- Dag 28 of 190
- Van Rabanal naar Molinaseca
- 25,3 km
Ga ik iets achterlaten?
Vandaag is de dag dat ik Cruz de Ferro tegenkom. Het verhaal gaat dat je bij dit ijzeren kruis op de Camino je zorgen of je zonden of wat dan ook kunt achterlaten door een steen aan de voet van het kruis te leggen. Je kunt een steen oprapen op de weg naar boven of er eentje van huis meenemen. Ik heb al heel wat dagen na lopen denken wat ik zou willen achterlaten bij het kruis. Omdat ik deze pelgrimstocht loop om ruimte te vinden in mijn hoofd voor het verdriet om Brian, heb ik het gevoel dat het iets daarmee te maken moet hebben. Maar wil ik wel iets achterlaten? Wil ik het ons-gevoel dat ik steeds maar blijf oproepen bijvoorbeeld al loslaten?

Een moederlijke knuffel
Ik heb geen oog dicht gedaan vannacht. Niet omdat ik nou zo bezig ben met wat ik achter zou kunnen laten bij Cruz de Ferro, maar omdat slaapzalen soms gewoon een beetje veel zijn. Het bed is hard en smal. Mijn spieren doen pijn van al het lopen. Ik kan voor geen meter mijn draai vinden. En als ik te veel ga lopen draaien en bewegen maak ik de hele slaapzaal wakker. Om 06.15 uur gaat godzijdank m’n wekker. De Britse vrijwilligers van de albergue hebben een eenvoudig ontbijtje klaarstaan om 06.30 uur. Gisteren hadden ze ook al een afternoon tea, thee met melk en biscuits. Simpel maar schattig. De Britse, wat gezette tante heeft het ontbijtje al klaarstaan en maakt thee, uiteraard. Ze kijkt me eens goed aan als ik de keuken in loop. Ze ziet denk ik dat ik moe ben, want ze spreid haar armen om me een dikke knuffel te geven. Het is zo’n moederlijk gebaar dat ik het maar even laat gebeuren.

Wat laat ik achter?
Na het ontbijt loop ik de berg omhoog. Het is nog donker. Ik heb de steen die ik van huis heb meegenomen in mijn hand. Halverwege de berg weet ik dat ik niet het ons-gevoel ga loslaten. Het is veel te belangrijk voor me; er zitten te veel fijne herinneringen aan. Ook al maakt het me verdrietig en weet ik dat ik niet voor eeuwig aan dat gevoel kan blijven plakken, ik houd hè nog lekker even bij me. Wat ik wel ga achterlaten zijn de stemmetjes die me al bijna mijn hele leven dwars zitten en die Brian zo liefdevol en met overtuiging uit mijn hoofd gepraat heeft. De stemmetjes die zeggen dat ik ingewikkeld ben of moeilijk doe. De stemmetjes die zeggen dat ik in problemen denk of de negatieve dingen zie. De stemmetjes die zeggen dat anders zijn of je anders voelen iets geks is. Die stemmetjes ga ik achterlaten bij Cruz de Ferro en alle liefde van en herinneringen aan Brian neem ik mee. Zijn opmerkingen en acties die maakten dat de stemmetjes hun mond hielden.

Bij het ijzeren kruis
Cruz de Ferro is een beetje een gekke plek. Ik dacht dat het een groot, imposant kruis zou zijn, bovenop een berg met een mooi uitzicht en stilte. Maar het is een klein kruis, bovenop een grote houten paal en het staat opeens ergens in een bocht langs de weg. Op de grote parkeerplaats staat een ronkende vrachtwagen te lossen en wegarbeiders maken grappen in schreeuwerig Spaans. Het maakt me niet uit, want misschien gaat het niet om het moment bij dit kruis, maar om de weg naar boven met de steen in mijn hand.


Slecht weer


De weg naar beneden is mooi, maar zwaar. Het regent en de afdaling is lang en steil en vol met grillige, gladde rotstoestanden. Het goed neerzetten van mijn voeten vraagt alle focus en aandacht, want ik ben moe en soms een beetje niet zo scherp. Het onweer dat over de berg rolt, geeft me weer een beetje energie; ik houd van noodweer. Natuurlijk blijf ik alert en tel ik de tijd die tussen de flitsen en de donder zit. Het wordt allemaal niet heel erg spannend. Maar de energie kan ik goed gebruiken.
En omdat ik weet dat er een privé-kamer met een groot bed op me wacht, maak ik me niet heel druk over de vermoeidheid. Ik beloof mezelf dat ik de komende dagen iets vaker een privékamer voor mezelf ga reserveren. Een beetje moe zijn is niet erg, maar de laatste dagen was ik té moe. Ik ga goed hoor mezelf zorgen.
