heb ik het gevoel dat ik alles wat ik aan Brian zou kunnen missen, vol zou moeten doorleven en dat het geen recht doet aan hem om het een beetje half te doorleven. Ik ben soms een beetje bang, dat het chatten, daten en uitproberen alleen maar afleiding is van dat waar het om zou moeten gaan: het rouwproces doorleven. Maar ik denk ook dat ik hier de klemtoon toch anders moet gaan leggen. Het gaat namelijk om het dóór leven en mooie momenten maken en deze zogenaamde afleiding is daarvan een onderdeel. Ik hoef niet de rest van mijn leven als een heremietkreeft in een donker hoekje Brian te zitten herdenken. Nee, hij zei het zelf: je gaat door met je leven.

Rondslettenbakken

Dus hoppa… beetje rondslettenbakken en gewoon leuk wat uitproberen. Geheel onbewust kom ik uit op mannen die lekker veilig niet in de buurt wonen, zodat het onmogelijk serieus kan worden. En gelukkig zitten ook tussen die tijdelijke contacten mensen die interessant zijn en nieuwe dingen meebrengen. Een hele lieve kerel uit Brabant die me na drie weken chatten toetje noemt, omdat hij vindt dat ik een lief toetje heb en hij me een leuke dame vindt. Hij zegt soms opeens iets schattigs waar ik een beetje emo van kan worden. Een uitdagende man uit Utrecht met wie ik allerlei dingen deel die ik hier niet verder kan toelichten. En soms ontmoet ik ook wat misfits, maar ook die zijn leerzaam…

De feestdagen

Ongeveer een week voor kerst vindt een wat nors kijkende, lange, ietwat rossige Drent mijn profiel leuk. Zijn blik intrigeert me. Zijn profiel ook. En chatten met hem is ook heel boeiend. Het is een soort zoektocht van wat hij nou precies wil zeggen tot exact aanvoelen wat hij bedoelt. En soms knalt hij er opeens iets uit dat zo raak is dat het m’n middenrif opschudt en m’n gedachten prikkelt. Ik hou ervan. Het is die diepere laag weer die geraakt wordt en hij weet het ook. Hij voelt het ook… misschien niet op dezelfde manier, maar wel met dezelfde diepgang. En zelfs op werkgebied hebben we veel raakvlakken.

Mark Rothko

Afleiding

Omdat we allebei voorstander zijn van af en toe iets geks doen in je leven, stel ik voor dat hij bij mij oud en nieuw komt vieren. Ik heb namelijk twee kaartjes voor een eindejaarsfeest en hij heeft zich ten doel gesteld meer leuke dingen te ondernemen om niet te versaaien. Hij gaat mee. Omdat we willen weten of we een feest als oud en nieuw echt samen willen doorbrengen, spreken we eerst nog af bij hem in de buurt. En omdat ik natuurlijk toch wel een beetje een slettenbak ben, blijf ik bij hem slapen. Het is gezellig en fijn. Wanneer ik midden in de nacht tegen hem aankruip, hij me een kus op mijn voorhoofd geeft en ik met mijn rug tegen zijn rug weer in slaap val, voelt het voor mij even alsof we als twee puzzelstukjes in elkaar passen. Maar we wonen 120 kilometer uit elkaar, hij heeft mega veel onrust in zich en zijn jongste (van drie kinderen) is nog maar zes jaar oud, terwijl mijn jongste over een paar jaar 18 jaar is en zo’n beetje op kamers gaat. Ik wil geen zeven kinderen… Dus ik besloot dat hij een interlude is. Hij was een fijne afleiding van allemaal ingewikkelde dingen rondom de feestdagen.

Twijfels

En ook daar is dan die twijfel weer. Zoek ik met dit soort dingen niet gewoon afleiding van het gemis van Brian rondom de feestdagen? Of ben ik aan het dóór leven en voelt dat soms nog een beetje ruw en onwennig, zoals mijn Drentse interlude het formuleerde met één van zijn rake opmerkingen? Net als nu, hier in Marrakech, waar ik voor het eerst zonder Brian ben en inkopen doe. We hebben hier zo veel rondgelopen samen en grote en kleine dingen ontdekt. In de ochtend zingen de vogeltjes nog steeds “weet-je wel-weet-je-niet” en “Ik ben Picolientje”. We lopen door Brians geliefde Medina, op zoek naar zijn geliefde handel en snuiven de sfeer op van Marrakech, waar hij zich zo enorm thuis voelde. Ruw en onwennig voelt het inderdaad, de eerste keer hier zonder hem. En laat ik me dan afleiden van de moeilijke emoties? Door Yvette, die mee is omdat ze mijn galeriehoudster is (en een soort extra bonusdochter of vriendin). Door de Finnen, die fijne vrienden zijn en die ik hier zo veel van mijn handel laat zien dat er niks zakelijks aan is. En misschien ook door de fijne man in Drenthe, die ik nog heel veilig een interlude blijf noemen?

Maar het is er gewoon!

Nou, het gemis en verdriet poppen toch wel op. Of ik me nou laat afleiden of niet. Alleen niet op de momenten dat ik verwacht dat ik hem mis. Ik word namelijk opeens heel verdrietig terwijl ik sta te pinnen, in het hokje waar Brian en ik altijd samen geld uit de muur trokken. En op het moment dat ik afreken met Abdul, de oude man met de winkel bovenin de antique souq waar Brian hard onderhandelde en ik aantekeningen maakte en rekende. Het roept zo veel herinneringen op dat opeens de tranen over mijn wangen lopen midden in zijn winkel. De afleiding verandert daar niks aan.

Drinking tea in the antique souq

Traveling souls

En dus laat ik me toch ook maar gewoon een beetje afleiden door met mijn hoofd soms bij die onrustige, scherpzinnige Drent te zijn met wie ik dus, net als met mijn camino romance, ook weer een connectie voel op die diepere lagen van mijn gevoelsleven en die onmogelijk ver weg woont met zijn (voor mij) veel te jonge kinderen. We brachten ook samen oud en nieuw door, want je mag best een beetje genieten van zo’n interlude of traveling souls. Waarschijnlijk hebben we het allebei een beetje nodig: de gezelligheid, de aandacht, het lichamelijke contact en die connectie op dat gevoelsniveau. We zijn ons beide bewust van het risico dat we elkaar toch serieus leuk gaan vinden. En misschien, heel misschien voel ik stiekem net iets meer voor hem dan wat past bij een interlude of traveling souls.

Paulus Noomen

Let it be

En wat betekent dat dan? Geen idee. Dat is een vraag waar mijn hoofd meestal meteen mee aan de slag gaat: wat is dit voor emotie? Waar komt het vandaan? Wat betekent het? Hoe moet het verder? Wat als dit en wat als dat? Ingewikkeld, zei ik tegen hem. En toen stelde hij meteen een goede vraag, die ik vervolgens een beetje weglachte met een grapje en waar ik dus niet echt antwoord op gaf: of ik het kan laten zijn? Of ik het kan loslaten? Niet hoef in te kaderen, vastpakken of benoemen? Ik denk dat ik dat kan en dat ik dat ook wil, want ik heb op dit moment echt geen idee wat het is en wat het betekent en in mijn hoofd ga ik het antwoord toch niet vinden. Ik wil het uitzoeken en de tijd geven. Maar dat voelt dus ook heel eng, want, omdat we allebei niet gestopt zijn met verder kijken op de platte datingapp, voelt het alsof de tijd dringt. Misschien dat daar die onrust vandaan komt. Ik ben bang dat het me nu zo opeens kan ontglippen, voordat we het vast hebben kunnen pakken. Wat dat ‘het’ ook moge zijn.

Let it be
(foto gemaakt in riad in Marrakech)

Overgangsrituelen

  • Dag 203
  • Picos de Europa
  • 10 km

Het hotel

Morgen naar huis. Het einde van mijn uitdagende tocht. Om mijn overgangsperiode af te sluiten ga ik vandaag naar de Picos de Europa. Een wandeltocht maken. Het is anderhalf uur rijden vanaf het hotel, wat ik geen hotel moet noemen, maar een posada. Een groot familiehuishoteliets. Ik kwam er donderdagavond pas om 21.15 uur aan. Ik kon de omgeving niet zien en het hotel eigenlijk ook niet. Het was compleet donker. Het deed me nog het meest denken aan het huis van The Adams Family… spookachtig en groot. De zoon van de familie was er. Een zenuwachtige opgeschoten jongen van 30 jaar die maar niet wilde begrijpen dat ik alleen was, dat ik net de Camino had gelopen en dat ik geen zin had in een opsomming van de camino’s in Spanje die hij misschien wel zou willen lopen.

Er zijn twee verdiepingen en vijf kamers per verdieping en ik mocht zelf kiezen in welke ik wilde slapen. Doe mij die met het uitzicht dan maar. Roze muren, bloemetjes bed. Heerlijk jaren ‘50 en prima in orde allemaal. Ik ben de enige gast en blijf alleen achter in het grote huis als hij eindelijk naar huis gaat. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik niet angstig ben aangelegd. Er is een bad waar ik opgevouwen net in pas, een balkonnetje met waarschijnlijk een fantastisch uitzicht en een tweepersoons bed waarin ik alle ruimte heb gelukkig. Even rust. En stilte. Veel stilte. Veel te veel stilte. Stap twee van het afscheid nemen van het caminoleven.

Rust zoeken

De volgende ochtend is oma Adams daar met een vrolijke glimlach om het ontbijtje te maken. De opgeschoten 30-er is er ook. Lichtelijk vermoeiend. Hij wil zo graag Engels praten, maar er is geen touw aan vast te knopen. Hij moet me van oma tippen over het Romaans-Moorse kerkje hier in de buurt. Een mooie wandeling. Ga ik zeker doen. Even weg bij The Adams Family.

Het kerkje is meer dan fantastisch. Het staat midden in de natuur en het is er heel stil. En goed moment om één van de tips die ik van Nadav kreeg op te volgen: mediteren. Ik zit te veel in mijn hoofd soms. En ik heb last van drukte, het afstemmen op verschillende mensen, verwachtingen, sfeer, geluiden, spanningen… eigenlijk allerlei prikkels en ze maken dat ik niet goed bij mijn eigen kern kan blijven. Dat heb ik mijn hele leven al. Het leidt soms tot vermoeidheid of periodes dat ik niet lekker in mijn vel zit. Ik kon bij Brian enorm goed daarmee dealen. Hij begreep het en was een soort filter soms. Of een buffer. Of degene die zei dat ik even rust mocht pakken. Want dat mag niet altijd van mezelf. Ik heb geleerd dat ik in die gevoeligheid anders ben dan andere mensen. En eigenlijk vooral ook dat het iets is dat lastig en moeilijk is voor anderen. Dat ik daarmee ingewikkeld ben of doe of praat. Dat ik dingen soms onnodig gecompliceerd zou maken. Veel mensen begrijpen dat gedoe in mijn hoofd niet. Dus moffel ik het weg, die gevoeligheid en ben ik stoer. Ik wil er niks van weten soms. Maar het lukt natuurlijk niet altijd. En dan zou mediteren kunnen helpen. Dus ik mediteer op deze machtig mooie plek, midden in het groen waar verder niks is. Bijna een half uur. Tot ik een zere kont krijg.

De zee

In de middag rij ik naar de zee. Een hele andere omgeving. De zee hier is machtig, hij buldert het strand op met hoge golven. Als ik even niet oplet heb ik hem bijna tot aan m’n heupen over me heen. Ik kan nog net op tijd achteruit lopen. Maar het strandleven is er ook. Blootgebruinde mensen op strandlakens in hippe kleding. Ik voel me compleet niet op m’n plek. Het liefst ging ik naar het hotel terug, maar ik besluit mezelf nog een kans te geven en een rustiger plek op te zoeken. Ik doe boodschappen, zodat ik wat eten heb en zoek een uitzichtpunt op zonder strand. Ik ben er uiteindelijk pas als de zon al laag staat en dus wacht ik de zonsondergang af. De herinnering aan de laatste zonsondergang met zo’n mooi uitzicht zit nog vers in m’n geheugen. Het was samen met Brian, op Madeira. Het lukt me om te genieten van de herinnering. En van de huidige zonsondergang.

Moedercorazon

De volgende dag krijg ik ontbijt van moeder Adams. Zoonlief is er niet gelukkig. We voeren een gesprek via Google translate en we komen op de camino en of ik die alleen gelopen heb. Ik laat haar de foto van Brian en mij op mijn telefoon zien en maak met gebaren en half-Spaanse woorden duidelijk dat hij overleden is.

De achtergrond van m’n telefoon

Ze schrikt. Het doet haar hart zeer, zegt ze, want ik ben nog jong. “Ik ben 46,” zeg ik, vanwege de misverstanden op de camino, waar de meeste mensen dachten dat ik 38 jaar was. “Jong!” zegt ze. En als ze weggaat drukt ze me tegen haar Spaanse moedercorazon. “Tu, fuerte!”

Mijn truttige scheurbakkie

Ik ben blij dat de Picos toch nog anderhalf uur rijden zijn, want ik hou van autorijden (sorry klimaat!). In mijn truttige boodschappenwagentje, die ik inmiddels goed onder controle heb, scheur ik de zes haarspeldbochten naar beneden, de snelweg op en daarna over de bochtige circuit-achtige wegen de overweldigend mooie omgeving van de machtige Picos de Europa in. Muziekje aan, karren maar. Een beetje schor kom ik aan, eet een salade, maak bij het infokraampje een foto van een met de hand getekende route die ik kan lopen en ga op pad.

Dus…

De Picos de Europa!

Na drie kilometer kom ik erachter dat de kaart echt bagger is en dat ik lekker tegendraads rechtsaf sla en de rode punten naar boven volg. Ik wil bergpaadjes, geen breed, saai karrenpad. Dus van gele pijl naar rode stip. En al snel zie ik lammergieren vliegen en kijk ik naar de meest indrukwekkende uitzichten ooit.

Het rode stippenpad gaat compleet omhoog naar de rand van de berg en brengt me daarna weer naar beneden naar een kruising, vanwaar ik, over toch weer een karrenpad, terugloop naar Sotres. Beneden aangekomen scheur ik weer terug naar het hotel, pak mijn spullen bij elkaar, neem opgevouwen een bad en schrijf m’n blog. Met al deze mooie extra dingen in mijn hoofd voelt de reis compleet. Vaarwel camino.

Echt echt naar huis

Morgen naar huis. Ik kijk er naar uit en zie er tegenop. Het gewone leven gaat weer beginnen. Het zal wel even wennen zijn. Maar alle kinderen knuffelen en vrienden spreken is ook echt heel fijn. Als mensen op de camino vragen hoeveel kinderen ik heb, zei ik steevast vier. Het voelt ook zo. En voor hen is het ook wel weer tijd dat ik naar huis kom. Gelukkig dat ik er geen tien weken over gedaan heb…