Hard werken

Het overzicht kwijt

Ik heb altijd heel hard kunnen werken. Mijn hoofd kon de planning van vier agenda’s onthouden: werkagenda, privé-agenda, de agenda’s van mijn kids en soms die van de bonusmopsies. Op mijn werk had ik volle focus, zowel op de grote lijnen als op de details en de strategische, tactische en praktische te zetten stappen. Ik kon met behulp van mijn lijstjes zorgen dat het huishouden thuis ook draaide en organiseerde de kinderen in de juiste richting. Ik wist wat er speelde. Het voelde wel als hard werken en heel veel ballen in de lucht houden, maar ik had het overzicht. Het afgelopen jaar was ik dat overzicht totaal kwijt. Ik had al moeite om mijn eigen agenda te overzien, laat staan die van Rootz en de kinderen. Ik had wel ingecalculeerd dat ik na het overlijden van Brian mijn energie een tijdje kwijt zou zijn. Ik had echter niet geheel overzien dat ik ook mijn focus een scherpte zou verliezen. Nu pas, nu ik denk dat het terug is, zie ik wat de impact op mijn functioneren was van het ziekteproces en overlijden van Brian.  

Geleidelijk proces

Stap voor stap nam het ziek zijn en sterven van Brian plaats in in ons leven. Stap voor stap komt er ook weer ruimte voor hoe ik daarvoor functioneerde. Dat het zo’n geleidelijk proces is, zorgt ervoor dat ik niet altijd goed door heb (gehad) hoe groot het eigenlijk was (en is). Elke stap vooruit voelde vooral positief. Als mensen vroegen: “Hoe gaat het met je?” Zei ik: “Goed!”, want ik had altijd wel weer een stapje voorwaarts gezet, hoe klein ook. Vrijwel direct na de uitvaart heb ik werkzaamheden in Rootz opgepakt. Dat was een stapje. En ik heb natuurlijk heel veel stappen gezet tijdens de camino. Ook iets wat gewoon lukte. Hoewel ik natuurlijk moe en verdrietig was, voelde het eigenlijk altijd wel alsof ik het in de hand had. Heel gek om achteraf te zien hoe moeizaam het eigenlijk ging.

Twee Yvjes

Iets meer dan een half jaar na het overlijden van Brian, moest ik een stap zetten. Ik moest bedenken hoe ik Rootz Gallery kon laten bestaan en ook mijn werkzaamheden als projectleider bij gemeentes weer kon oppakken. Ik kon het niet allebei, dat was te veel. Samen met de twee Yvjes in mijn leven heb ik hiervoor een plan gemaakt. Yvonne, die ik eigenlijk nooit Yvje noem, omdat dat totaal niet bij haar past, is mijn boekhouder. Ze begrijpt niet alleen de cijfers en belastingsores, maar ook mijn scherpe humor en een heleboel van mijn emoties. Ze zet haar levenswijsheid in op momenten dat ik twijfel. bijvoorbeeld aan mijn ondernemersvaardigheden. Met haar no-nonsense reacties helpt ze me herinneren dat ik al zo’n twee jaar gewoon een ondernemer ben en ik het goed doe. Ik ben dol op haar. Ze is fijn nuchter, lief stoer, heerlijk recht-door-zee en ze werkt heel erg hard. En Yvette, die ik wel vaak Yvje noem. Zij werkte de eerste drie jaar van het bestaan van Rootz op zaterdag in de galerie. Zij en Brian waren een sterk team. Yvette heeft verstand van niet-westerse kunst en veel liefde voor Rootz. Ze is eerlijk, ongefilterd, loyaal, slim en moker lief. Daarnaast is ze een wonder in plannen en organiseren. En ook een hele harde werker. 

Blij met Yvje

Over hard werken gesproken

Toen ik wist dat ik mijn advies- en projectleiderswerk weer wilde oppakken, maar geen idee had hoe ik Rootz daarnaast moest runnen, heb ik met de Yvjes overlegd. We besloten dat Yvette de floormanager van Rootz ging worden. Yvonne werkte met mij de voor- en nadelen uit en rekende het door. Yvette en ik schetsten een toekomstperspectief en zij had het lef om de stap te zetten. En nu is ze in Rootz mijn steun en toeverlaat, sparringpartner, agenda-beheerder en soms mijn geheugen wanneer ze me bijvoorbeeld, vlak voordat we voor inkopen naar Marokko vertrekken, nog even influistert dat ik die drie dingen in mijn koffer moet stoppen waarvan ik de dag ervoor tussen neus en lippen door gezegd had dat ik ze niet moest vergeten. Samen met Yvette heb ik het besluit genomen om met het winkeldeel te stoppen. Zij maakt ons zichtbaar op Instagram. En pas geleden heeft ze de webshop gemigreerd naar een andere provider. Een bizarre klus met handelingen, termen en afkortingen waar ik helemaal niks van begrijp. Ze regelt dat gewoon. En het is prachtig mooi geworden. Check het even op www.rootz.gallery! Zo de toekomst van Rootz verankeren en het mogelijk maken om weer voor gemeentes aan de slag te gaan, was een stapje.

Grip

Ik heb graag het overzicht. Ik wil kunnen inschatten wat er gaat gebeuren en of ik ergens op moet anticiperen. Dan weet ik dat er niks mis gaat. Ik werk al mijn hele leven met to-dolijstjes, omdat ik dan in de complexe hoeveelheid werk niks laat liggen. Als ik geen lijstjes maak, bedenk ik zodra ik in bed lig wat ik allemaal niet moet vergeten en slaap ik voor geen meter. Het afgelopen jaar echter boden mijn to-dolijstjes geen uitweg. Ik had een soort zwarte gaten in mijn hoofd waar informatie in leek te verdwijnen. Mijn geheugen werkte niet meer. Soms wist ik echt niet meer dat iets al aan me verteld was en ik vergat steeds opnieuw wat de kinderen gepland hadden. Ik weet natuurlijk rationeel dat zo’n life-event als het overlijden van je grote liefde impact kan hebben op je functioneren, maar het is toch gek om te ervaren hoe je geheugen je in de steek laat. Het maakte dat ik aan mezelf ging twijfelen. Zou het nog goed komen? Het was hard werken om de grip niet te willen hebben. 

Scherpte

Ik ben dol op de scherpte in mijn hoofd. Het kenmerkt me: logisch nadenken en dingen aan elkaar verbinden. Maar ook de scherpte was ver te zoeken. Dat werd me vooral duidelijk toen ik weer voor een gemeente aan de slag ging vanuit Hoedan, mijn eigen advies en projectleidersbureau. Een niet al te ingewikkelde opdracht in een middelgrote gemeente met fijne mensen. Maar wat ging het moeizaam de eerste periode. Ik kreeg er niet goed vat op, mijn focus was wazig en mijn energie beperkt. De grote lijnen verdwenen in de details en de details waren een soort soep van grote lijnen. De eerste twee maanden was ik rond 15.00 uur compleet gesloopt en het lukte me niet om op één dag te schakelen tussen Rootz en de gemeente. Nu kan ik niet helemaal mijn brein alleen de schuld hiervan geven, want mijn collega projectleider had er ook moeite mee in het begin. Er was ook nog wel wat focuswerk te doen in de organisatie zelf, maar ik ben gewend dat ik dat sneller helder heb, kan benoemen en in de hand heb. Het was hard werken om grip te houden.

Impact

Eigenlijk merkte ik dus pas hoe moeizaam het was geweest, toen ergens in mei mijn focus weer aan ging. We organiseerden een sessie met stakeholders en hun input en energie zetten bij mij een knop om. Toen ik daarna ging werken aan het eindproduct, kon ik opeens weer de grote lijnen en de details met elkaar verbinden. Ook lukte het om het tactische praktisch in te zetten om op strategisch vlak resultaat te krijgen. Wat voor mij altijd zo normaal was, was weer terug. Scherpte, inzichten en logische verbanden. Het lukte me ook weer om verschillende dingen op één dag te doen. Ik kon een paar uur werken voor de gemeente, even wat bij Rootz regelen, mijn kinderen horen over hun dag en wat aan het huishouden doen. Het lijkt zo simpel, maar dat was het lange tijd niet. Dat besef overviel me een beetje. Ergens had ik bedacht dat mijn gebrek aan scherpte en focus los stond van alles wat er gebeurd was en dat het niet beter zou worden. Ik heb gewoon niet goed doorgehad hoe groot impact van het overlijden van Brian was op mijn algehele functioneren. 

Door de wind, Seven Sisters (reisje in 2018 naar zuid-oost Engeland met Brian)

Zo dus

Dus ik heb een stapje gezet in het geleidelijke terugkeerproces: mijn scherpte is er weer. En dan nu lekker hard werken! Bij Rootz mooie items verkopen, met Yvette en de andere medewerkers, die allemaal ook heel hard werken. En vanuit Hoedan, mijn eigen advies- en projectbureautje, gemeentes helpen bij het ‘hoe dan’ van hun ambities. Dat is altijd hard werken. En tussendoor lekker genieten van vier gezellige kinderen, mijn familie, vrienden en van Ben (die niet meer als een WenBen voelt, maar lief, gezellig en stevig rondstiefelt in mijn leven). Er volgen vast nog meer stappen in het rouwproces. Blijkbaar zie je het soms pas achteraf. Ook dat blijft hard werken.

Wenliefde

De hoge bergen en diepe dalen

Lange tijd was ik ervan overtuigd dat de mooiste liefdes zo pats boem voor je neus staan en dat je dan verliefd bent vanaf de eerste blik die je uitwisselt. Dat je het meteen weet: dit is for ever ever. Na een eerste gesprek of een eerste keer zoenen was ik al verkocht. Ik maakte er hele lovestories van. Het was altijd wel een beetje ergens op gebaseerd, want er was een klik of een fijne spanning, maar mijn romantische hoofd bedacht er meestal veel te veel omheen. Regelmatig ben ik op deze manier verliefd geweest. Lichtelijk overenthousiast rende ik in sneltreinvaart met open ogen het ravijn in. “Daar ga ik weer…” dacht ik dan, “Doe nou niet!”. Maar ik zat er al in, om er vervolgens teleurgesteld, in stukjes en moe van mezelf weer uit te moeten klimmen. Je begrijpt, mijn liefdesleven kent hoge bergen en diepe dalen. Hoe vermoeiend.

Mijn nieuwste kunstwerkje, gemaakt door Suski (Susan Sinderinck) van Gallery Younik in Arnhem. Heel typerend…

De wenliefde

Misschien verbaast het je, maar aan mijn grootste liefde tot nu toe heb ik echt een beetje moeten wennen. Het voelde meteen heel fijn met Brian, maar ik was niet direct knetterverliefd op hem, terwijl hij wel knetterverliefd was op mij. We liepen vanaf dag één hand in hand, maar ik voelde me niet onmiddellijk fysiek tot hem aangetrokken. Ik was ontzettend op mijn gemak bij hem, maar ik maakte me ook een klein beetje zorgen of ik me ook zo op mijn gemak zou voelen als mijn vrienden hem zouden ontmoeten. Brian was soms een beetje een directe flapuit met onbenullige uitspraken en ongenuanceerde opmerkingen. Ik moest even aan hem wennen. Achteraf voelt dat wenmoment een soort van verwaarloosbaar. Ik was het zelfs een beetje vergeten. Het zat vervolgens namelijk zo ontzettend goed tussen ons en ik maak dus liever van die mooie liefde-op-het-eerste-gezichtverhalen in mijn hoofd… Bovendien, over de doden niets dan goeds, dus na zijn dood was het alleen maar groots en meeslepend fantastisch. Maar het was er wel, het wenmoment. 

Brian en ik in Maastricht in 2015, hand in hand, zoals altijd

Opnieuw

Aan het begin van de relatie met Brian, maakte dit me een beetje in de war. Het voelde soms als lichte twijfel: “Klopt dit wel? Moet ik niet hoteldebotelvlinders voelen? Wil ik niet gewoon te graag een relatie? Is dit een goede basis of ben ik weer aan het settelen?” Maar voor ik het wist, was ik daar doorheen en waren we een superstel, compleet op elkaar ingespeeld en met heel veel liefde en respect. Het had een beetje tijd nodig om uit te groeien tot iets moois. En dan zou je denken dat ik dus niet per se meer in die liefde-op-mijn-eerste-indruk-vol-fantasievolle-toekomstplaatjes-hoofd-op-hol-valkuil zou stappen en dat ik de wenliefde wat meer kans zou geven. Maar ja… ik was dus vergeten dat Brian een wenliefde was en dat dat ook een optie is. Gek hoe dat werkt. Want nu staat er toch weer eentje voor mijn neus, zo’n wenliefde. Ik heb namelijk een man ontmoet. Een ultiem lieve, vrolijke, sportieve, slimme en een tikkie overenthousiaste man die heerlijk veel tegen me aan kletst, naar me luistert en lieve dingen zegt. Ben heet hij. We hebben een fysieke en een mentale klik, Ben en ik. We delen lol en verdriet samen. We kletsen wat af en we voelen ons heel erg op ons gemak bij elkaar. En toch moest ik even aan hem wennen. Ik was niet meteen hoteldebotel verliefd… Ik zag pas na een paar ontmoetingen dat hij hele mooie ogen heeft. Ik merkte pas na een paar afspraakjes dat de taalfouten die hij maakt niks te maken hebben met zijn intelligentie. En toen hij na een paar dates wat kalmer en minder springerig werd, begon ik die enthousiaste energie juist te waarderen. Hij is huisarts, een beetje een a-typische, en het is mooi om te zien hoe hij intens geniet van mensen en de interactie met mensen. Hij kan prachtig vertellen over zijn werk. En hij is dol op mij.

Groot geaderd witje, in Nederland een dwaalgast (123RF)

De rem van rouw

Zo kom ik er dus opnieuw achter dat verliefdheid ook kan groeien. Zij het dat het dit keer wel wat complexer is. Ik heb namelijk bagage en die voel ik ook. Het remt af. Het is relatief kort geleden dat Brian overleed en opnieuw verliefd worden voelt een beetje verwarrend. Ondanks dat Brian me heel duidelijk gezegd heeft dat ik op zoek moet gaan naar een nieuwe liefde en ik dat rationeel ook heel erg met hem eens ben, voelt dit toch anders dan het flierefluiten van de afgelopen periode. Zodra ik mijn gevoel toelaat voor deze fijne man, voor Ben, voelt het alsof ik tegelijkertijd een gordijntje dichttrek voor Brian. Rem… Als ik Ben schatje noem of liefie, klinkt het alsof die woorden nog vastzitten aan Brian. Rem… En als ik aan anderen vertel, zo af en toe inmiddels, dat ik iemand ontmoet heb waar ik veel gevoel voor heb en die me blij maakt, voel ik me toch een beetje een oplichter. Niet omdat mijn gevoelens niet echt zijn, maar omdat het dan opeens voelt alsof ik Brian vervang met Ben. Alsof ik Brian verraad… En rem! 

Op de rem… (123RF)

Mijn relatie met Rouw

Toen Brian overleed, eindigde onze relatie. In plaats daarvan ontwikkelde zich een relatie met het verdriet om Brian. Rouw en ik kregen verkering. We deden een tijd lang alles samen. Vooral aan het begin waren we heel klef en voor de buitenwereld waren we duidelijk een stel. Later kwam er iets meer ruimte in onze verhouding. Zo kon Rouw het de afgelopen maanden prima hebben dat ik nieuwe contacten opdeed in de datingwereld. Dat was niet bedreigend. Zelfs een wat serieuzere flirt met Drenthe was goed te hanteren voor Rouw. Maar nu ik Ben ontmoet heb, is het allemaal wat lastiger. Naast het gevoel dat ik Brian meer op afstand zet, heb ik ook nog eens het gevoel dat ik het verdriet bedrieg als ik blij ben met Ben. Het remt af en dat afremmen is verwarrend aan het begin van een relatie. Het voelt alsof het niet mag, van mezelf, van Rouw en ten opzichte van de buitenwereld. En dat terwijl ik ook nog aan het wennen was aan wat wat ik allemaal voel voor Ben. Het maakt dat ik me dubbelop niet helemaal onbevangen in een nieuwe relatie kan storten.

Het gedenkhoekje voor Brian in mijn slaapkamer, met een tekst van Judith Agaath

Ruimte om te wennen

Als ik er zo van een afstandje naar kijk, realiseer ik me dat het bij het proces hoort. En bij een wenliefde. En Ben, die overigens nieuwsgierig is naar Brian en al mijn blogs aan het lezen is en dat mooi vindt en vindt dat ik een boek moet schrijven en die veel begrip heeft voor mijn emoties en steeds meer lieve dingen zegt en veilig en vertrouwd voelt en zich, in tegenstelling tot Rouw, wel een beetje bedreigd voelde door mijn eerdere geflierenfluit en flirts met Drenthe, maar daar steeds minder last van heeft omdat hij zich ook veilig en vertrouwd gaat voelen bij mij en die me meteen belt als ik verdrietig ben en mij niet belt als hij verdrietig is (omdat hij dat toch net niet stoer genoeg vindt ondanks dat hij zich steeds meer veilig en vertrouwd gaat voelen bij mij) en blij wordt van elkaar spreken en zien, geeft heel veel ruimte aan dit proces. Het mag er zijn al dat ingewikkelde gevoel. Hij laat me gewoon wennen, mijn WenBen. Hoe bijzonder is dat? Dus sorry Rouw, ik maak het uit. We blijven goede vrienden, maar ik wil geen verkering meer. Ik heb verkering met Ben.  

Allemaal ruimte om me heen…

Lieve Brian,

Het is lang geleden dat één van mijn teksten begon met de aanhef ‘Lieve Brian’. Eerst schreef ik je elke avond, in het notitieboek dat jij op de laatste dag van je leven aan me gaf. Maar toen ik tijdens de camino een dagelijkse blog schreef, veranderde dat. Het klinkt echt super onaardig, maar het werd te veel om ook aan jou te schrijven. Sorry. Een enkel keertje zat er, zoals nu, echt speciaal aan jou een ‘Lieve Brian-blog’ tussen. Dan had ik opeens zo veel herinneringen aan je of gevoel bij je. Dan kon het niet anders. Maar sinds de laatste Lieve Brian-blog heb ik niet meer aan je geschreven. Het zit namelijk zo: ik weet niet zo goed wat ik je moet vertellen. Of eigenlijk, ik kan je alles wel vertellen. Het leven gaat verder, ik ga verder en er is natuurlijk van alles dat ik kan delen. Maar als ik al die nieuwe dingen met jou zou delen, zou er altijd een beetje een somber randje aan die gebeurtenissen kleven. Ik zou voor mijn gevoel blijven hangen in vroeger, in ons. En dat is niet meer. Dat is een beetje naar de achtergrond.

Op slot

De afgelopen maanden echter, leek je heel ver naar de achtergrond. Soms zo ver dat het net was alsof je helemaal niet bestaan hebt. En dat voelt heel gek. We praten natuurlijk over je, je naam valt regelmatig, je foto staat in de woonkamer en je as zit in het stoere bronzen Benin luipaard dat op het groene kastje staat in mijn slaapkamer. Maar ik was in mijn hoofd minder met je bezig. En ook met mijn hart voelde ik je eigenlijk weinig. Als ik naar je foto’s keek, die met enige regelmaat op mijn telefoon voorbij komen, waren het gewoon plaatjes en had ik er nauwelijks emoties bij. Ik voelde de herinneringen die erbij hoorden niet, noch de warmte die er tussen ons was. Misschien hoort het er wel bij, omdat de tijd dit met zich meebrengt en omdat ik logischerwijs ook met andere dingen bezig ben, zoals werk, Rootz, veel sporten en een beetje daten. Maar soms voelde ik zelfs een lichte irritatie en dat zit me dwars. Ik kan er niet goed de vinger op leggen. Het zit een beetje op slot en dat stoort me, want (1) ik had heel veel gevoel bij je en (2) zo werkt het normaalgesproken niet bij mij. Ik ga niet op slot.

Herinneringen

Nu doe ik dus wat we hadden besproken: ik ben een beetje aan het daten. Soms heb ik daardoor interessante gesprekken (soms ook niet…). Ergens begin februari leerde ik een man kennen via een dating-app, die me op een gegeven moment vertelde dat zijn zus die dag te horen had gekregen dat ze borstkanker heeft en hoe dat gegaan was. Hij wist van jouw overlijden en hij benoemde heel attent dat het voor mij misschien confronterend was om dat te horen. Precies op het moment dat ik nonchalant en semi-stoer dacht: “Nou dat zal wel meevallen hoor”, kwamen de beelden van hoe we samen in het ziekenhuis zaten toen duidelijk werd dat er iets niet goed was. Weet je het nog? Ik zie het nog precies. Je belde me dat ik toch moest komen, omdat ze na het vrij routinematige eerste onderzoekje gezegd hadden dat je moest blijven voor verder onderzoek. Toen ik op de kamer kwam, zat je in je wit-blauwe ziekenhuishemd en je had een roesje gekregen en het onderzoek al gehad. Ondanks je rode wangen, zag je er kalm uit, maar je keek me met wat bezorgde, alerte, grote ogen aan. Er zou dezelfde dag nog een uitslag komen en een gesprek plaatsvinden. Ik was natuurlijk weer nonchalant en semi-stoer kalm. Jij wist het al; het was niet goed. Twee uur later hoorden we dat darmkanker je lijf van binnen aan het kidnappen was.

Samen in de lift van het ziekenhuis

Wegduwen

De geïnteresseerde man aan de andere kant van de chat stelt een paar vragen over je. En hij negeert een tijdje mijn vragen, die ik stel als ontsnappingsluikje voor hem, want misschien wil hij het er eigenlijk niet over hebben… wie ben ik om hem zo te confronteren met mijn overleden partner meteen al aan het begin van het contact? Maar de vragen zijn er en ik merk dat over jou vertellen aan iemand die jou niet kent het mogelijk maakt om je op een andere manier te herinneren dan wanneer ik het met vrienden over je heb. Zij weten het al. Het roept herinneringen op, deze vragen. En met die herinneringen komt toch ook het verdriet. Omdat we toen nog samen begonnen aan deze nachtmerrie. Omdat we toen nog samen een toekomst dachten te hebben. Omdat we tot toen meer waren dan alleen die ziekte. Goed om dat weer te voelen. De herinneringen maken echter ook pijnlijk duidelijk dat ik je lange tijd niet gevoeld heb en dat ik er, ook nu, eigenlijk niet zo goed bij kan, en wil. En voordat ik het weet heb ik al dat gevoel ook snel weer aan de kant geduwd. Door mijn eigen ontsnappingsluikje… Wat is dat toch? Ik begrijp het niet zo goed.

Het ontsnappingsluikje… laat ie dan maar uiterst charmant zijn toch?

Systemisch voelen

Zondag was een vriendin bij me op bezoek. Jij hebt ons aan elkaar gekoppeld nog niet zo lang geleden. Je zei: “Ga eens koffie drinken samen. Ik denk dat het klikt” En dat is ook zo. Ik mag haar graag en we vinden allebei gedoe met mannen moeilijk soms, dus genoeg om over te praten. Zij doet iets met coaching en systemisch werken en stelde voor dat ze me een paar vragen zou stellen aan de hand van briefjes waar ik dan bij moest gaan staan om te voelen wat ik voel. Een briefje met het nu, een briefje met wat er in de weg staat en een briefje met hoe het is als het allemaal klopt. Wanneer ik bij het briefje met het nu sta, voel ik een beetje weerstand, en vooral chaos en onrust. Ik probeer erdoorheen te voelen, de boel te structureren en er een geheel van te maken, totdat ik besef dat het misschien wel weerstand, chaos en onrust is wat ik voel nu. Okéeeej… Maar hoe het dan zou moeten voelen als het allemaal klopt, weet ik op het moment dat ik bij dat bewuste briefje sta niet zo goed. Rustig, denk ik, veilig, overzichtelijk, kunnen genieten, niet te veel moeten en wel veel sporten? 

De briefjes…

In de war

Daarna sta ik bij het wat-staat-er-in-de-wegbriefje. Eerst voel ik helemaal niks. Ik sta een beetje met mijn armen over elkaar, haal mijn schouders op en heb geen idee. Maar dan opeens voel ik dat ik boos ben. Niet alleen boos in het algemeen, maar ook boos op jou. Ik weet het, je vond het vreselijk als ik boos op je was. Het maakte je onzeker. Je wilde ook echt niet dat ik boos op je was dat je dood ging. En je had natuurlijk gelijk. Jij kon er niks aan doen dat je kanker kreeg en dat ben ik compleet met je eens. Alleen ik ben niet altijd een weldenkend en rationeel wezen. Soms ben ik gewoon een beetje in de war. Dus sorry dat ik nu hier speciaal een Lieve Brian-blog van maak, maar ik moet het toch aan je kwijt.

Omgeven door onweersbuien tijdens een vroege ochtend op de camino

De zonder-jou-chaos

Ik denk dat ik het onbewust al een tijdje weet, dat ik boos op je ben. Daarom voel ik de fijne dingen ook niet meer zo makkelijk. Ik ben boos omdat je er niet meer bent (mijn god wat een cliché). Boos dat mijn toekomst samen met jou er niet meer is, vol vertrouwde, veilige en oergezellige liefde. Boos dat ik weer opnieuw moet beginnen. Dat ik weer op zoek moet (wil) naar een liefde, met alle onzekerheden, twijfels en mogelijke afwijzing waar ik echt niet goed in ben en ontzettend klaar mee was. Boos dat ik dat soort ervaringen, hoe gek het ook klinkt, niet met jou kan delen en dat je het dan snapt en ik ook. Boos dat ik sowieso niks met je kan delen en alles alleen moet doen: Rootz runnen, de portcollectie redden van 10 cm hoog water in de kelder, de stapels moderne kunst in de kunstkamer opruimen en verkopen, de bonsai boompjes in de tuin te nat of te droog laten overleven, de wildguppen die je in Suriname hebt gevangen eten geven en niet in paniek raken omdat er vanmorgen eentje dood in de bak dreef, de schuur met je oude aquaria opruimen terwijl ik als de dood ben voor de spinnen die daar natuurlijk een woninkje in gevonden hebben, de daktuin gras- en watervrij houden, de auto naar de garage brengen, de vaatwasser uitruimen, boodschappen doen, was ophangen terwijl ik eigenlijk al te moe ben, de hond uitlaten (lang leve de kinderen)… (stief)moeder zijn voor die vier jongmensen… en …mezelf redden. 

Het voelt niet altijd helemaal op orde… en dit was de positieve kant van het huis

Boos

Boos ben ik, omdat jij acht jaar geleden mijn leven binnenstormde, we een samengesteld gezin runden, jij die verzamelingen in huis haalde, we een bedrijf opbouwden, elkaar gelukkig maakten, het leven mooi was en jij er vervolgens tussenuit piept. Ik weet wel dat je dat zelf niet wilde, maar het is toch kut. Het maakt me boos en ik vind het oneerlijk. Je ging zo snel soms. Groter en meer. Ik kon het niet altijd bijhouden. Rootz zeven dagen per week open. Kisten vol port in de kelder. Stapels lithografieën en zeefdrukken op zolder. En nog net even, op het laatst, die bonsaiboompjes in de tuin. Ja, daar had ik nee tegen moeten zeggen, tegen die bonsaiboompjes. Maar je argumenten waren altijd sterk, je vertrouwen groot en je enthousiasme enorm… die glinstering in je ogen, ik kon er vaak niet tegenop. Als mensen voor het eerst bij me thuis komen, zeggen ze dat mijn huis zo leuk ingericht is. Ik vraag me wel eens af hoe het huis eruit gezien had als ik jou niet had leren kennen. Jij regelde het altijd in een mega tempo als er iets nodig was. En ook als het niet nodig was. Voor ik het wist hadden we nieuwe stoelen, kochten we een nieuwe kast, hing er weer een nieuw schilderij, hadden we gifkikkers, wandelende takken of agaatslakken en stond er een levensgrote boeddha in de tuin. Er was altijd iets nieuws, er was altijd meer. En dan is het ook nog zo dat die hobby’s en bezigheden jou tot een interessant en veelzijdig iemand maakten en iedereen vol bewondering over je praat en je een soort halve heilige geworden bent met al je mooie uitspraken en je dappere manier van doodgaan. Maar ik zit er nu mee! En zonder!

De grote agaatslakken (12 cm per slak) hier in een nog schone bak…

De grote mensen analyse

Dus ik ben boos. Op jou… Denk ik…?! Of op mezelf? Ook? Op ons? Of op de situatie?

Allemaal vragen. Waarom zijn al die verzamelingen hier in huis? Waarom liet ik me overrompelen? Waar was ik? Wíe was ik in dat geheel? Wie ben ik zonder jou? En dan sta ik opeens te huilen met twee voeten op het wat-staat-er-in-de wegbriefje.… dikke tranen. Het was natuurlijk nooit de bedoeling dat je dood zou gaan toen de verzamelingen het huis in kwamen. Ja, je was sneller dan ik en ik liet me soms overrompelen. Een leerpuntje. Maar moet ik dan boos zijn op jou, of op mij, of op ons? Misschien op de situatie? En maakt dat überhaupt iets uit? Het was er. Die boosheid. Het zat een beetje in de weg, dus het is goed om het te snappen. En er een beetje met compassie naar te kijken, zoals de lieve, systemische vriendin het benoemt en ook de snel denkende intelligente Drent met al zijn vlotte inzichten het even tussen twee zinnen door opmerkt. De grote vraag is vooral: hoe vind ik mijn eigen weg in dit geheel van ons samen en mij alleen en is het oké dat mijn weg er anders uitziet dan onze weg?

Afleiding

Mijn gevoel is een chaos. Het pingpongt in mijn middenrif en zorgt voor onrust. Meestal als ik dat heb, probeer ik het rationeel te maken, maar in mijn hoofd blijven de gedachten ook maar rondjes rennen. Dus, ik schrijf er een blog over. Dat helpt me om mijn gevoelens te vangen en mijn gedachten te ordenen. Om te kunnen schrijven over deze gevoelschaos en gedachtencirkeltjes moet ik echter eerst iets bekennen. Nou het móet niet natuurlijk, maar ik wil het. Het heeft te maken met de camino en met mijn rouwproces en ik heb er nog niet echt over geschreven. Niet heel expliciet in ieder geval. Het was te vroeg, voor mij, en misschien voor sommige anderen.

Mijn bekentenis

Het punt is, ik had een camino-romance… In de laatste week van de camino kwam ik een man tegen met wie ik op een diepere laag een enorme klik voelde. We begrepen elkaar zonder heel veel woorden nodig te hebben. We kwamen elkaar verschillende keren tegen in die laatste week en hadden mooie gesprekken waardoor er na een paar dagen iets meer ontstond dan alleen die klik. Er was romantische spanning tussen ons. Ik dacht het eerst verkeerd te voelen. Hij was namelijk een stuk jonger dan ik. Bovendien dacht ik zelfs nog even dat hij op mannen viel. Maar in Santiago werd duidelijk dat het wel romantisch was en hij op vrouwen viel. En op mij.

An interlude of traveling souls

Het kon zonder schuldgevoel naar Brian, want Brian en ik hebben hierover vaak gepraat. Hij was er heel duidelijk over dat hij wilde dat ik mijn leven verder zou leven en me ook weer open zou stellen voor een nieuwe liefde (zij het niet zo perfect als die van ons en zolang hij maar in mijn hoofd en hart een plek zou houden…). Hij dacht dat ik daar na een half jaar wel aan toe zou zijn. Het was net een maandje later. Het mooie is dat deze camino-romance mij de ruimte gaf een volgende stap te zetten in het rouwproces. Het kenmerk van een camino romance is dat het op de camino is en blijft. En hoewel ik de periode daarna een klein beetje moeite had om het te laten gaan, wist ik wel dat het iets onmogelijks was. Nadat mijn Australische caminovriend John het benoemde als ‘an interlude of traveling souls’, kon ik het waarderen voor wat het was. En op zoek gaan naar andere traveling souls.

Datingapps

En dan kom je tegenwoordig uit bij zo iets onromantisch en plats als datingapps… Na twee wat verkennende afspraakjes was mijn conclusie dat ik eigenlijk niet zo’n zin had in relatietoestanden. Ik wilde vooral wat leuke afleiding. Beetje kletsen, beetje flirten, beetje afspreken. Het hoefde niet allemaal zo serieus. Dus ik richtte me op de wat vluchtiger contacten, maar niet met mensen zonder diepgang, want ik ben natuurlijk niet zomaar een slettenbak (en dan mag je zelf bepalen op welk woord je de klemtoon legt).

Doorleven of door leven?

Ik moet zeggen dat het best gezellig is op de datingapp. Ik heb leuke gesprekken, prettige ontmoetingen en fijn wat extra aandacht. Ik heb eigenlijk niks te klagen. Behalve dat daten tijd kost en het enorm afleidt van de andere dingen die er toe doen, zoals werk, kinderen, huishouden en hond. Maar ook van me lichtelijk alleen voelen soms en van Brian missen. Dat laatste vind ik soms verwarrend, want stiekem heb ik het gevoel dat ik alles wat ik aan Brian zou kunnen missen, vol zou moeten doorleven en dat het geen recht doet aan hem om het een beetje half te doorleven. Ik ben soms een beetje bang, dat het chatten, daten en uitproberen alleen maar afleiding is van dat waar het om zou moeten gaan: het rouwproces doorleven. Maar ik denk ook dat ik hier de klemtoon toch anders moet gaan leggen. Het gaat namelijk om het dóór leven en mooie momenten maken en deze zogenaamde afleiding is daarvan een onderdeel. Ik hoef niet de rest van mijn leven als een heremietkreeft in een donker hoekje Brian te zitten herdenken. Nee, hij zei het zelf: je gaat door met je leven.

Rondslettenbakken

Dus hoppa… beetje rondslettenbakken en gewoon leuk wat uitproberen. Geheel onbewust kom ik uit op mannen die lekker veilig niet in de buurt wonen, zodat het onmogelijk serieus kan worden. En gelukkig zitten ook tussen die tijdelijke contacten mensen die interessant zijn en nieuwe dingen meebrengen. Een hele lieve kerel uit Brabant die me na drie weken chatten toetje noemt, omdat hij vindt dat ik een lief toetje heb en hij me een leuke dame vindt. Hij zegt soms opeens iets schattigs waar ik een beetje emo van kan worden. Een uitdagende man uit Utrecht met wie ik allerlei dingen deel die ik hier niet verder kan toelichten. En soms ontmoet ik ook wat misfits, maar ook die zijn leerzaam…

De feestdagen

Ongeveer een week voor kerst vindt een wat nors kijkende, lange, ietwat rossige Drent mijn profiel leuk. Zijn blik intrigeert me. Zijn profiel ook. En chatten met hem is ook heel boeiend. Het is een soort zoektocht van wat hij nou precies wil zeggen tot exact aanvoelen wat hij bedoelt. En soms knalt hij er opeens iets uit dat zo raak is dat het m’n middenrif opschudt en m’n gedachten prikkelt. Ik hou ervan. Het is die diepere laag weer die geraakt wordt en hij weet het ook. Hij voelt het ook… misschien niet op dezelfde manier, maar wel met dezelfde diepgang. En zelfs op werkgebied hebben we veel raakvlakken.

Mark Rothko

Afleiding

Omdat we allebei voorstander zijn van af en toe iets geks doen in je leven, stel ik voor dat hij bij mij oud en nieuw komt vieren. Ik heb namelijk twee kaartjes voor een eindejaarsfeest en hij heeft zich ten doel gesteld meer leuke dingen te ondernemen om niet te versaaien. Hij gaat mee. Omdat we willen weten of we een feest als oud en nieuw echt samen willen doorbrengen, spreken we eerst nog af bij hem in de buurt. En omdat ik natuurlijk toch wel een beetje een slettenbak ben, blijf ik bij hem slapen. Het is gezellig en fijn. Wanneer ik midden in de nacht tegen hem aankruip, hij me een kus op mijn voorhoofd geeft en ik met mijn rug tegen zijn rug weer in slaap val, voelt het voor mij even alsof we als twee puzzelstukjes in elkaar passen. Maar we wonen 120 kilometer uit elkaar, hij heeft mega veel onrust in zich en zijn jongste (van drie kinderen) is nog maar zes jaar oud, terwijl mijn jongste over een paar jaar 18 jaar is en zo’n beetje op kamers gaat. Ik wil geen zeven kinderen… Dus ik besloot dat hij een interlude is. Hij was een fijne afleiding van allemaal ingewikkelde dingen rondom de feestdagen.

Twijfels

En ook daar is dan die twijfel weer. Zoek ik met dit soort dingen niet gewoon afleiding van het gemis van Brian rondom de feestdagen? Of ben ik aan het dóór leven en voelt dat soms nog een beetje ruw en onwennig, zoals mijn Drentse interlude het formuleerde met één van zijn rake opmerkingen? Net als nu, hier in Marrakech, waar ik voor het eerst zonder Brian ben en inkopen doe. We hebben hier zo veel rondgelopen samen en grote en kleine dingen ontdekt. In de ochtend zingen de vogeltjes nog steeds “weet-je wel-weet-je-niet” en “Ik ben Picolientje”. We lopen door Brians geliefde Medina, op zoek naar zijn geliefde handel en snuiven de sfeer op van Marrakech, waar hij zich zo enorm thuis voelde. Ruw en onwennig voelt het inderdaad, de eerste keer hier zonder hem. En laat ik me dan afleiden van de moeilijke emoties? Door Yvette, die mee is omdat ze mijn galeriehoudster is (en een soort extra bonusdochter of vriendin). Door de Finnen, die fijne vrienden zijn en die ik hier zo veel van mijn handel laat zien dat er niks zakelijks aan is. En misschien ook door de fijne man in Drenthe, die ik nog heel veilig een interlude blijf noemen?

Maar het is er gewoon!

Nou, het gemis en verdriet poppen toch wel op. Of ik me nou laat afleiden of niet. Alleen niet op de momenten dat ik verwacht dat ik hem mis. Ik word namelijk opeens heel verdrietig terwijl ik sta te pinnen, in het hokje waar Brian en ik altijd samen geld uit de muur trokken. En op het moment dat ik afreken met Abdul, de oude man met de winkel bovenin de antique souq waar Brian hard onderhandelde en ik aantekeningen maakte en rekende. Het roept zo veel herinneringen op dat opeens de tranen over mijn wangen lopen midden in zijn winkel. De afleiding verandert daar niks aan.

Drinking tea in the antique souq

Traveling souls

En dus laat ik me toch ook maar gewoon een beetje afleiden door met mijn hoofd soms bij die onrustige, scherpzinnige Drent te zijn met wie ik dus, net als met mijn camino romance, ook weer een connectie voel op die diepere lagen van mijn gevoelsleven en die onmogelijk ver weg woont met zijn (voor mij) veel te jonge kinderen. We brachten ook samen oud en nieuw door, want je mag best een beetje genieten van zo’n interlude of traveling souls. Waarschijnlijk hebben we het allebei een beetje nodig: de gezelligheid, de aandacht, het lichamelijke contact en die connectie op dat gevoelsniveau. We zijn ons beide bewust van het risico dat we elkaar toch serieus leuk gaan vinden. En misschien, heel misschien voel ik stiekem net iets meer voor hem dan wat past bij een interlude of traveling souls.

Paulus Noomen

Let it be

En wat betekent dat dan? Geen idee. Dat is een vraag waar mijn hoofd meestal meteen mee aan de slag gaat: wat is dit voor emotie? Waar komt het vandaan? Wat betekent het? Hoe moet het verder? Wat als dit en wat als dat? Ingewikkeld, zei ik tegen hem. En toen stelde hij meteen een goede vraag, die ik vervolgens een beetje weglachte met een grapje en waar ik dus niet echt antwoord op gaf: of ik het kan laten zijn? Of ik het kan loslaten? Niet hoef in te kaderen, vastpakken of benoemen? Ik denk dat ik dat kan en dat ik dat ook wil, want ik heb op dit moment echt geen idee wat het is en wat het betekent en in mijn hoofd ga ik het antwoord toch niet vinden. Ik wil het uitzoeken en de tijd geven. Maar dat voelt dus ook heel eng, want, omdat we allebei niet gestopt zijn met verder kijken op de platte datingapp, voelt het alsof de tijd dringt. Misschien dat daar die onrust vandaan komt. Ik ben bang dat het me nu zo opeens kan ontglippen, voordat we het vast hebben kunnen pakken. Wat dat ‘het’ ook moge zijn.

Let it be
(foto gemaakt in riad in Marrakech)

Clichés

De diepgang van een meerkoet

Ik houd niet van clichés. Ik weet eigenlijk niet zo goed waarom. Ze geven me denk ik het gevoel dat ik voorspelbaar ben. Clichés hebben de diepgang van een meerkoet. Die beesten houden zoveel lucht vast onder hun veren dat, als ze zichzelf onder water proberen te plonsen, ze binnen een paar seconden als een badeendje weer boven het wateroppervlak uit ploppen. Mijn gevoel blijft vaak wat langer en dieper onder water. Hoewel er vaak een soort waarheid in een cliché zit, gaat die dus meestal in combinatie met mijn gevoel toch net niet op. Ik voel me er een beetje standaard door en ik houd ook niet van standaard. Standaard is eveneens voorspelbaar. 

Uit de routine

Misschien houd ik dus gewoon niet van voorspelbaarheid? Maar dat klopt ook niet helemaal. Nou, tot op een zekere hoogte. Ik heb denk ik een haat-liefde verhouding met voorspelbaarheid. Ik trek het niet als ik totaal niet weet waar ik aan toe ben. Daar word ik onrustig van. Zo plan ik mijn vakanties zorgvuldig: ik zoek de allerbeste locatie voor de meest redelijke prijs en weet welke mooie plekken er te bezoeken zijn op de plaats van bestemming. Ik ben ook heel lang in loondienst blijven werken, omdat ik financiële zekerheid wilde, terwijl werken als zzp’er misschien wel beter bij me paste. En ik heb er altijd wel moeite mee als iets op het laatste moment toch anders gaat dan ik het had bedacht. Maar te veel voorspelbaarheid trek ik ook niet zo goed, want dan wordt het saai en daar krijg ik ook onrust van. Dus mijn langste dienstverband was zes jaar en toen was ik al anderhalf jaar onrustig op zoek naar een andere baan. En dit jaar had ik bijvoorbeeld de behoefte om op Oudjaarsavond niet voorspelbaar op de bank te zitten met oliebollen op tafel en de oudejaarsconferentie op televisie. Dus ik ging naar een feest met twee mensen die ik nauwelijks ken. Ook ga ik liever niet meerdere keren naar één reisbestemming, dus dit jaar wil ik naar India, want daar ben ik nog nooit geweest. Misschien…, moet ik er wel bijzeggen, want daar komt de haat-liefde verhouding weer om de hoek kijken: India is wel heel onvoorspelbaar. Maar clichés… ja daar kan ik fel op reageren.

Bakerpraatjes

Tijdens mijn zwangerschappen bijvoorbeeld deden mensen steeds voorspellingen of ik een jongen of een meisje zou krijgen aan de hand van de vorm van mijn buik. Hele serieuze gesprekken kon dat opleveren tussen mensen. Zogenaamde bakerpraatjes. Ik zat er vaak met opgetrokken wenkbrauwen en kromme tenen naar te luisteren. Ook de aanname dat je het als vrouw allemaal fantastisch leuk vindt: zwanger zijn, baby’tjes in de wieg, moederen… dat je het moeilijk vindt als je je kind voor het eerst naar de kinderopvang brengt… Gek werd ik ervan. Opstandig ook. En geïrriteerd. Nog steeds. Waarom zeggen mensen dat soort stomme dingen? Waarom vragen ze niet hoe je er in zit in plaats van zo’n cliché op je te plakken? Ik ontwikkelde een soort van anti-houding tegen roze-wolkouders. Ik vond het heerlijk dat ik na drie maanden babygeprut weer aan het werk mocht en iemand anders af en toe de toch wat inperkende zorg voor de kleine hummel had.

Het cliché van de vader-dochterband

Rondom het overlijden van mijn vader kwamen er ook veel cliches langs. Aannames eigenlijk die invulling gaven aan mijn emoties zonder echt te weten hoe de band tussen mij en mijn vader was. Mensen projecteren vaak hun eigen gevoelens op de emotionele gebeurtenis van een ander. Dus er werd geconcludeerd dat de vader-dochterband bijzonder is, dat ik hem dus heel erg miste en dat ik wel heel erg verdrietig moest zijn. “Wat verschrikkelijk, je zal hem vast heel erg missen. Hou vol hè…” Maar ik sprak mijn vader soms maar twee of drie keer per jaar en omdat hij de laatste twaalf jaar van zijn leven erg gefocust was op zijn nieuwe leven met zijn vriendin, die ik wel graag mocht overigens, had hij weinig ruimte voor mijn broer en mij. Er was wel een band, maar die was meer vanuit vroeger en werd niet met woorden of gedrag in stand gehouden. Het was er gewoon, omdat ik er zo rond mijn 16e achter kwam dat ik mijn vader echt graag mocht. Ik denk dat dat andersom ook zo voelde voor hem, maar helemaal zeker weten doe ik het niet. Ik neem het aan, als het cliché dat vaders vaak heel veel van hun dochters houden.

Mijn vader, Wouter

Kerstclichés

Ook na Brians overlijden kom ik clichés tegen, hoewel het me tot nu toe ernstig is meegevallen gelukkig. De periode met feestdagen is echter een uitdaging als je niet van clichés houdt. Sowieso al, maar ‘de eerste kerst zonder Brian’ maakt dat veel mensen me een hart onder de riem willen steken. Het is lief en fijn dat mensen aan me denken en toch vind ik het moeilijk. Dat komt door die cliché-irritatie. Brian en ik hadden allebei niet zo veel met kerst en oud en nieuw. Te veel prikkels. Het waren niet de dagen dat wij blij waren als stel. Dus ik miste Brian niet met kerst. In ieder geval miste ik hem niet rondom de gezelligheid. Wel een beetje als mijn maatje in het samen niet zo van kerst houden. Ik miste hem niet met oud en nieuw. Ik had genoeg afleiding. Ik miste Brian toen ik de kerstboom had leeggehaald, de kerstversiering de schuur in was en het huis weer in de ‘terug-naar-het-normale-leven-stand’ ging. En ik had pas ruimte voor mijn eigen emoties toen er op 4 januari niemand in huis was. Even niet andermans emoties die ik toch nog steeds met voorrang mijn belevingswereld laat bezetten. “Claim ruimte voor jezelf!” schreef Brian met hoofdletters in ons boekje. En ik weet dus nog steeds niet zo goed hoe. En dat wordt zo langzamerhand ook een beetje een cliché…

Illustratie Francine Oomen, uit “Oomen stroomt over” (2017), Nijgh & Van Ditmar

Warme sokken, sneeuw en het gewone leven

Mijn hoofd werkt associatief. Dat betekent dat ik gemakkelijk en snel de ene gedachte met de andere verbind. Of dat een bepaald beeld een hele trein aan gedachten oproept. Ik zie en doorzie onderlinge verbanden snel en bekijk zowel de afzonderlijke delen als het totaalplaatje. Dat mijn hoofd zo werkt, leerde ik toen ik aan het begin van mijn loopbaan bij de sociale werkvoorziening van Deventer werkte als re-integratieconsulent.

De afdeling waar ik werkte was nieuw en in een half jaar gegroeid van 1 naar 30 medewerkers. Het was een organisatorische chaos. Voor mij was het al vrij snel overduidelijk waar dat vandaan kwam en wat er moest gebeuren, maar het lukte me maar niet dat duidelijk te krijgen bij anderen. Er werd eindeloos veel geklaagd en gemopperd op de werkvloer en er werd gepraat in wij (de werkvloer) en zij (het management). Het management had een soort van de kop in het zand gestoken en mopperde net zo hard in ‘wij’ en ‘zij’ als de medewerkers. Ik snapte niet wat de anderen niet begrepen. Het was zo helder waar het misging en toch praatten we niet met elkaar. Ik was relatief jong, ergens begin 20, het was mijn tweede baan en mijn teamleider was een beetje een directe, scherpe Twent van een jaar of 50. Hij was de eerste persoon die me duidelijk maakte dat mijn brein vaak wezenlijk anders werkt dan dat van anderen. Hij legde me uit dat ik te snel ging en voor de troepen uit liep. Ik moest mensen stapje voor stapje meenemen in mijn gedachtengang, legde hij uit. 

Mezelf begrijpen

Ik had toen echt nog geen idee hoe ik dat moest doen, omdat ik ook geen idee had waar het in mijn hoofd begon anders te werken. Het voelde gek dat mijn hoofd sneller zou gaan dan dat van anderen. Zo had ik het nog nooit bekeken. Ik vond mezelf meestal een beetje een suffig, gemiddeld, traag en een niet al te snugger typje. Zijn opmerkingen waren echter het startpunt om mezelf beter gaan begrijpen. Inmiddels weet ik dus dat ik associatief denk en de kleinste details in een logisch geheel kan puzzelen, maar ook weer heel snel los kan laten of aan kan passen als het niet blijkt te kloppen. Het is een kenmerk van hoogsensitiviteit. Brian had het ook. Net even op een andere manier, met een hoofd dat veel meer feiten kon opslaan, maar hij had het snelle denken en het logisch redeneren ook heel sterk. Dat maakte het heel makkelijk om met elkaar te praten.

Ik heb iets met bomen, hier met elkaar in connectie zowel boven als onder de grond (@GerraldSuurd)

Warme sokken

Deze associatieve manier van denken maakt ook dat een bepaalde gebeurtenis of een bepaald beeld een sterke herinnering oproept, met bijbehorende sfeer en gevoelens. Een trein aan herinneringen… (of pop-ups, zoals ik ze in een eerdere blog al noemde). Mijn associatieve hoofd zorgde deze week opnieuw een paar keer voor zo’n herinneringentrein. Door het koude weer en de lagere temperatuur in huis, vanwege klimaatproblematische redenen, besloot ik de warme wintersokken weer uit de kast te halen. Nou ja, eerlijk gezegd lagen ze niet in de kast, maar nog steeds onder de stoel in mijn slaapkamer waar ik ze sinds maart niet meer had aangeraakt. Brian en ik hadden allebei deze merinowollen huissokken. En toen ik ze van de week redelijk gedachteloos had aangetrokken en ermee door het huis slofte, denderde plotseling de trein vol herinneringen voorbij. Hoe Brian eerst mijn merinowollen huissokken jatte, ondanks dat hij zei dat ze te grof waren voor zijn gevoelige voeten. Tot ik voor hem een maatje groter bestelde en hij alleen nog maar op die sokken door het huis liep. Hoe hij met een kopje koffie (latte machiato), zijn telefoon en de net iets te grote warme sokken aan zijn voeten op de gele stoel zat. Hoe hij in zijn slobberige joggingbroek en de sokken helemaal thuis in ons huis was. Hoe hij buiten op het Nepalese krukje even ging blowen tegen de rugpijnen, met de Noorse schapenwollen deken om hem heen en de warme sokken aan zijn voeten. Hoe hij op het ziekenhuisbed zat in de woonkamer en deze sokken zijn voeten warm hielden. Tot het laatst. Hoe ik zijn sokken uit deed toen ik hielp hem te verzorgen die avond na zijn dood. En hoe ik ze onder de stoel legde op mijn slaapkamer, waar ik ze dus van de week pas weer onder vandaan haalde en toen ik ze aan had de trein in gang zette.

Brian, 24 januari 2023

Sneeuw

Om bij het koude weer te blijven… de sneeuw van de week deed hetzelfde. Dinsdagavond vielen dikke sneeuwvlokken uit de lucht en er bleef tot aan woensdagochtend een klein laagje in de tuin liggen. De laatste keer dat het sneeuwde, was op 9 maart, de dag dat Brian overleed. Ik weet nog dat ik er boos over was (over de sneeuw… niet over dat hij dat besloten had euthenasie te doen). Brian hield niet van kou en van de winter. Hij was blij met zon en warmte. Ik had het hem gegund nog wat warme dagen te hebben. De dag na zijn overlijden liep ik met de hond buiten en toen opeens scheen er wel een lentezonnetje. Boos was ik. Maar misschien was het ook wel fijn voor hem om niet de wereld te verlaten tijdens een ontluikende lente, maar terwijl de wereld somber, koud en nattig was. Eerlijk gezegd was hij waarschijnlijk zo moe dat het een beetje langs hem heen ging allemaal. Maar het beeld deze week van de sneeuw op Brians favoriete palmboom in de achtertuin, die vreselijk in de weg staat als je je fiets wilt pakken, was vrij baan voor een herinneringentrein die me gruwelijk aan het huilen maakte. 

Sneeuw in de achtertuin, ooit

Het gewone leven

En als we dan toch aan het treinen zijn… vorige week ben ik weer begonnen in een nieuwe opdracht bij een gemeente via het bedrijf waar ik tijdens de laatste maanden van Brians leven werkte en die mij ontzettend gesteund hebben en ruimte gegeven hebben om dit proces met Brian te doorlopen zonder me druk te hoeven maken over werk. Het is lekker dichtbij en niet zo veel uur, dus ik kan het perfect combineren met Rootz en mijn drukke gezin. Inhoudelijk is het ook een leuke opdracht. Dus daar ging ik op maandag, met de trein, mijn werktas aan mijn schouder, nette schoenen aan, broodje mee de gemeentewereld weer in. Voor mijn gevoel begint met deze opdracht het gewone leven weer een beetje. Het is goed voor me om hiermee bezig te zijn. Er komt meer ritme in mijn week, ik heb een duidelijkere structuur en ik voel me nuttiger. Het voelt als vanouds, maar roept tegelijkertijd ook herinneringen op aan dat oude leven en ik voel de sfeer van hoe ik daarheen ging en weer thuiskwam bij Brian en hoe ik dingen met hem besprak. Hij is zo’n logisch onderdeel van die herinneringen dat het opeens ontzettend leeg voelde in mijn eentje. 

Met de trein naar m’n werk

Die momenten leiden tot pijnlijk verdriet, dat ik voel als een soort kramp in mijn maag, hart en hoofd. Een gemis dat moeilijk uit te leggen valt. Vaak met een jammerende huilbui tot gevolg. En ook soms toch ook een klein schuldgevoel over dat ik doorga met mijn leven en nieuwe dingen onderneem en dan niet altijd denk aan Brian. Soms ook bang dat ik vergeet hoe het was met hem. Dat ik er niet genoeg bij stilsta. En dan opeens dendert die trein langs en laat me even weten dat hij gewoon in mij rondhangt. Jammer van die rode ogen, maar wel gezond. Het is mooi en verdrietig tegelijk. 

Jan Mankes, Avondlandschap met maan, 1912

Pop-ups

Afgelopen week zijn er zonnepanelen op mijn huis geplaatst. Na een jaar wachten en heen en weer communiceren over de planning, overigens zeer professioneel, was het dan zover. Helemaal fijn en ik had er zin in. Maar toen de monteur die ochtend binnenkwam, werd ik opeens overvallen door verdriet. Zijn binnenkomst zorgde namelijk voor flitsen van allerlei herinneringen aan Brian, pop-ups noem ik ze ook wel. Gelukkig wist ik nog net op tijd mijn tranen weg te knipperen, want ik had weinig zin om de man, die vrolijk de deur door stapte, uit te leggen waarom zijn komst mij verdriet deed.

Goed achterlaten

November vorig jaar stelde Brian voor om wat van ons spaargeld te investeren in de aanschaf van zonnepanelen. Hij wist op dat moment al dat hij de kanker in zijn lijf niet zou overleven en wilde mij, heel cliché maar echt erg lief, zo goed mogelijk achterlaten. Met deze reden hadden we al twee jaar best wat vernieuwingen doorgevoerd. Een houten vloer, een nieuwe kast, een opgeknapt toilet en een nieuwe auto. Ook een nieuwe keuken stond op het lijstje, want die begint toch wel lichtelijk uit elkaar te vallen. Twee gaspitten blijven niet meer vanzelf aan en kan ik alleen gebruiken als ik het gietijzeren deksel van de stoofpan op de knoppen leg met de zware broodplank daar weer bovenop. Het is elke keer een soort acrobatische truc om het vuur aan te houden. De lat onder de lage kastjes zit los en bij de oven is een plankje weg waardoor er een lege enigszins vieze ruimte zichtbaar is, de koelkast is te oud en lekt waarschijnlijk wel wat kou en, waar ik echt bijzonder slecht tegen kan, de kraan zit los. Maar een nieuwe keuken bleek qua energie uiteindelijk een te groot project voor ons allebei. Investeren in zonnepanelen was een goede keus. Het heft in ieder geval de kosten voor de lekkende koelkast een beetje op. Dus we meldden ons aan. Check, weer iets geregeld.

De zonnepanelen

De panelen zouden in maart of april geïnstalleerd worden, maar de zonnepanelenwereld heeft het druk en er zijn leveringsproblemen, dus het werd later. Gelukkig maar, want begin maart ging Brian opeens snel achteruit. Hij overleed 9 maart. Hij heeft de zonnepanelen op ons dak georganiseerd, maar het niet meer meegemaakt dat ze kwamen. Toen ons dak deze week aan de beurt was en de monteur dus de gang in liep en vroeg waar ‘we’ de stoppenkast hadden hangen, voelde het opeens heel leeg in huis en besefte ik opeens weer zo duidelijk dat Brian er niet meer is… Ik zag mezelf daar zonder Brian in de gang staan en mijn hoofd vulde zich met watten en mijn ogen met tranen. En daarmee kwamen ook de pop-ups van hoe hij bezig was om de zonnepanelen te regelen. Ik zag voor me hoe hij bij de buren ging praten toen hun zonnepanelen geplaatst werden om te checken of het een goed bedrijf was. Altijd die positieve energie als hij even snel ergens via iemand iets kon regelen. Ik weet nog hoe hij bezig was om uit te rekenen hoeveel panelen op het dak konden. Creatief op zoek naar de beste optie. En ik kan me nog herinneren hoe hij een soort van gerustgesteld was toen we alles besloten en geregeld hadden. En nu ze geplaatst worden is hij er niet bij. De monteur ging gelukkig vooral buiten aan de slag. En ik heb even op de opgeknapte wc een potje zitten huilen.

De Volvo pop-up

Dit soort momenten heb ik vaker. Ze poppen opeens op. Hoewel ik, inmiddels, een hele dag niet aan Brian hoef te denken, kan een associatie met zomaar iets willekeurigs opeens een herinnering oproepen die heel sterk de sfeer van toen terughaalt. Alsof ik er weer middenin zit. Zo zag ik laatst mijn oude auto rijden, waar Brian en ik lang in gereden hebben. Ik wachtte voor het rode stoplicht in mijn huidige auto en zag mijn oude auto voorbij rijden. Zelfde type, zelfde kleur. En ‘pop’ daar kwam ons hele Volvo-avontuur naar boven. Hoe ik vroeger zei dat ik, als ik later groot was, zo graag in een Volvo zou rijden en Brian dat vervolgens vastzette in zijn hoofd en mogelijk wilde maken. Hoe we, toen de Opel echt bijna uit elkaar viel en we er geld voor hadden, daadwerkelijk op zoek gingen naar een Volvo. Elkaar linkjes stuurden met kanshebbers. Waar we hem kochten. Ik zie het pand en hoe we er naartoe reden nog voor me. En ook hoe we samen tijdens het proefritje in de auto zaten; ik moest rijden, zoals vaak het geval was, en we kozen weggetjes met zo veel mogelijk bochten. Allebei pro-schakelbak, kregen we een beetje de giechels dat we nu in een automaat reden. Ik zie ook het onderhandelen nog voor me waarin we samen zoveel mogelijk voordeel uit de deal probeerden te halen. En vooral zie ik weer Brians pretogen die hij altijd kreeg als een plannetje lukte. En hoe hij mij, toen we in die dikke Volvo naar huis reden, de auto aan de kant van een klein weggetje liet zetten om een foto te maken van mij achter het stuur. Helemaal trots was hij. En natuurlijk ging het niet om de auto op zich – gelukkig maar, want dat voelt toch een beetje plat – nee, het ging om het gelukte plan: dromen uit laten komen. En daar dan van genieten!

De Ibuprofen pop-up

Een andere pop-up. Laatst bij Rootz in het keukentje. Ik pakte een boek waardoor een doosje Ibuprofen 200 mg op de grond viel. Dat lag er nog van Brian. Hij had de laatste maanden van zijn leven pijn aan zijn rug en kon niet meer fijn zitten. Hij wilde echter zo min mogelijk pijnstilling gebruiken en slikte lange tijd alleen paracetamol. Waar de gemiddelde mens al snel drie keer per dag 400 mg Ibuprofen wegslikt, wilde Brian eigenlijk de paracetamol niet aanvullen met extra pijnstillers. Tot de laatste maand heeft hij slechts de 200 mg willen slikken en dan ook zo min mogelijk. Het pakje dat op de grond viel, riep allerlei herinneringen op. Hoe hij bij Rootz rondliep de laatste maanden. Hij was er zo graag. Even iets regelen. Even een ideetje doorvoeren. En later toen hij eigenlijk te moe was om echt iets te doen, even de sfeer opsnuiven. Hoe we eerst nog samen naar Rootz fietsten tot dat niet meer ging en ik hem met de auto bracht. Ik zie het weer voor me. Met een glimlachje zat hij dan aan de tafel met zijn zere rug en vermoeide lijf, een beetje oncomfortabel, terwijl ik om hem heen rommelde en dingen regelde en, niet te vaak maar wel af en toe, vroeg of het nog ging.

Tot die bezoekjes dus niet meer gingen en ik alleen naar Rootz fietste en hem appte of belde om te overleggen. Dan zie ik hem zitten in de gele stoel, met het wollen dekentje over zijn benen en in zijn bruine trui met zijn lieve baardje en zijn telefoon die hij altijd dicht in de buurt had. Hij bleef ervan genieten om zich met Rootz bezig te houden. Tot de laatste week. Deze pop-ups door dat pakje Ibuprofen zorgen dan weer voor andere herinneringen, van andere voorraadjes die we aanlegden in Rootz, van langer geleden. De laatjes met handigheidjes: touwtjes, stukjes hout, haakjes om dingen aan op te hangen, zijn leesbrillen, de secondelijm, rivierklei die hij uit de IJssel gehaald had om breukjes en barstjes weg te werken, de informatieve boeken over Afrikaanse maskers en Bogolan doeken en Nepalese houten beelden, tie-wraps in alle groottes en kleuren…. Ook de sfeer van de oude Rootz voel ik dan weer, vol mogelijkheden en kansen. Het is fijn en verdrietig tegelijk om eraan te denken. Hoe we de deur binnenliepen samen, de koffiemachine op de kast, net iets te hoog en de koffiecupjes in een antiek blik dat moeilijk open te krijgen was, de zon die door het raam scheen op de houten poppen uit Azerbeidjan, de grote tafel waar ik vaak aan zat te werken tijdens Corona, terwijl Brian bezig was zijn ideeën en plannen uit te voeren, zijn eindeloze enthousiasme en energie en elke keer weer nieuwe dingen die hij bedacht. Alles ademt Brian in Rootz. Ook in de nieuwe Rootz, waar het heel anders is. Donker, maar sfeervol, spannend en knus. Het draait ook zonder hem, maar het is zo anders. En we missen hem er allemaal.

Nog maar één

Weer een ander moment. Thuis. De stempas voor de verkiezingen viel op de deurmat. Waar bij sommige bedrijven Brians naam nog staat in de aanhef van mails of als accountnaam en ik nog een beetje mijn kop in het zand kan steken, is bij de gemeente natuurlijk bekend dat zijn leven geëindigd is. Dus er kwam één stempas. Het voelt gek. Definitief. Verdrietig. 

Geborgenheid

En van de week was ik onderweg naar huis van een gesprek in Zutphen voor een opdracht. Ik was niet helemaal tevreden en voelde me er onzeker over. Ik bedacht in een milliseconde dat het fijn was om het straks thuis met Brian te bespreken. Tsja. Ook dan knalt het gemis erin. Ik probeer soms in mijn hoofd te bedenken wat hij zou zeggen. Maar het gaat natuurlijk niet alleen om het gesprek. Het gaat ook om het gevoel van veiligheid en geborgenheid. Dat je weet dat het wel goed komt, dat die schouder er is. Een veilige haven bij degene die er onvoorwaardelijk voor je is.

En ik kán het wel alleen… Het merendeel van de tijd red ik me prima. Dus maak je geen zorgen als je dit leest en het gevoel krijgt dat het één sombere boel is hier. Dat is het niet. De pop-ups en het verdriet dat dan meekomt zijn het probleem niet. Sterker nog, ze maken me ook bewust van mezelf en de mogelijkheden. Het leven draait door, ik heb er voldoende plezier in en heb gezellige en leuke momenten met kinderen, vrienden en kennissen. Iedereen zegt het steeds, je bent een sterke vrouw. En ja, dat ben ik ook. ‘Ook’… inderdaad, want ik ben ‘ook’ onzeker en een twijfelaar. Ik wik en weeg veel als ik beslissingen moet nemen of keuzes moet maken, als ik over mezelf nadenk, wie ik ben en hoe anderen mij zien, als ik in actie moet komen om dingen te doen… Ik zie zoveel mogelijkheden en details dat ik soms een beetje verdwaald raak in waar ik dan naar toe moet en of ik het wel goed doe. Er zit veel twijfel in me, maar het staat naast die kracht. Het is er allebei. Het was fijn met Brian naast me, echt makkelijker. Nu is het weer hard werken in mijn hoofd. Maar daar red ik me al mijn hele leven mee. Dus woehoeoe, En Dan Verder!

Vuursalamanders

  • Dag 34 of 196
  • Van Ferreiros naar Gonzar
  • 17,3 km

Verplichte frisse lucht

Ik voel me nog steeds niet helemaal fit. Een verkoudheid misschien. Mijn gewrichten doen zeer en m’n voeten hebben er geen zin in. Ik sliep alweer slecht vannacht. De hostel was prima – vooral het ei en het uitzicht – en ook de bedden waren oké – redelijk stevig ondanks het gestapel – maar de mensen… ik trek het gewoon niet meer zo goed. Een Spaanse deed om 21.45 uur tot twee keer toe het grote zaallicht aan, terwijl de meerderheid al lag te slapen, en een Duitse vrouw had het blijkbaar bijzonder benauwd en gooide na een luide mopperklacht dat ze geen adem kon halen passief-agressief het raam wijd open. En niet zo maar een raam, nee een raam van 1,5 meter hoog en een meter breed. Helemaal open. Precies voor mijn bed. Ik zei nog zachtjes iets van “Nein, niet zo wijd”, maar ze hing half uit het raam om de frisse lucht op te snuiven en heeft dat waarschijnlijk niet gehoord, want toen ze klaar was met snuiven ging ze met flinke stappen weer haar bed in.

Voorraadje tijdelijke noodoplossingen

Eihuilen

Toen ik even later naar de wc ging heb ik het raam op een wat kleiner kiertje gezet. Ze kan de pot op. Frisse lucht is prima, maar ik laat me niet m’n bed uittochten door een mopperige Duitse slaapzaaldictator. Om 01.00 uur word ik wakker van de wind die in m’n gezicht blaast. Het raam staat weer wijd open en het stormt buiten.. Van de irritatie kan ik niet meer slapen. Op mijn telefoon, die ik er voor de afleiding even bij pak, zie ik een berichtje. De vader van Brian is overleden. Hij ging al een tijdje sterk achteruit en gisteren heeft hij het leven losgelaten. Een heel groot verdriet overvalt me. Op de een of andere manier maakt het overlijden van Brians vader pijnlijk duidelijk dat Brian er niet meer is. Het voelt alleen, het doet zeer en ik mis hem plots heel sterk. Ik moet er van huilen en om niet de hele slaapzaal wakker te snotteren ben ik maar een tijdje in het ei gaan hangen huilen.

Nog meer slaapzaalherrie

Als ik m’n bed weer in ga, doe ik natuurlijk eerst het raam dicht! Het stortregent nu. Niet lang nadat ik uiteindelijk weer slaap, schreeuwt een Spanjaard iets onverstaanbaar door de slaapzaal. Hij droomt blijkbaar dat er iets engs over zijn benen loopt, want hij schudt zijn slaapzak uit, zegt iets als “ieuwrts” en valt weer in slaap. Hij wel. Ik natuurlijk niet…

Vuursalamanders

Om 05.50 uur ben ik mijn bed uit gegaan en de camino op gestapt. Het is nog zeker een paar uur pikkedonker en waarschijnlijk mis ik daardoor wel wat mooie uitzichten aan het begin van de wandeling van vandaag, maar de zonsopgangen blijken uiteindelijk ook de moeite waard.

Rond 8.00 uur komt de zon op

En in het donker zie ik ook iets onvergetelijks dat ik niet had willen missen. Vuursalamanders! Ze zijn heel zeldzaam en Brian was er altijd erg op gebrand om ze te zien. Hij zocht eigenlijk elke vakantie wel even in de regionale internetsites van de plek waar we waren of er vuursalamanders voorkwamen daar. Hij heeft ze in mijn bijzijn echter nooit gevonden en hier op dit stukje camino struikel ik opeens bijna over ze. Er beweegt in het hoekje van de lichtbundel van mijn zaklamp iets en als ik goed kijk zie er eentje zitten. Ik schrik er van. Op dat stukje steken er zeker acht, vlak voor mijn voeten en super langzaam, de weg over. Tussen Ferreiros en A Parrocha. Heel traag en onhandig zijn ze. Ik snap wel dat ze zeldzaam zijn. Des te vet cooler dat ik ze gezien heb! Als ik dan even later ook nog twee puttertjes in een boom zie zitten begint mijn nuchtere hoofd toch te twijfelen over hogere machten.

Wat is snel?

Nog 100 km

Kort na mijn ontmoeting met de vuursalamanders passeer ik de ‘nog-maar-100-km-paal’. Geen mijlpaal in de letterlijke zin van het woord, maar wel in de figuurlijke. En hoe snel gaat het dan als je vier uur later nog maar 85 km moet lopen (eh, niet zo snel eigenlijk…). Maar goed. Ik eet een ontbijtje in Portomarin. Wandel weer even met John en arriveer dan bij het hostel van de dag. Een privé-kamer weer. Slapen zonder Duitse dictators en Spaanse schreeuwers!

De bergen

  • Dag 30 of 192
  • Van Cacabelos naar Vega de Valcarce
  • 24,5 km

Een aanloopje

Er staat weer een berg op het programma. Vandaag nog niet, maar morgen gaat het flink omhoog. ‘The mother of all stages’ zegt de Buen Camino app. Er zit een gedeelte in dat zo steil is dat het bijna niet te doen is. We gaan het zien. Ik word blij van bergen!

Ondanks dat ik langs de weg loop, is het prachtig
Hoogteverschillen

Vandaag liep de route via een dal langzaamaan al een beetje omhoog. Glunder. Zo veel afwisseling in het landschap weer, eindeloos veel groen en de hele dag een kabbelend riviertje langs de route. Brian had het prachtig gevonden; overal rotsplantjes, sedum en/of sempervivum (sorry mopperdeflopper, ik weet nog steeds het verschil niet), varens en andersoortige vegetatie die hij machtig mooi gevonden had.

Daarnaast stikt het hier van de appel-, walnoot-, tamme kastanje-, peren- en vijgenbomen. Ook groeit er veel anijs langs de weg en zie ik struiken vol met rijpe bramen. De knusse dorpjes met schattige huisjes kondigen ook steeds meer berggebied aan. Het voelt zo ‘vol verwachting’. Bergen zijn indrukwekkend en groot. En ze geven me energie.

Dichterbij

We komen steeds dichter bij Santiago. Minder dan 180 km nog inmiddels. Vanaf Sarria wordt het drukker met mensen die vanaf daar alleen de laatste 100 km lopen. Dus ik ga een beetje vooruit plannen, want ik hoor van Shawn, die drie dagen voor me uitloopt, dat het heel erg druk wordt in de albergues. Voor nu is het nog geen enkel probleem om zomaar aan te komen waaien. Ik had de albergue waar ik nu slaap uitgezocht in de hoop dat er nog een privé kamer vrij was. Dat was niet zo, dus nu maar weer in een slaapzaal. Het werd bijna een privé slaapzaal, want ik was lange tijd de enige pelgrim in een ruimte met 8 stapelbedden. Maar nu zijn er toch drie mensen binnen komen druppelen. Het maakt het wel gezelliger.

Inzichten en emoties

Nog maar zo’n 180 km dus. Bizar toch, het idee dat ik straks het grote plein van Santiago oploop? Ik bedacht het me vandaag en een milliseconde wilde ik even naar huis bellen om Brian te vertellen dat het me gaat lukken. En natuurlijk weet ik dat hij straks niet op het grote plein voor de kathedraal op me staat te wachten, maar ergens was ik toch een klein beetje ontredderd. Het verandert namelijk niks, dat ik bijna 800 km van de ene naar de andere kant van Spanje ben gelopen. Hij blijft dood. Foetsie. En ik blijf hem missen en verdrietig. Daar verandert 800 kilometer lopen niets aan. En als dat het inzicht is dat ik hier opgedaan, dan is dat wel een beetje knullig toch… ? Ik ben er tijdens mijn wandeling tot nu toe wel achter dat je rouw niet echt verwerkt of een plek geeft. Het blijft eigenlijk continu aanwezig op verschillende manieren. En het is een onderdeel van de rest van mijn leven. Nou dat is wel een inzicht of invoelmoment. Hoe fijn…

Halverwege de dag…

Hoe werkt dat dan, dat rouwen?

  • Dag 17 of 179
  • Van Rabé de las Calzadas naar Hontanas
  • 18 km

Zo mooi!

Vandaag ging soepel en het was een mooie route met echt zulke mooie uitzichten! Het begin van de Meseta, een hoogvlakte waar het normaalgesproken droog en warm is. Vandaag waren er veel dreigende luchten, maar ik heb uiteindelijk maar één regenbui gehad. Wel een flinke. Ik ben heel blij met mijn regenbroek (en jas), want het regent niet mijn schoenen in, zoals bij een poncho. Droge voeten zijn belangrijk, anders krijg je blaren. Daarnaast ben ik vandaag blij met de nieuwe functie van mijn pony (haar). Het functioneert als een soort natuurlijk vliegengordijn. Er zitten hier namelijk extreem veel kleine vliegen die in groepjes van vier of vijf heel volhardend op je gezicht proberen te landen. Ik had er de afgelopen dagen al eerder last van. Freaking irritant. Soms schiet er zelfs eentje je neusgat in. Maar mijn vliegengordijntje werkt prima!

Ow, en ik met mijn vliegengordijn

Rouwen is moeilijk

Ik heb het gevoel dat ik hier op de Camino veel bezig moet zijn met Brian. Ik ben hier naar toe gekomen om ruimte te vinden voor mijn verdriet. Dus ben ik best vaak bewust bezig met het verdriet voelen en herinneringen aan hem en ons terughalen. Want ze komen niet altijd vanzelf. Dus als ik dan aan het wandelen ben dan probeer ik actief aan hem te denken. Alleen het helpt me niet echt. Denk ik. Misschien ook wel, maar ik hoop steeds dat het iets op gaat lossen. Dat er een moment komt dat ik er een soort van vrede mee heb dat hij er niet meer is. Dat ik hem een soort vastleg in mijn herinnering en dat het dan zo blijft. Dat het dan oké is.

Maar tot nu toe werkt het niet zo. Ik blijf steeds hetzelfde herhalen. Dezelfde gedachten, hetzelfde verdriet, dezelfde herinneringen en dezelfde tranen). Ik heb het gevoel dat ik er een pakketje van zou kunnen maken, een strikje er omheen zou kunnen doen en het dan in een hokje zou kunnen stoppen, klaar. En dat ik er dan mee kan stoppen. Met dat bewuste terugdenken en geniete herinneren. Maar het lukt me niet. Ik blijf er maar geen vat op krijgen. Niks geen pakketje met strikje. Het blijft me elke keer op dezelfde manier verdrietig maken. Ik denk dat het te groot en veelomvattend is en te grillig en ongrijpbaar. Maar als ik er mee stop, dan voelt het op één of andere manier alsof ik Brian geen recht doe. Alsof ik ons niet belangrijk vind en alsof ik hem vergeet.

Het heeft iets met loslaten te maken denk ik. Maar ik wil hem nog niet loslaten. Ik wil nog heel veel voelen en terugdenken en verdrietig zijn. Ik wil nog een beetje ons voelen. Ik ben er nog niet uit. Ik heb nog een heleboel dagen om er over te filosoferen gelukkig.

❤️