Mijn aankomst in Santiago

  • Dag 37 of 199
  • Van Castañeda naar Santiago de Compostela
  • 45 km

Geen tijd

Oké, ik ben er nog hoor. Het was echter nogal intens om aan te komen in Santiago. De vermoeidheid, de drukte van de grote stad en de sociale toestanden waar je in wordt gezogen. Allemaal verschillende mensen die ik ontmoet heb op de camino, in groepjes of individueel. Wauw! Dus geen tijd om te denken, laat staan te schrijven.

Doorlopen of niet

Ik heb dus van de één-na-laatste dag mijn laatste dag gemaakt. Ik was het niet echt van plan. Pas toen mijn moeder me succes wenste met de laatste 45 kilometers werd er een zaadje geplant. Ik was niet eens vroeg opgestaan in mijn geweldige kleine eigen kamer in dit minidorpje Castañeda. Heerlijk geslapen. Er zijn geen albergues in het dorpje, met het grote voordeel dat ik kilometers lang alleen loop. Dus oortjes in en gaan. Brian en ik hadden samen een playlist. We noemden hem de drinklijst, omdat we hem maakten tijdens avondjes port drinken samen. Queen, Billy Joel, Metallica, Leonard Cohen, Santana, Manu Chao en nog veel meer. De playlist gaat op repeat en het blijkt een soort motortje. Ik ga als vanzelf. Geen pijn, geen vermoeidheid en wel veel plezier en genieten van de natuur. Ik dans de eerst tien heuvels over tot het eerste ontbijt met café con leche in de prachtige tuin van een (eindelijk) goed georganiseerd café-restaurant.

Soepel

Na het ontbijtje loop ik lekker door. Het gaat nog steeds verbazingwekkend soepel. Ik heb in principe 25 kilometer gepland staan naar O Pedrouzo en besluit te kijken hoe het gaat als ik die gelopen heb. Hoe verder ik de etappe loop, hoe drukker het wordt. Er staan rijen voor de koffie en de wc. Allemaal druk pratende pelgrims. Maar het is gezellig en ik voel me helemaal prima. Ik kom geen bekenden tegen, wat ik fijn vind. Het is heerlijk om samen met Brian en onze muziek de weg af te lopen.

Zo’n vijf kilometer voor O Pedrouzo, merk ik dat de hoeveelheid mensen me wel begint tegen te staan. Ik moet net iets te vaak dikke, in de weglopende Amerikanen en Spanjaarden ontwijken. Ze lopen langzaam en breeduit in setjes van twee of drie op het pad en pas als het me lukt om tussen ze door te stappen en ik vrolijk “Buen Camino” roep, gaan ze geschrokken aan de kant. “Ow sorrry, you were just too quiet honey”, zegt de hoogblonde Amerikaanse 60-plusser met haar Texaanse witte hoed op. Ja, nu is het mijn schuld… Ik zal je niet vertellen wat ik dacht.

O Pedrouzo

Er zijn mensen die dit allemaal heel gezellig vinden, maar ik heb ontzettend weinig zin om morgenochtend met deze meute naar Santiago te lopen en dus als ik in O Pedrouzo aankom, met overigens prachtige graffitikunst, loop ik gewoon door naar de andere kant van het dorp het bos in en volg de gele pijlen in de richting van Santiago. Nog 20 kilometer. Muziek aan, stokken in de stampstand en gaan. Het gaat iets minder soepel dan vanmorgen, dus iets strammer dans ik nog even een paar heuvels over.

Ik ook een camino angel

Net op het moment dat het weer wat zwaarder voelt en ik denk: “Het enige wat ik hoef te doen, is lopen…” zit er langs de kant van de weg in een greppel een oudere man tegen zijn rugzak geleund. Hij kijkt niet helemaal helder uit zijn ogen. Als ik hem vraag hoe het gaat zegt hij goed en nee hij heeft geen hulp nodig. Ik twijfel. Maar wil niks opdringen. Achter me loopt een Duitse. Als zij ook stopt, loop ik terug en samen besluiten we hem naar de eerstvolgende albergue te brengen. Twee Spaanse dames sluiten aan. Ik neem zijn rugzak, zij helpen hem op het pad te blijven. Het gaat langzaam en het kost me tijd, maar het is een lieve vriendelijke Tsjech die er echt niet helemaal goed bij loopt. Bij de albergue regelen ze een dokter voor hem en er komt iemand uit het dorp om voor hem onderdak te organiseren. Nu waren wij even Camino angels.

Spannend

Ik moet dan nog 16 kilometer en het is nu 16.00 uur. Als ik doorstap is het nog vier uur lopen. Ik regel al lopend een hotelkamer. Vul ergens mijn waterzak bij, eet wat en loop weer door. Na 10 km komen er kleine twijfels op of dit wel een goed idee was. Mijn voeten doen zeer. Ik voel de tenen van mijn linkervoet niet (wat eerlijk gezegd een voordeel zou kunnen zijn op dit moment), maar het is nog maar zes kilometer en eerlijk gezegd denk ik dat ik het wel aankan. Het voelt vooral een beetje spannend. Is het wel fijn om zo laat aan te komen? Zijn er dan wel mensen die me opvangen of is iedereen al met z’n eigen dingen bezig. Ik ben de enige pelgrim op de weg. Meestal zie je her en der wel rugzakken lopen voor of achter je. Niks niemand nergens.

De hulptroepen

Ik app Nadav dat ik doorloop naar Santiago. Hij is vanmiddag aangekomen. Wanneer ik mijn twijfel uit, zegt hij dat ik er geen spijt van ga krijgen. Hij komt naar het plein als ik er ben, belooft hij. Nadav is een van de camino angels die ik een kleine week geleden ontmoet heb. We hebben elkaar de laatste paar dagen beter leren kennen in goede gesprekken. Hij is een mega gevoelige, analytische en een beetje filosofische denker met een scherpe blik en heerlijke humor. Hij heeft drie hele verschillende studies gedaan en weet op dit moment niet zo goed wat hij wil, qua werk, met zijn leven. Waar kies je voor als er zoveel verschillende (aspecten van) dingen interessant zijn? Moet je eigenlijk wel kiezen? We herkennen veel dingen in elkaar. Het is fijn om met hem te praten. Een soort erkenning door de herkenning. En daarbij heeft hij bloedmooie ogen.

Ik ben er!!

De laatste 4,7 kilometers gaan door de stad. Ergens in een barretje drink ik een espresso en een fles water en stuur ik een foto van mijn paspoort naar het hotel om de toegangscode te krijgen. Zonder de drinklijst op mijn oren, maar met de foto van Brian dicht tegen me aan loop ik het centrum in. Bij het plein met de fontein check ik nog even waar ik heen moet op de app, want ik zie geen enkele pijl meer. En dan is daar de poort naar het plein van de kathedraal, inclusief de doedelzakspeler gelukkig nog om 20.00 uur. Ik ben er!!

Moe moe moe

Er zijn nog mensen op het plein, maar als ik het zo bekijk is aankomen in Santiago sowieso een individuele ervaring. Ik ben vooral heel moe en moet daar wel van huilen. Andere emoties die ik denk te ervaren heb ik vermoedelijk bewust een beetje opgeroepen om er toch een emotionele belevenis van te maken. De kathedraal is indrukwekkend, maar de aankomst is voor mijn gevoel niet heel veel anders dan andere dagen. Ik plof aan de rand van het plein tegen een pilaar van een groot gebouw en een vriendelijke mevrouw hurkt even naast me om te checken of ik oké ben. Ik laat het even bezinken om vervolgens het thuisfront te laten weten dat ik er ben. Ik app Nadav en hij komt naar het plein, zit even naast me en loopt daarna met me naar m’n hotel. Ik kom onderweg mensen tegen die ik ken. Knuffels geven, foto’s maken, telefoonnummers uitwisselen. Nadav kan het niet laten om steeds te vertellen dat ik 45 kilometer gelopen heb, waarop iedereen met ontzag reageert wat ik lastig, maar stiekem ook wel fijn vind. Ik heb het gewoon geflikt. Ik ben klaar!

En nog veel meer…

Santiago is intens. Ik vier dat ik er ben. Met Sharon en de groep jonkies uit Orisson. Met Nadav en de hele toffe vrienden die hij vanmorgen ontmoette toen hij verkeerd liep in het donker en zij allemaal achter hem aanliepen en dus allemaal verdwaalden en samen de weg terug moesten vinden. Zulke fijne mensen! Maar ze gaan ook allemaal weer weg. De ene de volgende dag naar Finisterre, de ander een dag later met de bus. Het is geweldig en verdrietig tegelijk. En dat is nog maar het begin van drie intense dagen.

Aftellen

  • Dag 36 of 198
  • Van Palas de rei naar Castañeda
  • 22,5 km

Nog twee dagen

Nog twee dagen lopen en dan niet meer. Dat is echt fijn. Bijna fijn. Nog even 45 kilometer wegstappen. Vandaag was een beetje een trage dag, maar wel gezellig. Ik loop met Jeannette en Sue. Beide heb ik al een keer eerder ontmoet. Sue is een dame van rond de 70 jaar. We raakten ergens op de Meseta in gesprek over het verliezen van je partner. Ze heeft 7 jaar geleden haar man verloren. Ze is niet zo netjes als ze eruit ziet en maakt voor een Amerikaanse van 70 jaar oud best wel pittige grappen. Jeannette ken ik eigenlijk niet zo goed, ondanks dat we wel een band hebben, maar ze ziet details en daarin vaak ook de humor. We moeten met enige regelmaat dan ook enorm lachen.

Gezelligheid

Halverwege onze wandeling bijvoorbeeld. Een paar mensen halen ons in een nogal hoog tempo in. Je hoort ze aankomen lopen en ze hebben wel wat moeite met dat tempo, want het klinkt niet heel erg stabiel en ze schoppen de hele tijd stenen voor zich uit. We gaan aan de kant. Ik loop ietsje voorop, de twee andere dames een paar meter achter mij. Eerst komt er een redelijk dikke meneer met een fluoriserend geel hesje en wandelstokken langs gesjeesd. Zijn korte beentjes lijken eigenlijk maar net het hoge tempo aan te kunnen. In zijn kielzog volgt een wat oudere man en daarachter zijn vrouw, vermoed ik. Het ziet er heel gek uit. Ze horen niet alle drie bij elkaar. Het lijkt wel een wedstrijd. Ik kijk enigszins verbaasd en licht geamuseerd achterom of er nog meer mensen komen en zie Jeannettes die direct in een lachbui schiet. Ze had een soort van dezelfde lol om de situatie alleen dacht ze in mijn gezicht een soort van check te zien of deze mensen misschien achterna gezeten werden door iets gevaarlijks… het is heerlijk om even een lachstuip te hebben met deze twee grappige vrouwen.

Vlnr: ik, Sue, Jeannette

Luxe

Het landschap verandert weer. Minder oud Engels, meer lieflijk landbouwgebied met kleine dorpjes. Ik heb een eigen kamer gereserveerd in Castañeda. Daardoor moet ik morgen iets langer lopen, maar ik heb het ervoor over. Het leuke is dat het appartementje geweldig knus is en dat er maar vijf andere pelgrims zijn. Een Spaanse vader en zoon met een hond die grappig is, maar te angstig om me echt gezellig te vinden. Ik kom ze al een paar dagen tegen en we hebben al het een en ander uitgewisseld. Zij zitten in het grote huis. In een ander huis zit een Engels sprekende vader en zoon. Ze zeggen niet zo veel.

De camino, een makkie

En er komt nog een vrouw bij mij in het kleine cottage-achtige huisje. Ik heb een eigen kamer met badkamer, die ik net tijdens het douchen heb laten overstromen. Als de vrouw net aankomt, met de taxi, is ze een beetje veel. Ik zit in de tuin. Ze gooit haar rugzak op de grond, zet haar grote paraplu (?) en wandelstokken tegen de tafel en ploft in een stoel. Ze loopt de Primitivo (een andere, zwaardere route van de camino) en zucht een paar keer flink. Vervolgens zegt ze dat de Camino Francès helemaal niet moeilijk is, maar de primitivo… poeh… Vandaar de taxi waarschijnlijk?

Ik ben om 14.30 uur aangekomen, heb de badkamer laten overstromen en de was gedaan. Die hangt nu in het zonnetje te drogen. En ik hang zelf ook in het zonnetje te drogen, een soort van. Dit is een zeer relaxte plek.

Naar León

  • Dag 23 of 185
  • Van Mansilla de las Mulas naar León
  • 18 km

Volle herbergen

Gisteren eindigde de dag in Mansilla de las Mulas, omdat de dag erna dan tot León niet meer zo ver zou zijn. Het was best een flinke wandeling en, zoals elke dag met meer dan 20 km, deden mijn voeten best wel zeer; de onderkant, de zijkant, mijn tenen, het peesje van mijn grote teen. Ook mijn zijkantjes spelen na een tijdje lichtelijk op. En mijn hamstrings. Mijn bilspieren. En m’n knieën, binnen- en buitenkant, ook. Kortom, mijn benen waren een beetje op. Ik besluit de eerste albergue te checken. ‘Complet’ hangt er op de deur, vol dus. De hostel even verderop is ook vol. Dan het boarding house proberen, is iets duurder, maar dan heb je een eigen kamer. Ook vol! De eigenaresse denkt dat alles vol is, behalve Hotel el Puente in het centrum. Op weg daarnaartoe kom ik drie andere pelgrims tegen die op hun telefoon mogelijkheden zoeken. Ze hebben hetzelfde probleem. We gaan samen naar hotel El Puente, maar daar aangekomen is de deur dicht en het ziet er donker uit. Bij de bar ernaast weten ze geen andere opties. Dus we gaan op zoek naar hostels in andere dorpjes. We bellen ze eerst voor de zekerheid, want het is niet fijn om 6 km te lopen en dan te horen dat het vol is. En ze zijn vol!

En nu?

We overleggen of we samen een taxi nemen naar León, want de dame van de laatste hostel zegt dat alles vol zit tot aan León. Dan opeens loopt er een Spaans mannetje de bar binnen en vraagt of we op zoek zijn naar een bed. Hij zegt dat hotel el Puente kamers vrij heeft. We kijken hem verbaasd aan. Hij loopt met ons mee en dan blijkt dat we aan de achterkant van het hotel stonden. Sukkels! Er is een kamer vrij met drie bedden. De laatste kamer. Yes. Nu hoef ik niet met de taxi naar León om dan te beslissen of ik terug moet met de taxi de volgende ochtend, want ik wil eigenlijk de hele Camino gelopen hebben en ik weet zeker dat ik niet teruggegaan was. Ondanks dat de kamer echt ondermaats is voor de 66 euro die ze ons (gezamenlijk gelukkig) laten betalen, voelen we ons echt heel opgelucht.

Kamergenootjes

Ik slaap er met Charles en Viri (Bithi). Charles is een wat oudere man uit Texas die heel vriendelijk, grappig en sociaal is, maar wel wat bekrompen ideeën heeft over genderissues, immigranten en de politieke situatie in de VS. We hebben het er maar niet over. Je kan elkaar dus ook aardig vinden, zonder dezelfde normen en waarden te delen. Viri en ik kunnen het goed vinden met elkaar. Ze deelt haar levensverhaal met me. Ze verloor haar moeder op haar 19e en haar vader, die er niet echt voor haar was, op haar 22e. Zij en haar oudere zus moesten hun huis uit omdat ze de huur niet konden betalen. Gelukkig mochten ze een maand bij kennissen verblijven. Ze heeft drie banen gehad om haar school af te kunnen maken en het is haar gelukt. Ze doet iets super interessants met onderzoek naar stress bij vogels. Ze vertelt ook dat ze ontzettend veel verdriet gehad heeft over haar moeder en we delen het een en ander over hoe moeilijk het is als iemand die je liefhebt overlijdt.

Alweer een party

Nadat we ons geïnstalleerd hebben in de kamer, gaan Viri en ik naar de supermarkt om lunch te halen. Op het plein bij de supermarkt staat een groot podium. Met het vorige partydorp nog in ons hoofd, maken we ons een beetje zorgen. En ja hoor. Het blijkt een dorpsfeest en vandaag is de laatste dag (lees nacht). Het begint volgens de supermarktmedewerker om 23.00 uur en gaat de hele nacht door. Jééé… We hopen er niet te veel last van te hebben, omdat we niet zo dicht bij het plein slapen. Maar nadat we om 00.00 uur wakker schrikken van twee kanonschoten en een vuurwerkshow, kunnen we daarna niet of nauwelijks meer in slaap komen, omdat de hele nacht de muziek door het dorp schalt. Echt hard hard.

Dat was nog het lieflijke beginnetje…

Als Viri en ik ‘s ochtends om 06.30 uur even op het plein kijken, voordat we het dorp uitlopen, staan ze nog steeds te hossen en te zuipen. Er mannen te pissen op zes verschillende plekken, zeg maar niet echt in een hoekje. Ik denk dat ze niet meer zo goed weten hoe ze zich richting een hoekje moeten draaien. Heel verhelderend allemaal. De muziek staat zo hard dat we het op zes kilometer afstand nog steeds kunnen horen. Fascinerend hoor die feestende Spanjaarden.

León

Ik zag een beetje op tegen de grote stad weer, maar León is lief, leuk, open en prachtig. Ik heb een hotelkamer geboekt samen met Katie, die een paar dagen achter me liep met een zere knie en de laatste vier dagen gefietst heeft. Het is een superleuke plek, vanwaaruit je de kathedraal zelfs kan zien. We gaan morgen samen een plan maken hoe een beetje samen en toch alleen in Santiago aan te komen.

Familie!

Op een van de pleinen staat een toeristentreinautootje vol met toeristen. En twee pelgrims die lichtelijk geflipt naar iemand zwaaien. Ze blijven maar zwaaien en niemand reageert. Wat zijn ze in vredesnaam aan het doen. En dan langzaam dringt het tot me door dat ze naar mij zwaaien en wie het zijn. Laura, uit Duitsland en Sharon een Canadese. Ik ben zo blij om ze te zien, want ik heb heel vaak aan ze gedacht. Zij waren de mensen die ik probeerde in te halen. Van de bestuurder mag ik ze echter niet knuffelen terwijl hij gaat rijden… Tss. Dus dan maar weer hopen dat we elkaar tegenkomen.

Als ik richting het hotel loop zie ik Sharon. We wisselen telefoonnummers uit en spreken af om met z’n allen wat te gaan drinken en daarna tapas te eten. Jééé, oude familie en nieuwe familie bij elkaar. Morgen naar de fysio voor mijn zijkantjes. En m’n billen. En m’n knieën. En m’n hamstrings. En dan een nieuwe sport-bh kopen, want ik heb er eentje ergens laten liggen en nu loop ik al drie dagen in dezelfde. Dus. Dan weet je dat.

Goede beslissingen

  • Dag 16 of 178
  • Van Burgos naar Rabé de las Calzadas
  • 13,5 km

Nog steeds moe

Ik had me voorgenomen om het rustig aan te doen op de Camino en niks te forceren. Op zich gaat het beter dan ik gedacht had. Maar doordat ik me een beetje eenzaam voelde de afgelopen dagen, ging ik toch meer lopen om mijn ‘Camino-familie’ in te halen. En dat voel ik nu. Bovendien slaap ik beroerd in de warme volle slaapzalen. Dus ik ben moe.

Mijn nieuwe Camino familie

Gelukkig leer ik ook nieuwe mensen kennen. Sara, een Italiaanse cartoontekenaar die een Britse vriend heeft, in Parijs woont, maar daar steevast bij zegt dat Parijs echt overschat wordt. Ze is echt een enorme bikkel, want ze heeft twee hele pijnlijke knieën, gaat traag en maakt dus lange dagen. We lopen al een paar dagen dezelfde afstanden. Ik denk altijd even aan haar wanneer ik lichtelijk vermoeid de volgende helling omhoog stiefel. Maar elke keer redt ze het weer. Zij was ook haar camino-familie kwijt, dus, zoals afgesproken, verwelkom ik haar steeds met flink wat enthousiasme als ik haar weer op de eindbestemming naar de hostel zie strompelen. En gisteren kwam Katie opeens de hostel in Burgos binnenlopen. Mijn Amerikaanse soortgenoot. Zo leuk!

Vlnr: ik, Sara, Katie

De grote stad

Opnieuw kom ik er achter dat ik niet zo goed raad weet met opeens weer zo’n grote stad na alle kleine, rurale dorpjes. Ik loop er een beetje verloren rond. Ik besluit dus om niet een dag extra te blijven in Burgos, maar een korte afstand te lopen de volgende dag. Gelukkig heb ik wel een nieuwe Camino-familie. Sara, Katie en ik eten pintxos (de tapas van noord Spanje) in een echte Spaanse pintxosbar, met boos kijkende pintxosbarmannen in witte overhemden. Mooi om te zien hoe hun systeem werkt, zeker als het om 20.00 uur echt enorm druk wordt. Voor ons tijd om terug te gaan naar de hostel.

Maar dan stampvol met drukke Spanjaarden

Een oude bekende

Op de terugweg zie ik opeens John, mijn Australische familielid met grote mond, maar erg gekwetst klein hartje. Hij wordt er helemaal emotioneel van als ik opeens voor zijn neus sta. Hij verontschuldigt zich daar later voor; het past niet echt in het plaatje dat hij van zichzelf wil neerzetten denk ik. Hij heeft duidelijk te veel gedronken. Voor hem een manier om zijn problemen niet echt aan te hoeven gaan. Maar het is echt fijn om hem te zien. En goed om elkaar te spreken.

Voor John

Rustig aan

Vandaag is het zondag. Alles in Burgos is dicht. Katie en ik hebben een kamer geboekt in een hostel op 13,5 kilometer van Burgos. We lopen niet samen, want we vinden het allebei fijn om ons eigen tempo te lopen en na te denken. En Katie gaat eerst naar de mis in de kathedraal van Burgos. In Spanje is zondag nog echt een rustdag. Er is niemand op straat. Wat een rust. Het voelt als een zondagmiddagwandelingetje. Ik kom langs de universiteit van Burgos. Altijd mooi, zo’n plek vol kennis. Het oude gedeelte van de universiteit is indrukwekkend. De rest van de wandeling is saai en lelijk. Maar mijn zijkantje houdt zich weer keurig aan de afspraak.

La Fuente de Rabé Hostel

Ook een kinderboek

Allemaal goede beslissingen dus. Ik ben om half twaalf in de hostel. Een gezellig café, bar, restaurantje in een klein dorpje. Een prima kamer met vier bedden en een eigen badkamer. Er zijn geen andere mensen. En Katie is prettig gezelschap. Ze is op zoek naar wat ze nou eigenlijk wil en waar ze dat dan gaat doen. En ze heeft ook een kinderboek geschreven, net als Brian en ik met ‘Joep en zijn spinnenpak’. Alleen heeft zij het al helemaal uitgeschreven. Het gaat over een cactus die moet leren om niet al haar water weg te geven aan iedereen die mogelijk een vriend van haar kan worden. Ze zoekt nog een illustrator. Of een uitgever.

Familie

  • Dag 12 of 174
  • Van Nájera naar Santo Domingo de la Calzada
  • 22 km

Beetje alleen

De afgelopen dagen is het even zoeken naar mensen bij wie ik me een beetje thuis voel. Er zijn ontzettend veel Fransen, soms in groepjes, soms met z’n tweetjes. En Fransen zijn vermoeiend. Er zijn mensen die met elkaar oplopen sinds Orisson, de herberg in de Pyreneeën waar een sterke band ontstaat tussen mensen, maar dan van een paar dagen later dan ik er was. Ik ben na Pamplona mijn ‘Camino-familie’ uit het oog verloren. Dat is op zich niet erg, want ik ben hier niet om nieuwe vrienden te maken en ik ontmoet ook weer nieuwe mensen, maar het was ook wel tof dat mensen je iets leuks toeroepen als je een dorp of stad inloopt. “Rose! You made it…!” De mensen die ik nu om me heen heb, klikken niet zo vanzelf als het clubje van Orisson.

Heimwee?

Dat maakt dat ik mijn eigen familie-gezinnetje een beetje mis. De kinderen die zich zo goed redden zonder mij op het moment. Ik mis hun vanzelfsprekende aanwezigheid in mijn leven. De gezellige drukte van Sven, die altijd meer oppikt dan je denkt, omdat hij het niet hardop zegt. Maar als hij dan zegt wat ie denkt, is het opeens heel slim en beschouwend. Hij gaat een weekje op zichzelf wonen in mijn huis en ik moet zeggen: ik denk dat hem dat goed gaat lukken. Lieve, behulpzame Niels, die soms denkt als een volwassene en tegenwoordig een timing in zijn humor heeft die echt super grappig is. Hij heeft me zo geholpen met de website opzetten voor mijn blog dat ik nu gewoon kan typen en plaatsen. Marit met haar gezellige kletsmeierigheid. Ze komt graag lekker bij me zitten voor rugkriebels, als ik een keer rustig zit… en Mathijs die ervoor zorgt dat er altijd wel een leuk gesprek is aan tafel en een hele interessante kijk heeft op het leven af en toe.

En door…

Maar ik mis ze nou ook weer niet zo erg dat ik terug wil naar huis. Dus ik blijf nog even. Genieten van de mooie uitzichten en de tijd die ik heb voor reflectie. Weer een flinke afstand afgelegd vandaag. Ik voel het wel aan mijn voeten en mijn knieën. En mijn heupen. En m’n rug… oké… De komende dagen zijn lastig kleiner te maken, vanwege de afstand tussen de dorpen en soms een gebrek aan (goede) herbergen. En stiekem wil ik ook wel een beetje doorlopen, want wie weet kom ik nog wat Camino-familie tegen…

Hello, goodbye

  • Dag 4 of 166
  • Van Zubiri naar Pamplona
  • 20,4 km

Benauwd

Het was zo verschrikkelijk warm en benauwd in de hostel vannacht dat ik heb geen oog heb dichtgedaan. Er liggen twaalf mensen in deze kamer en er is één raampje. Daar blijkt heel weinig frisse lucht door te kunnen. De matrassen van de toch wat wiebelige stapelbedden hebben een soort plastic hoes en we krijgen er geen ‘papieren hoesje’ bij. Je plakt er aan vast en het is zweterig. Het is te warm om in mijn lakenzak te gaan liggen. Ik probeer er op te blijven liggen, maar elke keer plak ik weer vast aan het plastic. Het is bijna noodzakelijk om op mijn rug te slapen, want als ik het ene lichaamsdeel op het andere leg, al is het maar een hand, ontstaat er een soort hitteontploffing. Ik hou niet van op mijn rug slapen, dus ik slaap weinig.

De slaapzaal van de dag

En maar door

Ik vertrek opnieuw vroeg, omdat het warm wordt en het laatste stuk dwars door Pamplona gaat. Kort nadat om 05.00 uur de eerste pelgrims hun spullen pakken, sta ik ook op. Om 06.00 uur vertrek ik samen met Sharon en John. Sharon is een bescheiden, lieve Canadese, met zere voeten. Ze loopt niet zo hard. John ziet er uit als een typische stoere outback Australiër van ergens in de vijftig die nog een beetje volwassen moet worden. Hij loopt graag alleen, maar we komen wel steeds weer elkaar tegen. Omdat we zo vroeg weg gaan, kunnen we niet ontbijten in de hostel. We gokken erop dat we onderweg iets tegenkomen. In de eerste dorpjes is alles nog dicht. Het volgende restaurant is elke twee weken dicht op dinsdag. Toevallig vandaag. Hoe fijn. Daarna komt er niks meer tot 4 km voor Pamplona. Maar dat wist ik natuurlijk niet, dus ik dacht steeds: ik loop nog even door. Uiteindelijk heb ik dus 16 km gelopen zonder te eten en te stoppen. Nu voel ik mijn zijkantjes wel.

Aankomst in Pamplona

Rust en gezelligheid

Vandaag komt Marit, Brians dochter. Ze vond het niet zo makkelijk, toen ik besloot om acht of tien weken weg te gaan. Toen ik de kids voorstelde om een dagje mee te komen lopen, was ze eigenlijk de enige die dat kon inplannen (en ook de enige die groot genoeg is om zelfstandig te reizen). Dus ze is met de nachttrein naar het zuiden van Frankrijk gereisd, waarna ze de trein naar San Sebastián nam en vervolgens met de bus naar Pamplona kwam. De bikkel. Met een veel te zware rugzak, want ze moet daarna ook nog van alles. Ze loopt twee dagen mee die ik een beetje inkort. Maar eerst hebben we een rustdag morgen in Pamplona. Dat is leuk! En ook een beetje spannend, want ik zeg dan gedag tegen mijn Camino-familie, waarvan iedereen verder loopt.

Marit!