Clichés

De diepgang van een meerkoet

Ik houd niet van clichés. Ik weet eigenlijk niet zo goed waarom. Ze geven me denk ik het gevoel dat ik voorspelbaar ben. Clichés hebben de diepgang van een meerkoet. Die beesten houden zoveel lucht vast onder hun veren dat, als ze zichzelf onder water proberen te plonsen, ze binnen een paar seconden als een badeendje weer boven het wateroppervlak uit ploppen. Mijn gevoel blijft vaak wat langer en dieper onder water. Hoewel er vaak een soort waarheid in een cliché zit, gaat die dus meestal in combinatie met mijn gevoel toch net niet op. Ik voel me er een beetje standaard door en ik houd ook niet van standaard. Standaard is eveneens voorspelbaar. 

Uit de routine

Misschien houd ik dus gewoon niet van voorspelbaarheid? Maar dat klopt ook niet helemaal. Nou, tot op een zekere hoogte. Ik heb denk ik een haat-liefde verhouding met voorspelbaarheid. Ik trek het niet als ik totaal niet weet waar ik aan toe ben. Daar word ik onrustig van. Zo plan ik mijn vakanties zorgvuldig: ik zoek de allerbeste locatie voor de meest redelijke prijs en weet welke mooie plekken er te bezoeken zijn op de plaats van bestemming. Ik ben ook heel lang in loondienst blijven werken, omdat ik financiële zekerheid wilde, terwijl werken als zzp’er misschien wel beter bij me paste. En ik heb er altijd wel moeite mee als iets op het laatste moment toch anders gaat dan ik het had bedacht. Maar te veel voorspelbaarheid trek ik ook niet zo goed, want dan wordt het saai en daar krijg ik ook onrust van. Dus mijn langste dienstverband was zes jaar en toen was ik al anderhalf jaar onrustig op zoek naar een andere baan. En dit jaar had ik bijvoorbeeld de behoefte om op Oudjaarsavond niet voorspelbaar op de bank te zitten met oliebollen op tafel en de oudejaarsconferentie op televisie. Dus ik ging naar een feest met twee mensen die ik nauwelijks ken. Ook ga ik liever niet meerdere keren naar één reisbestemming, dus dit jaar wil ik naar India, want daar ben ik nog nooit geweest. Misschien…, moet ik er wel bijzeggen, want daar komt de haat-liefde verhouding weer om de hoek kijken: India is wel heel onvoorspelbaar. Maar clichés… ja daar kan ik fel op reageren.

Bakerpraatjes

Tijdens mijn zwangerschappen bijvoorbeeld deden mensen steeds voorspellingen of ik een jongen of een meisje zou krijgen aan de hand van de vorm van mijn buik. Hele serieuze gesprekken kon dat opleveren tussen mensen. Zogenaamde bakerpraatjes. Ik zat er vaak met opgetrokken wenkbrauwen en kromme tenen naar te luisteren. Ook de aanname dat je het als vrouw allemaal fantastisch leuk vindt: zwanger zijn, baby’tjes in de wieg, moederen… dat je het moeilijk vindt als je je kind voor het eerst naar de kinderopvang brengt… Gek werd ik ervan. Opstandig ook. En geïrriteerd. Nog steeds. Waarom zeggen mensen dat soort stomme dingen? Waarom vragen ze niet hoe je er in zit in plaats van zo’n cliché op je te plakken? Ik ontwikkelde een soort van anti-houding tegen roze-wolkouders. Ik vond het heerlijk dat ik na drie maanden babygeprut weer aan het werk mocht en iemand anders af en toe de toch wat inperkende zorg voor de kleine hummel had.

Het cliché van de vader-dochterband

Rondom het overlijden van mijn vader kwamen er ook veel cliches langs. Aannames eigenlijk die invulling gaven aan mijn emoties zonder echt te weten hoe de band tussen mij en mijn vader was. Mensen projecteren vaak hun eigen gevoelens op de emotionele gebeurtenis van een ander. Dus er werd geconcludeerd dat de vader-dochterband bijzonder is, dat ik hem dus heel erg miste en dat ik wel heel erg verdrietig moest zijn. “Wat verschrikkelijk, je zal hem vast heel erg missen. Hou vol hè…” Maar ik sprak mijn vader soms maar twee of drie keer per jaar en omdat hij de laatste twaalf jaar van zijn leven erg gefocust was op zijn nieuwe leven met zijn vriendin, die ik wel graag mocht overigens, had hij weinig ruimte voor mijn broer en mij. Er was wel een band, maar die was meer vanuit vroeger en werd niet met woorden of gedrag in stand gehouden. Het was er gewoon, omdat ik er zo rond mijn 16e achter kwam dat ik mijn vader echt graag mocht. Ik denk dat dat andersom ook zo voelde voor hem, maar helemaal zeker weten doe ik het niet. Ik neem het aan, als het cliché dat vaders vaak heel veel van hun dochters houden.

Mijn vader, Wouter

Kerstclichés

Ook na Brians overlijden kom ik clichés tegen, hoewel het me tot nu toe ernstig is meegevallen gelukkig. De periode met feestdagen is echter een uitdaging als je niet van clichés houdt. Sowieso al, maar ‘de eerste kerst zonder Brian’ maakt dat veel mensen me een hart onder de riem willen steken. Het is lief en fijn dat mensen aan me denken en toch vind ik het moeilijk. Dat komt door die cliché-irritatie. Brian en ik hadden allebei niet zo veel met kerst en oud en nieuw. Te veel prikkels. Het waren niet de dagen dat wij blij waren als stel. Dus ik miste Brian niet met kerst. In ieder geval miste ik hem niet rondom de gezelligheid. Wel een beetje als mijn maatje in het samen niet zo van kerst houden. Ik miste hem niet met oud en nieuw. Ik had genoeg afleiding. Ik miste Brian toen ik de kerstboom had leeggehaald, de kerstversiering de schuur in was en het huis weer in de ‘terug-naar-het-normale-leven-stand’ ging. En ik had pas ruimte voor mijn eigen emoties toen er op 4 januari niemand in huis was. Even niet andermans emoties die ik toch nog steeds met voorrang mijn belevingswereld laat bezetten. “Claim ruimte voor jezelf!” schreef Brian met hoofdletters in ons boekje. En ik weet dus nog steeds niet zo goed hoe. En dat wordt zo langzamerhand ook een beetje een cliché…

Illustratie Francine Oomen, uit “Oomen stroomt over” (2017), Nijgh & Van Ditmar

De helse terugreis

  • Dag 204
  • Van Bilbao naar Deventer
  • 1460 km

Naar het vliegveld

En dan ben je thuis… nou ja, niet zo maar ‘en dan’… het was namelijk een helse terugreis. Ik had speciaal een directe vlucht geboekt met onze nationale trots. Je hoort zulke goeie verhalen over ze. Dus om 02.10 uur ging mijn alarm in het grote griezelige huis en, ouderwets zonder slaap, stapte ik in mijn racemonster op weg naar het vliegveld van Bilbao. Ik kan nooit slapen als ik weet dat ik een paar uur later alweer op moet. Maar het hindert niet, want ik ben zo thuis. Dacht ik. We zouden om 06.20 uur opstijgen en om 9.00 uur landen op Schiphol. Ik zou de hele dag hebben om uit te rusten en ook mentaal te landen. En er staat een welkomstcomité op Schiphol. Allemaal leuk.

Kapot

Maar het vliegtuig gaat niet. De piloot komt vertellen dat er een technische storing is en de vlucht geannuleerd wordt. Gelukkig boeken ze snel om bij KLM, want binnen 10 minuten krijg ik een mail met mijn nieuwe vluchtgegevens. Ik ben er alleen niet zo blij mee. In plaats van direct naar Amsterdam, vlieg ik om 14.10 uur met Lufthansa naar Frankfurt en dan met de KLM naar Schiphol waar ik pas om 19.10 uur ben. Ik ben niet goed in vliegvelden. Ik word er geïrriteerd, huilerig en moe van. Al die mensen en geluiden kosten energie.

Vliegveldhaat

Maar het vliegtuig gaat niet. De piloot komt vertellen dat er een technische storing is en de vlucht geannuleerd wordt. Gelukkig boeken ze snel om bij KLM, want binnen 10 minuten krijg ik een mail met mijn nieuwe vluchtgegevens. Ik ben er alleen niet zo blij mee. In plaats van direct naar Amsterdam, vlieg ik om 14.10 uur met Lufthansa naar Frankfurt en dan met de KLM naar Schiphol waar ik pas om 19.10 uur ben. Ik ben niet goed in vliegvelden. Ik word er geïrriteerd, huilerig en moe van. Al die mensen en geluiden kosten energie. En ik weet niet wat het is, maar ik kom er niet goed overheen. Misschien omdat ik de camino mis of het intensieve contact dat ik in Santiago had met een aantal mensen. Misschien omdat ik er alleen zit. Misschien omdat ik me in de afgelopen twee dagen erop verheugd had weer thuis te komen en alle lieve familie en vrienden weer te zien. En nu wordt het zo’n vliegveldtoestand. Ik heb er geen zin in.

Mr Sporty het toppunt

Behalve een lounge voor eerste klas reizigers heeft Bilbao geen stilteruimte of iets wat er op lijkt, dus ik zoek zoveel mogelijk de rustige plekjes op. Steeds kan ik even ergens in een hoekje zitten, tot er weer te veel mensen komen en dan verkas ik. Het toppunt van frustratie heb ik wel als ik aan het eind van de hal, een schoon soort van open halletje vind waar niet veel mensen komen. Ideaal. Totdat er een quasi nonchalante jonge gast op bruinleren loafers in een te strakke korte broek aan komt lopen. Een beetje een glibber. Net iets te bruin, haar in de lak en een soort verwend gesmoelte waar ik heel slecht naar kan kijken. Hij zet zijn tas neer, legt zijn telefoon op de grond, zet zijn handen ernaast en maakt luid puffend een stuk of tien snelle push-ups, waarna hij opstaat, wat stressy heen en weer loopt, met z’n piepende loafertjes, alsof hij nog meer nodig heeft, een beetje obsessief, alsof hij verslaafd is, overgefocust, grote pupillen-geef-me-push-ups-blik, geen enkel contact met mij… En inderdaad, hij doet er nog tien en nog een keer en nog een keer en nog een keer. Het is een hokje van vier bij drie meter en ik voel me bijna een soort aangerand, maar ik laat me toch echt niet wegjagen door zo’n gladjakker.

Frankfurter hel

Om 14.30 uur vertrekt het vliegtuig, te laat maar eindelijk, naar Frankfurt. Ondanks dat ik daar nauwelijks tijd heb, kreeg wel een compensatievoucher om op Frankfurt te eten. Alleen op Frankfurt, niet op Bilbao, waar ik wel vijfentwintig keer had kunnen ontbijten. Tijdstechnisch dan… Nee, op Frankfurt. En dat is een vervelend, onoverzichtelijk en slecht bewegwijzerd vliegveld. Ik moet van terminal 1 naar terminal 2, maar er staat alleen A t/m E aangegeven op de borden en ik heb haast. Gelukkig staan er wel medewerkers om je te helpen (ze weten blijkbaar dat het niet goed te vinden is…). Ik moet met de skytrain naar terminal 2, die afgeladen vol is, terwijl er . Omdat ik niet online kon inchecken voor de vlucht naar Amsterdam moet ook nog uitzoeken hoe dat werkt. Ik krijg de tip om gewoon bij een random incheckbalie van de KLM voor te dringen. “Run!” zegt de dame achter de balie als ze me m’n boardingpass geeft. Dus dat die ik. Lekker wel, even bewegen. Maar alles duurt lang en de security check-meneer is uitermate kalm. Maar daar krijg ik dan weer stress van. Schiet op man.

Nog meer toestanden

Maar ook dat is gelukt. Vliegtuig gehaald en het brengt me veilig naar Schiphol. Band 11 voor de bagage zegt Lufthansa in een appje. En natuurlijk kon er nog wel iets misgaan: mijn rugzak is niet meegevlogen en staat nog in Bilbao. Ik moet ervan huilen aan de KLM balie. Heb ik dat ding 38 dagen en 779 km op mijn rug van de ene naar de andere kant van Spanje gesjouwd en nu kan ik hem niet zelf naar huis brengen. Niet met rugzak het welkomstcomité tegemoet lopen. Het voelt kut. De enige mevrouw die het snapt, duwt me een flesje water en een Tony Chocolonyreepje in de hand en stuurt me een troostende blik. En het is dus gewoon niet anders.

Het welkomstcomité

En daar staan ze dan hoor. Grote broer met een zelfgemaakt spandoek (en wat voor eentje!!), mijn beste vriend Sander, neefjes en nichtje, mijn lieve schoonzussen Saskia en Birgit. En natuurlijk de kids (inclusief het vriendinnetje van Mathijs)!! De schatjes. Met geknuffel word ik binnengejuicht en gefeliciteerd, want ik ben ook nog eens jarig natuurlijk. Zoals altijd was ik dat alweer vergeten. Het voelt fijn. En Narda en Enny, sja, wat lief dat jullie er vanmorgen voor niks waren en dat ik jullie nog even gesproken heb aan de telefoon. Ik hoop niet dat er nog meer mensen stonden…

Het was goed

Het was een hele ervaring, de camino. Alles. Een oorverdovende tocht. Ik ben er stil van. Onder de indruk. Ook van de mensen die me gevolgd hebben via deze blog. Een paar vaste reageerders met lieve, fijne en aanmoedigende reacties. Maar ook mensen die wat meer op de achtergrond reageerden. Of niet, maar dan opeens op het laatst zeiden dat ze alles gelezen hadden. Allemaal hele lieve reacties. Dat voelde ondersteunend. En het nodigde me uit om te blijven schrijven. Bedankt allemaal voor jullie aanwezigheid tijdens mijn wandeltocht! Het heeft me goed gedaan.

Op naar de volgende camino

Familie

  • Dag 12 of 174
  • Van Nájera naar Santo Domingo de la Calzada
  • 22 km

Beetje alleen

De afgelopen dagen is het even zoeken naar mensen bij wie ik me een beetje thuis voel. Er zijn ontzettend veel Fransen, soms in groepjes, soms met z’n tweetjes. En Fransen zijn vermoeiend. Er zijn mensen die met elkaar oplopen sinds Orisson, de herberg in de Pyreneeën waar een sterke band ontstaat tussen mensen, maar dan van een paar dagen later dan ik er was. Ik ben na Pamplona mijn ‘Camino-familie’ uit het oog verloren. Dat is op zich niet erg, want ik ben hier niet om nieuwe vrienden te maken en ik ontmoet ook weer nieuwe mensen, maar het was ook wel tof dat mensen je iets leuks toeroepen als je een dorp of stad inloopt. “Rose! You made it…!” De mensen die ik nu om me heen heb, klikken niet zo vanzelf als het clubje van Orisson.

Heimwee?

Dat maakt dat ik mijn eigen familie-gezinnetje een beetje mis. De kinderen die zich zo goed redden zonder mij op het moment. Ik mis hun vanzelfsprekende aanwezigheid in mijn leven. De gezellige drukte van Sven, die altijd meer oppikt dan je denkt, omdat hij het niet hardop zegt. Maar als hij dan zegt wat ie denkt, is het opeens heel slim en beschouwend. Hij gaat een weekje op zichzelf wonen in mijn huis en ik moet zeggen: ik denk dat hem dat goed gaat lukken. Lieve, behulpzame Niels, die soms denkt als een volwassene en tegenwoordig een timing in zijn humor heeft die echt super grappig is. Hij heeft me zo geholpen met de website opzetten voor mijn blog dat ik nu gewoon kan typen en plaatsen. Marit met haar gezellige kletsmeierigheid. Ze komt graag lekker bij me zitten voor rugkriebels, als ik een keer rustig zit… en Mathijs die ervoor zorgt dat er altijd wel een leuk gesprek is aan tafel en een hele interessante kijk heeft op het leven af en toe.

En door…

Maar ik mis ze nou ook weer niet zo erg dat ik terug wil naar huis. Dus ik blijf nog even. Genieten van de mooie uitzichten en de tijd die ik heb voor reflectie. Weer een flinke afstand afgelegd vandaag. Ik voel het wel aan mijn voeten en mijn knieën. En mijn heupen. En m’n rug… oké… De komende dagen zijn lastig kleiner te maken, vanwege de afstand tussen de dorpen en soms een gebrek aan (goede) herbergen. En stiekem wil ik ook wel een beetje doorlopen, want wie weet kom ik nog wat Camino-familie tegen…