Warme sokken, sneeuw en het gewone leven

Mijn hoofd werkt associatief. Dat betekent dat ik gemakkelijk en snel de ene gedachte met de andere verbind. Of dat een bepaald beeld een hele trein aan gedachten oproept. Ik zie en doorzie onderlinge verbanden snel en bekijk zowel de afzonderlijke delen als het totaalplaatje. Dat mijn hoofd zo werkt, leerde ik toen ik aan het begin van mijn loopbaan bij de sociale werkvoorziening van Deventer werkte als re-integratieconsulent.

De afdeling waar ik werkte was nieuw en in een half jaar gegroeid van 1 naar 30 medewerkers. Het was een organisatorische chaos. Voor mij was het al vrij snel overduidelijk waar dat vandaan kwam en wat er moest gebeuren, maar het lukte me maar niet dat duidelijk te krijgen bij anderen. Er werd eindeloos veel geklaagd en gemopperd op de werkvloer en er werd gepraat in wij (de werkvloer) en zij (het management). Het management had een soort van de kop in het zand gestoken en mopperde net zo hard in ‘wij’ en ‘zij’ als de medewerkers. Ik snapte niet wat de anderen niet begrepen. Het was zo helder waar het misging en toch praatten we niet met elkaar. Ik was relatief jong, ergens begin 20, het was mijn tweede baan en mijn teamleider was een beetje een directe, scherpe Twent van een jaar of 50. Hij was de eerste persoon die me duidelijk maakte dat mijn brein vaak wezenlijk anders werkt dan dat van anderen. Hij legde me uit dat ik te snel ging en voor de troepen uit liep. Ik moest mensen stapje voor stapje meenemen in mijn gedachtengang, legde hij uit. 

Mezelf begrijpen

Ik had toen echt nog geen idee hoe ik dat moest doen, omdat ik ook geen idee had waar het in mijn hoofd begon anders te werken. Het voelde gek dat mijn hoofd sneller zou gaan dan dat van anderen. Zo had ik het nog nooit bekeken. Ik vond mezelf meestal een beetje een suffig, gemiddeld, traag en een niet al te snugger typje. Zijn opmerkingen waren echter het startpunt om mezelf beter gaan begrijpen. Inmiddels weet ik dus dat ik associatief denk en de kleinste details in een logisch geheel kan puzzelen, maar ook weer heel snel los kan laten of aan kan passen als het niet blijkt te kloppen. Het is een kenmerk van hoogsensitiviteit. Brian had het ook. Net even op een andere manier, met een hoofd dat veel meer feiten kon opslaan, maar hij had het snelle denken en het logisch redeneren ook heel sterk. Dat maakte het heel makkelijk om met elkaar te praten.

Ik heb iets met bomen, hier met elkaar in connectie zowel boven als onder de grond (@GerraldSuurd)

Warme sokken

Deze associatieve manier van denken maakt ook dat een bepaalde gebeurtenis of een bepaald beeld een sterke herinnering oproept, met bijbehorende sfeer en gevoelens. Een trein aan herinneringen… (of pop-ups, zoals ik ze in een eerdere blog al noemde). Mijn associatieve hoofd zorgde deze week opnieuw een paar keer voor zo’n herinneringentrein. Door het koude weer en de lagere temperatuur in huis, vanwege klimaatproblematische redenen, besloot ik de warme wintersokken weer uit de kast te halen. Nou ja, eerlijk gezegd lagen ze niet in de kast, maar nog steeds onder de stoel in mijn slaapkamer waar ik ze sinds maart niet meer had aangeraakt. Brian en ik hadden allebei deze merinowollen huissokken. En toen ik ze van de week redelijk gedachteloos had aangetrokken en ermee door het huis slofte, denderde plotseling de trein vol herinneringen voorbij. Hoe Brian eerst mijn merinowollen huissokken jatte, ondanks dat hij zei dat ze te grof waren voor zijn gevoelige voeten. Tot ik voor hem een maatje groter bestelde en hij alleen nog maar op die sokken door het huis liep. Hoe hij met een kopje koffie (latte machiato), zijn telefoon en de net iets te grote warme sokken aan zijn voeten op de gele stoel zat. Hoe hij in zijn slobberige joggingbroek en de sokken helemaal thuis in ons huis was. Hoe hij buiten op het Nepalese krukje even ging blowen tegen de rugpijnen, met de Noorse schapenwollen deken om hem heen en de warme sokken aan zijn voeten. Hoe hij op het ziekenhuisbed zat in de woonkamer en deze sokken zijn voeten warm hielden. Tot het laatst. Hoe ik zijn sokken uit deed toen ik hielp hem te verzorgen die avond na zijn dood. En hoe ik ze onder de stoel legde op mijn slaapkamer, waar ik ze dus van de week pas weer onder vandaan haalde en toen ik ze aan had de trein in gang zette.

Brian, 24 januari 2023

Sneeuw

Om bij het koude weer te blijven… de sneeuw van de week deed hetzelfde. Dinsdagavond vielen dikke sneeuwvlokken uit de lucht en er bleef tot aan woensdagochtend een klein laagje in de tuin liggen. De laatste keer dat het sneeuwde, was op 9 maart, de dag dat Brian overleed. Ik weet nog dat ik er boos over was (over de sneeuw… niet over dat hij dat besloten had euthenasie te doen). Brian hield niet van kou en van de winter. Hij was blij met zon en warmte. Ik had het hem gegund nog wat warme dagen te hebben. De dag na zijn overlijden liep ik met de hond buiten en toen opeens scheen er wel een lentezonnetje. Boos was ik. Maar misschien was het ook wel fijn voor hem om niet de wereld te verlaten tijdens een ontluikende lente, maar terwijl de wereld somber, koud en nattig was. Eerlijk gezegd was hij waarschijnlijk zo moe dat het een beetje langs hem heen ging allemaal. Maar het beeld deze week van de sneeuw op Brians favoriete palmboom in de achtertuin, die vreselijk in de weg staat als je je fiets wilt pakken, was vrij baan voor een herinneringentrein die me gruwelijk aan het huilen maakte. 

Sneeuw in de achtertuin, ooit

Het gewone leven

En als we dan toch aan het treinen zijn… vorige week ben ik weer begonnen in een nieuwe opdracht bij een gemeente via het bedrijf waar ik tijdens de laatste maanden van Brians leven werkte en die mij ontzettend gesteund hebben en ruimte gegeven hebben om dit proces met Brian te doorlopen zonder me druk te hoeven maken over werk. Het is lekker dichtbij en niet zo veel uur, dus ik kan het perfect combineren met Rootz en mijn drukke gezin. Inhoudelijk is het ook een leuke opdracht. Dus daar ging ik op maandag, met de trein, mijn werktas aan mijn schouder, nette schoenen aan, broodje mee de gemeentewereld weer in. Voor mijn gevoel begint met deze opdracht het gewone leven weer een beetje. Het is goed voor me om hiermee bezig te zijn. Er komt meer ritme in mijn week, ik heb een duidelijkere structuur en ik voel me nuttiger. Het voelt als vanouds, maar roept tegelijkertijd ook herinneringen op aan dat oude leven en ik voel de sfeer van hoe ik daarheen ging en weer thuiskwam bij Brian en hoe ik dingen met hem besprak. Hij is zo’n logisch onderdeel van die herinneringen dat het opeens ontzettend leeg voelde in mijn eentje. 

Met de trein naar m’n werk

Die momenten leiden tot pijnlijk verdriet, dat ik voel als een soort kramp in mijn maag, hart en hoofd. Een gemis dat moeilijk uit te leggen valt. Vaak met een jammerende huilbui tot gevolg. En ook soms toch ook een klein schuldgevoel over dat ik doorga met mijn leven en nieuwe dingen onderneem en dan niet altijd denk aan Brian. Soms ook bang dat ik vergeet hoe het was met hem. Dat ik er niet genoeg bij stilsta. En dan opeens dendert die trein langs en laat me even weten dat hij gewoon in mij rondhangt. Jammer van die rode ogen, maar wel gezond. Het is mooi en verdrietig tegelijk. 

Jan Mankes, Avondlandschap met maan, 1912

Pop-ups

Afgelopen week zijn er zonnepanelen op mijn huis geplaatst. Na een jaar wachten en heen en weer communiceren over de planning, overigens zeer professioneel, was het dan zover. Helemaal fijn en ik had er zin in. Maar toen de monteur die ochtend binnenkwam, werd ik opeens overvallen door verdriet. Zijn binnenkomst zorgde namelijk voor flitsen van allerlei herinneringen aan Brian, pop-ups noem ik ze ook wel. Gelukkig wist ik nog net op tijd mijn tranen weg te knipperen, want ik had weinig zin om de man, die vrolijk de deur door stapte, uit te leggen waarom zijn komst mij verdriet deed.

Goed achterlaten

November vorig jaar stelde Brian voor om wat van ons spaargeld te investeren in de aanschaf van zonnepanelen. Hij wist op dat moment al dat hij de kanker in zijn lijf niet zou overleven en wilde mij, heel cliché maar echt erg lief, zo goed mogelijk achterlaten. Met deze reden hadden we al twee jaar best wat vernieuwingen doorgevoerd. Een houten vloer, een nieuwe kast, een opgeknapt toilet en een nieuwe auto. Ook een nieuwe keuken stond op het lijstje, want die begint toch wel lichtelijk uit elkaar te vallen. Twee gaspitten blijven niet meer vanzelf aan en kan ik alleen gebruiken als ik het gietijzeren deksel van de stoofpan op de knoppen leg met de zware broodplank daar weer bovenop. Het is elke keer een soort acrobatische truc om het vuur aan te houden. De lat onder de lage kastjes zit los en bij de oven is een plankje weg waardoor er een lege enigszins vieze ruimte zichtbaar is, de koelkast is te oud en lekt waarschijnlijk wel wat kou en, waar ik echt bijzonder slecht tegen kan, de kraan zit los. Maar een nieuwe keuken bleek qua energie uiteindelijk een te groot project voor ons allebei. Investeren in zonnepanelen was een goede keus. Het heft in ieder geval de kosten voor de lekkende koelkast een beetje op. Dus we meldden ons aan. Check, weer iets geregeld.

De zonnepanelen

De panelen zouden in maart of april geïnstalleerd worden, maar de zonnepanelenwereld heeft het druk en er zijn leveringsproblemen, dus het werd later. Gelukkig maar, want begin maart ging Brian opeens snel achteruit. Hij overleed 9 maart. Hij heeft de zonnepanelen op ons dak georganiseerd, maar het niet meer meegemaakt dat ze kwamen. Toen ons dak deze week aan de beurt was en de monteur dus de gang in liep en vroeg waar ‘we’ de stoppenkast hadden hangen, voelde het opeens heel leeg in huis en besefte ik opeens weer zo duidelijk dat Brian er niet meer is… Ik zag mezelf daar zonder Brian in de gang staan en mijn hoofd vulde zich met watten en mijn ogen met tranen. En daarmee kwamen ook de pop-ups van hoe hij bezig was om de zonnepanelen te regelen. Ik zag voor me hoe hij bij de buren ging praten toen hun zonnepanelen geplaatst werden om te checken of het een goed bedrijf was. Altijd die positieve energie als hij even snel ergens via iemand iets kon regelen. Ik weet nog hoe hij bezig was om uit te rekenen hoeveel panelen op het dak konden. Creatief op zoek naar de beste optie. En ik kan me nog herinneren hoe hij een soort van gerustgesteld was toen we alles besloten en geregeld hadden. En nu ze geplaatst worden is hij er niet bij. De monteur ging gelukkig vooral buiten aan de slag. En ik heb even op de opgeknapte wc een potje zitten huilen.

De Volvo pop-up

Dit soort momenten heb ik vaker. Ze poppen opeens op. Hoewel ik, inmiddels, een hele dag niet aan Brian hoef te denken, kan een associatie met zomaar iets willekeurigs opeens een herinnering oproepen die heel sterk de sfeer van toen terughaalt. Alsof ik er weer middenin zit. Zo zag ik laatst mijn oude auto rijden, waar Brian en ik lang in gereden hebben. Ik wachtte voor het rode stoplicht in mijn huidige auto en zag mijn oude auto voorbij rijden. Zelfde type, zelfde kleur. En ‘pop’ daar kwam ons hele Volvo-avontuur naar boven. Hoe ik vroeger zei dat ik, als ik later groot was, zo graag in een Volvo zou rijden en Brian dat vervolgens vastzette in zijn hoofd en mogelijk wilde maken. Hoe we, toen de Opel echt bijna uit elkaar viel en we er geld voor hadden, daadwerkelijk op zoek gingen naar een Volvo. Elkaar linkjes stuurden met kanshebbers. Waar we hem kochten. Ik zie het pand en hoe we er naartoe reden nog voor me. En ook hoe we samen tijdens het proefritje in de auto zaten; ik moest rijden, zoals vaak het geval was, en we kozen weggetjes met zo veel mogelijk bochten. Allebei pro-schakelbak, kregen we een beetje de giechels dat we nu in een automaat reden. Ik zie ook het onderhandelen nog voor me waarin we samen zoveel mogelijk voordeel uit de deal probeerden te halen. En vooral zie ik weer Brians pretogen die hij altijd kreeg als een plannetje lukte. En hoe hij mij, toen we in die dikke Volvo naar huis reden, de auto aan de kant van een klein weggetje liet zetten om een foto te maken van mij achter het stuur. Helemaal trots was hij. En natuurlijk ging het niet om de auto op zich – gelukkig maar, want dat voelt toch een beetje plat – nee, het ging om het gelukte plan: dromen uit laten komen. En daar dan van genieten!

De Ibuprofen pop-up

Een andere pop-up. Laatst bij Rootz in het keukentje. Ik pakte een boek waardoor een doosje Ibuprofen 200 mg op de grond viel. Dat lag er nog van Brian. Hij had de laatste maanden van zijn leven pijn aan zijn rug en kon niet meer fijn zitten. Hij wilde echter zo min mogelijk pijnstilling gebruiken en slikte lange tijd alleen paracetamol. Waar de gemiddelde mens al snel drie keer per dag 400 mg Ibuprofen wegslikt, wilde Brian eigenlijk de paracetamol niet aanvullen met extra pijnstillers. Tot de laatste maand heeft hij slechts de 200 mg willen slikken en dan ook zo min mogelijk. Het pakje dat op de grond viel, riep allerlei herinneringen op. Hoe hij bij Rootz rondliep de laatste maanden. Hij was er zo graag. Even iets regelen. Even een ideetje doorvoeren. En later toen hij eigenlijk te moe was om echt iets te doen, even de sfeer opsnuiven. Hoe we eerst nog samen naar Rootz fietsten tot dat niet meer ging en ik hem met de auto bracht. Ik zie het weer voor me. Met een glimlachje zat hij dan aan de tafel met zijn zere rug en vermoeide lijf, een beetje oncomfortabel, terwijl ik om hem heen rommelde en dingen regelde en, niet te vaak maar wel af en toe, vroeg of het nog ging.

Tot die bezoekjes dus niet meer gingen en ik alleen naar Rootz fietste en hem appte of belde om te overleggen. Dan zie ik hem zitten in de gele stoel, met het wollen dekentje over zijn benen en in zijn bruine trui met zijn lieve baardje en zijn telefoon die hij altijd dicht in de buurt had. Hij bleef ervan genieten om zich met Rootz bezig te houden. Tot de laatste week. Deze pop-ups door dat pakje Ibuprofen zorgen dan weer voor andere herinneringen, van andere voorraadjes die we aanlegden in Rootz, van langer geleden. De laatjes met handigheidjes: touwtjes, stukjes hout, haakjes om dingen aan op te hangen, zijn leesbrillen, de secondelijm, rivierklei die hij uit de IJssel gehaald had om breukjes en barstjes weg te werken, de informatieve boeken over Afrikaanse maskers en Bogolan doeken en Nepalese houten beelden, tie-wraps in alle groottes en kleuren…. Ook de sfeer van de oude Rootz voel ik dan weer, vol mogelijkheden en kansen. Het is fijn en verdrietig tegelijk om eraan te denken. Hoe we de deur binnenliepen samen, de koffiemachine op de kast, net iets te hoog en de koffiecupjes in een antiek blik dat moeilijk open te krijgen was, de zon die door het raam scheen op de houten poppen uit Azerbeidjan, de grote tafel waar ik vaak aan zat te werken tijdens Corona, terwijl Brian bezig was zijn ideeën en plannen uit te voeren, zijn eindeloze enthousiasme en energie en elke keer weer nieuwe dingen die hij bedacht. Alles ademt Brian in Rootz. Ook in de nieuwe Rootz, waar het heel anders is. Donker, maar sfeervol, spannend en knus. Het draait ook zonder hem, maar het is zo anders. En we missen hem er allemaal.

Nog maar één

Weer een ander moment. Thuis. De stempas voor de verkiezingen viel op de deurmat. Waar bij sommige bedrijven Brians naam nog staat in de aanhef van mails of als accountnaam en ik nog een beetje mijn kop in het zand kan steken, is bij de gemeente natuurlijk bekend dat zijn leven geëindigd is. Dus er kwam één stempas. Het voelt gek. Definitief. Verdrietig. 

Geborgenheid

En van de week was ik onderweg naar huis van een gesprek in Zutphen voor een opdracht. Ik was niet helemaal tevreden en voelde me er onzeker over. Ik bedacht in een milliseconde dat het fijn was om het straks thuis met Brian te bespreken. Tsja. Ook dan knalt het gemis erin. Ik probeer soms in mijn hoofd te bedenken wat hij zou zeggen. Maar het gaat natuurlijk niet alleen om het gesprek. Het gaat ook om het gevoel van veiligheid en geborgenheid. Dat je weet dat het wel goed komt, dat die schouder er is. Een veilige haven bij degene die er onvoorwaardelijk voor je is.

En ik kán het wel alleen… Het merendeel van de tijd red ik me prima. Dus maak je geen zorgen als je dit leest en het gevoel krijgt dat het één sombere boel is hier. Dat is het niet. De pop-ups en het verdriet dat dan meekomt zijn het probleem niet. Sterker nog, ze maken me ook bewust van mezelf en de mogelijkheden. Het leven draait door, ik heb er voldoende plezier in en heb gezellige en leuke momenten met kinderen, vrienden en kennissen. Iedereen zegt het steeds, je bent een sterke vrouw. En ja, dat ben ik ook. ‘Ook’… inderdaad, want ik ben ‘ook’ onzeker en een twijfelaar. Ik wik en weeg veel als ik beslissingen moet nemen of keuzes moet maken, als ik over mezelf nadenk, wie ik ben en hoe anderen mij zien, als ik in actie moet komen om dingen te doen… Ik zie zoveel mogelijkheden en details dat ik soms een beetje verdwaald raak in waar ik dan naar toe moet en of ik het wel goed doe. Er zit veel twijfel in me, maar het staat naast die kracht. Het is er allebei. Het was fijn met Brian naast me, echt makkelijker. Nu is het weer hard werken in mijn hoofd. Maar daar red ik me al mijn hele leven mee. Dus woehoeoe, En Dan Verder!

Rosie, don’t you worry

Verbazingwekkend snel

Het is gek om opeens te ervaren hoe ik meer mijn huidige leven leid en minder bezig ben met het leven dat Brian en ik samen hadden. Het is natuurlijk logisch dat dat gebeurt, want in de realiteit is mijn leven niet meer samen met Brian. En het is ook belangrijk dat het gebeurt, want ik moet nou eenmaal alleen door. Dus ik neem beslissingen en maak keuzes die voor mij belangrijk zijn en ik onderneem allerlei nieuwe dingen die ik fijn vind en waar ik plezier uithaal. Het gaat alleen verbazingwekkend snel al zo en dat voelt soms gek. En als ik dat bedenk, is het ook ontzettend verdrietig dat een mensenleven zo snel op de achtergrond kan raken. Niet dat ik niet meer aan Brian denk of hem niet mis. Maar het is minder op de voorgrond.

Zonder schuldgevoel

Tijdens de laatste week van de camino merkte ik dat Brian minder aanwezig was in mijn gedachten. Niet alleen het dichterbij Santiago komen, maar ook de nieuwe sociale contacten die ik die week opdeed vroegen mijn volle aandacht. Gesprekken en ontmoetingen openden luikjes in mijn hoofd, creëerden andere inzichten en maakten ruimte om na te denken over nieuwe mogelijkheden. Eenmaal thuis zette dat zich door. Ik ondernam allerlei dingen. Ik zette mezelf op de kaart als zelfstandig adviseur en projectleider (met een nieuw logo), begon aan een nieuwe sport (kickboksen), ging naar een reünie waar ik mensen uit mijn eigen geschiedenis weer ontmoette en ik gooide een nieuwe foto op mijn socials… een foto die Brian nooit gezien heeft. Het ging als vanzelf en zonder schuldgevoel naar hem toe.

Want dat kan hè, dat je je dan schuldig voelt… over dat je doorleeft, nieuwe dingen onderneemt, nieuwe mensen ontmoet en daar plezier in hebt. En daar zou je je zomaar heel rot over kunnen voelen. Alsof dat niet mag. Alsof je altijd verdrietig moet blijven. Ik heb dat wel af en toe zo gehad, maar sinds die laatste week van de camino is het weg. En dat is goed. Het gaat alleen verbazingwekkend snel.

Minder kameleonnen

Ik ben enorm mezelf geweest tijdens het lopen van de camino. Dat ben ik niet zo van mezelf gewend, want doordat ik me vroeger vaak een buitenbeentje voelde, heb ik mezelf aangeleerd om te kameleonnen – mezelf aanpassen aan de sfeer van een groep of de manier van doen van iemand anders. Niet te veel afwijken, niet te veel opvallen.

Naarmate ik ouder word, ben ik echter steeds meer mezelf. Ook de fijne relatie met Brian en zijn onvoorwaardelijke liefde voor mij hebben me het vertrouwen gegeven dat ik kan zijn wie ik ben. Het kan me steeds minder schelen wat anderen van me vinden. En ik moet zeggen dat het vaak goed uitpakt. Na de camino heb ik bijvoorbeeld van zeker vijf mensen te horen gekregen dat ze dingen anders zijn gaan bekijken of zijn gaan doen doordat ze in mijn gezelschap waren! Hoe tof is dat? Zo was er deze grote, vriendelijke, maar ook wat mopperige en luidruchtige Duitser die ik de laatste twee weken af en toe tegenkwam. We liepen samen een stuk van een etappe, dronken een andere dag een biertje op de plaats van bestemming en hebben ’s avonds een keer samen gegeten. Hij appte mij een week na de camino dat hij, door met mij op te trekken zijn best is gaan doen sensitiever te reageren op andere mensen. Ik vind dat een mega compliment. Ik zou er bijna van naast mijn schoenen gaan lopen.

Sociale toestanden

Bijna. Want het lukt niet altijd helemaal om het vertrouwen in mezelf vast te houden. Soms vind ik sociale dingen namelijk ingewikkeld en dan ontvouwen opeens die oude patronen zich weer. Ik heb in het verleden best vaak mijn neus gestoten met vriendschappen en relaties. Dan dacht ik dat we vriendinnetjes werden en opeens wilde ze me niet meer met me spelen op het schoolplein. Ik begreep er niks van. Had ik niet leuk genoeg gespeeld? Was ik niet gezellig genoeg? Wat had ik anders moeten doen? Ik heb pas beste vrienden sinds ik 38 jaar ben. Of die leuke jongen die zijn best voor me deed… ik zag al voor me hoe we gezellig samen op vakantie gingen en hij me de liefde verklaarde. Na twee weken bleek hij niet verliefd genoeg te zijn en liet steeds minder van zich horen. Ik was totaal de weg kwijt. Had ik het dan zo verkeerd begrepen? Had ik dingen verkeerd gezegd of gedaan? Was ik saai? Vermoeiend? En dat zijn maar voorbeelden. Ik kwam er vaak niet uit.  

Intens

Ik kan soms een beetje intens zijn. Of zoals Passenger het zegt (ik luister heel veel Passenger de laatste weken) in zijn ’Let her go’: “‘Cause you loved her too much, and you dived too deep…” Dat doe ik. Soms. Vaak. Nee, niet vaak. Maar vaker dan soms… Het pakt niet altijd goed uit voor mijn zelfvertrouwen en de rust in mijn hoofd. Want niet iedereen is even intens terug. Behalve Brian. Die was net zo enthousiast als ik. De perfecte match… Maar ik blijf dat soort dingen, met of juist zonder verwachtingen, moeilijk vinden om in te schatten. Als mensen me niet vriendelijk maar direct vertellen hoe het zit, tast ik vaak eindeloos in het duister. En dat betekent dat mijn hoofd overuren maakt en ik heel hard moet werken om de onzekere gedachten uit te zetten. Of zoals Passenger het zingt in ‘Sword from the Stone’: ‘Cause I’m fine then I’m not; I’m spinning ‘round and I can’t stop.’ Gek word ik er van.

Warboel

Ik dacht dat ik hier door Brian vanaf was. Ik had gehoopt dat ik nu zo op mezelf durfde te vertrouwen dat ik niet meer in de war zou raken als ik andere verwachtingen heb van een contact dan de ander. Maar het is niet zo, natuurlijk. Het is er nog steeds en ik doe nog steeds dezelfde stomme dingen die ik vroeger al irritant vond van mezelf. Ik word onzeker, zenuwachtig, ik sla dicht, twijfel over alles en weeg alles steeds opnieuw af. Als iemand minder reageert dan ik zou willen, dan ga ik juist veel typen en toelichten en omslachtig doen. En dat valt dan natuurlijk juist heel erg op. En daar word ik dan weer ongemakkelijk van en dan wil ik daar weer context aan geven. En dan bedenk ik dat ik dat beter niet kan doen, omdat ik dan intens overkom. En dan doe ik dat niet, of toch wel, omdat het anders toch maar in mijn hoofd blijft rondzingen. En als ik dat dan toch doe dan krijg ik daar weer spijt van. En dan moet ik daar weer wat over zeggen. En ondertussen komen al die oude gedachtes boven: ben ik saai, oninteressant of niet gezellig genoeg? Zei ik iets verkeerd? Deed ik iets verkeerd? Ben ik te ingewikkeld? Te intens? Pfff. Zo vermoeiend. Ik lijk wel een vrouw. En dan mis ik Brian. Sterk geworteld en net zo dolenthousiast.

Embrace how you feel

En dan toch. Ik relativeer meer en sneller. Het ouder worden, mijn relatie met Brian, de camino lopen en de complimenten van mensen die het fijn vonden mij te ontmoeten, maken dat ik al dit gedoe niet meer zo sterk voel als vroeger en er sneller doorheen ben. Ik kan er van een afstandje naar kijken. Ik heb mensen om me heen met wie ik mijn complexe hoofd kan delen (thanks John!) en ik laat mijn eigen hoofd me minder van slag maken. Ik ben er beter in geworden mijn hersenspinsels te filteren naar de realiteit en oké te zijn met moeilijke gevoelens. Of zoals Passenger het zingt in ‘The way that I love you: “Discard what is fake, keep what is real; Pursue what you love, embrace how you feel.” En daarbij denk ik dan: “Oh, Rosie, don’t you worry, my dear.”

En dan verder

  • Week 29
  • Deventer

Het rouwproces

En dan gaat het proces om mijn leven zonder Brian vorm te geven natuurlijk ook nog verder. De camino heeft me gebracht dat ik anders in het rouwproces ben komen te staan. Het verdriet is zachter, minder rauw en minder aanwezig. Ik voel me meer mezelf en heb er vertrouwen in dat ik op mijn plek ben in het grote geheel. Dat ik oké ben zoals ik ben. Meer dan oké! “De meest fantastische persoon op aarde,” zoals Brian het schreef… Nou ja, dát geloof ik niet echt, want er is niet echt één meest fantastische persoon op aarde; we zijn allemaal meer dan oké, uniek en bijzonder. Maar het helpt als je dat zelf ook zo voelt. En dat voel ik.

Vol emotie geschreven natuurlijk door Brian en voor mij zo waardevol!

Zelfvertrouwen

De snelkookpan van de camino en dingen daar omheen, zoals mijn blog, hebben me laten zien dat iets anders wat Brian schreef, ook klopte. Namelijk dat ook anderen zouden zien dat ik ‘de meest fantastische persoon op aarde’ (lees: meer dan oké, uniek en bijzonder) ben. Dat heb ik zeker zo gevoeld. Misschien moet je het eerst zelf geloven voordat je kunt ervaren dat ook anderen je zo zien.

Durven delen

De camino heeft echter ook nog iets anders aangezet. Ik durf er nu eindelijk hardop voor uit te komen dat ik HSP ben, hoog sensitief. HSP staat voor hoog sensitieve personen. Ik weet al een jaar of tien ergens wel dat ik dat ben, hoog sensitief. Het is ook vastgesteld in een psychologisch onderzoek. Maar naast het feit dat ik vind dat je jezelf niet per se een stempel hoeft te geven, is het een term waar ik moeite mee heb (gehad). Het roept een heleboel niet zulke positieve associaties bij mij op. En niet alleen bij mij. In mijn directe omgeving zijn best wel wat ideeën over mensen die zich HSP noemen.

Het stempel HSP

Hoog sensitieve mensen kunnen nogal zweverige types zijn. Een beetje aanstellerig of sneu en ze kunnen bijzonder weinig hebben. Vaak zijn het ingewikkelde, moeilijke of problematische denkers. Of opscheppers. Want hoezo voel jij zoveel meer dan ik? Wat maakt jou zo bijzonder? Het zijn vooroordelen die kleven aan het begrip hoog-sensitief. Het zit ‘m in het woordje ‘hoog’, denk ik, dat klinkt alsof je letterlijk boven anderen zou staan. Maar dat ‘hoog’ staat vooral voor de mate waarin dingen op gevoelsniveau bij me binnenkomen (sterk) en de manier waarop ik informatie en prikkels verwerk (intens en diepgaand). Het zou in het Nederlands misschien beter vertaald kunnen worden in ’sterk sensitief’. Ik wil namelijk geenszins zeggen dat ik beter ben dan anderen. Daarnaast ben ik ook geen vage zwever en zeker niet ingewikkeld of sneu. Er is geen stempel op de wereld dat mij dat opeens allemaal maakt en daar ben ik dan nu achter.

Trots

HSP zijn heeft me eigenlijk heel veel gebracht. Ik heb het alleen niet altijd zo kunnen zien. Ik heb mijn gevoelige kant vaak afgedaan als “ik ben wat overgevoelig, hahaha” of iets positiever geformuleerd “sorry, ik voel veel, een beetje te veel soms…” of “ze noemen me thuis altijd Anna-Lyse, omdat ik zoveel nadenk…”Maar ik weet inmiddels dat er veel meer aan vast zit en dat het een hele interessante en waardevolle eigenschap is. Het maakt dat ik dingen soms anders bekijk dan anderen, die minder sterk sensitief zijn. Het maakt dat mensen vaak hun gevoel bij me toetsen en dat er hele boeiende gesprekken ontstaan. Het maakt me een meer dan oké, bijzonder en authentiek iemand en het zorgt voor interessante verhalen en inzichten.

Ik wil die verhalen en inzichten graag blijven opschrijven en delen. Want ten eerste vind ik het leuk om te schrijven en ten tweede denk ik dat ik ook wat te vertellen heb met mijn HSP hoofd en hart. Alleen niet meer dagelijks, maar wekelijks.

Mijn blog

Dus een blog over rouwen, maar vooral over doorgaan en leven geschreven vanuit een HSP hoofd. Ik neem je mee op mijn avonturen als galerie eigenaar en zelfstandig werkend adviseur en coach, als moeder en misschien wel weer een keer als partner. En wie weet (ikke!) loop ik over een jaar over twee nog wel een andere camino?

Meld je aan voor mijn blog

Mocht je het interessant vinden dan kun je me dus blijven volgen. Misschien handig om je dan met je e-mailadres aan te melden voor mijn blog. Dan krijg je een e-mailtje als ik iets nieuws geplaatst heb en hoef je niet zelf te bedenken mijn website te checken op nieuws. Als je naar beneden scrollt op https://endanverder.blog krijg je rechts onderin een klein balkje te zien met onder andere ‘volg’. Als je daarop klikt, kun je je e-mailadres invullen en volg je mijn blog.

Voor nu: bedankt! 🥰
En dan verder…

Mijn aankomst in Santiago

  • Dag 37 of 199
  • Van Castañeda naar Santiago de Compostela
  • 45 km

Geen tijd

Oké, ik ben er nog hoor. Het was echter nogal intens om aan te komen in Santiago. De vermoeidheid, de drukte van de grote stad en de sociale toestanden waar je in wordt gezogen. Allemaal verschillende mensen die ik ontmoet heb op de camino, in groepjes of individueel. Wauw! Dus geen tijd om te denken, laat staan te schrijven.

Doorlopen of niet

Ik heb dus van de één-na-laatste dag mijn laatste dag gemaakt. Ik was het niet echt van plan. Pas toen mijn moeder me succes wenste met de laatste 45 kilometers werd er een zaadje geplant. Ik was niet eens vroeg opgestaan in mijn geweldige kleine eigen kamer in dit minidorpje Castañeda. Heerlijk geslapen. Er zijn geen albergues in het dorpje, met het grote voordeel dat ik kilometers lang alleen loop. Dus oortjes in en gaan. Brian en ik hadden samen een playlist. We noemden hem de drinklijst, omdat we hem maakten tijdens avondjes port drinken samen. Queen, Billy Joel, Metallica, Leonard Cohen, Santana, Manu Chao en nog veel meer. De playlist gaat op repeat en het blijkt een soort motortje. Ik ga als vanzelf. Geen pijn, geen vermoeidheid en wel veel plezier en genieten van de natuur. Ik dans de eerst tien heuvels over tot het eerste ontbijt met café con leche in de prachtige tuin van een (eindelijk) goed georganiseerd café-restaurant.

Soepel

Na het ontbijtje loop ik lekker door. Het gaat nog steeds verbazingwekkend soepel. Ik heb in principe 25 kilometer gepland staan naar O Pedrouzo en besluit te kijken hoe het gaat als ik die gelopen heb. Hoe verder ik de etappe loop, hoe drukker het wordt. Er staan rijen voor de koffie en de wc. Allemaal druk pratende pelgrims. Maar het is gezellig en ik voel me helemaal prima. Ik kom geen bekenden tegen, wat ik fijn vind. Het is heerlijk om samen met Brian en onze muziek de weg af te lopen.

Zo’n vijf kilometer voor O Pedrouzo, merk ik dat de hoeveelheid mensen me wel begint tegen te staan. Ik moet net iets te vaak dikke, in de weglopende Amerikanen en Spanjaarden ontwijken. Ze lopen langzaam en breeduit in setjes van twee of drie op het pad en pas als het me lukt om tussen ze door te stappen en ik vrolijk “Buen Camino” roep, gaan ze geschrokken aan de kant. “Ow sorrry, you were just too quiet honey”, zegt de hoogblonde Amerikaanse 60-plusser met haar Texaanse witte hoed op. Ja, nu is het mijn schuld… Ik zal je niet vertellen wat ik dacht.

O Pedrouzo

Er zijn mensen die dit allemaal heel gezellig vinden, maar ik heb ontzettend weinig zin om morgenochtend met deze meute naar Santiago te lopen en dus als ik in O Pedrouzo aankom, met overigens prachtige graffitikunst, loop ik gewoon door naar de andere kant van het dorp het bos in en volg de gele pijlen in de richting van Santiago. Nog 20 kilometer. Muziek aan, stokken in de stampstand en gaan. Het gaat iets minder soepel dan vanmorgen, dus iets strammer dans ik nog even een paar heuvels over.

Ik ook een camino angel

Net op het moment dat het weer wat zwaarder voelt en ik denk: “Het enige wat ik hoef te doen, is lopen…” zit er langs de kant van de weg in een greppel een oudere man tegen zijn rugzak geleund. Hij kijkt niet helemaal helder uit zijn ogen. Als ik hem vraag hoe het gaat zegt hij goed en nee hij heeft geen hulp nodig. Ik twijfel. Maar wil niks opdringen. Achter me loopt een Duitse. Als zij ook stopt, loop ik terug en samen besluiten we hem naar de eerstvolgende albergue te brengen. Twee Spaanse dames sluiten aan. Ik neem zijn rugzak, zij helpen hem op het pad te blijven. Het gaat langzaam en het kost me tijd, maar het is een lieve vriendelijke Tsjech die er echt niet helemaal goed bij loopt. Bij de albergue regelen ze een dokter voor hem en er komt iemand uit het dorp om voor hem onderdak te organiseren. Nu waren wij even Camino angels.

Spannend

Ik moet dan nog 16 kilometer en het is nu 16.00 uur. Als ik doorstap is het nog vier uur lopen. Ik regel al lopend een hotelkamer. Vul ergens mijn waterzak bij, eet wat en loop weer door. Na 10 km komen er kleine twijfels op of dit wel een goed idee was. Mijn voeten doen zeer. Ik voel de tenen van mijn linkervoet niet (wat eerlijk gezegd een voordeel zou kunnen zijn op dit moment), maar het is nog maar zes kilometer en eerlijk gezegd denk ik dat ik het wel aankan. Het voelt vooral een beetje spannend. Is het wel fijn om zo laat aan te komen? Zijn er dan wel mensen die me opvangen of is iedereen al met z’n eigen dingen bezig. Ik ben de enige pelgrim op de weg. Meestal zie je her en der wel rugzakken lopen voor of achter je. Niks niemand nergens.

De hulptroepen

Ik app Nadav dat ik doorloop naar Santiago. Hij is vanmiddag aangekomen. Wanneer ik mijn twijfel uit, zegt hij dat ik er geen spijt van ga krijgen. Hij komt naar het plein als ik er ben, belooft hij. Nadav is een van de camino angels die ik een kleine week geleden ontmoet heb. We hebben elkaar de laatste paar dagen beter leren kennen in goede gesprekken. Hij is een mega gevoelige, analytische en een beetje filosofische denker met een scherpe blik en heerlijke humor. Hij heeft drie hele verschillende studies gedaan en weet op dit moment niet zo goed wat hij wil, qua werk, met zijn leven. Waar kies je voor als er zoveel verschillende (aspecten van) dingen interessant zijn? Moet je eigenlijk wel kiezen? We herkennen veel dingen in elkaar. Het is fijn om met hem te praten. Een soort erkenning door de herkenning. En daarbij heeft hij bloedmooie ogen.

Ik ben er!!

De laatste 4,7 kilometers gaan door de stad. Ergens in een barretje drink ik een espresso en een fles water en stuur ik een foto van mijn paspoort naar het hotel om de toegangscode te krijgen. Zonder de drinklijst op mijn oren, maar met de foto van Brian dicht tegen me aan loop ik het centrum in. Bij het plein met de fontein check ik nog even waar ik heen moet op de app, want ik zie geen enkele pijl meer. En dan is daar de poort naar het plein van de kathedraal, inclusief de doedelzakspeler gelukkig nog om 20.00 uur. Ik ben er!!

Moe moe moe

Er zijn nog mensen op het plein, maar als ik het zo bekijk is aankomen in Santiago sowieso een individuele ervaring. Ik ben vooral heel moe en moet daar wel van huilen. Andere emoties die ik denk te ervaren heb ik vermoedelijk bewust een beetje opgeroepen om er toch een emotionele belevenis van te maken. De kathedraal is indrukwekkend, maar de aankomst is voor mijn gevoel niet heel veel anders dan andere dagen. Ik plof aan de rand van het plein tegen een pilaar van een groot gebouw en een vriendelijke mevrouw hurkt even naast me om te checken of ik oké ben. Ik laat het even bezinken om vervolgens het thuisfront te laten weten dat ik er ben. Ik app Nadav en hij komt naar het plein, zit even naast me en loopt daarna met me naar m’n hotel. Ik kom onderweg mensen tegen die ik ken. Knuffels geven, foto’s maken, telefoonnummers uitwisselen. Nadav kan het niet laten om steeds te vertellen dat ik 45 kilometer gelopen heb, waarop iedereen met ontzag reageert wat ik lastig, maar stiekem ook wel fijn vind. Ik heb het gewoon geflikt. Ik ben klaar!

En nog veel meer…

Santiago is intens. Ik vier dat ik er ben. Met Sharon en de groep jonkies uit Orisson. Met Nadav en de hele toffe vrienden die hij vanmorgen ontmoette toen hij verkeerd liep in het donker en zij allemaal achter hem aanliepen en dus allemaal verdwaalden en samen de weg terug moesten vinden. Zulke fijne mensen! Maar ze gaan ook allemaal weer weg. De ene de volgende dag naar Finisterre, de ander een dag later met de bus. Het is geweldig en verdrietig tegelijk. En dat is nog maar het begin van drie intense dagen.

Lieve Brian

  • Dag 22 of 184
  • Van Bercianos naar Manzilla de las Mulas
  • 26,6 km

Een half jaar

Vandaag is het een half jaar geleden dat Brian overleed. Precies 184 dagen. Dus mocht je je hebben afgevraagd waarom er steeds bovenaan mijn blog staat “dag 1 of 163”, “dag 13 of 175” of zoals nu “dag 22 of 184”…? Vanaf dag één na Brians overlijden heb ik elke dag een brief aan hem geschreven in het notebook dat ik kreeg van hem. Met de datum erboven en hoeveelste dag het is na zijn overlijden. Vandaag schreef ik dit aan Brian.

Hallo lief schatje,

Vandaag is het zes maanden geleden dat je overleed. En ik voel de hele dag dat ik zo trots op je ben! Trots op jou, dat je bent doodgegaan zoals je bent doodgegaan. Zo stoer, zo zonder klagen, zo dapper het grote niets tegemoet. Terwijl je hoofd er nog geen genoeg van had, gaf je lijf het op. Je hebt alles gezegd wat je wilde zeggen, je hebt intens afscheid genomen van de mensen die je lief had en van het leven, je hebt gevoeld, gehuild, gelachen tot het niet meer ging. En temidden van ons allemaal ging je zo maar dood. Je vertrouwde het ons toe om zonder jou iets van ons leven te maken, om op onze manier afscheid te nemen van jou, om onze eigen keuzes te maken in het leven. “LEEF 1x” schreef je op het mapje van je administratie dat we later vonden. Het was het enige advies dat je meegaf. Dat je zo elegant en soepel het leven los kon laten, maakt dat ik zo trots op je ben. Je kon groots denken en klein zijn, je kon enorm leven en kalm doodgaan. Jij kon zoveel mooie dingen doen en zijn!

Ik hou van het gevoel dat wij zo ontzettend veel van elkaar hielden en dat we zo ontzettend goed bij elkaar pasten. Tegelijkertijd maakt het me ook zo ontzettend verdrietig. Het is mooi en klote tegelijk. Je schreef het ook ongeveer zo in ons boekje: “Twee mooie mensen met dezelfde gedachten. De perfecte match. Eeuwig zonde, maar tegelijkertijd heel mooi.” Ja schatje, en ook dan ben ik trots op je. Jij die niet zo goed met woorden of met gevoel zou zijn, zei toch vaak met weinig woorden hele gevoelige dingen.

Achterop deze foto schreef je dat…

Trots en blij, “en een tikje gek op jou.” Ook dat laatste schreef je in ons boekje, achterop een foto waar ik een beetje bijzonder op sta en die jij heel veelzeggend vond over dat ik niet doorsnee zou zijn en dat je dat zo mooi vindt aan mij. En dat je tegelijkertijd in mijn ogen denkt te zien dat ik een tikkie gek op jou ben.

Het klopt! Je zegt het goed. Alleen wel iets meer dan een tikkie ben ik gek op jou. Ik durfde bij jou niet-doorsnee te zijn. Een tikje gek inderdaad. En ik durfde bij jou me fantastisch te voelen. Gewoon ook trots op mezelf te zijn. En nog steeds. Jij deed dat! En ik voor jou. Samen onszelf!

Ik mis dat

Ben ik te streng voor mezelf?

  • Dag 18 of 180
  • Van Hontanas naar Boadilla del Camino
  • 28,5 km

Hoe mijn hoofd werkt

Op mijn blog van gisteren kreeg ik van een paar mensen de reactie dat ik misschien niet zo streng voor mezelf moet zijn. Ik moest daar even over nadenken, maar dat gevoel heb ik zelf eigenlijk niet.

Het is vooral een denkproces. Zo gaat het vaak in mijn hoofd. Ik probeer te begrijpen wat er aan gevoelens in mij omgaat en soms, zoals nu, kan ik dingen niet goed duiden. Bijvoorbeeld waarom ik het gevoel heb dat ik niet vaak genoeg verdrietig ben om Brian. Want dat ben ik wel. Ik denk vaak aan hem, ik mis hem vaak en ik huil veel. Daarnaast weet ik ook echt wel dat ik niet de hele tijd in stukjes hoef te zijn. Ik mag ook gewoon doorleven, lachen en af en toe niet aan Brian denken. Zo werkt dat. Dat hadden Brian en ik ook afgesproken zo. En ik twijfel er niet over dat dat normaal is. En toch blijft dat gevoel terugkomen. Dat gevoel waar ik het gisteren over had. Dat ik actief met hem bezig moet zijn. Maar ik weet niet zo goed of dat wel is wat ik voel.

In het donker

Toen ik vanmorgen in het donker de eerste acht kilometer liep, heb ik daar eens goed over nagedacht. Dat is een mooi moment om zoiets te doen, want veel meer dan het lichtbundeltje van mijn hoofdlamp een meter voor mijn voeten zie ik niet. En ik was vroeg weg, want vanmorgen ging de eerste wekker om 05.30 uur. Niet mijn wekker, maar die van mensen die vervolgens meer dan een half uur bezig waren om hun hele tas in te pakken. Dat is echt vervelend. Regel dat lekker ‘s avonds!

Loslaten

Dus als het buiten donker is, is er geen afleiding. Ik kon dus fijn nadenken. Zonder streng te zijn voor mezelf, lieve mensen, ik hou gewoon van nadenken. Ik rondde mijn blog gisteren af met dat ik denk dat het iets met loslaten te maken heeft. En daar zit iets in. Wat ik misschien aan het doen ben, is proberen heel hard vast te houden aan het gevoel van ons samen en hoe fijn het was. Elke keer probeer ik dat gevoel van ons samen weer terug te halen door terug te denken aan alle mooie momenten, aan hoe Brian was toen hij er nog was en voordat hij heel erg moe en ziek werd, aan wat we samen hadden in het begin, in het midden en toch ook aan het eind. Ik wil dat gevoel blijven voelen, bij me houden. Voor altijd bewaren. Maar ik denk dat ik dat niet al te lang moet blijven doen.

Ik kan Brian wel in mijn hart houden en nooit vergeten. Natuurlijk ga ik hem nooit vergeten. Het ‘wij-zijn’ heeft me zoveel gebracht. Dat raak ik nooit meer kwijt natuurlijk. Maar dat wij wij zijn, het ‘ons-gevoel’… dat is er niet meer. Dat kan er niet meer zijn, want hij is er niet meer. Brian is geschiedenis, wij zijn geschiedenis. Dus dat het iets met loslaten te maken heeft zou wel eens zo kunnen zijn inderdaad.

Kamertje in mijn hart

Prima om me dat te realiseren. Het haalt wat druk af van het idee dat ik veel met hem bezig zou moeten zijn. Alleen nu op dit moment ben ik er nog niet aan toe om het los te laten, het wij-gevoel. Er moet misschien nog iets anders voor in de plaats komen wat ik nu nog niet voel of kan voelen. Ik ben niet echt streng voor mezelf. Je maakt mijn ‘processing’ live mee. Ik mag het ook gewoon nog willen vasthouden van mezelf, het wij-gevoel. Net zo lang tot ik denk, nu kan het… en dan laat ik het ballonnetje los. Of ik houd het anders vast. Maar nooit, nooit gaat hij weg uit het kamertje in mijn hart.

Ooit tekende Niels dit voor mij:
“Dit is mijn hart en jij zit daar in.”
Zoiets zal het zijn.

Regen en tranen

  • Dag 15 of 177
  • Van Agès naar Burgos
  • 23 km

Slecht weer

In mijn regenkleding vertrek ik uit de albergue vanmorgen, want het giet. Telefoon in een waterdicht hoesje, waar ik wel doorheen kan typen. Alle andere belangrijke spullen ook in plastic en gaan. Na een kilometer of twee zie ik in de verte bliksem. Ik moet denken aan een tip van iemand om je wandelstokken aan je tas te hangen bij onweer met de ijzeren punten naar beneden. Wandelstokken… kut! Vergeten in de albergue. Terug dus. Wat een gedoe. Maar daardoor kan ik wel even ontbijten, want de herberg is nu open. En ik loop ik de rest van de dag alleen.

Roos in haar regenpak

Pijn

Ik denk dat het door de lange dag van gisteren is dat mijn zijkantje weer opspeelt. Daarnaast heb ik last van de onderkant van mijn voeten. Het voelt alsof er allemaal blauwe plekken op zitten. Ik besluit het rustig aan te doen. Koffie hier, broodje daar. Maar het gedoe met de regenspullen is irritant. Dus het laatste stuk loop ik toch door. En het is verschrikkelijk saai en lang en heftig om de drukke stad in te lopen. Maar de kathedraal is indrukwekkend!

Irritaties…

Ik merk dat ik tijdens het lopen veel bezig ben met de mensen die me gisteren irriteerden. Waarom doen ze zoals ze doen? Wat irriteert me? Ik bedenk dat tijdens de camino mensen dezelfde gewoontes en valkuilen hebben als in hun dagelijks leven. Zoals de Amerikaanse die zich vanuit een armoedige achtergrond omhoog heeft moeten knokken. Misschien moet ze ook op de camino zich de hele tijd bewijzen? Maar hoe zit dat dan met mij? Die irritaties en analyses… kan ik dat niet loslaten? Ik was hier om bezig te zijn met het verdriet om Brian en herinneringen op te halen.

Samen lol maken in Rootz

Ik blijk dat dus heel goed los te kunnen laten en de rest van de dag loop ik Brian enorm te missen. Een heleboel tranen mengen met de regen die over mijn gezicht loopt.

Volgens Norah Jones

Het nummer dat ik voor Brian zong toen ik hem net kende, zingt de hele dag door mijn hoofd. Ik draaide het op zijn uitvaart. En vandaag, toen er even niemand was, zong ik het maar weer eens even hardop.

Come away with me in the night
Come away with me
And I will write you a song.
Come away with me on a bus
Come away where they can’t tempt us with their lies

And I want to walk with you
On a cloudy day
In fields where the yellow grass grows knee-high
So won’t you try to come

Come away with me and we’ll kiss
On a mountaintop
Come away with me
And I’ll never stop loving you

And I want to wake up with the rain
Falling on a tin roof
While I’m safe there in your arms
So all I ask is for you
To come away with me in the night
Come away with me

Yellow grass

Chaggie

  • Dag 14 of 176
  • Van Belorado naar Agès
  • 27,9 km

Feest feest en nog eens feest

De hostel in Belorado is echt geweldig. Het heeft een tuin met olijfbomen, ligbedden en een zwembad! Ik ben niet in het zwembad geweest, maar heb wel heerlijk op het ligbedje gelegen onder de olijfboom. In het dorp was een mega feest. Een soort carnaval. Fanfarebandje, veel bier, gekke outfits en heel veel lol. En het ging de hele nacht door. Om 04.15 uur ‘s nachts ging het fanafare bandje de straten nog eens door. En het leuke was: het hostel waar ik sliep was op nog geen 100 meter van de drukste bar van het dorp…

Herkenbaar

Na ongeveer een uurtje slaap maar die nacht (het feest ging, had ik vandaag de langste dag tot nu toe voor de boeg. Ik kwam een fantastisch lieve Amerikaanse tegen die dezelfde struggles heeft als ik een paar jaar geleden. Heel veel herkenbare dingen. Katie heet ze. We liepen een tijdje met elkaar op. En toen ik mijn eigen tempo weer ging lopen, kon ik haar vertellen dat ik haar een interessant en prettig iemand vind. En ze begreep waarom ik dat zei. Soms is het gewoon nodig om dat tegen iemand te zeggen.

Zwaar

Het laatste stuk was zwaar en warm. Eerst 5 kilometer omhoog lopen om er vervolgens 7 naar beneden te lopen. Het voelde een beetje zinloos, maar het was ook een erg mooie wandeling omhoog. Het stuk naar beneden was echter mega saai! En lang. En warm. En ik had zere voeten. En ik was moe. Eindelijk kwam dan het einde in zicht. Een dorpje waar ik even een cola kon drinken met een pecanbroodje en een tortilla kon eten. Bij een allerschattigst, maar volgeboekte albergue. Daarna ging de turbo focus aan. En na ruim een half uur zie ik het dorp waar wel plek is in de herberg.

Irritatie

Ik slaap bij drie mensen die ik allemaal vervelend vind. Een Italiaanse mansplainer die denkt dat je blaren krijgt als je voeten te droog zijn. Een Amerikaanse dokter die een mopperhoofd heeft en alleen maar bozig doet over van alles. Ze zegt dat het stom is dat Amerikanen altijd roepen dat je alles in worden als je maar hard genoeg werkt. En even later vertelt ze dat ze vanuit een hele armoedige jeugd zich tot dokter heeft gestudeerd en dat ze echt niet slimmer is dan een ander, dus dat als je maar hard genoeg werkt… ze krijgt de logica niet te pakken. En dan is er nog een jonge Amerikaanse die 35 kilometer per dag loopt en zegt dat de Camino geen wedstrijd is. Ze irriteren me. Maar ik ben dan ook moe en ik irriteer me snel als ik moe ben. Dan word ik onaardiger. Een beetje chaggie. Ik mis Brian.

Slapen

Bij het eten is Sean er ook. En een zachtaardige Duitse jongeman die graag acteur wil zijn, maar begrafenisondernemer is en die verdriet heeft om zijn moeder die vorig jaar is overleden. Er ontstaan weer ‘goede gesprekken’, maar ik doe er niet aan mee. Ik mis Brian. En ik heb geen zin om dat te delen met mensen die ik vervelend vind. Ik ben moe. Ik ga m’n spullen klaarzetten en slapen. Denken aan de mooie beelden van vandaag…

Een bijzonder gesprek

  • Dag 13 of 175
  • Van Santo Domingo de la Calzada naar Belorado
  • 22,5 km

Ontmoeting in de binnentuin

Eén van de Camino gezegden is dat de Camino biedt wat je nodig hebt. Gisterenmiddag ontmoette ik Sean in de tuin van de albergue was bezig met mijn planning voor de komende dagen. We praten even wat. Sean komt over als een redelijk ‘easy-going’ American met leuke praat. Niet een al te schreeuwerig cliché in ieder geval. En het is ook wel even fijn om Engels te kunnen praten. Als een wat ouder Frans stel bij ons komt zitten en steeds meer in de stress raakt, omdat ze geen hotels kunnen vinden voor de komende twee dagen, stop ik een soort tegendraads met mijn planning en ga naar binnen. Wat een getut.

Paella eten

Rond vijf uur kom ik Sean weer tegen bij de ingang van de albergue. We besluiten samen iets te eten. We vinden een leuk tentje waar ze paella serveren, ook op niet Spaanse tijden. Paella was Brians favoriete eten, dus heerlijk om dat een keer te eten hier. Sean is 61 jaar oud, heeft Ierse roots en komt dan ook vaak in Europa. Hij is lang en heeft enorme voeten die maken dat zijn schoenen snel kapot gaan op de Camino. Hij laat voor de zekerheid nieuwe opsturen. Hij vertelt dat hij al 33 jaar getrouwd is met een kleine Ierse die hij ontmoet heeft in London. Het klinkt gelukkig. Zoals veel Amerikanen praat hij makkelijk en is hij open in het delen van persoonlijke dingen. Hij stelt veel vragen en zo komen we ook bij Brian en zijn dood.

Praten over Brian

Als ik vertel dat de liefde van mijn leven is overleden, vertelt Sean over zijn moeder, die drie maanden geleden is overleden. We stellen vast dat afscheid nemen van iemand altijd verdrietig is. Of het nou je moeder van 81 jaar is of een jonger iemand. “Maar het verliezen van je partner zo jong, is iets verschrikkelijks”, zucht hij hoofdschuddend. En dan vraagt hij wat het was aan Brian dat ik verliefd werd op hem. Ik weet het meteen: hij hield van mijn directheid en scherpe grappen. Ik kon mezelf zijn bij hem.

We praten verder over wat er dan zo bijzonder was aan Brian en mij. En over hoe moeilijk het is dat hij er niet meer is. En over de kinderen. Zijn dochter. Zijn moeder. De Camino. En Rootz. Het leven. Hij vraagt of ik al van Brian gedroomd heb. Sean heeft twee keer van zijn moeder gedroomd en hij moest erg om haar lachen in zijn droom. Dat lijkt me zo fijn. Ik zou heel graag van Brian willen dromen, maar tot nu toe is dat nog geen een keer gebeurd.

This amazing woman

Op een gegeven moment zegt Sean: “Brian must have thought you are this amazing woman.” En ik dacht: Ja! Dat deed ie. Hij was echt helemaal dol op mij. Dat is wat Brian achterop een foto schreef die hij in ons boekje deed: “Jij bent de meest fantastische persoon op aarde. En ik weet dat. Maar reken maar dat anderen dat ook kunnen zien.” Iets wat ik moet onthouden van hem, omdat ‘de stemmetjes in mijn hoofd’ soms anders zeggen. Zo dus, door een gesprek met een random Amerikaan (en ik heb het niet eens op Amerikanen), is dat gevoel van vertrouwen dat hij uitstraalde even helemaal terug.

En vannacht was de eerste keer dat ik van Brian droomde. Zo bizar. De Camino biedt wat je nodig hebt. Het is echt zo.