Ingrediënten van een rouwproces

Het proces van rouwen om Brian heb ik, vaak bewust en soms onbewust, gevuld met allerlei ingrediënten die me helpen om verder te kunnen met mijn leven. Al die verschillende ingrediënten zorgden er samen voor dat ik sta waar ik nu sta. En ik ben er nog niet, maar er zijn ook nog heel veel verschillende ingrediënten over. Zoals flink van me af slaan en schoppen…

Vriendschap als ingrediënt

Een paar maanden voor het overlijden van Brian maakten we met onze vrienden en familieleden een kookschema: twee keer per week kookte er iemand bij ons en at dan ook gezellig mee. Het zorgde bij mij voor minder druk en bij hen voor een vanzelfsprekende betrokkenheid bij het ziekteproces van Brian, wat anders veel moeilijker ontstaan was. Na Brians overlijden hebben we het schema nog een tijdje aangehouden. Allemaal lieve vrienden die hier kwamen koken, eten, luisteren en afleiden. En wisten wat er zich bij ons achter de deur had afgespeeld. De oprechte warmte die ik daarin voelde, was helend.

Daarnaast waren er ook de mensen die in Rootz werkten en zich inzetten met al hun liefde voor het bedrijf. Ze waren ondersteunend naar mij toe en hielden daar de boel draaiende terwijl ik in stukjes was. Waar vind je nog zulke mensen. Het voelde bijzonder.

De camino als ingrediënt

Ook de camino was een belangrijk onderdeel van het rouwproces. Met alle voorbereidingen had ik een concreet doel en verzandde niet in leegte. Ik las over de route, kocht de juiste spullen en plande de reis. Hersentraining voor een hoofd dat op dat moment niet heel veel aan kon. Door het trainen was ik fysiek bezig en kwam ik veel buiten. Ik leerde dat wandelen en je ogen langs het landschap in de verte laten gaan een soort EMDR-effect heeft, een therapie voor traumaverwerking waarbij je ogen van links naar rechts gaan om vervelende herinneringen een plek te geven. Bovendien was het alleen zijn in de natuur af en toe een goed moment om heel hard te huilen. Het deed zijn werk.

De camino zelf bleek echter het grootste bewust geplande ingrediënt van mijn rouwproces. Tijdens de tocht der tochten hoefde ik alleen maar de focus op het lopen en mezelf te hebben. Door deze rust, maar ook door de mensen die ik tijdens de camino leerde kennen en de goede gesprekken met hen, kon ik mezelf weer meer centraal zetten na de grote wirwar van emoties, verantwoordelijkheden, aandachtsverdeling en zorg. Het buiten zijn, de prachtig mooie omgeving en de fysieke uitdaging… heel helpend. En ik ontdekte dat ik toch wel een sterke behoefte heb aan fysieke uitdaging en dat ik het heerlijk vind om daarin mijn grenzen te verleggen. 

Toeval of niet…?

En toen ontmoette ik in december, compleet toevallig in zomaar een supermarkt in Deventer, een oud collega die ik een paar jaar niet gezien had. “Roos, toch…?” vroeg ze. Ik herkende haar niet meteen, want ze had een transformatie ondergaan waar veel gemeentes nog een puntje aan kunnen zuigen. Lotte. Zij en ik hebben in één van mijn eerste gemeenteopdrachten met heel veel plezier samengewerkt aan een transformatieopgave. Ze had een creatief brein. Vanuit haar eigen bedrijf liet ze allerlei ideeën op gemeentes en welzijnsorganisaties los en ze kon ze ook nog in structuren uitrollen. Toen zat ze echter niet lekker in haar vel, maar nu is dat duidelijk totaal anders. Ze straalt en zit vol energie en zelfvertrouwen. Ze heeft een boel dingen in haar leven omgegooid, vertelt ze, én ze doet aan kickboksen. Ze deed dat vroeger al en was er jarenlang totaal niet meer mee bezig. Maar ze is er weer mee begonnen en wordt er heel blij van. Ze geeft zelfs les op een kickboksschool in het buitengebied van Twello. Ik ben gefascineerd en besluit nog diezelfde avond dat ik ook ga kickboksen, bij Lotte. 

Kickboksen

Een beter besluit had ik niet kunnen nemen. De ontmoeting met Lotte was voor mijn gevoel niet toevallig. Het was precies wat nodig was. Na de camino wilde ik geen tochten meer lopen, want zo zonder doel een beetje de natuur in… niks voor mij. Maar mijn lichaam was sterk van het wandelen en ik wilde dat niet kwijt. Dus ik zocht naar een sport waar ik mijn kracht kon opbouwen, mijn energie in kwijt kon én energie van zou krijgen. Een sport die me uitdaagt, waar ik mijn grenzen moet verleggen, maar waar ik me ook thuis voel… Ik dacht altijd dat kickboksen voor opgepompte, zweterige spierbundels met agressieproblemen en primaire reacties was en dat je dan in zo’n zwartgeschilderde garagebox met touwen en tractorbanden aan de slag moest. Of dat vrouwen met strakachterover getrokken gel haar en zwartgelakte nepnagels in glimmende boksbroekjes je met hun veel te korte lontje alle hoeken van zo’n doodenge ring zouden laten zien.

Maar niets van dat alles. Vanaf het eerste moment dat ik de Rebel Box van Hella’s Kickboxing en Coaching binnenliep, was ik om. Licht, hartelijk, groen en heel erg welkom. Maar ook rete-fanatiek, technisch uitdagend en fel coachend. Hella en Lotte zijn superchicks met passie voor wat ze doen en ik hou ervan.

Het kickboksen blijkt een fantastische combinatie te zijn van werken aan spierkracht, conditie en techniek. Ik train mijn hele lichaam, voel aan alle kanten spieren waarvan ik heus wel wist dat ik ze had, maar die ik even kwijt was. Ik word er elke keer helemaal blij van. Zelfs als ik me niet fit voel, ga ik er met plezier naar toe. En ik kom altijd weer energiek (en goed moe) terug. Als ik verdrietig ben of frustraties voel, is het gecontroleerd van me af meppen en schoppen een hele nuttige bezigheid. Ik ben even met niks anders bezig. Ik kijk die bokszak dreigend aan en ram er vervolgens flink op. Het helpt. Het focust. Het geeft ruimte. Een goed gevoel. En een goed lichaam. Een belangrijk ingrediënt in het rouwproces en voor alle andere moeilijk momenten in het leven. Het is precies wat ik nodig heb.

Rosie, don’t you worry

Verbazingwekkend snel

Het is gek om opeens te ervaren hoe ik meer mijn huidige leven leid en minder bezig ben met het leven dat Brian en ik samen hadden. Het is natuurlijk logisch dat dat gebeurt, want in de realiteit is mijn leven niet meer samen met Brian. En het is ook belangrijk dat het gebeurt, want ik moet nou eenmaal alleen door. Dus ik neem beslissingen en maak keuzes die voor mij belangrijk zijn en ik onderneem allerlei nieuwe dingen die ik fijn vind en waar ik plezier uithaal. Het gaat alleen verbazingwekkend snel al zo en dat voelt soms gek. En als ik dat bedenk, is het ook ontzettend verdrietig dat een mensenleven zo snel op de achtergrond kan raken. Niet dat ik niet meer aan Brian denk of hem niet mis. Maar het is minder op de voorgrond.

Zonder schuldgevoel

Tijdens de laatste week van de camino merkte ik dat Brian minder aanwezig was in mijn gedachten. Niet alleen het dichterbij Santiago komen, maar ook de nieuwe sociale contacten die ik die week opdeed vroegen mijn volle aandacht. Gesprekken en ontmoetingen openden luikjes in mijn hoofd, creëerden andere inzichten en maakten ruimte om na te denken over nieuwe mogelijkheden. Eenmaal thuis zette dat zich door. Ik ondernam allerlei dingen. Ik zette mezelf op de kaart als zelfstandig adviseur en projectleider (met een nieuw logo), begon aan een nieuwe sport (kickboksen), ging naar een reünie waar ik mensen uit mijn eigen geschiedenis weer ontmoette en ik gooide een nieuwe foto op mijn socials… een foto die Brian nooit gezien heeft. Het ging als vanzelf en zonder schuldgevoel naar hem toe.

Want dat kan hè, dat je je dan schuldig voelt… over dat je doorleeft, nieuwe dingen onderneemt, nieuwe mensen ontmoet en daar plezier in hebt. En daar zou je je zomaar heel rot over kunnen voelen. Alsof dat niet mag. Alsof je altijd verdrietig moet blijven. Ik heb dat wel af en toe zo gehad, maar sinds die laatste week van de camino is het weg. En dat is goed. Het gaat alleen verbazingwekkend snel.

Minder kameleonnen

Ik ben enorm mezelf geweest tijdens het lopen van de camino. Dat ben ik niet zo van mezelf gewend, want doordat ik me vroeger vaak een buitenbeentje voelde, heb ik mezelf aangeleerd om te kameleonnen – mezelf aanpassen aan de sfeer van een groep of de manier van doen van iemand anders. Niet te veel afwijken, niet te veel opvallen.

Naarmate ik ouder word, ben ik echter steeds meer mezelf. Ook de fijne relatie met Brian en zijn onvoorwaardelijke liefde voor mij hebben me het vertrouwen gegeven dat ik kan zijn wie ik ben. Het kan me steeds minder schelen wat anderen van me vinden. En ik moet zeggen dat het vaak goed uitpakt. Na de camino heb ik bijvoorbeeld van zeker vijf mensen te horen gekregen dat ze dingen anders zijn gaan bekijken of zijn gaan doen doordat ze in mijn gezelschap waren! Hoe tof is dat? Zo was er deze grote, vriendelijke, maar ook wat mopperige en luidruchtige Duitser die ik de laatste twee weken af en toe tegenkwam. We liepen samen een stuk van een etappe, dronken een andere dag een biertje op de plaats van bestemming en hebben ’s avonds een keer samen gegeten. Hij appte mij een week na de camino dat hij, door met mij op te trekken zijn best is gaan doen sensitiever te reageren op andere mensen. Ik vind dat een mega compliment. Ik zou er bijna van naast mijn schoenen gaan lopen.

Sociale toestanden

Bijna. Want het lukt niet altijd helemaal om het vertrouwen in mezelf vast te houden. Soms vind ik sociale dingen namelijk ingewikkeld en dan ontvouwen opeens die oude patronen zich weer. Ik heb in het verleden best vaak mijn neus gestoten met vriendschappen en relaties. Dan dacht ik dat we vriendinnetjes werden en opeens wilde ze me niet meer met me spelen op het schoolplein. Ik begreep er niks van. Had ik niet leuk genoeg gespeeld? Was ik niet gezellig genoeg? Wat had ik anders moeten doen? Ik heb pas beste vrienden sinds ik 38 jaar ben. Of die leuke jongen die zijn best voor me deed… ik zag al voor me hoe we gezellig samen op vakantie gingen en hij me de liefde verklaarde. Na twee weken bleek hij niet verliefd genoeg te zijn en liet steeds minder van zich horen. Ik was totaal de weg kwijt. Had ik het dan zo verkeerd begrepen? Had ik dingen verkeerd gezegd of gedaan? Was ik saai? Vermoeiend? En dat zijn maar voorbeelden. Ik kwam er vaak niet uit.  

Intens

Ik kan soms een beetje intens zijn. Of zoals Passenger het zegt (ik luister heel veel Passenger de laatste weken) in zijn ’Let her go’: “‘Cause you loved her too much, and you dived too deep…” Dat doe ik. Soms. Vaak. Nee, niet vaak. Maar vaker dan soms… Het pakt niet altijd goed uit voor mijn zelfvertrouwen en de rust in mijn hoofd. Want niet iedereen is even intens terug. Behalve Brian. Die was net zo enthousiast als ik. De perfecte match… Maar ik blijf dat soort dingen, met of juist zonder verwachtingen, moeilijk vinden om in te schatten. Als mensen me niet vriendelijk maar direct vertellen hoe het zit, tast ik vaak eindeloos in het duister. En dat betekent dat mijn hoofd overuren maakt en ik heel hard moet werken om de onzekere gedachten uit te zetten. Of zoals Passenger het zingt in ‘Sword from the Stone’: ‘Cause I’m fine then I’m not; I’m spinning ‘round and I can’t stop.’ Gek word ik er van.

Warboel

Ik dacht dat ik hier door Brian vanaf was. Ik had gehoopt dat ik nu zo op mezelf durfde te vertrouwen dat ik niet meer in de war zou raken als ik andere verwachtingen heb van een contact dan de ander. Maar het is niet zo, natuurlijk. Het is er nog steeds en ik doe nog steeds dezelfde stomme dingen die ik vroeger al irritant vond van mezelf. Ik word onzeker, zenuwachtig, ik sla dicht, twijfel over alles en weeg alles steeds opnieuw af. Als iemand minder reageert dan ik zou willen, dan ga ik juist veel typen en toelichten en omslachtig doen. En dat valt dan natuurlijk juist heel erg op. En daar word ik dan weer ongemakkelijk van en dan wil ik daar weer context aan geven. En dan bedenk ik dat ik dat beter niet kan doen, omdat ik dan intens overkom. En dan doe ik dat niet, of toch wel, omdat het anders toch maar in mijn hoofd blijft rondzingen. En als ik dat dan toch doe dan krijg ik daar weer spijt van. En dan moet ik daar weer wat over zeggen. En ondertussen komen al die oude gedachtes boven: ben ik saai, oninteressant of niet gezellig genoeg? Zei ik iets verkeerd? Deed ik iets verkeerd? Ben ik te ingewikkeld? Te intens? Pfff. Zo vermoeiend. Ik lijk wel een vrouw. En dan mis ik Brian. Sterk geworteld en net zo dolenthousiast.

Embrace how you feel

En dan toch. Ik relativeer meer en sneller. Het ouder worden, mijn relatie met Brian, de camino lopen en de complimenten van mensen die het fijn vonden mij te ontmoeten, maken dat ik al dit gedoe niet meer zo sterk voel als vroeger en er sneller doorheen ben. Ik kan er van een afstandje naar kijken. Ik heb mensen om me heen met wie ik mijn complexe hoofd kan delen (thanks John!) en ik laat mijn eigen hoofd me minder van slag maken. Ik ben er beter in geworden mijn hersenspinsels te filteren naar de realiteit en oké te zijn met moeilijke gevoelens. Of zoals Passenger het zingt in ‘The way that I love you: “Discard what is fake, keep what is real; Pursue what you love, embrace how you feel.” En daarbij denk ik dan: “Oh, Rosie, don’t you worry, my dear.”

Helemaal klaar met alles

  • Dag 32 of 194
  • Van Fonfría naar Sarría
  • 28 km

Alweer geen slaap

Ik ben er klaar mee. Alweer een nacht in zo’n fucking albergue. Snotverkouden Fransen naast me in hun stapelbedje. Al hoestend en niezend. Ik werd er boos van. En dan drie snurkers die om het hardst hun geronk door de slaapzaal gooien. Weer niet geslapen. Zo moe. Vanmorgen maar om 05.00 uur van ellende m’n bed uit gestapt en naar Sarría gestiefeld.

Dooie tenen

Ik wist dat het een lang eind was en al met al ging het op zich prima. Behalve de laatste kilometers. Mijn voeten doen zeer, m’n knieën jammeren, m’n heupen doen af en toe een steek afgeven. Ok daar ben ik klaar mee, die fysieke pijntjes. Ik heb twee die tenen en één blauwe. Zou dat erg zijn?

Waarom zo heppie de peppie?

Ik loop weer samen op met iemand. Een Nederlandse dit keer. Maar ze kan me niet boeien. Eigenlijk kan niks me echt boeien. Ik heb het gehad. Ik word chagrijnig van alle nieuwe gezichten. Weer een nieuwe golf pelgrims waar ik in beland. Allemaal nieuwe gezichten. Wat halen ze de energie vandaan om steeds maar zo blij Buen Camino te roepen?

Eh…

Dramatoestanden

In het eerste dorp John tegen. De licht problematische Australiër met z’n grote façade, maar kleine hartje. Hij voelt aan alles toch problematisch en hij weet het. Hij houdt afstand, want hij heeft gedoe met een vrouw die verliefd op hem is. Ik denk dat ie weet dat het onvolwassen is ofzo. Wat een toestand. Hoe oud zijn we nou…?

Prestatietoestanden

Verder zie ik Nicky. Ze ging een paar dagen geleden door haar rug/heup en heeft een zenuwontsteking. Ze gaat toch lopen. Echt niet slim. Dus ik probeer een beetje tot haar door te dringen, maar denk ook: “zoek het lekker zelf uit met je prestatiegerichte problementoestand! Veel succes. Dan zijn er nog mensen die contact proberen te maken met hun algemene caminovragen. Wat ga je naar toe? Waar ben je begonnen? Wanneer ben je gestart op de camino? En waarvandaan? Allemaal niet echt uit interesse, maar vaak ook in te schatten hoe goed ze zelf lopen (en als ik iets minder chagrijnig ben, misschien gewoon om conversatie te maken).

Rare hippies die Australiërs

De uitzichten zijn weer leuk. Halverwege komen we langs een rustplek die gerund wordt door Australiërs in een grote rommelige zweeftrein. Hartstikke leuk als je niet chagrijnig bent. Het kan me niet boeien. Iedereen loopt helemaal lyrisch te doen. God wat vermoeiend. Het is gewoon een groepje overhappy pelgrims die de camino niet los kunnen laten om wat voor psychisch ingewikkeld reden dan ook.

Slecht gekozen

Bij de albergue in Sarría, grotere stad met flats (en ergens een hond die niet stopt met blaffen), is niemand. Er hangt een briefje in een zelf check in te doen. Echt vervelend. Ik kan niet meer op mijn voeten staan. Als ik net klaar ben, komt de beheerder aangewandeld. De albergue is een beetje grauwig en simpel. De kamer ruikt naar luchtverfrisser en ik check voor de zekerheid de matrassen wel even op bedbugs. Ziet er niet problematisch uit. De was kan ik pas om 17.30 uur doen, om wat voor reden dan ook. En eerder kan ik niet de stad in want als je boxen de 45 jaar bent en je doet bh’s allebei te vies zijn om aan te doen, dan moet je gewoon even wachten. Even later zie ik wel dat de locatie echt beroerd is. In het centrum is het gezelliger. Een leuk detail is dat e er een Spaanse conversatie aan de gang is in een van de appartementen boven de albergue als ik terugkom van het eten…

Een plan

Tijdens het lopen heb ik bedacht dat ik een plan ga maken voor na mijn aankomst in Santiago. En ja, het is gelukt. Gelukkig komt Katie ook nog ergens in het plan voor en appt Ralph me of ik iets met hem ga eten. En gelukkig heb ik chocolade in m’n tas… Eind goed al goed. Behalve dan dat er een vrij irritante Amerikaan aanschuift bij het eten die een enorme mansplainer blijkt te zijn.

Maar goed. Het plan? Ik kom de 26e aan in Santiago. Ik blijf twee nachtjes daar. De 28e huur ik een auto en ga, als het lukt qua timing, even met Katie in Finisterre kijken. Daarna rij ik in de richting van Bilbao om daar in een B&B uit te rusten van alle toestanden. En dan vlieg ik op 1 oktober, mijn verjaardag, terug naar huis. Om 09.00 uur land ik op Schiphol (KL1684). Dus wie de behoefte voelt een knuffel te krijgen of te geven of te delen, voel je vrij.

Het begin van het einde

  • Dag 25 of 187
  • Van León naar San Martin de Camino
  • 19 (van 26) km

Een rustdag

León is echt een heerlijke stad. Licht, schoon, vriendelijk, heerlijk eten en super gezellig. Samen met Katie is het makkelijk om langs verschillende tapasbarretjes te struinen, want ze spreekt goed Spaans en dat lijkt de soms wat norse Spanjaarden direct te ontdooien. En het is gezellig met Katie. Alweer. We hebben gesprekken die ons allebei iets opleveren en die de diepgang hebben die we bij sommige andere ontmoetingen een beetje missen. En we kunnen ook vreselijk lachen om kleine, grappige momenten. Maar vandaag moest ik ook flink huilen toen ik haar vertelde over de laatste dagen van Brian en wat ik moeilijk vind.

De was

Gisterochtend begon mijn dag met een bezoekje aan de Fisioterapia. Hij heeft mijn benen losgemasseerd en mijn voeten bekeken. De onderkant van mijn voeten is waarschijnlijk licht ontstoken. Het advies is rekken en koelen. Na de Fisioterapia ga ik de was doen in de lavanderia vlakbij, waar ik van een Spaanse oma de opdracht krijg haar uit te leggen hoe de wasmachine werkt. In het Spaans. Ze gaat steeds harder praten om me te vertellen wat ze wil. Het duurt even voordat ze begrijpt hoe Google translate werkt en ik probeer niet steeds harder te gaan praten om het haar duidelijk te maken.

Even spannend

Na een bezoekje aan de machtige, gothisch kathedraal met haar enorme glas-in-loodramen, ging ik naar het Spaanse postkantoor, Corréos, om een pakketje te versturen en het pakketje op te halen dat Niels voor mij aan het postkantoor heeft opgestuurd. Het eerste lukt, het tweede niet. Het ligt waarschijnlijk bij een ander bedrijf, MRW, dat ver buiten het centrum gevestigd is. Gelukkig kan Katie met haar geweldige Spaans het bedrijf bellen, waardoor ik weet dat mijn pakketje er nog ligt. Omdat ik nog een uur heb voor ze sluiten, neem ik snel een taxi. En jééé daar heb ik de paar essentiële aanvulspullen. We eten creatief op de hotelkamer, want Katie is niet helemaal fit. En dan spullen pakken en slapen, want de volgende dag begint de gewone pelgrimroutine weer.

Met de bus

Vanmorgen hebben we voor de eerste (en voor mij sowieso enige keer) de bus gepakt. De fysiotherapeut zei dat het nutteloos was om langs het verschrikkelijke industrieterrein van León te lopen. Spanjaarden (zowel mannen als vrouwen) kunnen nogal duidelijk en stellig zijn in hun meningen. Maar we besluiten na rijk beraad als je fysiotherapeut het zegt, zeker als het een Spanjaard is, dat het dan geoorloofd is. En dat we niet zo streng hoeven te zijn voor onszelf en dat Jacobus vast ook wel eens een stukje met een kar of een ezel gelopen heeft. Dus daar rijden we, toch een klein beetje licht gegeneerd wanneer we groepjes wandelende pelgrims passeren, langs zeven kilometer industrieterrein. We hebben er geen spijt van. Uiteindelijk lopen we achttien kilometer naar de eindbestemming van vandaag, eeneen gloednieuwe albergue met een zwembad waar niemand gebruik van maakt en heerlijke tomatensalade en patatas bravas. En verstandig als ik ben, koel ik ondertussen braaf mijn voetjes.

Vandaag is met mijn vertrek uit León het laatste deel van de Camino begonnen. Nog 295 kilometer naar Santiago!

Saai!

  • Dag 21 of 183
  • Van Lédigos naar Bercianos del real Camino
  • 26,5 km

Alweer een dag

Om 06.00 uur gaat mijn wekker. Ik heb nauwelijks geslapen, omdat het zo warm is op die slaapzalen. Het kan me niet zo veel schelen als anderen wakker worden, omdat ik mijn tas inpak. Ik heb een dag van 26,5 km voor de boeg. Het start al niet lekker, want ik kom er vanmorgen achter dat ik mijn was vergeten ben af te halen gisteren en alles ligt kleddernat op de grond, want het heeft vannacht geregend.

Hostel van gisteren, ziet er leuk uit, maar echt gedoe

Alweer regen

Ik ben nog geen 5 minuten onderweg of het begint te regenen. Ik hoop dat het meevalt, maar het begint steeds harder te regenen. Dat was niet voorspeld, dus de regenspullen zitten onderin mijn tas. Dus, tas af, regenspullen eruit, jas eerst maar en dan toch ook m’n regen broek om natte schoenen te voorkomen. Terwijl de regen op mijn rug klettert, krijg ik natuurlijk de zijkanten van mijn regen broek niet dichtgeritst. De zoom komt steeds in de rits.

Weg kwijt

Vervolgens raak ik de hele pijlen kwijt in het volgende dorp en moet ik via een veld met allerlei hoge beplanting de weg terugvinden. Net nadat ik mijn regen broek besloot uit te doen, natuurlijk, dus het water drupt van de planten in mijn schoenen.

Eindeloos

De route is saai en lang. Een pad met hoekige steentjes, die na een tijdje zeer doen aan je voeten, gaat eindeloos rechtdoor langs een grote weg. Langsrazend verkeer maakt muziek luisteren onmogelijk en er zijn alleen maar eindeloze graanvelden of omgeploegde akkers te zien.

Alleen of samen

Het is niet mijn dag. Tijdens het ontbijt kom ik in een café-bar terecht waar de groep, die ik de laatste paar dagen probeer te ontlopen, ook komt eten. Het is een hechte groep met veel grote monden die weinig ruimte laten voor anderen. Gelukkig zit Tara er ook. Een Amerikaanse die ook alleen loopt en bij wie ik aanschuif aan tafel. Het klikt niet meteen, maar ze is wel aardig. Ik loop toch alleen de deur uit. Het is een alleenloop dag. Ze loopt 200 meter achter me en ongeveer hetzelfde tempo als ik. Na een tijdje zie ik in mijn ooghoek de staart van een relatief grote hagedis het struikgewas inschieten. Ik loop door, maar houd de zijkant van het pad goed in de gaten. En niet lang daarna zit er eentje te shinen in het zonnetje.

Harrie

Samen

Tara komt er ook bij staan om hem op de foto te zetten. Nadat Harry – geschrokken van alle media-aandacht – het struikgewas ingevlucht is, lopen Tara en ik samen verder en even later hebben we toch wel leuke gesprekken. Soms is het gewoon even wennen en door de taalbarrière heen praten. We bereiken samen ‘the halfway point’ waar een gekke Fransoos ons per se samen op de foto wil zetten.

Hostel

In het einddorp van de dag is de fijne hostel vol en we belanden in een kleine, ietwat bedompte betegelde schuur van een café-bar, met dunne matrasjes op de metalen stapelbedden. Wel schoon en in ieder geval koel. Maar niet echt vriendelijk, ondanks dat deze mevrouw zelf zeven keer de Camino gelopen heeft.

Mijn pijnlijke voetjes in mijn heerlijke lakenzak op het dunne matrasje in de betegelde schuur

Toch nog de beste optie

Nou voor een hele saaie dag heb ik toch een hele lange blog weten vol te ouwehoeren. Een paar keer heb ik vandaag gedacht: ik heb het wel gezien. Alles doet zeer. Ik ben klaar met de vroege ochtenden, de tortilla-ontbijtjes, de stenen paadjes (ondanks de hartjes die er nog steeds in grote getalen liggen), de laatste pijnlijke kilometers van de dag, het gedoe in de hostels, de verschillende talen spreken, m’n tas weer op orde brengen om weer vroeg op te staan om het hele geleur weer opnieuw te doen. Maar, diepe zucht, het hoort erbij. Ik wil in Santiago aankomen, dus ik ga door. Dus straks gaan we iets te eten zoeken in het dorpje en dan vroeg ons nest in. En in de hostel waar we eerst wilden verblijven is een feest dat middernacht pas start, dus misschien heb ik toch meer mazzel dan ik dacht.

Trein voor m’n grote broer (even goed kijken)

Hoe werkt dat dan, dat rouwen?

  • Dag 17 of 179
  • Van Rabé de las Calzadas naar Hontanas
  • 18 km

Zo mooi!

Vandaag ging soepel en het was een mooie route met echt zulke mooie uitzichten! Het begin van de Meseta, een hoogvlakte waar het normaalgesproken droog en warm is. Vandaag waren er veel dreigende luchten, maar ik heb uiteindelijk maar één regenbui gehad. Wel een flinke. Ik ben heel blij met mijn regenbroek (en jas), want het regent niet mijn schoenen in, zoals bij een poncho. Droge voeten zijn belangrijk, anders krijg je blaren. Daarnaast ben ik vandaag blij met de nieuwe functie van mijn pony (haar). Het functioneert als een soort natuurlijk vliegengordijn. Er zitten hier namelijk extreem veel kleine vliegen die in groepjes van vier of vijf heel volhardend op je gezicht proberen te landen. Ik had er de afgelopen dagen al eerder last van. Freaking irritant. Soms schiet er zelfs eentje je neusgat in. Maar mijn vliegengordijntje werkt prima!

Ow, en ik met mijn vliegengordijn

Rouwen is moeilijk

Ik heb het gevoel dat ik hier op de Camino veel bezig moet zijn met Brian. Ik ben hier naar toe gekomen om ruimte te vinden voor mijn verdriet. Dus ben ik best vaak bewust bezig met het verdriet voelen en herinneringen aan hem en ons terughalen. Want ze komen niet altijd vanzelf. Dus als ik dan aan het wandelen ben dan probeer ik actief aan hem te denken. Alleen het helpt me niet echt. Denk ik. Misschien ook wel, maar ik hoop steeds dat het iets op gaat lossen. Dat er een moment komt dat ik er een soort van vrede mee heb dat hij er niet meer is. Dat ik hem een soort vastleg in mijn herinnering en dat het dan zo blijft. Dat het dan oké is.

Maar tot nu toe werkt het niet zo. Ik blijf steeds hetzelfde herhalen. Dezelfde gedachten, hetzelfde verdriet, dezelfde herinneringen en dezelfde tranen). Ik heb het gevoel dat ik er een pakketje van zou kunnen maken, een strikje er omheen zou kunnen doen en het dan in een hokje zou kunnen stoppen, klaar. En dat ik er dan mee kan stoppen. Met dat bewuste terugdenken en geniete herinneren. Maar het lukt me niet. Ik blijf er maar geen vat op krijgen. Niks geen pakketje met strikje. Het blijft me elke keer op dezelfde manier verdrietig maken. Ik denk dat het te groot en veelomvattend is en te grillig en ongrijpbaar. Maar als ik er mee stop, dan voelt het op één of andere manier alsof ik Brian geen recht doe. Alsof ik ons niet belangrijk vind en alsof ik hem vergeet.

Het heeft iets met loslaten te maken denk ik. Maar ik wil hem nog niet loslaten. Ik wil nog heel veel voelen en terugdenken en verdrietig zijn. Ik wil nog een beetje ons voelen. Ik ben er nog niet uit. Ik heb nog een heleboel dagen om er over te filosoferen gelukkig.

❤️

Regen en tranen

  • Dag 15 of 177
  • Van Agès naar Burgos
  • 23 km

Slecht weer

In mijn regenkleding vertrek ik uit de albergue vanmorgen, want het giet. Telefoon in een waterdicht hoesje, waar ik wel doorheen kan typen. Alle andere belangrijke spullen ook in plastic en gaan. Na een kilometer of twee zie ik in de verte bliksem. Ik moet denken aan een tip van iemand om je wandelstokken aan je tas te hangen bij onweer met de ijzeren punten naar beneden. Wandelstokken… kut! Vergeten in de albergue. Terug dus. Wat een gedoe. Maar daardoor kan ik wel even ontbijten, want de herberg is nu open. En ik loop ik de rest van de dag alleen.

Roos in haar regenpak

Pijn

Ik denk dat het door de lange dag van gisteren is dat mijn zijkantje weer opspeelt. Daarnaast heb ik last van de onderkant van mijn voeten. Het voelt alsof er allemaal blauwe plekken op zitten. Ik besluit het rustig aan te doen. Koffie hier, broodje daar. Maar het gedoe met de regenspullen is irritant. Dus het laatste stuk loop ik toch door. En het is verschrikkelijk saai en lang en heftig om de drukke stad in te lopen. Maar de kathedraal is indrukwekkend!

Irritaties…

Ik merk dat ik tijdens het lopen veel bezig ben met de mensen die me gisteren irriteerden. Waarom doen ze zoals ze doen? Wat irriteert me? Ik bedenk dat tijdens de camino mensen dezelfde gewoontes en valkuilen hebben als in hun dagelijks leven. Zoals de Amerikaanse die zich vanuit een armoedige achtergrond omhoog heeft moeten knokken. Misschien moet ze ook op de camino zich de hele tijd bewijzen? Maar hoe zit dat dan met mij? Die irritaties en analyses… kan ik dat niet loslaten? Ik was hier om bezig te zijn met het verdriet om Brian en herinneringen op te halen.

Samen lol maken in Rootz

Ik blijk dat dus heel goed los te kunnen laten en de rest van de dag loop ik Brian enorm te missen. Een heleboel tranen mengen met de regen die over mijn gezicht loopt.

Volgens Norah Jones

Het nummer dat ik voor Brian zong toen ik hem net kende, zingt de hele dag door mijn hoofd. Ik draaide het op zijn uitvaart. En vandaag, toen er even niemand was, zong ik het maar weer eens even hardop.

Come away with me in the night
Come away with me
And I will write you a song.
Come away with me on a bus
Come away where they can’t tempt us with their lies

And I want to walk with you
On a cloudy day
In fields where the yellow grass grows knee-high
So won’t you try to come

Come away with me and we’ll kiss
On a mountaintop
Come away with me
And I’ll never stop loving you

And I want to wake up with the rain
Falling on a tin roof
While I’m safe there in your arms
So all I ask is for you
To come away with me in the night
Come away with me

Yellow grass

De symboliek van mijn schaduw

  • Dag 11 of 173
  • Van Navarette naar Nájera
  • 17 km

Schaduw

Vandaag liep mijn schaduw de hele dag voor me uit. Eerst was mijn schaduw lang en naarmate de dag vorderde werd hij steeds korter. Het was grappig om mezelf zo in het zicht te hebben. Ik zou er allerlei symboliek in kunnen zien. Dat ik dichter bij mezelf kwam gedurende de dag bijvoorbeeld. Of dat ik mezelf scherper ging zitten. Maar dat was niet zo. Ik vond mezelf eigenlijk vooral wel stoer eruitzien, met m’n wandelritme en m’n stokken. Maar toen ik over die symboliek nadacht, had ik wel opeens heel helder het besef waar ik liep. Ik zoomde een soort van uit op mezelf en zag hoe ik van oost naar west door het noorden van Spanje liep alsof ik over een kaart met reliëf liep met hele grote voeten. De Camino. De weg. Die loop ik. Dat hele pokke-eind. Het was een gek moment.

Speedy Gonzalez

Ik ging vandaag als een dolle. Zo’n 17 km over vrij vlak terrein. Speedy Gonzales was ik. Ik had het plan om niet zo vroeg te vertrekken en eerst de ‘English Breakfast’ te eten bij de bar van de albergue. Ze zouden om 07.00 uur open zijn, maar toen ik om 07.15 uur beneden kwam, was alles nog dicht. Omdat ik zonde van mijn tijd vond om te wachten, ging ik dan toch maar zonder ontbijt op pad. Ik kon het brood en de ham die ik voor de lunch bedacht had, prima als ontbijt eten. Maar dan wel als de zon wat warmer was. Na 8 km en een fijne wandeling langs de snelweg, kwam ik een Picnic plek tegen waar ik m’n broodje kon beleggen. Zag er toch best culinair uit. Even met moeders gebeld tijdens mijn outdoor ontbijtje. En daarna een opnieuw niet al te inspirerend stuk tot aan Nájera.

Elke dag een nieuwe uitdaging

Nájera is een industriestadje met veel flatjes en kleine woningen. En de albergue past daar goed bij. Het is in een klein gebouw van varkenstalformaat met stapelbedjes op een rij, maar wel van hout, dus anti-kraak, en een schot tussen elk tweede bed, waardoor je kleine hokjes krijgt. Het wordt gerund door vrijwilligers en is gezien de prijs ideaal als je meer dan 40 dagen moet betalen voor je overnachtingen. Er is een algemene ruimte met een keuken waar je zelf je eten kunt maken, koffie thee kunt zetten, een boekenkast met boeken en een doos met achtergelaten spullen die je kunt adopteren. De douches zijn simpel en krakkemikkig, maar schoon genoeg. En het stikt er van de bijzondere mensen.

Welterusten

Ik tref in het stadje een vriendelijke Belgische vrouw die alleen Frans praat. Omdat we nog veel te vroeg zijn voor de albergue, drinken we samen koffie en, nadat we ons in de stal geïnstalleerd hebben, eten we ook samen avondeten. Nu zit ik buiten op een bankje mijn verhaal van de dag te schrijven en straks plof ik in mijn stapelbedje en ga ik m’n boek lezen tot ik in slaap val. De was doe ik morgen. Ik vind het te onoverzichtelijk hier. En poeh, ik ben ook best wel moe. Welterusten.

Best wel moe

Lieve Brian

  • Dag 10 of 172
  • Van Viana naar Navarrete
  • 22,7 km

Lieve Brian

Ik vergeet soms dat het zo groot is. Heel vaak voelt het alsof je er nog bent, maar dan heel goed verstopt. Misschien doordat er nog zo veel samen-dingen zijn; ons huis, Rootz, alle moderne kunst, de ideeën en plannen die we samen hadden, ons ‘toewerken-naar-jouw-overlijden’ en onze ideeën over ‘hoe verder na jouw overlijden’. We bespraken alles samen, gingen het samen aan. En voor mijn gevoel is dat er allemaal nog. Er lijkt niks veranderd. En toch is alles anders. Alles! Ik vind je dood zo ongrijpbaar. En vandaag is zo’n dag dat het ten volle tot me doordringt.

Lopen in het donker

Vanmorgen ging ik vroeg weg en liep alleen. Tijdens het lopen ben ik heel veel met je bezig geweest. Daar was ruimte voor, want ik kwam niemand tegen onderweg. Het eerste uur liep ik in het donker. Dat vind ik iets rustgevends hebben. Ik heb veel teruggedacht aan de tijd dat je er nog was. Ik ben er even voor gaan zitten op een bankje onder een berk (ook omdat mijn voeten echt vet zeer deden). Tot nu toe heb ik dat nog niet zo veel gedaan, zomaar ergens random gaan zitten (zonder koffie of wc-optie). Het is aan de ene kant heel fijn om terug te denken aan de levendige jij; we hadden zo veel mooie momenten samen. Aan de andere kant doet het pijn; ik mis je zo verschrikkelijk en voel me enorm verdrietig. Maar ik doe dat wel bewust, aan jou denken. Want als er veel afleiding is, voelt het alsof ik er zomaar aan voorbij ga dat je er niet meer bent. Het voelt gek dat dat kan.

Berkenbankje

Ik ben vandaag veel bezig geweest met die ongrijpbaarheid van je dood. Ik kan het niet goed aan mezelf uitleggen. Dat je dood bent voelt zo groot, dat ik niet begrijp dat ik niet constant in stukjes ben of er continu mee bezig ben. Vaak praat ik nog over je in de tegenwoordige tijd. Het is ontzettend moeilijk te vatten. Ik leef, klets en lach gewoon verder. En toch, jouw dood voelt als een steen in mijn hart.

Ik en de bestemming van de dag op de achtergrond

Soms heb ik het gevoel dat je als een soort ballonnetje achter me aan zweeft. Dat je in alles wat ik doe op de achtergrond aanwezig bent. Maar soms is het ook gewoon leeg en somber en stil en saai. Tijdens de Camino loop je met me mee op verschillende manieren. Natuurlijk in mijn hoofd en mijn hart, door de puttertjes die ik tegenkom in kleine groepjes langs de kant van de weg, maar ook in items die ik bij me heb. Je foto hangt aan mijn tas. En het witte monstertje. Je grijparmde het omhoog uit die kermisattractie voor kleine kinderen in dat gare buitenwijkwinkelcentrumpje van Lissabon. En natuurlijk heb ik de ketting met je as om. Vandaag was een verdrietige dag. Je bent mijn lieve schatje. Ik huil om jou.

Ziet iemand de gelijkenis?

Hoe moeilijk kan het zijn?

  • Dag 8 of 170
  • Van Estella naar Los Arcos
  • 21,2 km

Beïnvloedbaar

Gisteren kwam ik aan met één zeer zijkantje. Fantastisch geslapen, zo moe was ik. Vanmorgen een ontbijtje van de vrijwillige dames (we krijgen een origami kraanvogel mee voor onderweg en een dikke knuffel). Ook een dikke knuffel van Marit die een uur later op de bus naar Pamplona stapt. Zonder al te veel pijn loop ik lekker rustig deze dag in. Het plan is zo’n 9 km te lopen tot Villamayor de Monjardin. Maar als ik daar aan kom, is het pas 10.00 uur. Het voelt alsof ik net begonnen ben. Philippe, die ik halverwege de klim tegenkom, zegt: ah (op z’n Frans), als je langzaam gaat, dan red je het wel en ben je voor 13 uur in Los Arcos. Dus, je raadt het al. Beïnvloedbaar als ik ben… gevoelig voor prestatie… Ik loop door.

Het landschap van Navarra

Pijn

De weg – el camino

Op zich is het nu geen probleem. Ik ga best goed. De omgeving is weer prachtig, de temperatuur heerlijk, het gezelschap aangenaam en het is fijn om wel een beetje verder te komen dan 9 km. Alleen het volgende dorp, Los Arcos, is 13 km verderop. Ik loop onbewust iets te snel naast Philippe en na 12 km doet het zeer. Ik heb pijn. De spier of pees op de knobbel van mijn enkel steekt. Bij elke stap. En daardoor gaat ook mijn knie zeer doen. En ik moet nog 8 km. Pijn is extra vermoeiend, want het kost ook hersencapaciteit. “Gaat dit wel goed…?” “Ik had moeten stoppen…” “Is het nog ver…?” “Gaat dit weer over…?” “Waarom luister ik nou nooit naar mijn eigen lichaam…?” “Hoe moeilijk kan het zijn…?!!!”

Focus

Om te stoppen met die irritante gedachten schakel ik terug naar 2 km per uur en tel elke stap met mijn rechter been, want die doet geen pijn. Het maakt dat ik in een soort ritme of wandeltrans raak. Alleen maar focussen op het lopen. Zelfs niet naar de omgeving kijken. Philippe loopt weer zijn eigen tempo en ik zie hem niet meer. En wat ben ik blij wanneer ik een bordje zie met “Los Arcos 2,8 km” erop . Dat is te overzien. Na een uurtje strompel ik uiteindelijk Los Arcos in.

It falls with

Los Arcos is een boerengat, maar wel een schattig boerengat. De hostel is echt heel prettig en in een prachtig pand, vlakbij het pleintje met een barretje. Zodra ik mijn schoenen uitdoe en mijn slippers aantrek, kan ik gewoon lopen. Huppelen zelfs, als ik zou willen. Ik denk dus dat meer dan de helft van de pijn in de druk van mijn schoenen op die spier zit en dat ik me niet heel erg veel zorgen hoef te maken. “It falls with”, zeg ik opgelucht tegen iemand die gelukkig nauwelijks Engels spreekt. Van de mevrouw van de hostel krijg ik een netje voor mijn vuile was, die zij dan in de machine doet met nog een paar netjes met vuile was van andere mensen. Ik mag het zelf ophangen aan het balkonnetje in de kamer (we slapen vandaag met 8). De rest van de dag trek ik op met een gepensioneerde Deense psychotherapeute en ik moet huilen als ik haar over Brian vertel. Dat heb je met psychotherapeuten… en na lange vermoeiende Caminodagen… of gewoon nadat de liefde van je leven is overleden!