Mijn jongste zoon is niet altijd mijn jongste zoon geweest. Wel altijd de jongste, maar niet altijd mijn zoon. Hij was natuurlijk niet van iemand anders. Ik heb hem zelf in mijn buik gedragen en op de wereld gezet. Alleen toen hij geboren werd, was hij een meisje. En we hebben hem ook een meisjesnaam gegeven, want we wisten toen niet wat we nu weten: hij voelde zich niet echt een meisje. En nu is hij mijn jongste zoon.

Jongenskleren
Achteraf gezien voelde Niels al vrij vroeg dat hij meer op zijn gemak was als niet-meisje. Rond zijn derde werd bijvoorbeeld steeds duidelijker dat hij geen meisjeskleding aan wilde. Ik had eerst nog niet door wat het probleem was toen het me ‘s ochtends niet lukte om hem in zijn kleren te krijgen. Hij weigerde gewoonweg sommige shirts, en uiteindelijk alle shirts, uit zijn kast aan te doen. Protesteren, tegenwerken, boos doen, huilen soms. Ik dacht dat hij de merkjes in de kraag vervelend vond of dat er misschien ruwe randjes aan zo’n shirt zaten. Maar ook als ik de merkjes eruit knipte en zachtere kleding uitzocht wilde hij ze niet aan. Ik zie hem nog zo voor me met zijn koppige koppie op zijn bed, niet van plan mee te werken, terwijl ik steeds meer in de stress raakte, want we moesten naar de kinderopvang, school en werk. Toen ik op een ochtend geen enkel shirt meer goedgekeurd kreeg door hem, pakte ik uit wanhoop een shirt uit de kast van zijn grote broer. Na mijn vraag: “Deze dan?”, verscheen er een grote glimlach op zijn gezicht en zonder verder protest ging hij, met dat shirt aan, mee naar beneden.

Stoere gappie
Ik koppelde daar op dat moment niet direct allerlei conclusies aan. Voor mij was het gewoon een soort goed gelukte afleidingsmanoeuvre geweest. Al snel bleek echter dat hij het liefst in de oude kleding van zijn grote broer liep. Met het kopen van nieuwe schoenen, vond hij op een gegeven moment echt niks meer tussen de meisjesschoenen. Eerst keken we nog wel, maar later liepen we direct door naar de schappen met jongensschoenen. Daarna merkten we op dat hij weinig met het typische meisjesspeelgoed speelde en het liefst met de jongens optrok. Hij ging op voetbal toen hij zes was, wilde een mountainbike, deed aan skateboarden en ergerde zich suf aan meisjes die paardje speelden op het schoolplein (waar je niet per se een jongen voor hoeft te zijn trouwens). En op zijn negende besloot hij dat hij zijn haar kort wilde knippen. Voor ons was duidelijk dat Niels, die toen nog geen Niels heette, zich nooit echt een meisje zou voelen.


Overal tussenin
En dat was prima. Niels was Niels en het klopte. Voor zijn omgeving was het eigenlijk ook prima. Of in ieder geval, het was niet een probleem. Maar helemaal vanzelf ging het niet. Niels viel namelijk overal net een beetje buiten. Hij hoorde niet echt bij de meisjes, die met poppen speelden en aan meisjes geklets deden. Dat was niks voor Niels. Hij hoorde ook niet echt bij de jongens, die in zijn klas en voetbalteam ontzettend competitief waren en elkaar stompten, omverduwden en uitscholden voor de grap. Dat paste ook niet bij Niels. Hij werd vaak niet gevraagd voor de verjaardagen van de jongens, omdat ze hem dan toch een beetje als een meisje zagen opeens. En de meisjes zagen hem überhaupt nauwelijks.

Hoezo kiezen?
Niet alleen de kinderen vonden het soms lastig. Ook was er wel eens een leraar die er moeite mee had. Zo zat Niels in groep 8 echt niet lekker in zijn vel en in de groep. Hij deed zo zijn best erbij te horen dat hij daardoor een beetje een vervelend typje werd. De juf had als tip voor Niels dat het goed zou zijn om te kiezen of hij een jongen of een meisje wilde zijn. Dat dat ook duidelijker was voor de andere kinderen. Ze zouden het dan misschien beter begrijpen en dan zou hij misschien meer aansluiting krijgen… Dat plan, hoe goed bedoeld ook, daar ben ik meteen voor gaan liggen, want Niels was op dat moment niet toe aan kiezen en mocht hij het wel geweest zijn dan was dat om zijn gevoel en niet omdat het voor de anderen duidelijker zou zijn of om erbij te horen.

Gelukkig zijn er altijd kinderen geweest die verder keken dan het jongen of meisje zijn, bij wie Niels wat makkelijker zichzelf kon zijn. Of in ieder geval niet zo hoefde te knokken voor zijn plekje. Zo heeft Niels met vallen en opstaan verschillende vriendschappen gesloten en weer verloren.

Wiebelen
Toen Niels elf jaar was, vertelde hij me op vakantie op een avond dat hij eigenlijk heel ongelukkig in zijn vel zat, letterlijk en figuurlijk. Hij was er al een tijdje verdrietig en somber over. Hij wist nu wel bijna zeker dat hij eigenlijk geen meisje wilde zijn. Hij wist alleen nog niet of hij dan een jongen wilde zijn. En misschien wist hij het ergens al wel, maar kon of durfde hij het nog niet hardop te zeggen. Het erover praten maakte in ieder geval een heleboel los en hij heeft een zware periode gehad. Wat ben ik blij dat we toen vrijwel direct besloten hebben om hem bij het VUMC aan te melden. De wachtlijst was namelijk tweeënhalf jaar en door corona duurde het uiteindelijk nog een half jaar langer. Niels wiebelde af en toe in die periode en met de komst van de pubertijd werd het wiebelen erger. En ook de overgang naar de middelbare school en weer nieuwe vriendengroepen, waar je ook weer net wel of net niet bijhoort, maakten dat hij af en toe best somber was.

Als je er altijd net niet bij hoort, doet dat iets met je zelfvertrouwen. Anders zijn of je anders voelen is niet makkelijk. Je leert pas dat het iets moois kan zijn in een veilige omgeving. In zijn basisschooltijd was die veilige omgeving er niet genoeg. Vanaf de tweede klas van de middelbare school werd het wat beter. De kinderen die zich ten koste van anderen beter wilden voelen, waren naar andere klassen en Niels kon veel meer zichzelf zijn. Hij is nu onderdeel van een vriendengroep en ook daarbuiten heeft hij leuke contacten. Sterker nog, hij is behoorlijk bijdehand en ad rem. Hij laat zich niet snel in een hoek zetten. Evolutie! Whoehoe! Maar toch… het blijft aanwezig, de genderissuetoestand. Want hij wordt toch niet uitgenodigd voor het sweet sixteen feestje van een van zijn beste vriendinnen… nu omdat hij een jongen is. En tijdens gym zegt de docent toch dat die andere jongen de enige jongen in het zojuist gekozen groepje is, terwijl Niels daar gewoon naast staat. En als hij oud voetbalgenootjes tegenkomt, krijgt hij net iets te vaak een scheldwoord naar zijn hoofd waaruit blijkt dat het minder geaccepteerd was allemaal dan we dachten. Dat doet elke keer weer een beetje zeer.

Dubbelop
Ik, en misschien anderen ook, denken soms dat dit bij iedereen zo wel eens gaat. Ik ben vroeger ook nageroepen en hoorde er niet echt bij. Ik was ook onzeker en voelde me vaak buitengesloten. Iedereen heeft zo zijn onzekerheden. En Niels ook, alleen dan komt de gendertoestand er nog bij. Het maakt het ingewikkelder. Het is dubbelop.

Mijlpaal
Deze week was er een mijlpaal in het traject bij het VUMC. Niels kreeg afgelopen dinsdag namelijk zijn eerste dosis testosteron. Er is daar vastgesteld dat het overduidelijk is dat bij Niels sprake is van genderdysforie. Dat was al een mijlpaal, hoewel we dat eigenlijk allang wisten. Maar nu is ook de fysieke transitie gestart. Het vroeg om een testosteronparty met taart in de kleuren van de transgendervlag. Nu gaat hij elke maand een filmpje maken om te kijken of zijn stem al lager is en of zijn kaaklijn en schouders al breder zijn. En ik ga hopen dat hij niet al te opgefokt gaat lopen doen thuis.
