Lieve Brian,

Het is lang geleden dat één van mijn teksten begon met de aanhef ‘Lieve Brian’. Eerst schreef ik je elke avond, in het notitieboek dat jij op de laatste dag van je leven aan me gaf. Maar toen ik tijdens de camino een dagelijkse blog schreef, veranderde dat. Het klinkt echt super onaardig, maar het werd te veel om ook aan jou te schrijven. Sorry. Een enkel keertje zat er, zoals nu, echt speciaal aan jou een ‘Lieve Brian-blog’ tussen. Dan had ik opeens zo veel herinneringen aan je of gevoel bij je. Dan kon het niet anders. Maar sinds de laatste Lieve Brian-blog heb ik niet meer aan je geschreven. Het zit namelijk zo: ik weet niet zo goed wat ik je moet vertellen. Of eigenlijk, ik kan je alles wel vertellen. Het leven gaat verder, ik ga verder en er is natuurlijk van alles dat ik kan delen. Maar als ik al die nieuwe dingen met jou zou delen, zou er altijd een beetje een somber randje aan die gebeurtenissen kleven. Ik zou voor mijn gevoel blijven hangen in vroeger, in ons. En dat is niet meer. Dat is een beetje naar de achtergrond.

Op slot

De afgelopen maanden echter, leek je heel ver naar de achtergrond. Soms zo ver dat het net was alsof je helemaal niet bestaan hebt. En dat voelt heel gek. We praten natuurlijk over je, je naam valt regelmatig, je foto staat in de woonkamer en je as zit in het stoere bronzen Benin luipaard dat op het groene kastje staat in mijn slaapkamer. Maar ik was in mijn hoofd minder met je bezig. En ook met mijn hart voelde ik je eigenlijk weinig. Als ik naar je foto’s keek, die met enige regelmaat op mijn telefoon voorbij komen, waren het gewoon plaatjes en had ik er nauwelijks emoties bij. Ik voelde de herinneringen die erbij hoorden niet, noch de warmte die er tussen ons was. Misschien hoort het er wel bij, omdat de tijd dit met zich meebrengt en omdat ik logischerwijs ook met andere dingen bezig ben, zoals werk, Rootz, veel sporten en een beetje daten. Maar soms voelde ik zelfs een lichte irritatie en dat zit me dwars. Ik kan er niet goed de vinger op leggen. Het zit een beetje op slot en dat stoort me, want (1) ik had heel veel gevoel bij je en (2) zo werkt het normaalgesproken niet bij mij. Ik ga niet op slot.

Herinneringen

Nu doe ik dus wat we hadden besproken: ik ben een beetje aan het daten. Soms heb ik daardoor interessante gesprekken (soms ook niet…). Ergens begin februari leerde ik een man kennen via een dating-app, die me op een gegeven moment vertelde dat zijn zus die dag te horen had gekregen dat ze borstkanker heeft en hoe dat gegaan was. Hij wist van jouw overlijden en hij benoemde heel attent dat het voor mij misschien confronterend was om dat te horen. Precies op het moment dat ik nonchalant en semi-stoer dacht: “Nou dat zal wel meevallen hoor”, kwamen de beelden van hoe we samen in het ziekenhuis zaten toen duidelijk werd dat er iets niet goed was. Weet je het nog? Ik zie het nog precies. Je belde me dat ik toch moest komen, omdat ze na het vrij routinematige eerste onderzoekje gezegd hadden dat je moest blijven voor verder onderzoek. Toen ik op de kamer kwam, zat je in je wit-blauwe ziekenhuishemd en je had een roesje gekregen en het onderzoek al gehad. Ondanks je rode wangen, zag je er kalm uit, maar je keek me met wat bezorgde, alerte, grote ogen aan. Er zou dezelfde dag nog een uitslag komen en een gesprek plaatsvinden. Ik was natuurlijk weer nonchalant en semi-stoer kalm. Jij wist het al; het was niet goed. Twee uur later hoorden we dat darmkanker je lijf van binnen aan het kidnappen was.

Samen in de lift van het ziekenhuis

Wegduwen

De geïnteresseerde man aan de andere kant van de chat stelt een paar vragen over je. En hij negeert een tijdje mijn vragen, die ik stel als ontsnappingsluikje voor hem, want misschien wil hij het er eigenlijk niet over hebben… wie ben ik om hem zo te confronteren met mijn overleden partner meteen al aan het begin van het contact? Maar de vragen zijn er en ik merk dat over jou vertellen aan iemand die jou niet kent het mogelijk maakt om je op een andere manier te herinneren dan wanneer ik het met vrienden over je heb. Zij weten het al. Het roept herinneringen op, deze vragen. En met die herinneringen komt toch ook het verdriet. Omdat we toen nog samen begonnen aan deze nachtmerrie. Omdat we toen nog samen een toekomst dachten te hebben. Omdat we tot toen meer waren dan alleen die ziekte. Goed om dat weer te voelen. De herinneringen maken echter ook pijnlijk duidelijk dat ik je lange tijd niet gevoeld heb en dat ik er, ook nu, eigenlijk niet zo goed bij kan, en wil. En voordat ik het weet heb ik al dat gevoel ook snel weer aan de kant geduwd. Door mijn eigen ontsnappingsluikje… Wat is dat toch? Ik begrijp het niet zo goed.

Het ontsnappingsluikje… laat ie dan maar uiterst charmant zijn toch?

Systemisch voelen

Zondag was een vriendin bij me op bezoek. Jij hebt ons aan elkaar gekoppeld nog niet zo lang geleden. Je zei: “Ga eens koffie drinken samen. Ik denk dat het klikt” En dat is ook zo. Ik mag haar graag en we vinden allebei gedoe met mannen moeilijk soms, dus genoeg om over te praten. Zij doet iets met coaching en systemisch werken en stelde voor dat ze me een paar vragen zou stellen aan de hand van briefjes waar ik dan bij moest gaan staan om te voelen wat ik voel. Een briefje met het nu, een briefje met wat er in de weg staat en een briefje met hoe het is als het allemaal klopt. Wanneer ik bij het briefje met het nu sta, voel ik een beetje weerstand, en vooral chaos en onrust. Ik probeer erdoorheen te voelen, de boel te structureren en er een geheel van te maken, totdat ik besef dat het misschien wel weerstand, chaos en onrust is wat ik voel nu. Okéeeej… Maar hoe het dan zou moeten voelen als het allemaal klopt, weet ik op het moment dat ik bij dat bewuste briefje sta niet zo goed. Rustig, denk ik, veilig, overzichtelijk, kunnen genieten, niet te veel moeten en wel veel sporten? 

De briefjes…

In de war

Daarna sta ik bij het wat-staat-er-in-de-wegbriefje. Eerst voel ik helemaal niks. Ik sta een beetje met mijn armen over elkaar, haal mijn schouders op en heb geen idee. Maar dan opeens voel ik dat ik boos ben. Niet alleen boos in het algemeen, maar ook boos op jou. Ik weet het, je vond het vreselijk als ik boos op je was. Het maakte je onzeker. Je wilde ook echt niet dat ik boos op je was dat je dood ging. En je had natuurlijk gelijk. Jij kon er niks aan doen dat je kanker kreeg en dat ben ik compleet met je eens. Alleen ik ben niet altijd een weldenkend en rationeel wezen. Soms ben ik gewoon een beetje in de war. Dus sorry dat ik nu hier speciaal een Lieve Brian-blog van maak, maar ik moet het toch aan je kwijt.

Omgeven door onweersbuien tijdens een vroege ochtend op de camino

De zonder-jou-chaos

Ik denk dat ik het onbewust al een tijdje weet, dat ik boos op je ben. Daarom voel ik de fijne dingen ook niet meer zo makkelijk. Ik ben boos omdat je er niet meer bent (mijn god wat een cliché). Boos dat mijn toekomst samen met jou er niet meer is, vol vertrouwde, veilige en oergezellige liefde. Boos dat ik weer opnieuw moet beginnen. Dat ik weer op zoek moet (wil) naar een liefde, met alle onzekerheden, twijfels en mogelijke afwijzing waar ik echt niet goed in ben en ontzettend klaar mee was. Boos dat ik dat soort ervaringen, hoe gek het ook klinkt, niet met jou kan delen en dat je het dan snapt en ik ook. Boos dat ik sowieso niks met je kan delen en alles alleen moet doen: Rootz runnen, de portcollectie redden van 10 cm hoog water in de kelder, de stapels moderne kunst in de kunstkamer opruimen en verkopen, de bonsai boompjes in de tuin te nat of te droog laten overleven, de wildguppen die je in Suriname hebt gevangen eten geven en niet in paniek raken omdat er vanmorgen eentje dood in de bak dreef, de schuur met je oude aquaria opruimen terwijl ik als de dood ben voor de spinnen die daar natuurlijk een woninkje in gevonden hebben, de daktuin gras- en watervrij houden, de auto naar de garage brengen, de vaatwasser uitruimen, boodschappen doen, was ophangen terwijl ik eigenlijk al te moe ben, de hond uitlaten (lang leve de kinderen)… (stief)moeder zijn voor die vier jongmensen… en …mezelf redden. 

Het voelt niet altijd helemaal op orde… en dit was de positieve kant van het huis

Boos

Boos ben ik, omdat jij acht jaar geleden mijn leven binnenstormde, we een samengesteld gezin runden, jij die verzamelingen in huis haalde, we een bedrijf opbouwden, elkaar gelukkig maakten, het leven mooi was en jij er vervolgens tussenuit piept. Ik weet wel dat je dat zelf niet wilde, maar het is toch kut. Het maakt me boos en ik vind het oneerlijk. Je ging zo snel soms. Groter en meer. Ik kon het niet altijd bijhouden. Rootz zeven dagen per week open. Kisten vol port in de kelder. Stapels lithografieën en zeefdrukken op zolder. En nog net even, op het laatst, die bonsaiboompjes in de tuin. Ja, daar had ik nee tegen moeten zeggen, tegen die bonsaiboompjes. Maar je argumenten waren altijd sterk, je vertrouwen groot en je enthousiasme enorm… die glinstering in je ogen, ik kon er vaak niet tegenop. Als mensen voor het eerst bij me thuis komen, zeggen ze dat mijn huis zo leuk ingericht is. Ik vraag me wel eens af hoe het huis eruit gezien had als ik jou niet had leren kennen. Jij regelde het altijd in een mega tempo als er iets nodig was. En ook als het niet nodig was. Voor ik het wist hadden we nieuwe stoelen, kochten we een nieuwe kast, hing er weer een nieuw schilderij, hadden we gifkikkers, wandelende takken of agaatslakken en stond er een levensgrote boeddha in de tuin. Er was altijd iets nieuws, er was altijd meer. En dan is het ook nog zo dat die hobby’s en bezigheden jou tot een interessant en veelzijdig iemand maakten en iedereen vol bewondering over je praat en je een soort halve heilige geworden bent met al je mooie uitspraken en je dappere manier van doodgaan. Maar ik zit er nu mee! En zonder!

De grote agaatslakken (12 cm per slak) hier in een nog schone bak…

De grote mensen analyse

Dus ik ben boos. Op jou… Denk ik…?! Of op mezelf? Ook? Op ons? Of op de situatie?

Allemaal vragen. Waarom zijn al die verzamelingen hier in huis? Waarom liet ik me overrompelen? Waar was ik? Wíe was ik in dat geheel? Wie ben ik zonder jou? En dan sta ik opeens te huilen met twee voeten op het wat-staat-er-in-de wegbriefje.… dikke tranen. Het was natuurlijk nooit de bedoeling dat je dood zou gaan toen de verzamelingen het huis in kwamen. Ja, je was sneller dan ik en ik liet me soms overrompelen. Een leerpuntje. Maar moet ik dan boos zijn op jou, of op mij, of op ons? Misschien op de situatie? En maakt dat überhaupt iets uit? Het was er. Die boosheid. Het zat een beetje in de weg, dus het is goed om het te snappen. En er een beetje met compassie naar te kijken, zoals de lieve, systemische vriendin het benoemt en ook de snel denkende intelligente Drent met al zijn vlotte inzichten het even tussen twee zinnen door opmerkt. De grote vraag is vooral: hoe vind ik mijn eigen weg in dit geheel van ons samen en mij alleen en is het oké dat mijn weg er anders uitziet dan onze weg?

I am spiritual

  • Dag 35 of 197
  • Van Gonzar naar Palas de Rei
  • 17,3 km

Tot nu toe ben ik nog maar drie mensen tegengekomen die, net als ik, niet echt overenthousiast zijn over de diepgang onder de pelgrims. Het merendeel is hier gekomen, omdat ze het zo’n epic journey vonden en ze daar heel graag onderdeel van wilden zijn. Sommige mensen zijn hier vanwege religieuze redenen, maar dat is echt een klein percentage. Veel mensen zeggen dat ze niet religieus zijn, maar wel spiritueel. “I am spiritual…” wat het ook moge betekenen. Want het grappige is, als je mensen vraagt wat spiritueel zijn voor hen betekent, ze dat heel erg moeilijk uit te leggen vinden.

Caminocompetitie

Spiritueel zijn op de camino voelt als een soort excuus om hier met een goede reden te mogen zijn. Om de camino als epic te mogen ervaren. Om het groots en meeslepend te mogen vinden. Ik hoor veel ‘amazings’ and ‘fantastics’. En tegelijkertijd gaat het heel veel over hoeveel kilometers iedereen gelopen heeft, waar iemand gestart is, hoeveel dagen je al loopt, of je de standaard stages doet en als je minder dan de standaard doet, zoals ik, dan merk je meteen de verbazing of de vraag of er wat misgegaan is. Iemand die heel veel kilometers per dag loopt, laat dit altijd (subtiel of niet subtiel) aan zo veel mogelijk mensen weten. Iemand die de camino al vaker dan één keer gelopen heeft, laat dit ook altijd (subtiel of niet subtiel) weten om vervolgens alles uit te leggen wat hij meer denkt te weten dan eerste-keer-pelgrims. Er is veel competitie en people-splaining op de camino (ik ben er inmiddels wel achter dat er ook veel womensplainers zijn, dus noem het beruchte mansplaining nu liever people-splaining).

Diepgangcaminovrienden

Er is dus veel minder diepgang dan ik en die drie anderen gedacht hadden. In ieder geval komt het niet naar boven waar wij bij waren. En we waren toch redelijk verspreid over de camino. Het is natuurlijk niet erg, want het is wat het is. En wat een reis of tocht epic maakt is natuurlijk voor iedereen anders. Ik ben erg blij dat ik die drie anderen ontmoet heb in ieder geval. En voor de rest zit ik niet zo te wachten op algemene praatjes. Dus tegen de Amerikaanse dame in het stapelbedje tegenover me die twijfelt of ze in Santiago wil deelnemen aan de pelgrimsmis in de kathedraal omdat ze niet echt heel erg religieus is en niet in de rij wil wachten en aan mij vraagt of ik naar de mis ga, zeg ik nee ik ga niet want ik ben niet religieus, en ook niet spiritueel. Ik ga genieten van een biertje op het plein of ergens in een straatje en zoeken naar een paar van mijn diepgang vrienden.

En vandaag?

Vandaag? Goed gelopen. Lekker rustig aan. Uitgeslapen tot 7.30, ontbijtje in de albergue. Paar kilometer lopen, kopje koffie, even een fijn gesprek met diepgangcaminovriend Nadav, kopje koffie en alweer 17 kilometer dichterbij Santiago. Met een paar prachtige plaatjes onderweg. Via de whatsapp nog even een gesprek met Katie die twee dagen achter me loopt en in een locatie zit vol met veroordelende religieuze Amerikanen die op een of andere manier niet begrijpen dat ze als 42 jarige vrouw nog niet getrouwd is en kinderen heeft en in haar eentje de camino loopt en haar dus maar links laten liggen. Mijn tip van de dag: arrogant worden. Lekker laten lullen en van je af laten glijden. Makkelijker gezegd dan gedaan, dus stuur ik haar alle leuke, interessante en goede eigenschappen die ik van haar heb mogen meemaken op de camino om die arrogantie ook daadwerkelijk op te kunnen roepen. Het werkte voor mij de afgelopen dagen om vervelende mensen een beetje op een afstand van mijn gevoelsleven te kunnen houden. Ik hoop dat het haar ook lukt. Sowieso drinken wij samen een biertje in Santiago, Katie en ik.

Vuursalamanders

  • Dag 34 of 196
  • Van Ferreiros naar Gonzar
  • 17,3 km

Verplichte frisse lucht

Ik voel me nog steeds niet helemaal fit. Een verkoudheid misschien. Mijn gewrichten doen zeer en m’n voeten hebben er geen zin in. Ik sliep alweer slecht vannacht. De hostel was prima – vooral het ei en het uitzicht – en ook de bedden waren oké – redelijk stevig ondanks het gestapel – maar de mensen… ik trek het gewoon niet meer zo goed. Een Spaanse deed om 21.45 uur tot twee keer toe het grote zaallicht aan, terwijl de meerderheid al lag te slapen, en een Duitse vrouw had het blijkbaar bijzonder benauwd en gooide na een luide mopperklacht dat ze geen adem kon halen passief-agressief het raam wijd open. En niet zo maar een raam, nee een raam van 1,5 meter hoog en een meter breed. Helemaal open. Precies voor mijn bed. Ik zei nog zachtjes iets van “Nein, niet zo wijd”, maar ze hing half uit het raam om de frisse lucht op te snuiven en heeft dat waarschijnlijk niet gehoord, want toen ze klaar was met snuiven ging ze met flinke stappen weer haar bed in.

Voorraadje tijdelijke noodoplossingen

Eihuilen

Toen ik even later naar de wc ging heb ik het raam op een wat kleiner kiertje gezet. Ze kan de pot op. Frisse lucht is prima, maar ik laat me niet m’n bed uittochten door een mopperige Duitse slaapzaaldictator. Om 01.00 uur word ik wakker van de wind die in m’n gezicht blaast. Het raam staat weer wijd open en het stormt buiten.. Van de irritatie kan ik niet meer slapen. Op mijn telefoon, die ik er voor de afleiding even bij pak, zie ik een berichtje. De vader van Brian is overleden. Hij ging al een tijdje sterk achteruit en gisteren heeft hij het leven losgelaten. Een heel groot verdriet overvalt me. Op de een of andere manier maakt het overlijden van Brians vader pijnlijk duidelijk dat Brian er niet meer is. Het voelt alleen, het doet zeer en ik mis hem plots heel sterk. Ik moet er van huilen en om niet de hele slaapzaal wakker te snotteren ben ik maar een tijdje in het ei gaan hangen huilen.

Nog meer slaapzaalherrie

Als ik m’n bed weer in ga, doe ik natuurlijk eerst het raam dicht! Het stortregent nu. Niet lang nadat ik uiteindelijk weer slaap, schreeuwt een Spanjaard iets onverstaanbaar door de slaapzaal. Hij droomt blijkbaar dat er iets engs over zijn benen loopt, want hij schudt zijn slaapzak uit, zegt iets als “ieuwrts” en valt weer in slaap. Hij wel. Ik natuurlijk niet…

Vuursalamanders

Om 05.50 uur ben ik mijn bed uit gegaan en de camino op gestapt. Het is nog zeker een paar uur pikkedonker en waarschijnlijk mis ik daardoor wel wat mooie uitzichten aan het begin van de wandeling van vandaag, maar de zonsopgangen blijken uiteindelijk ook de moeite waard.

Rond 8.00 uur komt de zon op

En in het donker zie ik ook iets onvergetelijks dat ik niet had willen missen. Vuursalamanders! Ze zijn heel zeldzaam en Brian was er altijd erg op gebrand om ze te zien. Hij zocht eigenlijk elke vakantie wel even in de regionale internetsites van de plek waar we waren of er vuursalamanders voorkwamen daar. Hij heeft ze in mijn bijzijn echter nooit gevonden en hier op dit stukje camino struikel ik opeens bijna over ze. Er beweegt in het hoekje van de lichtbundel van mijn zaklamp iets en als ik goed kijk zie er eentje zitten. Ik schrik er van. Op dat stukje steken er zeker acht, vlak voor mijn voeten en super langzaam, de weg over. Tussen Ferreiros en A Parrocha. Heel traag en onhandig zijn ze. Ik snap wel dat ze zeldzaam zijn. Des te vet cooler dat ik ze gezien heb! Als ik dan even later ook nog twee puttertjes in een boom zie zitten begint mijn nuchtere hoofd toch te twijfelen over hogere machten.

Wat is snel?

Nog 100 km

Kort na mijn ontmoeting met de vuursalamanders passeer ik de ‘nog-maar-100-km-paal’. Geen mijlpaal in de letterlijke zin van het woord, maar wel in de figuurlijke. En hoe snel gaat het dan als je vier uur later nog maar 85 km moet lopen (eh, niet zo snel eigenlijk…). Maar goed. Ik eet een ontbijtje in Portomarin. Wandel weer even met John en arriveer dan bij het hostel van de dag. Een privé-kamer weer. Slapen zonder Duitse dictators en Spaanse schreeuwers!

Helemaal klaar met alles

  • Dag 32 of 194
  • Van Fonfría naar Sarría
  • 28 km

Alweer geen slaap

Ik ben er klaar mee. Alweer een nacht in zo’n fucking albergue. Snotverkouden Fransen naast me in hun stapelbedje. Al hoestend en niezend. Ik werd er boos van. En dan drie snurkers die om het hardst hun geronk door de slaapzaal gooien. Weer niet geslapen. Zo moe. Vanmorgen maar om 05.00 uur van ellende m’n bed uit gestapt en naar Sarría gestiefeld.

Dooie tenen

Ik wist dat het een lang eind was en al met al ging het op zich prima. Behalve de laatste kilometers. Mijn voeten doen zeer, m’n knieën jammeren, m’n heupen doen af en toe een steek afgeven. Ok daar ben ik klaar mee, die fysieke pijntjes. Ik heb twee die tenen en één blauwe. Zou dat erg zijn?

Waarom zo heppie de peppie?

Ik loop weer samen op met iemand. Een Nederlandse dit keer. Maar ze kan me niet boeien. Eigenlijk kan niks me echt boeien. Ik heb het gehad. Ik word chagrijnig van alle nieuwe gezichten. Weer een nieuwe golf pelgrims waar ik in beland. Allemaal nieuwe gezichten. Wat halen ze de energie vandaan om steeds maar zo blij Buen Camino te roepen?

Eh…

Dramatoestanden

In het eerste dorp John tegen. De licht problematische Australiër met z’n grote façade, maar kleine hartje. Hij voelt aan alles toch problematisch en hij weet het. Hij houdt afstand, want hij heeft gedoe met een vrouw die verliefd op hem is. Ik denk dat ie weet dat het onvolwassen is ofzo. Wat een toestand. Hoe oud zijn we nou…?

Prestatietoestanden

Verder zie ik Nicky. Ze ging een paar dagen geleden door haar rug/heup en heeft een zenuwontsteking. Ze gaat toch lopen. Echt niet slim. Dus ik probeer een beetje tot haar door te dringen, maar denk ook: “zoek het lekker zelf uit met je prestatiegerichte problementoestand! Veel succes. Dan zijn er nog mensen die contact proberen te maken met hun algemene caminovragen. Wat ga je naar toe? Waar ben je begonnen? Wanneer ben je gestart op de camino? En waarvandaan? Allemaal niet echt uit interesse, maar vaak ook in te schatten hoe goed ze zelf lopen (en als ik iets minder chagrijnig ben, misschien gewoon om conversatie te maken).

Rare hippies die Australiërs

De uitzichten zijn weer leuk. Halverwege komen we langs een rustplek die gerund wordt door Australiërs in een grote rommelige zweeftrein. Hartstikke leuk als je niet chagrijnig bent. Het kan me niet boeien. Iedereen loopt helemaal lyrisch te doen. God wat vermoeiend. Het is gewoon een groepje overhappy pelgrims die de camino niet los kunnen laten om wat voor psychisch ingewikkeld reden dan ook.

Slecht gekozen

Bij de albergue in Sarría, grotere stad met flats (en ergens een hond die niet stopt met blaffen), is niemand. Er hangt een briefje in een zelf check in te doen. Echt vervelend. Ik kan niet meer op mijn voeten staan. Als ik net klaar ben, komt de beheerder aangewandeld. De albergue is een beetje grauwig en simpel. De kamer ruikt naar luchtverfrisser en ik check voor de zekerheid de matrassen wel even op bedbugs. Ziet er niet problematisch uit. De was kan ik pas om 17.30 uur doen, om wat voor reden dan ook. En eerder kan ik niet de stad in want als je boxen de 45 jaar bent en je doet bh’s allebei te vies zijn om aan te doen, dan moet je gewoon even wachten. Even later zie ik wel dat de locatie echt beroerd is. In het centrum is het gezelliger. Een leuk detail is dat e er een Spaanse conversatie aan de gang is in een van de appartementen boven de albergue als ik terugkom van het eten…

Een plan

Tijdens het lopen heb ik bedacht dat ik een plan ga maken voor na mijn aankomst in Santiago. En ja, het is gelukt. Gelukkig komt Katie ook nog ergens in het plan voor en appt Ralph me of ik iets met hem ga eten. En gelukkig heb ik chocolade in m’n tas… Eind goed al goed. Behalve dan dat er een vrij irritante Amerikaan aanschuift bij het eten die een enorme mansplainer blijkt te zijn.

Maar goed. Het plan? Ik kom de 26e aan in Santiago. Ik blijf twee nachtjes daar. De 28e huur ik een auto en ga, als het lukt qua timing, even met Katie in Finisterre kijken. Daarna rij ik in de richting van Bilbao om daar in een B&B uit te rusten van alle toestanden. En dan vlieg ik op 1 oktober, mijn verjaardag, terug naar huis. Om 09.00 uur land ik op Schiphol (KL1684). Dus wie de behoefte voelt een knuffel te krijgen of te geven of te delen, voel je vrij.