Sja u bent de minister president van mijn land, dus misschien zou ik Geachte mijnheer Schoof moeten schrijven. Ik ben netjes opgevoed in de briefetiquetten en hiërarchische verhoudingen binnen een politieke omgeving. Maar u bent vanmorgen in mijn achting gedaald en ik krijg het niet uit mijn digitale toetsenbordje. Dus, beste Dick, ik heb een vraag. Of eigenlijk een heleboel vragen. Of vooral een heleboel dingen die ik tegen je wil zeggen.
Laat ik met een vraag beginnen. Is polariseren besmettelijk? Het schijnt drie maanden te duren wanneer je in een nieuwe organisatie start, voordat dan je onderdeel bent van de cultuur. Is dat wat er nu gebeurd is? Dat je nu met ongenuanceerde uitlatingen ook polariserende dingen ons land inslingert? Of was je altijd al zo? Ik had tot nu toe eigenlijk nog een beetje de hoop dat je aan de achterkant aan het proberen was het verstand in deze coalitie te organiseren om te voorkomen dat we met ons land, ondanks al het kortzichtige geweld, radicaal getreiter en onlogisch geouwehoer afglijden naar een eng navelstarende, hardvochtig egocentrische club bange idioten die niet in staat is om breder te kijken dan chaos creëren.

Ik was benieuwd naar je reactie vanmorgen en ik kan niet anders zeggen: de teleurstelling was enorm. Het gaf me een soort machteloos gevoel van wanhoop en onrust. Dat het niet goed gaat komen. Dat we zo de weg van de realiteit kwijt zijn dat er geen weg terug gaat zijn naar wat normaal is. Dus, beste Dick… Ja je hoort nog steeds dat sprankje hoop in het woordje ‘beste’. En natuurlijk toont het feit dat ik je een brief schrijf ook aan dat ik het niet volledig heb opgegeven. Beste Dick, wat maakt nou dat je de toestand gisteren in Amsterdam tussen supporters van Maccabi Tel Aviv en Ajax of andere groepen antisemitisme noemt?
De boosheid die de staat Israël oproept bij heel erg veel mensen in onze samenleving door de decennialange onderdrukking van de Palestijnse bevolking en door de huidige vernietiging van Gaza en het doden van oneindig veel Palestijnse mannen, vrouwen en kinderen, de angstterror op de Westelijke Jordaanoever… De boosheid die de reactie van het merendeel van de wereldleiders oproept alsof ze niet meer zien waar onze menselijkheid uit zou moeten bestaan. Dat het oké zou zijn om op deze manier een volk uit te roeien om jezelf ‘te verdedigen’ terwijl je eigenlijk zelf al meer dan 75 jaar al het internationaal recht naast je neerlegt die extreme reacties van verzet oproept omdat echt niemand je helpt. De machteloosheid die dit alles oproept bij veel Nederlandse inwoners en dán de aanwezigheid van Israëlische voetbalhooligans van Maccabi Tel Aviv. Voetbalsupporters die zich op geen enkele manier weten te gedragen of zich juist een beetje gedeisd houden, maar uitdagen door de meest verschrikkelijke teksten te scanderen over dode kinderen in Gaza, Palestijnse vlaggen wegtrekken van huizen, vernielingen aanrichten en Amsterdamse inwoners aanvallen. Er zijn enorm veel beelden te zien van Israëlische hooligans die dit soort acties doen… die onmacht, daar moet je toch iets mee als minister, behalve het antisemitisme noemen…?
Heb begrip voor wat dit oproept en sta voor uw inwoners. En als dat niet lukt, zeg dan iets genuanceerds of inhoudsloos. Maar dit antisemitisme noemen getuigd van zo weinig inzicht en genuanceerd denken dat ik er dus moedeloos van word! De boosheid is niet gericht tegen het Jodendom. Er is zelfs een grote groep Joodse wereldburgers die zich tegen het beleid van Netanyahu keert. Ook in Israël zelf ontstaan demonstraties. Dat is geen antisemitisme. Het is anti oorlog, anti geweld, anti het dood maken van mensen en anti het vernietigen van een volk en hun land. Het risico om het steeds weer antisemitisme te noemen is dat het dat straks ook echt wordt. Dat is wat polariseren doet.
Dus, beste Dick, ik wil je vragen om, als volgens mij toch ervaren bestuurder en intelligent mens niet die polarisatieroute te kiezen, maar die van gezamenlijkheid en medemenselijkheid. Om overeind te blijven in het geweld van radicaal geschreeuw. Om het niet normaal te vinden. Om de verbindende factor te zijn.
Alsjeblieft.
Roos