Hoe moeilijk kan het zijn?

  • Dag 8 of 170
  • Van Estella naar Los Arcos
  • 21,2 km

Beïnvloedbaar

Gisteren kwam ik aan met één zeer zijkantje. Fantastisch geslapen, zo moe was ik. Vanmorgen een ontbijtje van de vrijwillige dames (we krijgen een origami kraanvogel mee voor onderweg en een dikke knuffel). Ook een dikke knuffel van Marit die een uur later op de bus naar Pamplona stapt. Zonder al te veel pijn loop ik lekker rustig deze dag in. Het plan is zo’n 9 km te lopen tot Villamayor de Monjardin. Maar als ik daar aan kom, is het pas 10.00 uur. Het voelt alsof ik net begonnen ben. Philippe, die ik halverwege de klim tegenkom, zegt: ah (op z’n Frans), als je langzaam gaat, dan red je het wel en ben je voor 13 uur in Los Arcos. Dus, je raadt het al. Beïnvloedbaar als ik ben… gevoelig voor prestatie… Ik loop door.

Het landschap van Navarra

Pijn

De weg – el camino

Op zich is het nu geen probleem. Ik ga best goed. De omgeving is weer prachtig, de temperatuur heerlijk, het gezelschap aangenaam en het is fijn om wel een beetje verder te komen dan 9 km. Alleen het volgende dorp, Los Arcos, is 13 km verderop. Ik loop onbewust iets te snel naast Philippe en na 12 km doet het zeer. Ik heb pijn. De spier of pees op de knobbel van mijn enkel steekt. Bij elke stap. En daardoor gaat ook mijn knie zeer doen. En ik moet nog 8 km. Pijn is extra vermoeiend, want het kost ook hersencapaciteit. “Gaat dit wel goed…?” “Ik had moeten stoppen…” “Is het nog ver…?” “Gaat dit weer over…?” “Waarom luister ik nou nooit naar mijn eigen lichaam…?” “Hoe moeilijk kan het zijn…?!!!”

Focus

Om te stoppen met die irritante gedachten schakel ik terug naar 2 km per uur en tel elke stap met mijn rechter been, want die doet geen pijn. Het maakt dat ik in een soort ritme of wandeltrans raak. Alleen maar focussen op het lopen. Zelfs niet naar de omgeving kijken. Philippe loopt weer zijn eigen tempo en ik zie hem niet meer. En wat ben ik blij wanneer ik een bordje zie met “Los Arcos 2,8 km” erop . Dat is te overzien. Na een uurtje strompel ik uiteindelijk Los Arcos in.

It falls with

Los Arcos is een boerengat, maar wel een schattig boerengat. De hostel is echt heel prettig en in een prachtig pand, vlakbij het pleintje met een barretje. Zodra ik mijn schoenen uitdoe en mijn slippers aantrek, kan ik gewoon lopen. Huppelen zelfs, als ik zou willen. Ik denk dus dat meer dan de helft van de pijn in de druk van mijn schoenen op die spier zit en dat ik me niet heel erg veel zorgen hoef te maken. “It falls with”, zeg ik opgelucht tegen iemand die gelukkig nauwelijks Engels spreekt. Van de mevrouw van de hostel krijg ik een netje voor mijn vuile was, die zij dan in de machine doet met nog een paar netjes met vuile was van andere mensen. Ik mag het zelf ophangen aan het balkonnetje in de kamer (we slapen vandaag met 8). De rest van de dag trek ik op met een gepensioneerde Deense psychotherapeute en ik moet huilen als ik haar over Brian vertel. Dat heb je met psychotherapeuten… en na lange vermoeiende Caminodagen… of gewoon nadat de liefde van je leven is overleden!

Over vandaag

  • Dag 7 of 169
  • Van Puente la Reina naar Estella
  • 22 km

Herbergen

Ik heb fantastisch heerlijk geslapen. De airco deed het geweldig. Niet te warm, niet te koud. Dat de wekker om 06.00 uur ging, was een beetje een afknapper. Maar een kwartier later waren we klaar om te vertrekken. Opnieuw prachtige uitzichten en zonsopkomsten. En gezellig met Marit, die het wel zwaar had vandaag, want gisteren was echt een zware dag en een lange afstand. We slapen vanavond in een donativo, een herberg die door vrijwillige Camino enthousiastelingen gerund wordt, waar je betaalt door een vrijwillige bijdrage te doen. Daarnaast zijn er publieke herbergen, waarvoor je (meestal) niet kan reserveren (wie het eerst komt, krijgt een bed). En er zijn particuliere herbergen die je kan reserveren, maar die niet per se altijd beter zijn.

Afstanden

We hadden voor vandaag van te voren niet echt besloten waar we zouden stoppen. Ondanks onze vermoeide benen besluiten we toch naar het eindpunt van de dag te lopen. Je kan altijd zelf kiezen hoe ver je loopt; in bijna elk dorpje is wel een aubergue. Er zijn wel voorstellen voor dagafstanden. Die vind je in verschillende boeken en op websites of in apps. De voorstellen zijn niet in elk boek hetzelfde. Voor de voorbereiding gebruikte ik het populaire ‘Guide and Map Book, Camino de Santiago’ van Sandy Brown (uitgeverij Cicerone). Ik heb deze niet mee tijdens het lopen, gezien het gewicht. Hij ligt bij mijn moeder, zodat ze me een beetje kan volgen. Om afstanden te zien en herbergen te vinden tijdens het lopen, kijk ik vooral op de app ‘Buen Camino’. Er is er ook eentje die ‘Camino Tool’ heet en misschien meer info schijnt te hebben, maar ik begrijp hem nog niet zo goed. Voor de dagafstanden kijk ik op de website Camino Comfort, die ook een webshop heeft (handig voor de voorbereiding). Wij komen vandaag aan in Estella en ik heb sinds vandaag meer dan 100 km gelopen op de Camino en brief 2 van Niels gelezen.

Die kutzijkantjes weer

Het was vandaag 13 graden minder warm dan gisteren. Nog steeds warm met 30 graden, maar het wandelt echt een stuk makkelijker. Het levert vooral minder stress op, omdat je niet voor de grootste hitte binnen hoeft te zijn en dus wat vaker kunt stoppen. Helaas krijg ik wel behoorlijk last van mijn zijkantjes. Vooral de spieren in mijn linker enkel doen pijn. Daar baal ik van, want tot nu toe ging het echt geweldig soepel. Morgen dus een beetje rustiger aan. De aanbevolen dagafstanden morgen is 29 km naar Torres del Río en de dag daarna 20 km naar Logroño. Ik besluit deze twee dagen in drie dagen te doen en loop morgen tot Villamayor de Monjardin. Dat klinkt toch prachtig!!?

Dag Marit!

Zonder Marit op pad morgen, want die stapt morgenochtend op de bus terug naar Pamplona. Ze gaat nog even genieten van San Sebastián en dan naar huis en weer aan de studie. Het was gezellig! En wat een bikkel, want alles deed zeer; door de heup- en schouderbanden van de rugzak, door een blaar onder haar voet, een pijnlijke knie bij klimmen en trillende bovenbenen van de afdalingen.

Het zal wel weer even wennen worden om in m’n eentje te lopen. Maar ook fijn, want ik kwam hier niet voor niks.

Roos en Marit en de helse hitte

  • Dag 6 of 168
  • Van Pamplona naar Puente la Reina
  • 25 km

Als vroeg opstaan een zegen is

Het was weer een helse nacht. We hebben allebei geen oog dichtgedaan, want het was 35 graden in de slaapruimte. En, het metalen stapelbed kraakte als een dolle. Alleen al mijn voet verplaatsen leverde een angstaanjagend hard geluid op, dus je kan je voorstellen dat iedereen rechtop zat in z’n privé zweetzwembadje als ik me omdraaide. Vroeg opstaan was dus een zegen. Toen we vanmorgen om 05.30 uur Pamplona uitliepen was het al 26 graden. We werken even snel een heerlijk ontbijtje met koffie naar binnen bij een pastelaria, om daarna buiten de stad te genieten van de prachtige zonsopkomst over de glooiende heuvels van Navarra.

Gesloten

We waren eigenlijk van plan niet zo veel kilometers te lopen vandaag, om Marit zonder training niet te veel te belasten, maar ze loopt de eerste kilometers zo weg. Daardoor zijn we opeens al om 08.15 op de geplande locatie. Dat is wel heel erg vroeg. We besluiten in ieder geval twee dorpen verder te lopen (16 km ipv 11 km). En misschien zelfs wel naar Puente la Reina (totaal 24 km), zoals mijn beschermengel Philippe doet, die we onderweg weer tegenkomen. Twee dorpen verder wordt de warmte echter toch wel een uitdaging en onze voeten doen zeer. We gaan op zoek naar de hostel in het dorp. Als we er zijn, blijkt deze tijdelijk gesloten te zijn! Dat is beroerd, want we zijn gaar. De andere hostel in de buurt is vol. Shit! Nu moeten we toch door. De Deense vrouw die met ons meeliep, zit er doorheen en stelt voor een taxi te delen. Marit en ik willen echter niet met de taxi en lopen nog 4,8 km door naar Puente la Reina.

De zon doet zeer

Het is bijna niet te doen. We lopen vol in de zon. De hitte brandt pijnlijk op onze huid en de witte steentjes van het pad doen zeer aan onze ogen. Marits water is warm geworden, dus we delen het water uit mijn camelbag. Het voelt toch wel een beetje spannend, want het is 38 graden inmiddels. Het enige wat maakt dat ik niet ga twijfelen, is dat er voor en achter ons nog andere groepjes wandelaars lopen. En het lukt ons! We moeten nog één dorp door en een stuk langs een grote weg en dan zien we de eerste huizen van Puente la Reina en dan nuance het eind van straat een soort oase. Een barretje met mist-spray, koud water, bier en chipjes. Het blijkt een herberg. En er is plek! We hebben een tweepersoons kamer met eigen douche en airco! Ik zou het voor vakantie nooit boeken, maar nu… wat een luxe!

Verhuizing

  • Dag 5 of 167
  • Pamplona
  • 0 km

Beestjes?

Ik had nooit kunnen bedenken dat ik 24 graden ooit nog eens een aangename temperatuur zou vinden om in te slapen. Ik word thuis al chagrijnig als het ‘s nachts warmer is dan 17 graden. Maar vannacht sliep ik als een roosje. Het veranderde echter niks aan het feit dat we toch naar een ander hostel gegaan zijn. De hostel waar we gisteren sliepen was vervelend vies en we werden allebei wakker met jeuk. Het wil nog wel eens voorkomen op de Camino dat er bedwantsen huizen in hostels. Dit hostel is zeker een kanshebber op een bedwantsenplaag.

De hostel

Toen ik gistermiddag aankwam bij de hostel, leek het er redelijk uit te zien. De algemene ruimte was best gezellig en het zag er schoon uit. Tot de mevrouw me naar het kamertje bracht waar we zouden slapen, had ik geen twijfels over mijn keuze. Ik had speciaal een tweepersoons kamertje geboekt, omdat Marit er was. De mevrouw van de hostel, een stevige Spaanse tante met een wat ruig en raspend stemgeluid alsof ze tien jaar te lang gerookt heeft, vroeg me toch nog even te wachten en ging toen met een niet al te nieuw ogende mop snel even de vloer dweilen. Twee minuten later was ze terug. Ik denk dat ze het te veel moeite vond om bij Marit de gebruikte matrashoes eraf te halen. De plastic matras hoezen, die je bijna overal vindt op de Caminoroute, hadden op verschillende plekken gaatjes. Er waren twee krakkemikkige kleine douches voor zo’n 30 bedden, één van de twee wc’s bleef de hele nacht luid klaterend doorspoelen en toen de mevrouw naar huis was, bleek als snel dat het wc-papier op was. Toen we ‘s ochtends ook nog wakker werden met jeuk, besloten we een ander hostel te zoeken. Zelf eentje zonder airco, maar wel met een echte Caminosfeer.

Relatieve rust dag

Vandaag hebben we heerlijk ontspannen ontbeten met een kopje koffie en Pamplona bekeken. We hebben alle spullen gewassen en uitgespoeld. Goed warm in de droger! Hopelijk hebben de eventuele bloedzuigende bedmonstertjes het niet overleefd. Morgen wandelen we Pamplona uit naar een plaatsje waarvan ik de naam niet kan uitspreken. We zijn in Baskenland en de plaatsnamen zijn echt bijzonder. Cirauqui, Muruzábel en onze eindbestemming voor morgen Zaraquiegui. Het wordt 43 graden, dus we gaan opnieuw absurd vroeg weg. Onze Deense bedbuurvrouw heeft haar wekker op 05.00 uur staan en wij zullen niet veel langer daarna onze rugzak ophijsen. Nu eerst nog maar weer een nachtje afzien in de broeierige hitte van de hostel.

Marietje

Ondertussen is het gezellig vertrouwd met Marietje. Ze gaf me een lief cadeautje en een meer dan lieve brief. Maar dat ze, ondanks haar soms pittige stress voor reizen, helemaal met vier treinen en een bus hierheen is komen reizen om met mij mee te wandelen, is het mooiste cadeau.

Mega hete hostelkamer met Marietje

Hello, goodbye

  • Dag 4 of 166
  • Van Zubiri naar Pamplona
  • 20,4 km

Benauwd

Het was zo verschrikkelijk warm en benauwd in de hostel vannacht dat ik heb geen oog heb dichtgedaan. Er liggen twaalf mensen in deze kamer en er is één raampje. Daar blijkt heel weinig frisse lucht door te kunnen. De matrassen van de toch wat wiebelige stapelbedden hebben een soort plastic hoes en we krijgen er geen ‘papieren hoesje’ bij. Je plakt er aan vast en het is zweterig. Het is te warm om in mijn lakenzak te gaan liggen. Ik probeer er op te blijven liggen, maar elke keer plak ik weer vast aan het plastic. Het is bijna noodzakelijk om op mijn rug te slapen, want als ik het ene lichaamsdeel op het andere leg, al is het maar een hand, ontstaat er een soort hitteontploffing. Ik hou niet van op mijn rug slapen, dus ik slaap weinig.

De slaapzaal van de dag

En maar door

Ik vertrek opnieuw vroeg, omdat het warm wordt en het laatste stuk dwars door Pamplona gaat. Kort nadat om 05.00 uur de eerste pelgrims hun spullen pakken, sta ik ook op. Om 06.00 uur vertrek ik samen met Sharon en John. Sharon is een bescheiden, lieve Canadese, met zere voeten. Ze loopt niet zo hard. John ziet er uit als een typische stoere outback Australiër van ergens in de vijftig die nog een beetje volwassen moet worden. Hij loopt graag alleen, maar we komen wel steeds weer elkaar tegen. Omdat we zo vroeg weg gaan, kunnen we niet ontbijten in de hostel. We gokken erop dat we onderweg iets tegenkomen. In de eerste dorpjes is alles nog dicht. Het volgende restaurant is elke twee weken dicht op dinsdag. Toevallig vandaag. Hoe fijn. Daarna komt er niks meer tot 4 km voor Pamplona. Maar dat wist ik natuurlijk niet, dus ik dacht steeds: ik loop nog even door. Uiteindelijk heb ik dus 16 km gelopen zonder te eten en te stoppen. Nu voel ik mijn zijkantjes wel.

Aankomst in Pamplona

Rust en gezelligheid

Vandaag komt Marit, Brians dochter. Ze vond het niet zo makkelijk, toen ik besloot om acht of tien weken weg te gaan. Toen ik de kids voorstelde om een dagje mee te komen lopen, was ze eigenlijk de enige die dat kon inplannen (en ook de enige die groot genoeg is om zelfstandig te reizen). Dus ze is met de nachttrein naar het zuiden van Frankrijk gereisd, waarna ze de trein naar San Sebastián nam en vervolgens met de bus naar Pamplona kwam. De bikkel. Met een veel te zware rugzak, want ze moet daarna ook nog van alles. Ze loopt twee dagen mee die ik een beetje inkort. Maar eerst hebben we een rustdag morgen in Pamplona. Dat is leuk! En ook een beetje spannend, want ik zeg dan gedag tegen mijn Camino-familie, waarvan iedereen verder loopt.

Marit!

Herinneringen

  • Dag 3 of dag 165
  • Van Roncesvalles naar Zubiri
  • 21,5 km

De zijkantjes

Lieve fysiotherapeute, ik zag er zo tegenop de eerste dagen. Steil omhoog de Pyreneeën in en daarna een paar pittige afdalingen. De laatste keer in de Ardennen had ik last van hele pijnlijke zijkantjes. De spieren in mijn enkel, net boven die dikke knobbel, je weet natuurlijk de officiële namen, gingen richting een ontsteking. Ook was ik bang voor strakke bilspieren (wil ik wel op zich, maar niet als ze pijn doen tot aan mijn knieholtes en in mijn rug). Maar weet je? Al die kleine naaldjes die je in mijn spieren prikte en waar ik soms een beetje, mwa… zeg fel op reageerde, hebben er toch echt voor gezorgd dat ik na de klim van gisteren en de afdalingen van vandaag, met hele onregelmatige ondergrond, nog geen pijnlijke zijkantjes heb gehad. En ook die pijnlijke bilspieren, vallen reuze mee. Het ging goed vandaag!

Een zwaar stukje

Hoofdlampvrienden

Toen ik vanmorgen vroeg vertrok uit het klooster van Roncesvalles, was het nog donker. Ik wilde vroeg vertrekken, omdat het heel warm zou worden vandaag. In de hitte lopen vind ik echt zwaar en vermoeiend. Het bleek een goed moment om mijn hoofdlamp erbij te pakken, want het bos verderop zag er echt pikdonker uit. Ik had meteen twee pelgrims mee die zelf geen goed licht bij zich hadden. Het bleken mijn wandelmaatjes van de dag te worden. Philippe, een Fransman van 58 jaar oud die vanuit zijn woonplaats Rennes naar Santiago wandelt met een matje en een zeiltje voor het deel in Frankrijk waar een stuk minder herbergen zijn dan hier. Wat een bikkel. Hij doet vrijwilligerswerk bij het rode kruis en rijdt met een busje langs mensen die op straat wonen. Hij vindt het, naast mensen eten en drinken aanbieden, vooral belangrijk om contact te maken en een goed gesprek te hebben. Het is voor hem wel gezellig dat ik Frans spreek en hij voelt voor mij een beetje als de beschermengel van de dag doordat hij steeds op een prettige manier in de buurt blijft en zijn tempo aan mij aanpast. Philippe slaapt in de meest basic hostel in Zubiri, dus daar nemen we afscheid. Ik kies voor een andere, waar ik ook kan eten. Ons andere wandelmaatje Ralph, een goed georganiseerde, maar gemoedelijke elektrotechnicus uit München, slaapt daar ook. We halen in Zubiri samen lunch in een winkeltje en eten het in de hostel samen op. Het is fijn om dat soort dingen niet alleen te doen en Ralph is prettig gezelschap.

Herinneringen

Ondanks dat ik de hele dag samen met deze twee mannen liep, was er ruimte voor herinneringen aan Brian. Ergens halverwege loop ik langs een struik waarin vogeltjes zitten te kwetteren. Meteen poppen er allerlei beelden in me op. Van Brian. Van zijn laatste dagen. Dat komt omdat ik hem gevraagd heb, mocht hij energie kunnen geleiden na zijn dood, om puttertjes naar me te sturen. Ik geloof daar eigenlijk niet in. Ik denk dood is dood. Geen hemel, geen geestenwereld, geen energieën. Heel misschien dat er een paar uur energie blijft hangen. Ik denk dat wel gevoeld te hebben, vlak na Brians overlijden. Ik heb een tijdje in mijn eentje naast hem gezeten; hem over zijn hoofd geaaid, zijn hand vastgehouden en hem allerlei dingen toegefluisterd en het voelde alsof er nog die connectie was. Maar nadat de auto waarin hij vervoerd werd met hem wegreed, heb ik dat niet meer zo ervaren. Maar als ik vogeltjes zie of hoor, dan kijk ik toch altijd even of het puttertjes zijn. Ik kon ze niet zien nu, in de struik, maar toch kwamen de herinneringen. Heel werkelijk zag ik Brian voor me, zijn gezicht en handen en zijn houding van de laatste dagen. Het maakte me verdrietig. Het was zo’n intens afscheid. En tegelijkertijd was het ook fijn om hem zo voor me te zien. Even terug bij hem.

Lief en moe hoofd, even buiten zitten nog (blowtje roken)

Ow en in Zubiri is geen postkantoor. Pas in Pamplona kan ik het opsturen. Nog een dagje met een iets te zware rugzak.

Caminodrukte

  • Dag 2 of 164
  • Van Orisson (F) naar Roncesvalles (S)
  • 17 km

Verdrietig

Er zijn heel wat mensen op de Camino die voortdurend het gezelschap van anderen opzoeken. En voordat je het weet hoor je bij een soort groepje. Je Caminofamilie noemen ze dat hier ook wel. Dat is een fijn iets. Het is heerlijk, wanneer je aankomt lopen bij een uitkijkpunt, koffietentje of op de bestemming van de dag, dat er een paar enthousiaste mensen naar je beginnen te zwaaien. Dat je samen kunt eten of een drankje kan doen. Maar soms vind ik het ook vermoeiend. Gisteren merkte ik op een gegeven moment al dat de constante behoefte van sommige mensen om informatie te delen me een beetje irriteert. Vooral de Amerikanen vind ik vermoeiend. Ze nemen veel ruimte in en hebben het de hele tijd over allerlei dingen die er niet per se toe doen. Tijdens het eten gisteravond in de gezellige, maar overvolle en drukke ruimte van de herberg, merk ik dat ik er verdrietig van word. Ik voel me even niet zo thuis. En dan mis ik Brian, want hij was mijn thuis. En mijn dockingstation.

Auberge Orisson

Alleen

Ik besluit die avond dat ik de volgende dag alleen ga lopen. Dat was tenslotte ook wat ik kwam doen hier. Het was een goeie beslissing. De omgeving is zo mooi! Ik loop tot op 1420 km hoogte in de Pyreneeën. Van vroeg in de ochtend in een goeie temperatuur tot ergens begin van de middag in de bloedhitte het laatste stuk omhoog. Door in mijn eentje te lopen kan ik enorm genieten van de prachtige natuur, de uitzichten en de langharige schapen bijvoorbeeld die op de steile hellingen grazen. Het dringt veel beter tot me door dan als er iemand naast me loopt.

Zware dag

De tocht is pittig, ook omdat mijn rugzak toch best zwaar is. Ik besluit er nog meer spullen uit te halen straks als ik aankom. Ik voel dat het nodig is, want de eerste 13 kilometers gaan omhoog en voelen zwaar aan mijn benen, rug en heupen. Het laatste stuk van de klim is erg warm en ik ben blij dat er op een gegeven moment een klein plekje is in de schaduw waar ik even wat kan eten. Ik heb een blaar waar ik niet echt veel last van heb, maar toch maar even aftape. Met droge sokken aan loop ik de rest van deze etappe dan toch met Miti. Miti is in een groep behoorlijk intens, omdat ze maar blijft praten en vragen, maar één op één is ze leuk en een prettige afleiding van de vermoeidheid. Na de top dalen we nog 4 kilometer. Vrij snel al zien we in de verte het klooster van Roncesvalles liggen, waar we vanavond slapen. Het lijkt bedrieglijk dichtbij, maar blijkt toch echt nog wel een eindje lopen. Het is steil en warm en we lopen een stuk verkeerd, waardoor we ons een nog steiler stuk berm met frambozenstruiken en varens door moeten worstelen om niet een kilometer terug te hoeven lopen. Als we het binnenplein van het klooster oplopen zwaaien onze familieleden enthousiast. We zijn blij dat we er zijn!

Spullen dumpen

Helaas blijkt in Roncesvalles geen postkantoor. Ik kan er dus geen spullen terug naar huis sturen. Je kunt er ook de spullen die je te veel hebt in een box doen voor andere pelgrims, maar ik heb dingen uit mijn tas gehaald die ik niet wil achterlaten. Nog een dag dus met mijn zware rugzak. In Zubiri kan het wel. Morgen 21 km en veel warmte!

Prima slaapruimte in Roncesvalles

Eerste stappen

  • Dag 1 of 163
  • Saint-Jean-Pied-de-Port naar Auberge d’Orisson
  • 8,8 km

Aankomst

Stationnetje van Saint-Jean-Pied-de-Port

Als ik met de trein aankom in SJPdP (ik wil die naam nooit meer hoeven typen) ben ik moe, warm en bezweet van de reis, maar blij dat ik er eindelijk ben. Het voelt wat onwennig om, samen met nog zo’n twintig andere mensen die overduidelijk de Camino gaan lopen, met m’n rugzak het dorp in te lopen. Ik ben zo overduidelijk ‘een caminowandelaar’, dat ik me een beetje een cliché voel. En ik hou niet van clichés… niet om ze te horen en al helemaal niet om er één te zijn. Dus een beetje ongemakkelijk zoek ik mijn weg naar de herberg die ik geboekt had. De ontvangst in de herberg haalt het ongemak gelukkig weg. Ik voel je welkom en ik mag er nog niks van snappen; ze leggen alles rustig uit. Het enige dat jammer is, is dat de man bij de receptie mijn tas ‘oef, zwaar’ noemt terwijl hij hem voor me naar boven tilt…

Zuurstof

Ik slaap met drie mannen op een kamer met vier stapelbedden. Eén wat oudere man en ik moet bekennen dat het eerste wat ik denk, is: als je maar niet snurkt! De stapelbedden zijn stevig en goed gebouwd met gordijntjes ervoor en een eigen stopcontact met bakje voor je telefoon. Dat ik die gordijntjes ook dicht ga doen zit er niet in; het is zo benauwd op de kamer dat ik het gevoel heb weinig zuurstof te krijgen. Het houdt me een beetje wakker. Maar! Geen gesnurk!!

De eerste etappe

Het is echt heel fijn om de benauwde kamer uit te kunnen en de eerste stappen te zetten op de Camino. Het begint bij de Spaanse poort, die een behoorlijke teleurstelling blijkt te zijn, waar ik de eerste caminopijl op de grond vind. En daarna gaat het omhoog en wordt het steeds mooier. Groen en heuvelachtig met de typische grilligheid van de Pyreneeën. Het is fijn om daar naar te kijken.

Vanaf het einde van het dorp loop ik met Miti, een Amerikaanse uit Seattle op zoek naar een nieuwe betekenis voor haar leven nu haar kids op zichzelf wonen en ze haar baan eigenlijk verschrikkelijk vindt. Hoewel het de laatste 5 kilometers echt steil omhoog gaan, waren we toch sneller dan gedacht bij Auberge d’Orisson. De eerste dag zit er dan op. Slechts 8 kilometer, maar het voelt als een goede beslissing om niet door te lopen naar Roncevalles. Dat was nog 13 kilometer klimmen en dan 4 kilometer afdalen. Ik vind het fijn om even te kunnen wennen aan het hier zijn, de warmte en de inspanning.

Dagelijkse routine

Ik moet nog een beetje mijn weg vinden tussen mijn spullen en met de dagelijkse routine. Ik blijf maar zakjes openen en sluiten, spullen pakken en weer terug leggen, heen en weer lopen van douche naar tas naar wasbak. Mijn routine lijkt nu bij aankomst een wasje doen, douchen en spullen organiseren. Dan even schrijven: een brief aan Brian en mijn blog. En dan na het eten mijn spullen voor het slapen en de volgende dag klaarzetten. Zo zullen mijn dagen eruit zien de komende periode. Alleen niet met zoveel tijd als vandaag, want ik ga langere afstanden lopen vanaf morgen.

Onderweg

  • Dag 0 of 162
  • Van huis naar Saint-Jean-Pied-de-Port
  • 1363 km

Serieus!

Ik kijk uit het raam en realiseer me dan pas echt dat ik toch echt onderweg ben naar het zuiden van Frankrijk om daar morgenochtend vroeg de eerste stappen te zetten op mijn Camino naar Santiago de Compostela. Het landschap schiet voorbij… of eigenlijk schieten wij voorbij het landschap want het is de trein die zich verplaatst. Ik heb natuurlijk serieus getraind en allerlei serieuze lichtgewicht spullen aangeschaft voor de tocht der tochten. Ik heb serieus gepland en dingen voorbereid zodat kinderen het redden, mijn huis het overleeft en Rootz lekker blijft draaien. En toch had ik ergens het gevoel dat ik nooit echt aan de Camino zou beginnen. Maar daar zit ik dan in de TGV het landschap voorbij te schieten op weg naar Saint-Jean-Pied-de-Port, waar mijn voettocht morgen start. Serieus!

Komt het wel goed?

Ik vind het spannend! Om meerdere redenen. Ten eerste ben ik niet per se gebouwd op het lopen van lange wandeltochten. Ik heb alleen al door het trainen flink wat pijn aan mijn voeten en spieren. Dus ga ik het redden? Ten tweede heb ik echt heel weinig spullen bij me. Ik heb sterk beknibbeld op gewicht. Ik hoop dat ik geen essentiële dingen vergeten ben. Het derde dat ik spannend vind, is dat veel dingen die me aan Brian herinneren daar zijn waar ik juist steeds verder vandaan ga. Trek ik dat? Wordt het dan niet gewoon een pauze in mijn verdriet? Daarbij laat ik ook nog eens vier kinderen achter die mij met enige regelmaat best wel nodig hebben. En ten slotte hebben die kinderen een soort van mijn huis ter beschikking… waar ik toch best een beetje zenuwachtig van word. Kunnen ze genoeg verantwoordelijkheidsgevoel aanboren om het huis heel te houden, de guppen van Brian niet te laten verhongeren en de plantjes op de daktuin niet te laten verzuipen? Op hoop van zegen…

To do list voor de thuisblijvers (vooral Sven)

Niet per se leuk

De aanleiding om deze tocht te maken botst soms met het enthousiasme dat ik normaalgesproken voel als ik op reis ga. Het voelt zwaarder dan anders. Het alleen reizen benadrukt dat Brian er niet meer is. Ik kan er niet onderuit dat ik dit doe omdat hij er niet meer is. Niet dat hij meegegaan zou zijn de Camino lopen… hij liep maximaal 5 kilometer en alleen als er heel bijzondere plantjes groeiden misschien een keer 10 kilometer. Dus ik probeer hem mee te nemen op een andere manier. In de hanger die ik liet maken waar zijn as in zit en vooral in mijn hoofd en mijn hart.

Ginkgo Biloba blaadje

Afscheid

De afgelopen week nam ik afscheid van allerlei lieve mensen. Een knuffel hier, een kleinigheidje daar of een lief appje. Niels ging gisteravond mee naar Chris en Saskia, waar we sliepen, om me vanmorgen vroeg op Amsterdam Centraal uit te zwaaien. Hij had een pakketje voor me met zes enveloppen die ik ergens tijdens de tocht open mag of moet maken. De eerste brief mocht ik al lezen. Ik moest er van huilen. Wat bof ik toch met al de fijne, mooie mensen om me heen! En die lieve grote kinderen. Ook die neem ik mee.