Hard werken

Het overzicht kwijt

Ik heb altijd heel hard kunnen werken. Mijn hoofd kon de planning van vier agenda’s onthouden: werkagenda, privé-agenda, de agenda’s van mijn kids en soms die van de bonusmopsies. Op mijn werk had ik volle focus, zowel op de grote lijnen als op de details en de strategische, tactische en praktische te zetten stappen. Ik kon met behulp van mijn lijstjes zorgen dat het huishouden thuis ook draaide en organiseerde de kinderen in de juiste richting. Ik wist wat er speelde. Het voelde wel als hard werken en heel veel ballen in de lucht houden, maar ik had het overzicht. Het afgelopen jaar was ik dat overzicht totaal kwijt. Ik had al moeite om mijn eigen agenda te overzien, laat staan die van Rootz en de kinderen. Ik had wel ingecalculeerd dat ik na het overlijden van Brian mijn energie een tijdje kwijt zou zijn. Ik had echter niet geheel overzien dat ik ook mijn focus een scherpte zou verliezen. Nu pas, nu ik denk dat het terug is, zie ik wat de impact op mijn functioneren was van het ziekteproces en overlijden van Brian.  

Geleidelijk proces

Stap voor stap nam het ziek zijn en sterven van Brian plaats in in ons leven. Stap voor stap komt er ook weer ruimte voor hoe ik daarvoor functioneerde. Dat het zo’n geleidelijk proces is, zorgt ervoor dat ik niet altijd goed door heb (gehad) hoe groot het eigenlijk was (en is). Elke stap vooruit voelde vooral positief. Als mensen vroegen: “Hoe gaat het met je?” Zei ik: “Goed!”, want ik had altijd wel weer een stapje voorwaarts gezet, hoe klein ook. Vrijwel direct na de uitvaart heb ik werkzaamheden in Rootz opgepakt. Dat was een stapje. En ik heb natuurlijk heel veel stappen gezet tijdens de camino. Ook iets wat gewoon lukte. Hoewel ik natuurlijk moe en verdrietig was, voelde het eigenlijk altijd wel alsof ik het in de hand had. Heel gek om achteraf te zien hoe moeizaam het eigenlijk ging.

Twee Yvjes

Iets meer dan een half jaar na het overlijden van Brian, moest ik een stap zetten. Ik moest bedenken hoe ik Rootz Gallery kon laten bestaan en ook mijn werkzaamheden als projectleider bij gemeentes weer kon oppakken. Ik kon het niet allebei, dat was te veel. Samen met de twee Yvjes in mijn leven heb ik hiervoor een plan gemaakt. Yvonne, die ik eigenlijk nooit Yvje noem, omdat dat totaal niet bij haar past, is mijn boekhouder. Ze begrijpt niet alleen de cijfers en belastingsores, maar ook mijn scherpe humor en een heleboel van mijn emoties. Ze zet haar levenswijsheid in op momenten dat ik twijfel. bijvoorbeeld aan mijn ondernemersvaardigheden. Met haar no-nonsense reacties helpt ze me herinneren dat ik al zo’n twee jaar gewoon een ondernemer ben en ik het goed doe. Ik ben dol op haar. Ze is fijn nuchter, lief stoer, heerlijk recht-door-zee en ze werkt heel erg hard. En Yvette, die ik wel vaak Yvje noem. Zij werkte de eerste drie jaar van het bestaan van Rootz op zaterdag in de galerie. Zij en Brian waren een sterk team. Yvette heeft verstand van niet-westerse kunst en veel liefde voor Rootz. Ze is eerlijk, ongefilterd, loyaal, slim en moker lief. Daarnaast is ze een wonder in plannen en organiseren. En ook een hele harde werker. 

Blij met Yvje

Over hard werken gesproken

Toen ik wist dat ik mijn advies- en projectleiderswerk weer wilde oppakken, maar geen idee had hoe ik Rootz daarnaast moest runnen, heb ik met de Yvjes overlegd. We besloten dat Yvette de floormanager van Rootz ging worden. Yvonne werkte met mij de voor- en nadelen uit en rekende het door. Yvette en ik schetsten een toekomstperspectief en zij had het lef om de stap te zetten. En nu is ze in Rootz mijn steun en toeverlaat, sparringpartner, agenda-beheerder en soms mijn geheugen wanneer ze me bijvoorbeeld, vlak voordat we voor inkopen naar Marokko vertrekken, nog even influistert dat ik die drie dingen in mijn koffer moet stoppen waarvan ik de dag ervoor tussen neus en lippen door gezegd had dat ik ze niet moest vergeten. Samen met Yvette heb ik het besluit genomen om met het winkeldeel te stoppen. Zij maakt ons zichtbaar op Instagram. En pas geleden heeft ze de webshop gemigreerd naar een andere provider. Een bizarre klus met handelingen, termen en afkortingen waar ik helemaal niks van begrijp. Ze regelt dat gewoon. En het is prachtig mooi geworden. Check het even op www.rootz.gallery! Zo de toekomst van Rootz verankeren en het mogelijk maken om weer voor gemeentes aan de slag te gaan, was een stapje.

Grip

Ik heb graag het overzicht. Ik wil kunnen inschatten wat er gaat gebeuren en of ik ergens op moet anticiperen. Dan weet ik dat er niks mis gaat. Ik werk al mijn hele leven met to-dolijstjes, omdat ik dan in de complexe hoeveelheid werk niks laat liggen. Als ik geen lijstjes maak, bedenk ik zodra ik in bed lig wat ik allemaal niet moet vergeten en slaap ik voor geen meter. Het afgelopen jaar echter boden mijn to-dolijstjes geen uitweg. Ik had een soort zwarte gaten in mijn hoofd waar informatie in leek te verdwijnen. Mijn geheugen werkte niet meer. Soms wist ik echt niet meer dat iets al aan me verteld was en ik vergat steeds opnieuw wat de kinderen gepland hadden. Ik weet natuurlijk rationeel dat zo’n life-event als het overlijden van je grote liefde impact kan hebben op je functioneren, maar het is toch gek om te ervaren hoe je geheugen je in de steek laat. Het maakte dat ik aan mezelf ging twijfelen. Zou het nog goed komen? Het was hard werken om de grip niet te willen hebben. 

Scherpte

Ik ben dol op de scherpte in mijn hoofd. Het kenmerkt me: logisch nadenken en dingen aan elkaar verbinden. Maar ook de scherpte was ver te zoeken. Dat werd me vooral duidelijk toen ik weer voor een gemeente aan de slag ging vanuit Hoedan, mijn eigen advies en projectleidersbureau. Een niet al te ingewikkelde opdracht in een middelgrote gemeente met fijne mensen. Maar wat ging het moeizaam de eerste periode. Ik kreeg er niet goed vat op, mijn focus was wazig en mijn energie beperkt. De grote lijnen verdwenen in de details en de details waren een soort soep van grote lijnen. De eerste twee maanden was ik rond 15.00 uur compleet gesloopt en het lukte me niet om op één dag te schakelen tussen Rootz en de gemeente. Nu kan ik niet helemaal mijn brein alleen de schuld hiervan geven, want mijn collega projectleider had er ook moeite mee in het begin. Er was ook nog wel wat focuswerk te doen in de organisatie zelf, maar ik ben gewend dat ik dat sneller helder heb, kan benoemen en in de hand heb. Het was hard werken om grip te houden.

Impact

Eigenlijk merkte ik dus pas hoe moeizaam het was geweest, toen ergens in mei mijn focus weer aan ging. We organiseerden een sessie met stakeholders en hun input en energie zetten bij mij een knop om. Toen ik daarna ging werken aan het eindproduct, kon ik opeens weer de grote lijnen en de details met elkaar verbinden. Ook lukte het om het tactische praktisch in te zetten om op strategisch vlak resultaat te krijgen. Wat voor mij altijd zo normaal was, was weer terug. Scherpte, inzichten en logische verbanden. Het lukte me ook weer om verschillende dingen op één dag te doen. Ik kon een paar uur werken voor de gemeente, even wat bij Rootz regelen, mijn kinderen horen over hun dag en wat aan het huishouden doen. Het lijkt zo simpel, maar dat was het lange tijd niet. Dat besef overviel me een beetje. Ergens had ik bedacht dat mijn gebrek aan scherpte en focus los stond van alles wat er gebeurd was en dat het niet beter zou worden. Ik heb gewoon niet goed doorgehad hoe groot impact van het overlijden van Brian was op mijn algehele functioneren. 

Door de wind, Seven Sisters (reisje in 2018 naar zuid-oost Engeland met Brian)

Zo dus

Dus ik heb een stapje gezet in het geleidelijke terugkeerproces: mijn scherpte is er weer. En dan nu lekker hard werken! Bij Rootz mooie items verkopen, met Yvette en de andere medewerkers, die allemaal ook heel hard werken. En vanuit Hoedan, mijn eigen advies- en projectbureautje, gemeentes helpen bij het ‘hoe dan’ van hun ambities. Dat is altijd hard werken. En tussendoor lekker genieten van vier gezellige kinderen, mijn familie, vrienden en van Ben (die niet meer als een WenBen voelt, maar lief, gezellig en stevig rondstiefelt in mijn leven). Er volgen vast nog meer stappen in het rouwproces. Blijkbaar zie je het soms pas achteraf. Ook dat blijft hard werken.

Straks dan wordt het lente…

Regen

Het afgelopen jaar was een somber jaar. Niet alleen door het overlijden van Brian, maar ook door de hoeveelheid regen die naar beneden viel. Het leek zelfs zo veel regen, dat ik soms twijfelde of het misschien alleen in mijn hoofd zo donker was en ik door mijn verdriet de zon niet meer herkende. Als ik echter bedenk hoe vaak ik met de hond daadwerkelijk door regenbuien moest, hij bij thuiskomst zijn natte vacht op de eikenhouten vloer stond uit te druppelen en ik dacht: “Nou kappen met die kutregen…!”, dan weet ik dat het niet alleen aan mijn gemoedstoestand lag. Er wás wel zon in Nederland het afgelopen jaar, maar bijzonder weinig en vooral toen ik in Spanje was. En natuurlijk had ik ook zon in Spanje – het was er zelfs een paar dagen rond de 40 graden – maar ook tijdens mijn weken op de camino waren er meer bewolkte dan zonnige dagen. En toen ik in oktober in Nederland terugkwam, regende het alweer. Hoe vaak liet de schoonmaakster niet op maandagochtend een schoon huis achter en kwam het langharig tuig op vier poten ’s middags thuis van de hondenuitlaatservice met het halve modderige bos in zijn poten dat zich dan gedurende een paar uur langzaam uit zijn vacht losliet om een donkerbruin humuslaagje te vormen op mijn mooie vloer? Te vaak, kan ik je zeggen!

Een nieuw jaar

Toch heeft deze wat sombere kijk op het weer van het afgelopen jaar wellicht ook een beetje met mijn gemoedstoestand te maken. Daar zou het cliché bij kunnen passen dat het lijkt alsof de zon nooit meer gaat schijnen na een groot verdriet. Maar dat klinkt vreselijk zwaar. Dat gaat over het gevoel dat het leven nooit meer beter wordt. Dat herken ik totaal niet. Er is genoeg om vrolijk over te zijn. Er zijn leuke ontmoetingen, fijne gesprekken, lieve kinderen, goede vrienden, spannende afspraakjes en succesvolle werkresultaten. En toch… als de zon dan even tussen de wolken doorpiept, merk ik een soort van oprechte verbazing bij mezelf die anderen niet ervaren. Hij is er nog, de zon… hij bestaat nog, ik was het even vergeten. En straks, straks dan wordt het lente. Ook dat was ik even kwijt. De sneeuwklokjes zijn er al in het park en de hyacinthen op tafel verspreiden hun zoete geur. En straks bloeien de forsythia en magnolia weer in de wijk en schijnt het lentezonnetje door de tuindeuren mijn woonkamer in. Ik moet even schakelen als ik er aan denk. En dat heeft niet alleen maar te maken met het feit dat het zulk baggerweer was dit jaar. Het komt ook doordat, als het straks dan lente is, er gevoelsmatig een nieuw jaar begint voor mij. Want hoewel de lente mij altijd een soort perspectief op nieuwe ervaringen biedt en een bepaalde vrolijke spanning vol nieuwe kansen en mogelijkheden met zich meebrengt, botsen de verwachtingen die de zingende merels in de vroege ochtend nu al een beetje in zich hebben toch met het mottige laagje somberheid in mijn hoofd. 

Klem

Misschien heeft het ook te maken met het gevoel dat ik soms een beetje vastzit in mijn leven. Ik ben compleet ingeregeld. Met een eigen bedrijf dat niet helemaal eigen is. Met een hond die maakt dat ik niet even een avondje naar, pak ‘m beet, Drenthe kan of na het werk spontaan ergens voor een borrel kan blijven hangen. Met werk bij gemeentes die toch vaak in dezelfde cirkeltjes draaien. Met zorg voor oude en jonge mensen (die ik uiteraard enorm liefheb). Het is natuurlijk niet zomaar één van deze dingen die maakt dat ik me wat beperkt voel in mijn bewegingsvrijheid, maar de combinatie van het geheel. En het feit dat ik het in mijn eentje aan moet kunnen. En daarnaast iets van onrust in mezelf dat ervoor zorgt dat het een probleem is voor me dat mijn leven er zo uitziet op het moment. Onrust omdat ik de mogelijkheden die de lente met zich meebrengt wil omarmen. En omdat het nu voelt alsof ik die ruimte niet heb. En wanneer er dan een clubje gakkende ganzen door de lucht vliegt, onderweg naar verre oorden of als ik de internationale trein op de brug over de IJssel zie rijden op weg naar stations die weer mogelijkheden bieden om verder te reizen, dan voel ik een sterke weemoed van binnen. Ik wil ook.

En straks, straks dan wordt het lente…

Maar zo werkt het leven niet. En daarom ploeter ik nog even voort met die weemoed in mijn hoofd. En, ‘note to self’, soms hebben dingen tijd nodig en werkt het beter om het even de ruimte te geven. Maar poeh hé, ik vind dat moeilijk! Die onrust neemt namelijk veel ruimte in mijn hoofd en zeurt in mijn lijf. En ik ben met dat soort dingen vreselijk ongeduldig. Als ik iets voel wat schuurt of ingewikkeld is, wil ik het liever meteen oplossen dan wachten tot het misschien vanzelf overgaat. Ik leg het liever open op tafel dan het op zijn beloop te laten. Ik benoem liever waar het op staat, dan eromheen te draaien. Maar dan kan ik nog wel eens grote dingen zeggen of rigoureuze beslissingen nemen. En misschien is het nog even niet zo’n goed idee om drastische dingen te doen. Misschien. Dus, ik ga proberen wat tijd te rekken bij mezelf. Ik heb een coach in de arm genomen om me een beetje te helpen bij dat proces van uitzoeken hoe ik ruimte vind in mijn leven. En dan wellicht, vind ik een weg uit dit doolhof in mijn hoofd… Door de wind, door de regen, dwars door alles heen… En was ik maar een dichter, dan kon ik dichter bij jou zijn… Want straks, straks dan wordt het lente…

Clichés

De diepgang van een meerkoet

Ik houd niet van clichés. Ik weet eigenlijk niet zo goed waarom. Ze geven me denk ik het gevoel dat ik voorspelbaar ben. Clichés hebben de diepgang van een meerkoet. Die beesten houden zoveel lucht vast onder hun veren dat, als ze zichzelf onder water proberen te plonsen, ze binnen een paar seconden als een badeendje weer boven het wateroppervlak uit ploppen. Mijn gevoel blijft vaak wat langer en dieper onder water. Hoewel er vaak een soort waarheid in een cliché zit, gaat die dus meestal in combinatie met mijn gevoel toch net niet op. Ik voel me er een beetje standaard door en ik houd ook niet van standaard. Standaard is eveneens voorspelbaar. 

Uit de routine

Misschien houd ik dus gewoon niet van voorspelbaarheid? Maar dat klopt ook niet helemaal. Nou, tot op een zekere hoogte. Ik heb denk ik een haat-liefde verhouding met voorspelbaarheid. Ik trek het niet als ik totaal niet weet waar ik aan toe ben. Daar word ik onrustig van. Zo plan ik mijn vakanties zorgvuldig: ik zoek de allerbeste locatie voor de meest redelijke prijs en weet welke mooie plekken er te bezoeken zijn op de plaats van bestemming. Ik ben ook heel lang in loondienst blijven werken, omdat ik financiële zekerheid wilde, terwijl werken als zzp’er misschien wel beter bij me paste. En ik heb er altijd wel moeite mee als iets op het laatste moment toch anders gaat dan ik het had bedacht. Maar te veel voorspelbaarheid trek ik ook niet zo goed, want dan wordt het saai en daar krijg ik ook onrust van. Dus mijn langste dienstverband was zes jaar en toen was ik al anderhalf jaar onrustig op zoek naar een andere baan. En dit jaar had ik bijvoorbeeld de behoefte om op Oudjaarsavond niet voorspelbaar op de bank te zitten met oliebollen op tafel en de oudejaarsconferentie op televisie. Dus ik ging naar een feest met twee mensen die ik nauwelijks ken. Ook ga ik liever niet meerdere keren naar één reisbestemming, dus dit jaar wil ik naar India, want daar ben ik nog nooit geweest. Misschien…, moet ik er wel bijzeggen, want daar komt de haat-liefde verhouding weer om de hoek kijken: India is wel heel onvoorspelbaar. Maar clichés… ja daar kan ik fel op reageren.

Bakerpraatjes

Tijdens mijn zwangerschappen bijvoorbeeld deden mensen steeds voorspellingen of ik een jongen of een meisje zou krijgen aan de hand van de vorm van mijn buik. Hele serieuze gesprekken kon dat opleveren tussen mensen. Zogenaamde bakerpraatjes. Ik zat er vaak met opgetrokken wenkbrauwen en kromme tenen naar te luisteren. Ook de aanname dat je het als vrouw allemaal fantastisch leuk vindt: zwanger zijn, baby’tjes in de wieg, moederen… dat je het moeilijk vindt als je je kind voor het eerst naar de kinderopvang brengt… Gek werd ik ervan. Opstandig ook. En geïrriteerd. Nog steeds. Waarom zeggen mensen dat soort stomme dingen? Waarom vragen ze niet hoe je er in zit in plaats van zo’n cliché op je te plakken? Ik ontwikkelde een soort van anti-houding tegen roze-wolkouders. Ik vond het heerlijk dat ik na drie maanden babygeprut weer aan het werk mocht en iemand anders af en toe de toch wat inperkende zorg voor de kleine hummel had.

Het cliché van de vader-dochterband

Rondom het overlijden van mijn vader kwamen er ook veel cliches langs. Aannames eigenlijk die invulling gaven aan mijn emoties zonder echt te weten hoe de band tussen mij en mijn vader was. Mensen projecteren vaak hun eigen gevoelens op de emotionele gebeurtenis van een ander. Dus er werd geconcludeerd dat de vader-dochterband bijzonder is, dat ik hem dus heel erg miste en dat ik wel heel erg verdrietig moest zijn. “Wat verschrikkelijk, je zal hem vast heel erg missen. Hou vol hè…” Maar ik sprak mijn vader soms maar twee of drie keer per jaar en omdat hij de laatste twaalf jaar van zijn leven erg gefocust was op zijn nieuwe leven met zijn vriendin, die ik wel graag mocht overigens, had hij weinig ruimte voor mijn broer en mij. Er was wel een band, maar die was meer vanuit vroeger en werd niet met woorden of gedrag in stand gehouden. Het was er gewoon, omdat ik er zo rond mijn 16e achter kwam dat ik mijn vader echt graag mocht. Ik denk dat dat andersom ook zo voelde voor hem, maar helemaal zeker weten doe ik het niet. Ik neem het aan, als het cliché dat vaders vaak heel veel van hun dochters houden.

Mijn vader, Wouter

Kerstclichés

Ook na Brians overlijden kom ik clichés tegen, hoewel het me tot nu toe ernstig is meegevallen gelukkig. De periode met feestdagen is echter een uitdaging als je niet van clichés houdt. Sowieso al, maar ‘de eerste kerst zonder Brian’ maakt dat veel mensen me een hart onder de riem willen steken. Het is lief en fijn dat mensen aan me denken en toch vind ik het moeilijk. Dat komt door die cliché-irritatie. Brian en ik hadden allebei niet zo veel met kerst en oud en nieuw. Te veel prikkels. Het waren niet de dagen dat wij blij waren als stel. Dus ik miste Brian niet met kerst. In ieder geval miste ik hem niet rondom de gezelligheid. Wel een beetje als mijn maatje in het samen niet zo van kerst houden. Ik miste hem niet met oud en nieuw. Ik had genoeg afleiding. Ik miste Brian toen ik de kerstboom had leeggehaald, de kerstversiering de schuur in was en het huis weer in de ‘terug-naar-het-normale-leven-stand’ ging. En ik had pas ruimte voor mijn eigen emoties toen er op 4 januari niemand in huis was. Even niet andermans emoties die ik toch nog steeds met voorrang mijn belevingswereld laat bezetten. “Claim ruimte voor jezelf!” schreef Brian met hoofdletters in ons boekje. En ik weet dus nog steeds niet zo goed hoe. En dat wordt zo langzamerhand ook een beetje een cliché…

Illustratie Francine Oomen, uit “Oomen stroomt over” (2017), Nijgh & Van Ditmar

Vuursalamanders

  • Dag 34 of 196
  • Van Ferreiros naar Gonzar
  • 17,3 km

Verplichte frisse lucht

Ik voel me nog steeds niet helemaal fit. Een verkoudheid misschien. Mijn gewrichten doen zeer en m’n voeten hebben er geen zin in. Ik sliep alweer slecht vannacht. De hostel was prima – vooral het ei en het uitzicht – en ook de bedden waren oké – redelijk stevig ondanks het gestapel – maar de mensen… ik trek het gewoon niet meer zo goed. Een Spaanse deed om 21.45 uur tot twee keer toe het grote zaallicht aan, terwijl de meerderheid al lag te slapen, en een Duitse vrouw had het blijkbaar bijzonder benauwd en gooide na een luide mopperklacht dat ze geen adem kon halen passief-agressief het raam wijd open. En niet zo maar een raam, nee een raam van 1,5 meter hoog en een meter breed. Helemaal open. Precies voor mijn bed. Ik zei nog zachtjes iets van “Nein, niet zo wijd”, maar ze hing half uit het raam om de frisse lucht op te snuiven en heeft dat waarschijnlijk niet gehoord, want toen ze klaar was met snuiven ging ze met flinke stappen weer haar bed in.

Voorraadje tijdelijke noodoplossingen

Eihuilen

Toen ik even later naar de wc ging heb ik het raam op een wat kleiner kiertje gezet. Ze kan de pot op. Frisse lucht is prima, maar ik laat me niet m’n bed uittochten door een mopperige Duitse slaapzaaldictator. Om 01.00 uur word ik wakker van de wind die in m’n gezicht blaast. Het raam staat weer wijd open en het stormt buiten.. Van de irritatie kan ik niet meer slapen. Op mijn telefoon, die ik er voor de afleiding even bij pak, zie ik een berichtje. De vader van Brian is overleden. Hij ging al een tijdje sterk achteruit en gisteren heeft hij het leven losgelaten. Een heel groot verdriet overvalt me. Op de een of andere manier maakt het overlijden van Brians vader pijnlijk duidelijk dat Brian er niet meer is. Het voelt alleen, het doet zeer en ik mis hem plots heel sterk. Ik moet er van huilen en om niet de hele slaapzaal wakker te snotteren ben ik maar een tijdje in het ei gaan hangen huilen.

Nog meer slaapzaalherrie

Als ik m’n bed weer in ga, doe ik natuurlijk eerst het raam dicht! Het stortregent nu. Niet lang nadat ik uiteindelijk weer slaap, schreeuwt een Spanjaard iets onverstaanbaar door de slaapzaal. Hij droomt blijkbaar dat er iets engs over zijn benen loopt, want hij schudt zijn slaapzak uit, zegt iets als “ieuwrts” en valt weer in slaap. Hij wel. Ik natuurlijk niet…

Vuursalamanders

Om 05.50 uur ben ik mijn bed uit gegaan en de camino op gestapt. Het is nog zeker een paar uur pikkedonker en waarschijnlijk mis ik daardoor wel wat mooie uitzichten aan het begin van de wandeling van vandaag, maar de zonsopgangen blijken uiteindelijk ook de moeite waard.

Rond 8.00 uur komt de zon op

En in het donker zie ik ook iets onvergetelijks dat ik niet had willen missen. Vuursalamanders! Ze zijn heel zeldzaam en Brian was er altijd erg op gebrand om ze te zien. Hij zocht eigenlijk elke vakantie wel even in de regionale internetsites van de plek waar we waren of er vuursalamanders voorkwamen daar. Hij heeft ze in mijn bijzijn echter nooit gevonden en hier op dit stukje camino struikel ik opeens bijna over ze. Er beweegt in het hoekje van de lichtbundel van mijn zaklamp iets en als ik goed kijk zie er eentje zitten. Ik schrik er van. Op dat stukje steken er zeker acht, vlak voor mijn voeten en super langzaam, de weg over. Tussen Ferreiros en A Parrocha. Heel traag en onhandig zijn ze. Ik snap wel dat ze zeldzaam zijn. Des te vet cooler dat ik ze gezien heb! Als ik dan even later ook nog twee puttertjes in een boom zie zitten begint mijn nuchtere hoofd toch te twijfelen over hogere machten.

Wat is snel?

Nog 100 km

Kort na mijn ontmoeting met de vuursalamanders passeer ik de ‘nog-maar-100-km-paal’. Geen mijlpaal in de letterlijke zin van het woord, maar wel in de figuurlijke. En hoe snel gaat het dan als je vier uur later nog maar 85 km moet lopen (eh, niet zo snel eigenlijk…). Maar goed. Ik eet een ontbijtje in Portomarin. Wandel weer even met John en arriveer dan bij het hostel van de dag. Een privé-kamer weer. Slapen zonder Duitse dictators en Spaanse schreeuwers!

Cruz de Ferro

  • Dag 28 of 190
  • Van Rabanal naar Molinaseca
  • 25,3 km

Ga ik iets achterlaten?

Vandaag is de dag dat ik Cruz de Ferro tegenkom. Het verhaal gaat dat je bij dit ijzeren kruis op de Camino je zorgen of je zonden of wat dan ook kunt achterlaten door een steen aan de voet van het kruis te leggen. Je kunt een steen oprapen op de weg naar boven of er eentje van huis meenemen. Ik heb al heel wat dagen na lopen denken wat ik zou willen achterlaten bij het kruis. Omdat ik deze pelgrimstocht loop om ruimte te vinden in mijn hoofd voor het verdriet om Brian, heb ik het gevoel dat het iets daarmee te maken moet hebben. Maar wil ik wel iets achterlaten? Wil ik het ons-gevoel dat ik steeds maar blijf oproepen bijvoorbeeld al loslaten?

Ik heb niet altijd de foto die exact past bij het verhaal in mijn blog, dus hier nog maar een uitzicht van vandaag. Buien in de ochtend.

Een moederlijke knuffel

Ik heb geen oog dicht gedaan vannacht. Niet omdat ik nou zo bezig ben met wat ik achter zou kunnen laten bij Cruz de Ferro, maar omdat slaapzalen soms gewoon een beetje veel zijn. Het bed is hard en smal. Mijn spieren doen pijn van al het lopen. Ik kan voor geen meter mijn draai vinden. En als ik te veel ga lopen draaien en bewegen maak ik de hele slaapzaal wakker. Om 06.15 uur gaat godzijdank m’n wekker. De Britse vrijwilligers van de albergue hebben een eenvoudig ontbijtje klaarstaan om 06.30 uur. Gisteren hadden ze ook al een afternoon tea, thee met melk en biscuits. Simpel maar schattig. De Britse, wat gezette tante heeft het ontbijtje al klaarstaan en maakt thee, uiteraard. Ze kijkt me eens goed aan als ik de keuken in loop. Ze ziet denk ik dat ik moe ben, want ze spreid haar armen om me een dikke knuffel te geven. Het is zo’n moederlijk gebaar dat ik het maar even laat gebeuren.

Een doorkijkje in de albergue van gisteren

Wat laat ik achter?

Na het ontbijt loop ik de berg omhoog. Het is nog donker. Ik heb de steen die ik van huis heb meegenomen in mijn hand. Halverwege de berg weet ik dat ik niet het ons-gevoel ga loslaten. Het is veel te belangrijk voor me; er zitten te veel fijne herinneringen aan. Ook al maakt het me verdrietig en weet ik dat ik niet voor eeuwig aan dat gevoel kan blijven plakken, ik houd hè nog lekker even bij me. Wat ik wel ga achterlaten zijn de stemmetjes die me al bijna mijn hele leven dwars zitten en die Brian zo liefdevol en met overtuiging uit mijn hoofd gepraat heeft. De stemmetjes die zeggen dat ik ingewikkeld ben of moeilijk doe. De stemmetjes die zeggen dat ik in problemen denk of de negatieve dingen zie. De stemmetjes die zeggen dat anders zijn of je anders voelen iets geks is. Die stemmetjes ga ik achterlaten bij Cruz de Ferro en alle liefde van en herinneringen aan Brian neem ik mee. Zijn opmerkingen en acties die maakten dat de stemmetjes hun mond hielden.

Brian wist van mijn ‘stemmetjes‘ en begon een protestbeweging

Bij het ijzeren kruis

Cruz de Ferro is een beetje een gekke plek. Ik dacht dat het een groot, imposant kruis zou zijn, bovenop een berg met een mooi uitzicht en stilte. Maar het is een klein kruis, bovenop een grote houten paal en het staat opeens ergens in een bocht langs de weg. Op de grote parkeerplaats staat een ronkende vrachtwagen te lossen en wegarbeiders maken grappen in schreeuwerig Spaans. Het maakt me niet uit, want misschien gaat het niet om het moment bij dit kruis, maar om de weg naar boven met de steen in mijn hand.

Slecht weer

De weg naar beneden is mooi, maar zwaar. Het regent en de afdaling is lang en steil en vol met grillige, gladde rotstoestanden. Het goed neerzetten van mijn voeten vraagt alle focus en aandacht, want ik ben moe en soms een beetje niet zo scherp. Het onweer dat over de berg rolt, geeft me weer een beetje energie; ik houd van noodweer. Natuurlijk blijf ik alert en tel ik de tijd die tussen de flitsen en de donder zit. Het wordt allemaal niet heel erg spannend. Maar de energie kan ik goed gebruiken.

En omdat ik weet dat er een privé-kamer met een groot bed op me wacht, maak ik me niet heel druk over de vermoeidheid. Ik beloof mezelf dat ik de komende dagen iets vaker een privékamer voor mezelf ga reserveren. Een beetje moe zijn is niet erg, maar de laatste dagen was ik té moe. Ik ga goed hoor mezelf zorgen.

Mijn kamer van vandaag

Chaggie

  • Dag 14 of 176
  • Van Belorado naar Agès
  • 27,9 km

Feest feest en nog eens feest

De hostel in Belorado is echt geweldig. Het heeft een tuin met olijfbomen, ligbedden en een zwembad! Ik ben niet in het zwembad geweest, maar heb wel heerlijk op het ligbedje gelegen onder de olijfboom. In het dorp was een mega feest. Een soort carnaval. Fanfarebandje, veel bier, gekke outfits en heel veel lol. En het ging de hele nacht door. Om 04.15 uur ‘s nachts ging het fanafare bandje de straten nog eens door. En het leuke was: het hostel waar ik sliep was op nog geen 100 meter van de drukste bar van het dorp…

Herkenbaar

Na ongeveer een uurtje slaap maar die nacht (het feest ging, had ik vandaag de langste dag tot nu toe voor de boeg. Ik kwam een fantastisch lieve Amerikaanse tegen die dezelfde struggles heeft als ik een paar jaar geleden. Heel veel herkenbare dingen. Katie heet ze. We liepen een tijdje met elkaar op. En toen ik mijn eigen tempo weer ging lopen, kon ik haar vertellen dat ik haar een interessant en prettig iemand vind. En ze begreep waarom ik dat zei. Soms is het gewoon nodig om dat tegen iemand te zeggen.

Zwaar

Het laatste stuk was zwaar en warm. Eerst 5 kilometer omhoog lopen om er vervolgens 7 naar beneden te lopen. Het voelde een beetje zinloos, maar het was ook een erg mooie wandeling omhoog. Het stuk naar beneden was echter mega saai! En lang. En warm. En ik had zere voeten. En ik was moe. Eindelijk kwam dan het einde in zicht. Een dorpje waar ik even een cola kon drinken met een pecanbroodje en een tortilla kon eten. Bij een allerschattigst, maar volgeboekte albergue. Daarna ging de turbo focus aan. En na ruim een half uur zie ik het dorp waar wel plek is in de herberg.

Irritatie

Ik slaap bij drie mensen die ik allemaal vervelend vind. Een Italiaanse mansplainer die denkt dat je blaren krijgt als je voeten te droog zijn. Een Amerikaanse dokter die een mopperhoofd heeft en alleen maar bozig doet over van alles. Ze zegt dat het stom is dat Amerikanen altijd roepen dat je alles in worden als je maar hard genoeg werkt. En even later vertelt ze dat ze vanuit een hele armoedige jeugd zich tot dokter heeft gestudeerd en dat ze echt niet slimmer is dan een ander, dus dat als je maar hard genoeg werkt… ze krijgt de logica niet te pakken. En dan is er nog een jonge Amerikaanse die 35 kilometer per dag loopt en zegt dat de Camino geen wedstrijd is. Ze irriteren me. Maar ik ben dan ook moe en ik irriteer me snel als ik moe ben. Dan word ik onaardiger. Een beetje chaggie. Ik mis Brian.

Slapen

Bij het eten is Sean er ook. En een zachtaardige Duitse jongeman die graag acteur wil zijn, maar begrafenisondernemer is en die verdriet heeft om zijn moeder die vorig jaar is overleden. Er ontstaan weer ‘goede gesprekken’, maar ik doe er niet aan mee. Ik mis Brian. En ik heb geen zin om dat te delen met mensen die ik vervelend vind. Ik ben moe. Ik ga m’n spullen klaarzetten en slapen. Denken aan de mooie beelden van vandaag…