Grote beslissingen

Het is af en toe een tijdje stil op mijn blog. Ik heb gewoonweg niet altijd voldoende tijd en rust om te reflecteren, laat staan de reflecties op te schrijven. Het voelt soms alsof ik een leven voor twee mensen leid. En misschien doe ik dat ook wel. Terwijl de lente is begonnen en het leven steeds meer zijn gewone gang gaat, merk ik dat ik moe ben en te veel achter de feiten aanloop. Ik wil niet de hele tijd alleen maar werken en regelen, ik wil ook leuke dingen doen met kinderen, vrienden, geliefde… en ik wil schrijven. Maar hoe dan?

Balans

Het is altijd al een beetje een worsteling voor me geweest om de balans te vinden tussen de ‘moeten-dingen’ en de leuke dingen. Ik heb een haat-liefde verhouding met zowel rust als drukte. Als ik te lang in rust, reinheid en regelmaat leef, versaai ik van de suffe stilligheid. Maar als ik dan de anti-saai aanzet en contact zoek met vrienden die ik een tijd niet gesproken heb, afspraken inplan en bijvoorbeeld een weekendje wegga met de kids krijg ik al snel weer last van het gebrek aan tijd voor de moeten-dingen. Dan overzie ik de boel niet meer, krijg ik onrust en stress en moet ik mezelf weer in een periode van rust, reinheid en regelmaat organiseren. Zo gaat dat met mij. Op dit moment zijn alle moeten-dingen al net iets te lang te veel voor één persoon. En ik wil wel terug naar rust en regelmaat, maar ik weet niet zo goed hoe ik dat voor elkaar moet krijgen. Het gaat namelijk om grote beslissingen en ik ervaar niet de rust om na te denken over wat de consequenties daarvan zijn. Onrust dus.

Coach

Ik heb geen zin om de hele tijd zelf tegen mijn twijfels te knokken en ik mis Brian die precies wist hoe mijn brein werkt en wat me rust geeft. Ik heb iemand nodig die me er met goede vragen en handige tips doorheen helpt. Iemand die zich niet laat wegwapperen door mijn overtuigende overtuigingen en mijn stellige stellingnames. Ik besluit een coach in de arm te nemen. Een goede coach is voor mij een versneller. Ik weet vaak al wel ongeveer welke kant ik op wil, maar het wordt pas echt als iemand het naar de oppervlakte haalt en het samen met mij op de kant trekt. Mijn coach heet Sietske. Ik ken haar van de korte periode dat ik werkte bij de Raad voor de Kinderbescherming en zij een ervaren collega was. Toen ze voor zichzelf begon als coach voor vrouwen die met een zelfverzekerd gevoel keuzes willen maken, ben ik haar gaan volgen op LinkedIn. Haar verhalen laten inzicht, rust en humor zien en een diepgang in denken waar ik me bij op mijn gemak voel. En nu denkt ze dus om de zoveel weken mee met hoe ik ruimte voor mezelf kan en mag creëren en welke beslissingen ik zou kunnen maken om toe te komen aan de dingen waar ik gelukkig van word. Sietske zegt een boel wijze dingen waar ik steeds weer verder mee kan. Ze geeft inzichten in verhoudingen die al heel lang hun invloed hebben op mijn keuzes en gemoedstoestand, maakt ruimtebiedende opmerkingen en zegt dat ik zelf ook wijze dingen zeg. Samen constateren we dat het in mijn hoofd nu een onduidelijke warboel is. Ze vraagt me waar ik, van alle dingen die ik doe, eigenlijk zelf het meest plezier in heb. En ik kan niet echt een keuze maken. Ik vind dus eigenlijk wel de combinatie van activiteiten het fijnst, maar dan iets overzichtelijker en minder belastend dan nu.  

Versnelling

We bedenken wat ik kan veranderen om meer overzicht te krijgen. En dan treedt de versnelling in werking. De keuze valt om te stoppen met het winkeldeel van Rootz, de galerie met niet-westerse kunst van Brian en mij. Hoewel ik Rootz prachtig vind en een unieke plek met geweldig mooie spullen die Brian en ik samen hebben verzameld, is Rootz voor mij alleen te groot. We hadden dat, voordat Brian overleed, samen eigenlijk ook al bedacht. Brian besteedde minstens 50 uur per week aan Rootz. En dat kon omdat ik daarachter een heleboel regelde. Ik heb dat niet, zo’n regelaar. Daarbij was Brian een handelaar pur sang en ik kan wel ondernemen, maar handelen is een ander vak. Daar komt dan nog bij dat ik wel kan genieten van niet-westerse kunst, maar dat ik niet genoeg passie ervoor heb om er al mijn vrije tijd aan op te geven. Want ten slotte heb ik, meer dan Brian, de behoefte aan een sociaal leven en sporten. Het runnen van de galerie past niet voldoende bij me en zo veel tijd besteden aan iets wat niet helemaal bij me past, is vragen om overwerkt raken. 

Mooi verdriet

Het besluit om te stoppen met het winkeldeel van Rootz is weer een volgende stap in het rouwproces. Loslaten van wat was en daar oké mee zijn. Mijn eigen pad volgen en niet meer per se dat van ons. Het valt me aan de ene kant mee hoe makkelijk ik de beslissing neem en aan de andere kant raakt het besef dat ik mijn eigen weg kies me behoorlijk. De eindigheid van Brian en wat bij Brian hoort is met dit besluit opeens weer duidelijk voelbaar. Ondanks dat ik rationeel vind dat het oké is, blijft het gek voelen om verder te gaan. Wanneer Sietske me vraagt of ik het verdriet makkelijk toe kan laten, is mijn antwoord  “Ja, maar niet alles nog. Er zit nog meer. Maar dat is mooi verdriet en dat komt af en toe naar boven”. In plaats van bozig zijn om het zonder hem achterblijven, voel ik dan het gemis van de mooie dingen. Zo was ik laatst onze opslag van moderne kunst aan het opruimen en sorteren. Ik zag weer wat we daar allemaal voor mooie, interessante en waardevolle dingen hebben liggen en voelde dat ik, ondanks de licht vermoeiende en soms wat buitensporige verzamelwoede van Brian, enorm trots ben op zijn gekke handelsinstinct. Dat gevoel van trots raakte een verdriet aan, dat ik vervolgens snel weer wegstopte. Te groot nog. Te veel. Te vroeg. Ik maak me er niet echt zorgen om. Ik weet dat het er zit en het gaat echt niet zomaar weg. Ik ben er van overtuigd dat daar een moment voor is. Eerst de grote beslissingen.

Zaterdag 18 mei 2024 de laatste openingsdag van de winkel van Rootz Gallery met enorme kortingen. Daarna online en dan verder.

Knuffels

Oke, ik wil iets delen dat bijna net zo veel invloed kan hebben op mijn reputatie als mijn mening over wat er gebeurt in Gaza. En toch ga ik het delen. Komt ie hè…: ik heb dus een knuffelkonijn. Oke, dat klinkt nu al simplistisch en niet van belang, vooral als je het afzet tegen mijn blog van vorige week. Maar ik wilde er toch wat over schrijven. Al is het maar om duidelijk te maken dat ik geen politieke blog heb en wel alleen maar dingen deel die me persoonlijk bezighouden. Nou houdt het knuffelkonijn me niet echt persoonlijk ‘bezig’, maar hij is wel belangrijk voor me. Ik slaap namelijk elke nacht met hem in mijn nek. Als ik me omdraai in mijn slaap gaat Konijn mee, zelfs als ik me er niet bewust van ben dat ik draai. En Konijn ligt elke ochtend nog knus in mijn nek wanneer ik wakker word.

Mijn Konijn

Knuffelimpact

Ik heb Konijn nog niet zo lang. Ik denk een jaar of twee. Hij was eerst niet helemaal welkom bij ons, want er was al een Konijn in huis die op dat moment een nog net iets te belangrijke rol speelde in Niels’ leven. Niels was bijzonder gehecht aan zijn knuffels. Als Sven vroeger boos op hem was, dan ging ie bovenop Boris Beer staan springen, want dat had direct effect. Misschien dat daar het ‘daar heb je de poppen aan het dansen’ vandaan komt? Ik had vroeger geen knuffels. Ik denk dat allebei mijn ouders zich niet bewust waren van het mogelijke effect van een vaste knuffel of een tutteldoekje op een kind. Als je dat zelf niet hebt meegekregen als kind of er weinig ruimte was voor liefdevolle aandacht in je vroege jeugd, dan is dat misschien ook niet zo verwonderlijk. Ik kreeg op een gegeven moment wel een levensgrote babypop in een door mijn vader gemaakt kinderstoeltje. Daar kon ik overdag heerlijk mee spelen, maar die was niet lekker zacht voor in bed of troostend om mee op de bank te kruipen. En voor een babypop zorgde ík, die zorgde niet voor mij.

Toen Sven geboren werd heb ik een ton knuffels aangeschaft. Hij ‘koos’ een tutteldoekje genaamd Ollie en een knuffelhondje die we later Snuffie of ook wel gewoon Hond zijn gaan noemen. Ook voor Niels hadden we een heleboel knuffels in huis gehaald. Hij koos ze allemaal. Zijn bed lag altijd stampvol met al zijn knuffels en hij had hele conversaties met ze vlak voordat hij ging slapen. Als we ’s avonds nog even langs zijn kamer liepen, hoorden we hem zachtjes praten met verschillende stemmetjes.

Ollie en Snuffie

Bij verdriet en pijn

Niels zag in zijn knuffels de troost en veiligheid die ik vroeger ook wel van een knuffel had willen hebben. Als er iets vervelends gebeurd was of als hij pijn of verdriet had dan vroeg hij met een klein stemmetje om Konijn, Boris of Haai (de hoofdknuffels van het stel) en dan gingen we die zo snel mogelijk halen en dook hij met het beest op de bank of tegen je aan. Ook als iemand anders verdrietig was of zich pijn had gedaan, als er een wondje ontsmet moest worden of een splinter uit een vinger gehaald, dan riep Niels om even te wachten en rende hij de trap op om een knuffel te halen die dan als oplossing voor al het leed aan je werd overgedragen.

Toen Edwin en ik gingen scheiden in 2014 kregen de kids met Sinterklaas dat jaar van mij twee levensgrote knuffels van een niet nader te noemen Zweedse meubelgigant. Een haai voor Niels en een olifant voor Sven. Niels geeft aan dat dat het allerbeste Sinterklaascadeau ever is en gebruikt Haai nu nog steeds als kussen. Bijna alle andere knuffels zijn al een tijdje opgeborgen op zolder. Behalve Konijn. Konijn kreeg Niels ook met Sinterklaas, maar veel eerder, toen hij nog geen jaar oud was. Het was meteen dikke mik tussen die twee. Hij droeg hem overal mee naartoe en we hebben hem zelfs nog een keer van de slager moeten redden, omdat Niels hem daar vergeten was nadat hij het plakje worst had aangepakt.

Konijn van Niels

Knuffels delen

Konijn is een knuffel zoals ik me voorstel dat een knuffel zou moeten zijn. Van een zacht badstofachtig materiaal, lief gezichtje, slungelbenen, hangarmen en langoren waaraan je hem lekker de hele dag achter je aan kan slepen. Dat heeft Niels dan ook heel veel gedaan. Tot hij er te groot voor werd en Konijn aan het voeteneind van zijn bed belandde. Toen Brian ziek werd, voor de tweede keer, en ik veel moe en verdrietig was, kwam Niels me opeens Konijn brengen ’s avonds. Brian was met zijn kinderen een paar dagen naar Egypte of Marrakech. Ik weet het niet precies meer. Dus ik mocht met Konijn slapen, zodat ik niet alleen was. En zo heb ik maanden met Konijn in mijn nek geslapen. Ik had hem al bijna geadopteerd, totdat ik me realiseerde dat het eigenlijk niet klopt dat ik als moeder één van de belangrijkste knuffels van mijn zoon verslijt. Dat moet niet. Die moet ergens op een gegeven moment in een kast terecht komen en dan twintig jaar later weer een keer opgepakt worden met: “O ja, kijk, Konijn. Weet je nog?” Dus ik besloot een eigen konijn te gaan zoeken. Volwassen of niet. Het voelt fijn, een konijn in mijn nek.

Konijn II

Het konijn van Niels komt van een niet nader te noemen oerhollands warenhuis waar ze de meest fantastische baby- en kinderspullen verkopen. Maar Konijn was er niet meer te koop. Uit het assortiment. Daarnaast wilde Niels niet dat er een tweede konijn in huis zou komen. Dat hoorde niet vond hij. Ook niet als het een broertje, zusje, neefje of nichtje zou zijn van Konijn (hij trapte allang niet meer in dat soort manipulatieve oudertrucjes).

Dus ik heb Vosje geprobeerd, maar die lag niet lekker in mijn nek, te groot, te stevig en te puntig. Toen kreeg ik Poes van de kids. Die was te klein en te synthetisch. Ik heb veel gezocht, maar vond nergens iets dat met zulke fijne benen, armen en oren, van het zachte stofje en met zo’n lief gezichtje. En dus heb ik heel kinderachtig toch Konijn gekocht, op een niet nader te noemen internetsite voor tweedehands spullen. Konijn II. Eerst kocht ik per ongeluk de kleine versie van Konijn, die niet in mijn nek paste en ik toen aan Marit gegeven heb, omdat zij ook wel een beetje troost en geborgenheid kon gebruiken. Uiteindelijk lukte het Brian met zijn speurtalent om precies hetzelfde knuffelkonijn te vinden, nieuw tweedehands. Dus nu slaap ik iedere nacht met Konijn II in mijn nek. En als ik me een beetje verdrietig voel of de wereld een onveilige plek lijkt, dan pak ik eéén van zijn hangarmen in mijn hand en voel ik me toch iets meer geborgen.

Konijn II

Rosie, don’t you worry

Verbazingwekkend snel

Het is gek om opeens te ervaren hoe ik meer mijn huidige leven leid en minder bezig ben met het leven dat Brian en ik samen hadden. Het is natuurlijk logisch dat dat gebeurt, want in de realiteit is mijn leven niet meer samen met Brian. En het is ook belangrijk dat het gebeurt, want ik moet nou eenmaal alleen door. Dus ik neem beslissingen en maak keuzes die voor mij belangrijk zijn en ik onderneem allerlei nieuwe dingen die ik fijn vind en waar ik plezier uithaal. Het gaat alleen verbazingwekkend snel al zo en dat voelt soms gek. En als ik dat bedenk, is het ook ontzettend verdrietig dat een mensenleven zo snel op de achtergrond kan raken. Niet dat ik niet meer aan Brian denk of hem niet mis. Maar het is minder op de voorgrond.

Zonder schuldgevoel

Tijdens de laatste week van de camino merkte ik dat Brian minder aanwezig was in mijn gedachten. Niet alleen het dichterbij Santiago komen, maar ook de nieuwe sociale contacten die ik die week opdeed vroegen mijn volle aandacht. Gesprekken en ontmoetingen openden luikjes in mijn hoofd, creëerden andere inzichten en maakten ruimte om na te denken over nieuwe mogelijkheden. Eenmaal thuis zette dat zich door. Ik ondernam allerlei dingen. Ik zette mezelf op de kaart als zelfstandig adviseur en projectleider (met een nieuw logo), begon aan een nieuwe sport (kickboksen), ging naar een reünie waar ik mensen uit mijn eigen geschiedenis weer ontmoette en ik gooide een nieuwe foto op mijn socials… een foto die Brian nooit gezien heeft. Het ging als vanzelf en zonder schuldgevoel naar hem toe.

Want dat kan hè, dat je je dan schuldig voelt… over dat je doorleeft, nieuwe dingen onderneemt, nieuwe mensen ontmoet en daar plezier in hebt. En daar zou je je zomaar heel rot over kunnen voelen. Alsof dat niet mag. Alsof je altijd verdrietig moet blijven. Ik heb dat wel af en toe zo gehad, maar sinds die laatste week van de camino is het weg. En dat is goed. Het gaat alleen verbazingwekkend snel.

Minder kameleonnen

Ik ben enorm mezelf geweest tijdens het lopen van de camino. Dat ben ik niet zo van mezelf gewend, want doordat ik me vroeger vaak een buitenbeentje voelde, heb ik mezelf aangeleerd om te kameleonnen – mezelf aanpassen aan de sfeer van een groep of de manier van doen van iemand anders. Niet te veel afwijken, niet te veel opvallen.

Naarmate ik ouder word, ben ik echter steeds meer mezelf. Ook de fijne relatie met Brian en zijn onvoorwaardelijke liefde voor mij hebben me het vertrouwen gegeven dat ik kan zijn wie ik ben. Het kan me steeds minder schelen wat anderen van me vinden. En ik moet zeggen dat het vaak goed uitpakt. Na de camino heb ik bijvoorbeeld van zeker vijf mensen te horen gekregen dat ze dingen anders zijn gaan bekijken of zijn gaan doen doordat ze in mijn gezelschap waren! Hoe tof is dat? Zo was er deze grote, vriendelijke, maar ook wat mopperige en luidruchtige Duitser die ik de laatste twee weken af en toe tegenkwam. We liepen samen een stuk van een etappe, dronken een andere dag een biertje op de plaats van bestemming en hebben ’s avonds een keer samen gegeten. Hij appte mij een week na de camino dat hij, door met mij op te trekken zijn best is gaan doen sensitiever te reageren op andere mensen. Ik vind dat een mega compliment. Ik zou er bijna van naast mijn schoenen gaan lopen.

Sociale toestanden

Bijna. Want het lukt niet altijd helemaal om het vertrouwen in mezelf vast te houden. Soms vind ik sociale dingen namelijk ingewikkeld en dan ontvouwen opeens die oude patronen zich weer. Ik heb in het verleden best vaak mijn neus gestoten met vriendschappen en relaties. Dan dacht ik dat we vriendinnetjes werden en opeens wilde ze me niet meer met me spelen op het schoolplein. Ik begreep er niks van. Had ik niet leuk genoeg gespeeld? Was ik niet gezellig genoeg? Wat had ik anders moeten doen? Ik heb pas beste vrienden sinds ik 38 jaar ben. Of die leuke jongen die zijn best voor me deed… ik zag al voor me hoe we gezellig samen op vakantie gingen en hij me de liefde verklaarde. Na twee weken bleek hij niet verliefd genoeg te zijn en liet steeds minder van zich horen. Ik was totaal de weg kwijt. Had ik het dan zo verkeerd begrepen? Had ik dingen verkeerd gezegd of gedaan? Was ik saai? Vermoeiend? En dat zijn maar voorbeelden. Ik kwam er vaak niet uit.  

Intens

Ik kan soms een beetje intens zijn. Of zoals Passenger het zegt (ik luister heel veel Passenger de laatste weken) in zijn ’Let her go’: “‘Cause you loved her too much, and you dived too deep…” Dat doe ik. Soms. Vaak. Nee, niet vaak. Maar vaker dan soms… Het pakt niet altijd goed uit voor mijn zelfvertrouwen en de rust in mijn hoofd. Want niet iedereen is even intens terug. Behalve Brian. Die was net zo enthousiast als ik. De perfecte match… Maar ik blijf dat soort dingen, met of juist zonder verwachtingen, moeilijk vinden om in te schatten. Als mensen me niet vriendelijk maar direct vertellen hoe het zit, tast ik vaak eindeloos in het duister. En dat betekent dat mijn hoofd overuren maakt en ik heel hard moet werken om de onzekere gedachten uit te zetten. Of zoals Passenger het zingt in ‘Sword from the Stone’: ‘Cause I’m fine then I’m not; I’m spinning ‘round and I can’t stop.’ Gek word ik er van.

Warboel

Ik dacht dat ik hier door Brian vanaf was. Ik had gehoopt dat ik nu zo op mezelf durfde te vertrouwen dat ik niet meer in de war zou raken als ik andere verwachtingen heb van een contact dan de ander. Maar het is niet zo, natuurlijk. Het is er nog steeds en ik doe nog steeds dezelfde stomme dingen die ik vroeger al irritant vond van mezelf. Ik word onzeker, zenuwachtig, ik sla dicht, twijfel over alles en weeg alles steeds opnieuw af. Als iemand minder reageert dan ik zou willen, dan ga ik juist veel typen en toelichten en omslachtig doen. En dat valt dan natuurlijk juist heel erg op. En daar word ik dan weer ongemakkelijk van en dan wil ik daar weer context aan geven. En dan bedenk ik dat ik dat beter niet kan doen, omdat ik dan intens overkom. En dan doe ik dat niet, of toch wel, omdat het anders toch maar in mijn hoofd blijft rondzingen. En als ik dat dan toch doe dan krijg ik daar weer spijt van. En dan moet ik daar weer wat over zeggen. En ondertussen komen al die oude gedachtes boven: ben ik saai, oninteressant of niet gezellig genoeg? Zei ik iets verkeerd? Deed ik iets verkeerd? Ben ik te ingewikkeld? Te intens? Pfff. Zo vermoeiend. Ik lijk wel een vrouw. En dan mis ik Brian. Sterk geworteld en net zo dolenthousiast.

Embrace how you feel

En dan toch. Ik relativeer meer en sneller. Het ouder worden, mijn relatie met Brian, de camino lopen en de complimenten van mensen die het fijn vonden mij te ontmoeten, maken dat ik al dit gedoe niet meer zo sterk voel als vroeger en er sneller doorheen ben. Ik kan er van een afstandje naar kijken. Ik heb mensen om me heen met wie ik mijn complexe hoofd kan delen (thanks John!) en ik laat mijn eigen hoofd me minder van slag maken. Ik ben er beter in geworden mijn hersenspinsels te filteren naar de realiteit en oké te zijn met moeilijke gevoelens. Of zoals Passenger het zingt in ‘The way that I love you: “Discard what is fake, keep what is real; Pursue what you love, embrace how you feel.” En daarbij denk ik dan: “Oh, Rosie, don’t you worry, my dear.”

Als je je sterk voelt

Mensen reageren duidelijk anders op me als ik me sterk voel dan als ik me somber of wiebelig voel. Ik heb meer contact, leukere gesprekken, positievere reacties, en ook meer flirts trouwens, als ik lekker in mijn vel zit. Ik merkte het kort geleden weer op een feest. Iemand anders op het feest, die normaal gesproken wel een soort van aanzien geniet en waar mensen graag mee praten, had last van een wat onzekere vermoeide somberheid. Ik hoorde achteraf dat mensen daar dus een beetje op afhaakten en zelfs zeiden dat ze het vervelend vonden.

Blij beter dan somber?

Ik moet bekennen dat ik zelf met enige regelmaat een onzekere vermoeide somberheid voel en dat ook wel benoem op die momenten. “Moet ik dat dan maar niet meer doen?” vroeg ik me af. Werkt het beter om te proberen dat sterke gevoel altijd uit te stralen? Het voelt wel fijn die kracht en die positieve, vrolijke gesprekken. Gewoon net doen alsof je altijd alles aankan?

Nou ik denk niet dat ik dat kan faken. Bovendien heb ik zelf juist hele goeie gesprekken met mensen die niet goed in hun vel zitten en dat is ook belangrijk. Eerlijk gezegd vind ik het een beetje oppervlakkig. Dan word ik een soort facebook: “Kijk hoe geweldig het gaat met mij…!” “Alweer een succesje hier hoor.…!” “Alleen maar gezelligheid…!” Dat is niet houdbaar. Het moet wel echt zijn, anders werkt het toch niet.

Het na-de-camino-effect

Ondanks dat ik nog even moet landen, voel ik me sinds ik terug ben van de camino eigenlijk heel goed. Ik ben trots op mezelf, ik voel me fysiek sterk en het gemis van Brian is een klein beetje naar de achtergrond. Hoewel ik ook ergens vermoed dat het wat overschaduwd wordt door allerlei andere gevoelens, voelt het alsof het verdriet iets minder mijn dagelijkse leven bepaalt.

De Brian-inspiratie

Het komt echter niet alleen door de camino, maar ook doordat ik een beetje meeneem van hoe Brian in het leven stond. Hij was er altijd zeker van dat het wel goed kwam, ook als alles compleet onoverzichtelijker en problematisch aanvoelde. Hij had ook nooit spijt. Het leven ging in zijn ogen gewoon zoals het gaat en alles levert wel weer iets nieuws op, nieuwe mogelijkheden. Misschien anders dan je bedacht had van te voren, maar als je dat niet erg vindt (of gewoon niet van tevoren bedenkt) dan komt het altijd goed.

En m’n leeftijd… oké…

Naast dat ik me zo sterk voel door de camino-kracht en de Brian-inspiratie zit ik ook steeds beter in mijn vel, omdat ik ouder word en m’n onzekerheden me steeds minder boeien. Zo fijn, ouder worden. Mentaal dan, fysiek ben ik het er niet altijd mee eens.

Michos

Omdat ik me zo sterk voel, heb ik me op het laatste nippertje dus toch nog aangemeld voor het feest waar ik het over had: de reünie van mijn studentenvereniging Michos in Deventer. Michos was tussen 1991 en 2009 de vereniging van de milieu- en chemie opleidingen in Deventer. Ik werd er lid van, ondanks dat ik een compleet andere opleiding deed. Ik hoopte dat de wat meer technische types nuchterder, stoerder en gezelliger waren dan de studentenvereniging voor de vrouwenopleiding die ik deed. En dat was ook zo, hoewel nuchter misschien niet de best gekozen term is in dit geval, want er werd wel flink gezopen uiteraard. Het was een tof clubje mensen.

Rechtsomkeert

Ik wist niet zeker of ik op tijd terug zou zijn van de camino en had eigenlijk gedacht dat ik daar helemaal niet op zou zitten te wachten, zo’n reünie. Vooraf ben ik vaak niet zo van de drukke feestjes en sociale toestanden en dan ga ik het wel eens uit de weg. Vooral reünies. Wat een verschrikking. Ik ben ooit een keer naar een reünie van mijn middelbare school geweest en ik vond het vreselijk. Maar goed, ik vond de middelbare school ook vreselijk. Sociaal gezien dan. Ik begreep er niks van namelijk. Ik was stil, onzeker, voelde me een buitenbeentje, had geen enkel idee van muziek, idolen en bandjes of meidendingen om met vriendinnen over te praten, als ik al vriendinnen had om mee te praten… Ik had nergens houvast.

En het gekke is dat, zodra je op zo’n reünie je oude klas instapt, hoe je er ook van overtuigd bent dat je nu echt stevig staat, het systeem van vroeger meteen alles overneemt. Hoppa, ik voelde me direct weer het buitenbeentje en er kwam geen zinnig woord meer uit me. Ik ben rechtsomkeert de klas weer uitgelopen. Nooit meer!

Paarse bubbel

De reünie van Michos was echter een soort mini-camino sfeer, een kleine paarse bubbel waar iedereen welkom was. En waar natuurlijk weer veel gezopen werd. En dit keer was ik dus niet die sombervoeler die niet helemaal lekker in haar vel zat en waar mensen dus op afhaakten. Ik was badass en had energieke ontmoetingen met mensen waar ik vroeger hecht mee was, goeie gesprekken met mensen die ik vroeger hartstikke spannend vond en ik had veel te veel biertjes.

Dus toen ik om half vijf mijn slaapkamer in stommelde, zonder die ene vent die dacht dat ie wel met me mee mocht omdat dat 25 jaar geleden ook mocht, viel ik met een grote glimlach in slaap.

Het komt altijd goed

En dat ik inmiddels weet dat er een periode gaat komen waarin ik de sombervoeler ga zijn, maakt het eigenlijk alleen maar makkelijker. Het overvalt me niet meer. En ik weet dat als ik in beweging kom en blijf doen wat ik doe, dat het ook weer goed komt. Linksom of rechtsom. Of diagonaal schuin omhoog. Of zelfs terug uit. Maar met vertrouwen: het komt altijd goed.

Uit ‘De jongen, de mol, de vos en het paard’ van Charlie Mackesy

En dan verder

  • Week 29
  • Deventer

Het rouwproces

En dan gaat het proces om mijn leven zonder Brian vorm te geven natuurlijk ook nog verder. De camino heeft me gebracht dat ik anders in het rouwproces ben komen te staan. Het verdriet is zachter, minder rauw en minder aanwezig. Ik voel me meer mezelf en heb er vertrouwen in dat ik op mijn plek ben in het grote geheel. Dat ik oké ben zoals ik ben. Meer dan oké! “De meest fantastische persoon op aarde,” zoals Brian het schreef… Nou ja, dát geloof ik niet echt, want er is niet echt één meest fantastische persoon op aarde; we zijn allemaal meer dan oké, uniek en bijzonder. Maar het helpt als je dat zelf ook zo voelt. En dat voel ik.

Vol emotie geschreven natuurlijk door Brian en voor mij zo waardevol!

Zelfvertrouwen

De snelkookpan van de camino en dingen daar omheen, zoals mijn blog, hebben me laten zien dat iets anders wat Brian schreef, ook klopte. Namelijk dat ook anderen zouden zien dat ik ‘de meest fantastische persoon op aarde’ (lees: meer dan oké, uniek en bijzonder) ben. Dat heb ik zeker zo gevoeld. Misschien moet je het eerst zelf geloven voordat je kunt ervaren dat ook anderen je zo zien.

Durven delen

De camino heeft echter ook nog iets anders aangezet. Ik durf er nu eindelijk hardop voor uit te komen dat ik HSP ben, hoog sensitief. HSP staat voor hoog sensitieve personen. Ik weet al een jaar of tien ergens wel dat ik dat ben, hoog sensitief. Het is ook vastgesteld in een psychologisch onderzoek. Maar naast het feit dat ik vind dat je jezelf niet per se een stempel hoeft te geven, is het een term waar ik moeite mee heb (gehad). Het roept een heleboel niet zulke positieve associaties bij mij op. En niet alleen bij mij. In mijn directe omgeving zijn best wel wat ideeën over mensen die zich HSP noemen.

Het stempel HSP

Hoog sensitieve mensen kunnen nogal zweverige types zijn. Een beetje aanstellerig of sneu en ze kunnen bijzonder weinig hebben. Vaak zijn het ingewikkelde, moeilijke of problematische denkers. Of opscheppers. Want hoezo voel jij zoveel meer dan ik? Wat maakt jou zo bijzonder? Het zijn vooroordelen die kleven aan het begrip hoog-sensitief. Het zit ‘m in het woordje ‘hoog’, denk ik, dat klinkt alsof je letterlijk boven anderen zou staan. Maar dat ‘hoog’ staat vooral voor de mate waarin dingen op gevoelsniveau bij me binnenkomen (sterk) en de manier waarop ik informatie en prikkels verwerk (intens en diepgaand). Het zou in het Nederlands misschien beter vertaald kunnen worden in ’sterk sensitief’. Ik wil namelijk geenszins zeggen dat ik beter ben dan anderen. Daarnaast ben ik ook geen vage zwever en zeker niet ingewikkeld of sneu. Er is geen stempel op de wereld dat mij dat opeens allemaal maakt en daar ben ik dan nu achter.

Trots

HSP zijn heeft me eigenlijk heel veel gebracht. Ik heb het alleen niet altijd zo kunnen zien. Ik heb mijn gevoelige kant vaak afgedaan als “ik ben wat overgevoelig, hahaha” of iets positiever geformuleerd “sorry, ik voel veel, een beetje te veel soms…” of “ze noemen me thuis altijd Anna-Lyse, omdat ik zoveel nadenk…”Maar ik weet inmiddels dat er veel meer aan vast zit en dat het een hele interessante en waardevolle eigenschap is. Het maakt dat ik dingen soms anders bekijk dan anderen, die minder sterk sensitief zijn. Het maakt dat mensen vaak hun gevoel bij me toetsen en dat er hele boeiende gesprekken ontstaan. Het maakt me een meer dan oké, bijzonder en authentiek iemand en het zorgt voor interessante verhalen en inzichten.

Ik wil die verhalen en inzichten graag blijven opschrijven en delen. Want ten eerste vind ik het leuk om te schrijven en ten tweede denk ik dat ik ook wat te vertellen heb met mijn HSP hoofd en hart. Alleen niet meer dagelijks, maar wekelijks.

Mijn blog

Dus een blog over rouwen, maar vooral over doorgaan en leven geschreven vanuit een HSP hoofd. Ik neem je mee op mijn avonturen als galerie eigenaar en zelfstandig werkend adviseur en coach, als moeder en misschien wel weer een keer als partner. En wie weet (ikke!) loop ik over een jaar over twee nog wel een andere camino?

Meld je aan voor mijn blog

Mocht je het interessant vinden dan kun je me dus blijven volgen. Misschien handig om je dan met je e-mailadres aan te melden voor mijn blog. Dan krijg je een e-mailtje als ik iets nieuws geplaatst heb en hoef je niet zelf te bedenken mijn website te checken op nieuws. Als je naar beneden scrollt op https://endanverder.blog krijg je rechts onderin een klein balkje te zien met onder andere ‘volg’. Als je daarop klikt, kun je je e-mailadres invullen en volg je mijn blog.

Voor nu: bedankt! 🥰
En dan verder…

Fuck it, ik ben vet stoer!

  • Dag 200, 201 en 202
  • In Santiago en van Santiago via Finisterre en Muxia naar Bostronizo
  • Verwaarloosbaar en 656 km

Verkeerd-om heimwee

Mijn emoties gaan echt alle kanten op. Het ene moment ben ik vrolijk en bel ik gezellig met een paar vrienden van thuis. Het andere moment ben ik verdrietig en voel ik me alleen. Dan weer voel ik me stoer en ben ik mega trots op mezelf. Om vervolgens weer te vervallen in allerlei sombere gedachten dat het nooit meer hetzelfde zal zijn. Ik wist dat dit zou gebeuren. Ik had het vroeger ook wanneer ik na tien dagen van een vol-intensief geweldig survivalkamp thuiskwam. Missen! Volgens ‘The Dictionary of Obscure Sorrows’ (bedankt Laura vd H), weet ik nu dat je dit gevoel ‘etterath’ zou kunnen noemen.

Het dekt echter niet helemaal de lading. Naast het afgeronde-project-gedeelte zit er namelijk ook een sociale component aan en een kant waarin sfeer een grote factor speelt. Ik noem het altijd maar gewoon ‘verkeerd-om heimwee.’ Heimwee naar toffe tijden.

Maandag feestdag

Want poeh, wat zijn er veel mooie dingen gebeurd sinds zondagavond. Maandagochtend heb ik met de toffe Duitse Eva gevierd dat we allebei in Santiago zijn aangekomen. Ik liep toevallig het plein op toen ze binnenkwam. Echt leuk om haar weer te zien. We hebben samen onze Compostela (certificaat) opgehaald. Omdat ik van hotel moest wisselen, had ik mijn rugzak op dus ik voelde me weer even vertrouwd de peregrina.

Ik lunchte met Ralph, met wie ik een vriendschappelijk caminoband heb opgebouwd. Vervolgens zocht ik Jeannette en Sue op en was 14.30 uur toch zeker niet te vroeg om flink wat sangria achterover te tikken. Tussendoor dropte ik nog even mijn rugzak bij het hotel en kon ik ook nog even wat op bed liggen. ‘s Avonds eet ik met Nadav tapas, of eigenlijk eet ik tapas terwijl hij mijn bier opdrinkt, want hij heeft al heel ranzig gegeten bij de TacoBell en heeft de rare gewoonte andermans eten en drinken op te maken.

Trots opeens

Dinsdagochtend, terwijl ik al een tijdje wakker lag, zag ik zo maar opeens al die landschappen langskomen in mijn hoofd en toen pas drong het tot me door wat een absurde reis we gemaakt hebben. Hoeveel kilometers het geleden is dat ik begon in de Pyreneeën. Hoeveel mensen ik ontmoet heb. Hoeveel dorpjes ik in- en weer uitgelopen ben. Hoeveel Buen Camino’s ik gezegd en gehoord heb. Hoeveel café von leches en tortilla’s ik besteld heb bij een bar…. Ik kan geen tortilla meer zien. Maar het voelt groot. En het maakt me trots. Misschien wel voor het eerst tijdens deze camino. Echt trots, met ontzag voor mezelf. Ik ben de hele camino nog niet met zo’n fijn en goed gevoel wakker geworden.

De camino in vogelvlucht

Nog meer vrienden

Dinsdagochtend neem ik afscheid van Nadav, die naar Finisterre en Muxia gaat. Niet heel makkelijk, want hij en ik hebben een sterke connectie. Ik zie daarna John uit Australië het plein oplopen. Hij heeft een speciaal plekje in mijn hart. Samen met zijn camino vriendin Kira, uit Noorwegen, drinken we een paar biertjes en het lukt me opnieuw (sorry John) om hem aan het huilen te maken. Ik deed het niet echt expres, maar het lijkt me goed voor de grote stoere kerel.

John en ik op de camino dan nog

En dan komt ‘s middags Katie aan. Ze heeft drie dagen veel extra kilometers gelopen om er een dag eerder te zijn. Het voelt vertrouwd. Katie is misschien wel een ook-buiten-de-camino-vriendin geworden. Het voelt fijn om haar weer te zien.

Ook bij haar landen er camino-inzichten in Santiago. Ze maakt geen excuus meer voor dat ze er niet goed uitziet als ze in haar caminokloffie de stad in loopt (je hebt toch ook echt niks anders bij je), ze heeft ook haar inner-bitch bij de Cruz de Ferro achtergelaten en zegt nu wat vaker fuck you tegen mensen die haar lopen te koeioneren. En ze gaat, vet stoer, gewoon nog door naar Finisterre vanaf vrijdag!

Naar Finisterre?

Ik niet! Ik ben klaar. Ik volg mijn plan. Woensdag met Katie dingen doen en donderdag met de auto eerst naar Finisterre en Muxia en dan naar een hotel een eindje voorbij de Picos de Europa, een vet gebergte waar je echt naar toe moet. Finisterre en Muxia worden een beetje een haastklus, want ik kom er ‘s ochtends achter dat het 5,5 uur rijden is naar het hotel in plaats van de 3,5 uur die ik eerst dacht… alweer een ware roadtrip dus, maar nu op wielen.

Als ik naar de kaart kijk besef ik dat ik in zo’n 5,5 uur met de auto een traject afleg, waar ik te voet zo’n drie weken over gedaan heb. En als ik in de auto zit en het maar duurt en duurt voordat ik er ben, bedenk ik me weer wat een bizarre afstand ik heb gelopen. Met rugzak. Geen taxi’s. Verwaarloosbaar busritje… Stoer!

Blugh

Hoe verder ik van Santiago wegrijd, hoe ingewikkelder alle gevoelens worden. Opeens zie ik geen caminobordjes meer langs de kant van de weg. Het is gek, als je zo intensief met iets, en met jezelf, bent bezig geweest en dat vooral gedeeld hebt met die mensen die daar ook dat ‘iets’ deden en die dus ook als enige weten hoe het voelde, dat je daar dan uit weg gaat. Niks aan! Misschien zijn er pilletjes tegen te veel voelen. Ik word al verdrietig als ik kastanjebomen zie of windmolens in de verte of zomaar een lelijke schuur ergens in het Spaans landschap, want hoe vaak ben ik daar niet aan voorbij gewandeld. Het roept herinneringen op en meteen ook het gevoel van missen. Blugh. In de verte zie ik een stad liggen en ik herinner me hoe het voelde om ‘er’ bijna te zijn… blugh. Mijn rugzak staat voor de bijrijdersstoel nutteloos te zijn. Mijn wandelstokken ingeschoven ernaast. Blugh.

Fuck it!

Iemand stuurt me een berichtje om te zeggen dat ze het heel waardevol vond om me te leren kennen. Ralph laat me weten dat hij me gaat missen. Jeannette appt dat ze thuis is en er niks aan vindt zonder ons. Viri stuurt een paar hartjes via instagram en iemand anders, aan wie ik denk ik verteld heb dat het nummer Rosie van Passenger een speciale betekenis voor me heeft, zegt “Rosie Roos, huge hug your way”. En opeens voelt het alsof het gestuurd is. Alsof iemand camino angels op mijn weg gezet heeft die dingen zeggen en doen die maken dat ik een volgende stap kan zetten. Die me hebben laten ervaren dat het oké is een volgende stap te zetten. De vuursalamanders, de stenen hartjes die niemand opmerkte, de puttertjes… Ik ben helaas niet spiritueel genoeg om het echt te geloven, maar het feit dat mijn brein het toch even opperde is al genoeg om echt heel erg hard te huilen in de auto. Zo hard dat mijn ogen knalrood zijn, mijn gezicht vol vlekken zit en het snot uit mijn neus loopt. Ik heb geen zakdoekjes of tissues bij me. Ik draai mijn hoofd dus maar even weg als auto’s me passeren. Ik rij namelijk in een vreselijke kleine, witte huppelkutjes auto en mensen willen nog wel eens kijken wat voor type daar in zit. En niemand hoeft dit te zien…. En dan zie ik dat ik tolpoortjes nader. Eén kilometer is niet genoeg om mijn gezicht normaal te krijgen… nou, fuck it! Ik ben vet stoer.

De bergen

  • Dag 30 of 192
  • Van Cacabelos naar Vega de Valcarce
  • 24,5 km

Een aanloopje

Er staat weer een berg op het programma. Vandaag nog niet, maar morgen gaat het flink omhoog. ‘The mother of all stages’ zegt de Buen Camino app. Er zit een gedeelte in dat zo steil is dat het bijna niet te doen is. We gaan het zien. Ik word blij van bergen!

Ondanks dat ik langs de weg loop, is het prachtig
Hoogteverschillen

Vandaag liep de route via een dal langzaamaan al een beetje omhoog. Glunder. Zo veel afwisseling in het landschap weer, eindeloos veel groen en de hele dag een kabbelend riviertje langs de route. Brian had het prachtig gevonden; overal rotsplantjes, sedum en/of sempervivum (sorry mopperdeflopper, ik weet nog steeds het verschil niet), varens en andersoortige vegetatie die hij machtig mooi gevonden had.

Daarnaast stikt het hier van de appel-, walnoot-, tamme kastanje-, peren- en vijgenbomen. Ook groeit er veel anijs langs de weg en zie ik struiken vol met rijpe bramen. De knusse dorpjes met schattige huisjes kondigen ook steeds meer berggebied aan. Het voelt zo ‘vol verwachting’. Bergen zijn indrukwekkend en groot. En ze geven me energie.

Dichterbij

We komen steeds dichter bij Santiago. Minder dan 180 km nog inmiddels. Vanaf Sarria wordt het drukker met mensen die vanaf daar alleen de laatste 100 km lopen. Dus ik ga een beetje vooruit plannen, want ik hoor van Shawn, die drie dagen voor me uitloopt, dat het heel erg druk wordt in de albergues. Voor nu is het nog geen enkel probleem om zomaar aan te komen waaien. Ik had de albergue waar ik nu slaap uitgezocht in de hoop dat er nog een privé kamer vrij was. Dat was niet zo, dus nu maar weer in een slaapzaal. Het werd bijna een privé slaapzaal, want ik was lange tijd de enige pelgrim in een ruimte met 8 stapelbedden. Maar nu zijn er toch drie mensen binnen komen druppelen. Het maakt het wel gezelliger.

Inzichten en emoties

Nog maar zo’n 180 km dus. Bizar toch, het idee dat ik straks het grote plein van Santiago oploop? Ik bedacht het me vandaag en een milliseconde wilde ik even naar huis bellen om Brian te vertellen dat het me gaat lukken. En natuurlijk weet ik dat hij straks niet op het grote plein voor de kathedraal op me staat te wachten, maar ergens was ik toch een klein beetje ontredderd. Het verandert namelijk niks, dat ik bijna 800 km van de ene naar de andere kant van Spanje ben gelopen. Hij blijft dood. Foetsie. En ik blijf hem missen en verdrietig. Daar verandert 800 kilometer lopen niets aan. En als dat het inzicht is dat ik hier opgedaan, dan is dat wel een beetje knullig toch… ? Ik ben er tijdens mijn wandeling tot nu toe wel achter dat je rouw niet echt verwerkt of een plek geeft. Het blijft eigenlijk continu aanwezig op verschillende manieren. En het is een onderdeel van de rest van mijn leven. Nou dat is wel een inzicht of invoelmoment. Hoe fijn…

Halverwege de dag…

Love rocks

  • Dag 20 of 182
  • Van Carrión de los Condes naar Lédigos
  • 23,4 km

Als hij het had gekund, had hij mijn weg bezaaid met hartjes. Ik weet het zeker. Het kan natuurlijk niet. Hoewel het nu, nu hij er niet meer is, misschien wel meer dan eerst, een mogelijkheid is dat ze er zijn, speciaal van hem voor mij. Of dan toch minstens dat het daarom is dat ik ze zie, vanaf dag éën. Stenen hartjes op de weg die ik bewandel. Elk hart dat in mijn blikveld komt, terwijl ik gestaag mijn stappen zet, kan rekenen op een glimlach. Want dat wat niet kan zijn, is toch.

Chaggie

  • Dag 14 of 176
  • Van Belorado naar Agès
  • 27,9 km

Feest feest en nog eens feest

De hostel in Belorado is echt geweldig. Het heeft een tuin met olijfbomen, ligbedden en een zwembad! Ik ben niet in het zwembad geweest, maar heb wel heerlijk op het ligbedje gelegen onder de olijfboom. In het dorp was een mega feest. Een soort carnaval. Fanfarebandje, veel bier, gekke outfits en heel veel lol. En het ging de hele nacht door. Om 04.15 uur ‘s nachts ging het fanafare bandje de straten nog eens door. En het leuke was: het hostel waar ik sliep was op nog geen 100 meter van de drukste bar van het dorp…

Herkenbaar

Na ongeveer een uurtje slaap maar die nacht (het feest ging, had ik vandaag de langste dag tot nu toe voor de boeg. Ik kwam een fantastisch lieve Amerikaanse tegen die dezelfde struggles heeft als ik een paar jaar geleden. Heel veel herkenbare dingen. Katie heet ze. We liepen een tijdje met elkaar op. En toen ik mijn eigen tempo weer ging lopen, kon ik haar vertellen dat ik haar een interessant en prettig iemand vind. En ze begreep waarom ik dat zei. Soms is het gewoon nodig om dat tegen iemand te zeggen.

Zwaar

Het laatste stuk was zwaar en warm. Eerst 5 kilometer omhoog lopen om er vervolgens 7 naar beneden te lopen. Het voelde een beetje zinloos, maar het was ook een erg mooie wandeling omhoog. Het stuk naar beneden was echter mega saai! En lang. En warm. En ik had zere voeten. En ik was moe. Eindelijk kwam dan het einde in zicht. Een dorpje waar ik even een cola kon drinken met een pecanbroodje en een tortilla kon eten. Bij een allerschattigst, maar volgeboekte albergue. Daarna ging de turbo focus aan. En na ruim een half uur zie ik het dorp waar wel plek is in de herberg.

Irritatie

Ik slaap bij drie mensen die ik allemaal vervelend vind. Een Italiaanse mansplainer die denkt dat je blaren krijgt als je voeten te droog zijn. Een Amerikaanse dokter die een mopperhoofd heeft en alleen maar bozig doet over van alles. Ze zegt dat het stom is dat Amerikanen altijd roepen dat je alles in worden als je maar hard genoeg werkt. En even later vertelt ze dat ze vanuit een hele armoedige jeugd zich tot dokter heeft gestudeerd en dat ze echt niet slimmer is dan een ander, dus dat als je maar hard genoeg werkt… ze krijgt de logica niet te pakken. En dan is er nog een jonge Amerikaanse die 35 kilometer per dag loopt en zegt dat de Camino geen wedstrijd is. Ze irriteren me. Maar ik ben dan ook moe en ik irriteer me snel als ik moe ben. Dan word ik onaardiger. Een beetje chaggie. Ik mis Brian.

Slapen

Bij het eten is Sean er ook. En een zachtaardige Duitse jongeman die graag acteur wil zijn, maar begrafenisondernemer is en die verdriet heeft om zijn moeder die vorig jaar is overleden. Er ontstaan weer ‘goede gesprekken’, maar ik doe er niet aan mee. Ik mis Brian. En ik heb geen zin om dat te delen met mensen die ik vervelend vind. Ik ben moe. Ik ga m’n spullen klaarzetten en slapen. Denken aan de mooie beelden van vandaag…

Een beetje luxe

  • Dag 9 of 171
  • Van Los Arcos naar Viana
  • 21 km

Keuzes keuzes

De dag start met een heerlijk ontbijtje in de fijne aubergue. Ik ben dol op de sfeer in de aubergues. Het is een beetje zoals op een camping of in een jeugdherberg; iedereen praat met iedereen en er hangt een relaxte sfeer. De Deense Ingelis besluit vanmorgen niet te gaan lopen. Ze heeft te veel last van de onderkant van haar voeten. Dus ik ga zonder haar op pad, wat ik eigenlijk wel fijn vind. Na twee kilometer loopt een dame uit Brazilië me achterop en we raken aan de praat. Het is leuk om andere mensen te ontmoeten en hun verhaal te horen. Je haalt er altijd wel iets uit. Het is echter ook fijn om alleen te lopen en tijd en rust te hebben voor je eigen gedachten. Lopen we samen of ga ik alleen verder? Keuzes, keuzes.

De vroege ochtend

Regenbogen

We lopen de hele route samen. Het mooiste van de dag is dat we begeleid worden door regenbogen. De hele dag hebben we zicht op dit prachtige natuurverschijnsel! Wij lopen precies tussen alle buiten door en, terwijl het er regelmatig best dreigend uitziet, regenen we geen één keer nat. Het zijn de magische krachten van Georgina… Ze grapt aan het begin van de dag, dat ze de buien wel bij ons weghoudt. Misschien moet ik vrienden blijven met haar…

Regenboog op el Camino

Moe moe

Mijn zijkantje gaat oké. Ik voel hem wel een beetje, maar hij houdt zich netjes aan de afspraak: geen gemekker vandaag!! Verder merk ik, eigenlijk voor het eerst, dat ik ontzettend moe ben van de fysieke inspanning. Ik zie regelmatig pelgrims compleet knock-out op hun bed liggen tussen de middag. Het verbaasde mij, dat ik me nog zo fit voelde. Maar nu begin ik het wel te voelen.

Ook knock-out tussen de middag

Een beetje luxe

Ik had nog even de hoop dat ik het zou redden naar Logroño, want in Viana zijn de hostels niet al te best. Ik vind simpel niet erg, maar ik heb het er niet zo op als een hostel in de app als ‘niet zo schoon’ beoordeeld wordt. Bang voor beestjes. Als we er bijna zijn, vraagt Georgina, die meestal in een hotel of appartement verblijft, of ik misschien met haar een kamer wil delen in het hotel waar ze geboekt heeft. Keuzes, keuzes… Ik twijfel of ik, na een dag samen lopen, ook nog met haar een kamer wil delen en dan de volgende ochtend weer samen vertrekken. Maar ik ben moe en de hostels staan me niet aan. Ondanks mijn voorkeur voor aubergues, ga ik voor even een beetje luxe: zachte banken in de lobby, een bed met lakens en een dekbed, een bad waarin ik zowat in slaap viel en een prachtig uitzicht op de kerk.