Lieve Brian,

Het is lang geleden dat één van mijn teksten begon met de aanhef ‘Lieve Brian’. Eerst schreef ik je elke avond, in het notitieboek dat jij op de laatste dag van je leven aan me gaf. Maar toen ik tijdens de camino een dagelijkse blog schreef, veranderde dat. Het klinkt echt super onaardig, maar het werd te veel om ook aan jou te schrijven. Sorry. Een enkel keertje zat er, zoals nu, echt speciaal aan jou een ‘Lieve Brian-blog’ tussen. Dan had ik opeens zo veel herinneringen aan je of gevoel bij je. Dan kon het niet anders. Maar sinds de laatste Lieve Brian-blog heb ik niet meer aan je geschreven. Het zit namelijk zo: ik weet niet zo goed wat ik je moet vertellen. Of eigenlijk, ik kan je alles wel vertellen. Het leven gaat verder, ik ga verder en er is natuurlijk van alles dat ik kan delen. Maar als ik al die nieuwe dingen met jou zou delen, zou er altijd een beetje een somber randje aan die gebeurtenissen kleven. Ik zou voor mijn gevoel blijven hangen in vroeger, in ons. En dat is niet meer. Dat is een beetje naar de achtergrond.

Op slot

De afgelopen maanden echter, leek je heel ver naar de achtergrond. Soms zo ver dat het net was alsof je helemaal niet bestaan hebt. En dat voelt heel gek. We praten natuurlijk over je, je naam valt regelmatig, je foto staat in de woonkamer en je as zit in het stoere bronzen Benin luipaard dat op het groene kastje staat in mijn slaapkamer. Maar ik was in mijn hoofd minder met je bezig. En ook met mijn hart voelde ik je eigenlijk weinig. Als ik naar je foto’s keek, die met enige regelmaat op mijn telefoon voorbij komen, waren het gewoon plaatjes en had ik er nauwelijks emoties bij. Ik voelde de herinneringen die erbij hoorden niet, noch de warmte die er tussen ons was. Misschien hoort het er wel bij, omdat de tijd dit met zich meebrengt en omdat ik logischerwijs ook met andere dingen bezig ben, zoals werk, Rootz, veel sporten en een beetje daten. Maar soms voelde ik zelfs een lichte irritatie en dat zit me dwars. Ik kan er niet goed de vinger op leggen. Het zit een beetje op slot en dat stoort me, want (1) ik had heel veel gevoel bij je en (2) zo werkt het normaalgesproken niet bij mij. Ik ga niet op slot.

Herinneringen

Nu doe ik dus wat we hadden besproken: ik ben een beetje aan het daten. Soms heb ik daardoor interessante gesprekken (soms ook niet…). Ergens begin februari leerde ik een man kennen via een dating-app, die me op een gegeven moment vertelde dat zijn zus die dag te horen had gekregen dat ze borstkanker heeft en hoe dat gegaan was. Hij wist van jouw overlijden en hij benoemde heel attent dat het voor mij misschien confronterend was om dat te horen. Precies op het moment dat ik nonchalant en semi-stoer dacht: “Nou dat zal wel meevallen hoor”, kwamen de beelden van hoe we samen in het ziekenhuis zaten toen duidelijk werd dat er iets niet goed was. Weet je het nog? Ik zie het nog precies. Je belde me dat ik toch moest komen, omdat ze na het vrij routinematige eerste onderzoekje gezegd hadden dat je moest blijven voor verder onderzoek. Toen ik op de kamer kwam, zat je in je wit-blauwe ziekenhuishemd en je had een roesje gekregen en het onderzoek al gehad. Ondanks je rode wangen, zag je er kalm uit, maar je keek me met wat bezorgde, alerte, grote ogen aan. Er zou dezelfde dag nog een uitslag komen en een gesprek plaatsvinden. Ik was natuurlijk weer nonchalant en semi-stoer kalm. Jij wist het al; het was niet goed. Twee uur later hoorden we dat darmkanker je lijf van binnen aan het kidnappen was.

Samen in de lift van het ziekenhuis

Wegduwen

De geïnteresseerde man aan de andere kant van de chat stelt een paar vragen over je. En hij negeert een tijdje mijn vragen, die ik stel als ontsnappingsluikje voor hem, want misschien wil hij het er eigenlijk niet over hebben… wie ben ik om hem zo te confronteren met mijn overleden partner meteen al aan het begin van het contact? Maar de vragen zijn er en ik merk dat over jou vertellen aan iemand die jou niet kent het mogelijk maakt om je op een andere manier te herinneren dan wanneer ik het met vrienden over je heb. Zij weten het al. Het roept herinneringen op, deze vragen. En met die herinneringen komt toch ook het verdriet. Omdat we toen nog samen begonnen aan deze nachtmerrie. Omdat we toen nog samen een toekomst dachten te hebben. Omdat we tot toen meer waren dan alleen die ziekte. Goed om dat weer te voelen. De herinneringen maken echter ook pijnlijk duidelijk dat ik je lange tijd niet gevoeld heb en dat ik er, ook nu, eigenlijk niet zo goed bij kan, en wil. En voordat ik het weet heb ik al dat gevoel ook snel weer aan de kant geduwd. Door mijn eigen ontsnappingsluikje… Wat is dat toch? Ik begrijp het niet zo goed.

Het ontsnappingsluikje… laat ie dan maar uiterst charmant zijn toch?

Systemisch voelen

Zondag was een vriendin bij me op bezoek. Jij hebt ons aan elkaar gekoppeld nog niet zo lang geleden. Je zei: “Ga eens koffie drinken samen. Ik denk dat het klikt” En dat is ook zo. Ik mag haar graag en we vinden allebei gedoe met mannen moeilijk soms, dus genoeg om over te praten. Zij doet iets met coaching en systemisch werken en stelde voor dat ze me een paar vragen zou stellen aan de hand van briefjes waar ik dan bij moest gaan staan om te voelen wat ik voel. Een briefje met het nu, een briefje met wat er in de weg staat en een briefje met hoe het is als het allemaal klopt. Wanneer ik bij het briefje met het nu sta, voel ik een beetje weerstand, en vooral chaos en onrust. Ik probeer erdoorheen te voelen, de boel te structureren en er een geheel van te maken, totdat ik besef dat het misschien wel weerstand, chaos en onrust is wat ik voel nu. Okéeeej… Maar hoe het dan zou moeten voelen als het allemaal klopt, weet ik op het moment dat ik bij dat bewuste briefje sta niet zo goed. Rustig, denk ik, veilig, overzichtelijk, kunnen genieten, niet te veel moeten en wel veel sporten? 

De briefjes…

In de war

Daarna sta ik bij het wat-staat-er-in-de-wegbriefje. Eerst voel ik helemaal niks. Ik sta een beetje met mijn armen over elkaar, haal mijn schouders op en heb geen idee. Maar dan opeens voel ik dat ik boos ben. Niet alleen boos in het algemeen, maar ook boos op jou. Ik weet het, je vond het vreselijk als ik boos op je was. Het maakte je onzeker. Je wilde ook echt niet dat ik boos op je was dat je dood ging. En je had natuurlijk gelijk. Jij kon er niks aan doen dat je kanker kreeg en dat ben ik compleet met je eens. Alleen ik ben niet altijd een weldenkend en rationeel wezen. Soms ben ik gewoon een beetje in de war. Dus sorry dat ik nu hier speciaal een Lieve Brian-blog van maak, maar ik moet het toch aan je kwijt.

Omgeven door onweersbuien tijdens een vroege ochtend op de camino

De zonder-jou-chaos

Ik denk dat ik het onbewust al een tijdje weet, dat ik boos op je ben. Daarom voel ik de fijne dingen ook niet meer zo makkelijk. Ik ben boos omdat je er niet meer bent (mijn god wat een cliché). Boos dat mijn toekomst samen met jou er niet meer is, vol vertrouwde, veilige en oergezellige liefde. Boos dat ik weer opnieuw moet beginnen. Dat ik weer op zoek moet (wil) naar een liefde, met alle onzekerheden, twijfels en mogelijke afwijzing waar ik echt niet goed in ben en ontzettend klaar mee was. Boos dat ik dat soort ervaringen, hoe gek het ook klinkt, niet met jou kan delen en dat je het dan snapt en ik ook. Boos dat ik sowieso niks met je kan delen en alles alleen moet doen: Rootz runnen, de portcollectie redden van 10 cm hoog water in de kelder, de stapels moderne kunst in de kunstkamer opruimen en verkopen, de bonsai boompjes in de tuin te nat of te droog laten overleven, de wildguppen die je in Suriname hebt gevangen eten geven en niet in paniek raken omdat er vanmorgen eentje dood in de bak dreef, de schuur met je oude aquaria opruimen terwijl ik als de dood ben voor de spinnen die daar natuurlijk een woninkje in gevonden hebben, de daktuin gras- en watervrij houden, de auto naar de garage brengen, de vaatwasser uitruimen, boodschappen doen, was ophangen terwijl ik eigenlijk al te moe ben, de hond uitlaten (lang leve de kinderen)… (stief)moeder zijn voor die vier jongmensen… en …mezelf redden. 

Het voelt niet altijd helemaal op orde… en dit was de positieve kant van het huis

Boos

Boos ben ik, omdat jij acht jaar geleden mijn leven binnenstormde, we een samengesteld gezin runden, jij die verzamelingen in huis haalde, we een bedrijf opbouwden, elkaar gelukkig maakten, het leven mooi was en jij er vervolgens tussenuit piept. Ik weet wel dat je dat zelf niet wilde, maar het is toch kut. Het maakt me boos en ik vind het oneerlijk. Je ging zo snel soms. Groter en meer. Ik kon het niet altijd bijhouden. Rootz zeven dagen per week open. Kisten vol port in de kelder. Stapels lithografieën en zeefdrukken op zolder. En nog net even, op het laatst, die bonsaiboompjes in de tuin. Ja, daar had ik nee tegen moeten zeggen, tegen die bonsaiboompjes. Maar je argumenten waren altijd sterk, je vertrouwen groot en je enthousiasme enorm… die glinstering in je ogen, ik kon er vaak niet tegenop. Als mensen voor het eerst bij me thuis komen, zeggen ze dat mijn huis zo leuk ingericht is. Ik vraag me wel eens af hoe het huis eruit gezien had als ik jou niet had leren kennen. Jij regelde het altijd in een mega tempo als er iets nodig was. En ook als het niet nodig was. Voor ik het wist hadden we nieuwe stoelen, kochten we een nieuwe kast, hing er weer een nieuw schilderij, hadden we gifkikkers, wandelende takken of agaatslakken en stond er een levensgrote boeddha in de tuin. Er was altijd iets nieuws, er was altijd meer. En dan is het ook nog zo dat die hobby’s en bezigheden jou tot een interessant en veelzijdig iemand maakten en iedereen vol bewondering over je praat en je een soort halve heilige geworden bent met al je mooie uitspraken en je dappere manier van doodgaan. Maar ik zit er nu mee! En zonder!

De grote agaatslakken (12 cm per slak) hier in een nog schone bak…

De grote mensen analyse

Dus ik ben boos. Op jou… Denk ik…?! Of op mezelf? Ook? Op ons? Of op de situatie?

Allemaal vragen. Waarom zijn al die verzamelingen hier in huis? Waarom liet ik me overrompelen? Waar was ik? Wíe was ik in dat geheel? Wie ben ik zonder jou? En dan sta ik opeens te huilen met twee voeten op het wat-staat-er-in-de wegbriefje.… dikke tranen. Het was natuurlijk nooit de bedoeling dat je dood zou gaan toen de verzamelingen het huis in kwamen. Ja, je was sneller dan ik en ik liet me soms overrompelen. Een leerpuntje. Maar moet ik dan boos zijn op jou, of op mij, of op ons? Misschien op de situatie? En maakt dat überhaupt iets uit? Het was er. Die boosheid. Het zat een beetje in de weg, dus het is goed om het te snappen. En er een beetje met compassie naar te kijken, zoals de lieve, systemische vriendin het benoemt en ook de snel denkende intelligente Drent met al zijn vlotte inzichten het even tussen twee zinnen door opmerkt. De grote vraag is vooral: hoe vind ik mijn eigen weg in dit geheel van ons samen en mij alleen en is het oké dat mijn weg er anders uitziet dan onze weg?

Missen

  • Dag 26 of 188
  • Van San Martin del Camino naar Astorga
  • 24,2 km

Lieve Brian

Ik ben moe. Gisteren heb ik onderweg met Katie veel gepraat over allerlei dingen van vroeger. Over je niet altijd thuis voelen bij je leeftijdsgenoten en over de wat meer gevoelige kanten van mezelf. En over hoe jij me vanaf dag één accepteerde zoals ik was, onvoorwaardelijk. We hadden het over hoe fijn het is als je kan liefhebben en terugliefgehebt wordt. En hoe wij dat met elkaar hadden. ‘s Avonds keek ik boven in mijn stapelbed naar foto’s van jou. Het is fijn om naar je te kijken en te herinneren hoe het was Vooral de random momenten tijdens de dagelijkse toestanden Maar het schuurt ook. Dus natuurlijk miste ik je meteen enorm.

En vandaag ben ik moe. Moe van het vele lopen, het vroege opstaan, mijn rugzak dragen en op de weg letten. Moe van het vele praten in de albergues, dezelfde gesprekken elke keer. Amerikanen met hun maniertjes, Australiërs met hun accentje, groepstoestanden waar ik niet bij wil horen, herriemakende mensen in slaapzalen. Geen scheetjes kunnen laten, aan je kont krabben of in je neus peuteren. Niet even een flinke huilbui hebben of zelfs een kleintje zonder dat iemand je meewarig aankijkt. Zelfs gewone mensen die gewone gesprekken voeren vind ik vervelend. Dus ik ben moe. En als ik moe ben mis ik jou, want toen je er nog was kon ik als ik moe was gewoon even tegen je aan gaan staan en dan keek je me even aan en dan zei ik: ”moe…“ en dan gaf je me zo’n lieve grote berenknuffel en een kus en dan voelde ik me gezien, gehoord en begrepen.

Ik weet dat het geweldig was dat we in ieder geval die grote liefde gekend hebben, maar het is soms gewoon kut en verdrietig en groot dat je er niet meer bent. Dat ik niet meer mijn meest ingewikkelde gedachten tegen je aan kan leggen. Of gewoon mijn hoofd op je schouder kan leggen. Of even met je kan bellen, om tegen je aan te praten. Of dat ik weet dat je thuis op me zit te wachten. Dat je me lief hebt voor wie ik ben en dat ik jou lief kan hebben.

Vandaag hoorde ik dat Ina overleden is. Ze kende je goed. Ze was op jouw afscheid en haar aanwezigheid maakte jouw bestaan voor mij groter, omdat zij jou zoveel langer kende en ze ook dol op je was. Het maakt me verdrietig. Ik kan niet bij haar afscheid zijn. Ik ken haar eigenlijk niet eens heel goed. Maar ik vond haar warm en tof en ze mocht je graag. Ik hoop dat jullie elkaar tegenkomen.

Ik mis je
Ik hou van je
Kus

Lieve Brian

  • Dag 22 of 184
  • Van Bercianos naar Manzilla de las Mulas
  • 26,6 km

Een half jaar

Vandaag is het een half jaar geleden dat Brian overleed. Precies 184 dagen. Dus mocht je je hebben afgevraagd waarom er steeds bovenaan mijn blog staat “dag 1 of 163”, “dag 13 of 175” of zoals nu “dag 22 of 184”…? Vanaf dag één na Brians overlijden heb ik elke dag een brief aan hem geschreven in het notebook dat ik kreeg van hem. Met de datum erboven en hoeveelste dag het is na zijn overlijden. Vandaag schreef ik dit aan Brian.

Hallo lief schatje,

Vandaag is het zes maanden geleden dat je overleed. En ik voel de hele dag dat ik zo trots op je ben! Trots op jou, dat je bent doodgegaan zoals je bent doodgegaan. Zo stoer, zo zonder klagen, zo dapper het grote niets tegemoet. Terwijl je hoofd er nog geen genoeg van had, gaf je lijf het op. Je hebt alles gezegd wat je wilde zeggen, je hebt intens afscheid genomen van de mensen die je lief had en van het leven, je hebt gevoeld, gehuild, gelachen tot het niet meer ging. En temidden van ons allemaal ging je zo maar dood. Je vertrouwde het ons toe om zonder jou iets van ons leven te maken, om op onze manier afscheid te nemen van jou, om onze eigen keuzes te maken in het leven. “LEEF 1x” schreef je op het mapje van je administratie dat we later vonden. Het was het enige advies dat je meegaf. Dat je zo elegant en soepel het leven los kon laten, maakt dat ik zo trots op je ben. Je kon groots denken en klein zijn, je kon enorm leven en kalm doodgaan. Jij kon zoveel mooie dingen doen en zijn!

Ik hou van het gevoel dat wij zo ontzettend veel van elkaar hielden en dat we zo ontzettend goed bij elkaar pasten. Tegelijkertijd maakt het me ook zo ontzettend verdrietig. Het is mooi en klote tegelijk. Je schreef het ook ongeveer zo in ons boekje: “Twee mooie mensen met dezelfde gedachten. De perfecte match. Eeuwig zonde, maar tegelijkertijd heel mooi.” Ja schatje, en ook dan ben ik trots op je. Jij die niet zo goed met woorden of met gevoel zou zijn, zei toch vaak met weinig woorden hele gevoelige dingen.

Achterop deze foto schreef je dat…

Trots en blij, “en een tikje gek op jou.” Ook dat laatste schreef je in ons boekje, achterop een foto waar ik een beetje bijzonder op sta en die jij heel veelzeggend vond over dat ik niet doorsnee zou zijn en dat je dat zo mooi vindt aan mij. En dat je tegelijkertijd in mijn ogen denkt te zien dat ik een tikkie gek op jou ben.

Het klopt! Je zegt het goed. Alleen wel iets meer dan een tikkie ben ik gek op jou. Ik durfde bij jou niet-doorsnee te zijn. Een tikje gek inderdaad. En ik durfde bij jou me fantastisch te voelen. Gewoon ook trots op mezelf te zijn. En nog steeds. Jij deed dat! En ik voor jou. Samen onszelf!

Ik mis dat

Lieve Brian

  • Dag 10 of 172
  • Van Viana naar Navarrete
  • 22,7 km

Lieve Brian

Ik vergeet soms dat het zo groot is. Heel vaak voelt het alsof je er nog bent, maar dan heel goed verstopt. Misschien doordat er nog zo veel samen-dingen zijn; ons huis, Rootz, alle moderne kunst, de ideeën en plannen die we samen hadden, ons ‘toewerken-naar-jouw-overlijden’ en onze ideeën over ‘hoe verder na jouw overlijden’. We bespraken alles samen, gingen het samen aan. En voor mijn gevoel is dat er allemaal nog. Er lijkt niks veranderd. En toch is alles anders. Alles! Ik vind je dood zo ongrijpbaar. En vandaag is zo’n dag dat het ten volle tot me doordringt.

Lopen in het donker

Vanmorgen ging ik vroeg weg en liep alleen. Tijdens het lopen ben ik heel veel met je bezig geweest. Daar was ruimte voor, want ik kwam niemand tegen onderweg. Het eerste uur liep ik in het donker. Dat vind ik iets rustgevends hebben. Ik heb veel teruggedacht aan de tijd dat je er nog was. Ik ben er even voor gaan zitten op een bankje onder een berk (ook omdat mijn voeten echt vet zeer deden). Tot nu toe heb ik dat nog niet zo veel gedaan, zomaar ergens random gaan zitten (zonder koffie of wc-optie). Het is aan de ene kant heel fijn om terug te denken aan de levendige jij; we hadden zo veel mooie momenten samen. Aan de andere kant doet het pijn; ik mis je zo verschrikkelijk en voel me enorm verdrietig. Maar ik doe dat wel bewust, aan jou denken. Want als er veel afleiding is, voelt het alsof ik er zomaar aan voorbij ga dat je er niet meer bent. Het voelt gek dat dat kan.

Berkenbankje

Ik ben vandaag veel bezig geweest met die ongrijpbaarheid van je dood. Ik kan het niet goed aan mezelf uitleggen. Dat je dood bent voelt zo groot, dat ik niet begrijp dat ik niet constant in stukjes ben of er continu mee bezig ben. Vaak praat ik nog over je in de tegenwoordige tijd. Het is ontzettend moeilijk te vatten. Ik leef, klets en lach gewoon verder. En toch, jouw dood voelt als een steen in mijn hart.

Ik en de bestemming van de dag op de achtergrond

Soms heb ik het gevoel dat je als een soort ballonnetje achter me aan zweeft. Dat je in alles wat ik doe op de achtergrond aanwezig bent. Maar soms is het ook gewoon leeg en somber en stil en saai. Tijdens de Camino loop je met me mee op verschillende manieren. Natuurlijk in mijn hoofd en mijn hart, door de puttertjes die ik tegenkom in kleine groepjes langs de kant van de weg, maar ook in items die ik bij me heb. Je foto hangt aan mijn tas. En het witte monstertje. Je grijparmde het omhoog uit die kermisattractie voor kleine kinderen in dat gare buitenwijkwinkelcentrumpje van Lissabon. En natuurlijk heb ik de ketting met je as om. Vandaag was een verdrietige dag. Je bent mijn lieve schatje. Ik huil om jou.

Ziet iemand de gelijkenis?