Hard werken

Het overzicht kwijt

Ik heb altijd heel hard kunnen werken. Mijn hoofd kon de planning van vier agenda’s onthouden: werkagenda, privé-agenda, de agenda’s van mijn kids en soms die van de bonusmopsies. Op mijn werk had ik volle focus, zowel op de grote lijnen als op de details en de strategische, tactische en praktische te zetten stappen. Ik kon met behulp van mijn lijstjes zorgen dat het huishouden thuis ook draaide en organiseerde de kinderen in de juiste richting. Ik wist wat er speelde. Het voelde wel als hard werken en heel veel ballen in de lucht houden, maar ik had het overzicht. Het afgelopen jaar was ik dat overzicht totaal kwijt. Ik had al moeite om mijn eigen agenda te overzien, laat staan die van Rootz en de kinderen. Ik had wel ingecalculeerd dat ik na het overlijden van Brian mijn energie een tijdje kwijt zou zijn. Ik had echter niet geheel overzien dat ik ook mijn focus een scherpte zou verliezen. Nu pas, nu ik denk dat het terug is, zie ik wat de impact op mijn functioneren was van het ziekteproces en overlijden van Brian.  

Geleidelijk proces

Stap voor stap nam het ziek zijn en sterven van Brian plaats in in ons leven. Stap voor stap komt er ook weer ruimte voor hoe ik daarvoor functioneerde. Dat het zo’n geleidelijk proces is, zorgt ervoor dat ik niet altijd goed door heb (gehad) hoe groot het eigenlijk was (en is). Elke stap vooruit voelde vooral positief. Als mensen vroegen: “Hoe gaat het met je?” Zei ik: “Goed!”, want ik had altijd wel weer een stapje voorwaarts gezet, hoe klein ook. Vrijwel direct na de uitvaart heb ik werkzaamheden in Rootz opgepakt. Dat was een stapje. En ik heb natuurlijk heel veel stappen gezet tijdens de camino. Ook iets wat gewoon lukte. Hoewel ik natuurlijk moe en verdrietig was, voelde het eigenlijk altijd wel alsof ik het in de hand had. Heel gek om achteraf te zien hoe moeizaam het eigenlijk ging.

Twee Yvjes

Iets meer dan een half jaar na het overlijden van Brian, moest ik een stap zetten. Ik moest bedenken hoe ik Rootz Gallery kon laten bestaan en ook mijn werkzaamheden als projectleider bij gemeentes weer kon oppakken. Ik kon het niet allebei, dat was te veel. Samen met de twee Yvjes in mijn leven heb ik hiervoor een plan gemaakt. Yvonne, die ik eigenlijk nooit Yvje noem, omdat dat totaal niet bij haar past, is mijn boekhouder. Ze begrijpt niet alleen de cijfers en belastingsores, maar ook mijn scherpe humor en een heleboel van mijn emoties. Ze zet haar levenswijsheid in op momenten dat ik twijfel. bijvoorbeeld aan mijn ondernemersvaardigheden. Met haar no-nonsense reacties helpt ze me herinneren dat ik al zo’n twee jaar gewoon een ondernemer ben en ik het goed doe. Ik ben dol op haar. Ze is fijn nuchter, lief stoer, heerlijk recht-door-zee en ze werkt heel erg hard. En Yvette, die ik wel vaak Yvje noem. Zij werkte de eerste drie jaar van het bestaan van Rootz op zaterdag in de galerie. Zij en Brian waren een sterk team. Yvette heeft verstand van niet-westerse kunst en veel liefde voor Rootz. Ze is eerlijk, ongefilterd, loyaal, slim en moker lief. Daarnaast is ze een wonder in plannen en organiseren. En ook een hele harde werker. 

Blij met Yvje

Over hard werken gesproken

Toen ik wist dat ik mijn advies- en projectleiderswerk weer wilde oppakken, maar geen idee had hoe ik Rootz daarnaast moest runnen, heb ik met de Yvjes overlegd. We besloten dat Yvette de floormanager van Rootz ging worden. Yvonne werkte met mij de voor- en nadelen uit en rekende het door. Yvette en ik schetsten een toekomstperspectief en zij had het lef om de stap te zetten. En nu is ze in Rootz mijn steun en toeverlaat, sparringpartner, agenda-beheerder en soms mijn geheugen wanneer ze me bijvoorbeeld, vlak voordat we voor inkopen naar Marokko vertrekken, nog even influistert dat ik die drie dingen in mijn koffer moet stoppen waarvan ik de dag ervoor tussen neus en lippen door gezegd had dat ik ze niet moest vergeten. Samen met Yvette heb ik het besluit genomen om met het winkeldeel te stoppen. Zij maakt ons zichtbaar op Instagram. En pas geleden heeft ze de webshop gemigreerd naar een andere provider. Een bizarre klus met handelingen, termen en afkortingen waar ik helemaal niks van begrijp. Ze regelt dat gewoon. En het is prachtig mooi geworden. Check het even op www.rootz.gallery! Zo de toekomst van Rootz verankeren en het mogelijk maken om weer voor gemeentes aan de slag te gaan, was een stapje.

Grip

Ik heb graag het overzicht. Ik wil kunnen inschatten wat er gaat gebeuren en of ik ergens op moet anticiperen. Dan weet ik dat er niks mis gaat. Ik werk al mijn hele leven met to-dolijstjes, omdat ik dan in de complexe hoeveelheid werk niks laat liggen. Als ik geen lijstjes maak, bedenk ik zodra ik in bed lig wat ik allemaal niet moet vergeten en slaap ik voor geen meter. Het afgelopen jaar echter boden mijn to-dolijstjes geen uitweg. Ik had een soort zwarte gaten in mijn hoofd waar informatie in leek te verdwijnen. Mijn geheugen werkte niet meer. Soms wist ik echt niet meer dat iets al aan me verteld was en ik vergat steeds opnieuw wat de kinderen gepland hadden. Ik weet natuurlijk rationeel dat zo’n life-event als het overlijden van je grote liefde impact kan hebben op je functioneren, maar het is toch gek om te ervaren hoe je geheugen je in de steek laat. Het maakte dat ik aan mezelf ging twijfelen. Zou het nog goed komen? Het was hard werken om de grip niet te willen hebben. 

Scherpte

Ik ben dol op de scherpte in mijn hoofd. Het kenmerkt me: logisch nadenken en dingen aan elkaar verbinden. Maar ook de scherpte was ver te zoeken. Dat werd me vooral duidelijk toen ik weer voor een gemeente aan de slag ging vanuit Hoedan, mijn eigen advies en projectleidersbureau. Een niet al te ingewikkelde opdracht in een middelgrote gemeente met fijne mensen. Maar wat ging het moeizaam de eerste periode. Ik kreeg er niet goed vat op, mijn focus was wazig en mijn energie beperkt. De grote lijnen verdwenen in de details en de details waren een soort soep van grote lijnen. De eerste twee maanden was ik rond 15.00 uur compleet gesloopt en het lukte me niet om op één dag te schakelen tussen Rootz en de gemeente. Nu kan ik niet helemaal mijn brein alleen de schuld hiervan geven, want mijn collega projectleider had er ook moeite mee in het begin. Er was ook nog wel wat focuswerk te doen in de organisatie zelf, maar ik ben gewend dat ik dat sneller helder heb, kan benoemen en in de hand heb. Het was hard werken om grip te houden.

Impact

Eigenlijk merkte ik dus pas hoe moeizaam het was geweest, toen ergens in mei mijn focus weer aan ging. We organiseerden een sessie met stakeholders en hun input en energie zetten bij mij een knop om. Toen ik daarna ging werken aan het eindproduct, kon ik opeens weer de grote lijnen en de details met elkaar verbinden. Ook lukte het om het tactische praktisch in te zetten om op strategisch vlak resultaat te krijgen. Wat voor mij altijd zo normaal was, was weer terug. Scherpte, inzichten en logische verbanden. Het lukte me ook weer om verschillende dingen op één dag te doen. Ik kon een paar uur werken voor de gemeente, even wat bij Rootz regelen, mijn kinderen horen over hun dag en wat aan het huishouden doen. Het lijkt zo simpel, maar dat was het lange tijd niet. Dat besef overviel me een beetje. Ergens had ik bedacht dat mijn gebrek aan scherpte en focus los stond van alles wat er gebeurd was en dat het niet beter zou worden. Ik heb gewoon niet goed doorgehad hoe groot impact van het overlijden van Brian was op mijn algehele functioneren. 

Door de wind, Seven Sisters (reisje in 2018 naar zuid-oost Engeland met Brian)

Zo dus

Dus ik heb een stapje gezet in het geleidelijke terugkeerproces: mijn scherpte is er weer. En dan nu lekker hard werken! Bij Rootz mooie items verkopen, met Yvette en de andere medewerkers, die allemaal ook heel hard werken. En vanuit Hoedan, mijn eigen advies- en projectbureautje, gemeentes helpen bij het ‘hoe dan’ van hun ambities. Dat is altijd hard werken. En tussendoor lekker genieten van vier gezellige kinderen, mijn familie, vrienden en van Ben (die niet meer als een WenBen voelt, maar lief, gezellig en stevig rondstiefelt in mijn leven). Er volgen vast nog meer stappen in het rouwproces. Blijkbaar zie je het soms pas achteraf. Ook dat blijft hard werken.

Lieve Brian,

Het is lang geleden dat één van mijn teksten begon met de aanhef ‘Lieve Brian’. Eerst schreef ik je elke avond, in het notitieboek dat jij op de laatste dag van je leven aan me gaf. Maar toen ik tijdens de camino een dagelijkse blog schreef, veranderde dat. Het klinkt echt super onaardig, maar het werd te veel om ook aan jou te schrijven. Sorry. Een enkel keertje zat er, zoals nu, echt speciaal aan jou een ‘Lieve Brian-blog’ tussen. Dan had ik opeens zo veel herinneringen aan je of gevoel bij je. Dan kon het niet anders. Maar sinds de laatste Lieve Brian-blog heb ik niet meer aan je geschreven. Het zit namelijk zo: ik weet niet zo goed wat ik je moet vertellen. Of eigenlijk, ik kan je alles wel vertellen. Het leven gaat verder, ik ga verder en er is natuurlijk van alles dat ik kan delen. Maar als ik al die nieuwe dingen met jou zou delen, zou er altijd een beetje een somber randje aan die gebeurtenissen kleven. Ik zou voor mijn gevoel blijven hangen in vroeger, in ons. En dat is niet meer. Dat is een beetje naar de achtergrond.

Op slot

De afgelopen maanden echter, leek je heel ver naar de achtergrond. Soms zo ver dat het net was alsof je helemaal niet bestaan hebt. En dat voelt heel gek. We praten natuurlijk over je, je naam valt regelmatig, je foto staat in de woonkamer en je as zit in het stoere bronzen Benin luipaard dat op het groene kastje staat in mijn slaapkamer. Maar ik was in mijn hoofd minder met je bezig. En ook met mijn hart voelde ik je eigenlijk weinig. Als ik naar je foto’s keek, die met enige regelmaat op mijn telefoon voorbij komen, waren het gewoon plaatjes en had ik er nauwelijks emoties bij. Ik voelde de herinneringen die erbij hoorden niet, noch de warmte die er tussen ons was. Misschien hoort het er wel bij, omdat de tijd dit met zich meebrengt en omdat ik logischerwijs ook met andere dingen bezig ben, zoals werk, Rootz, veel sporten en een beetje daten. Maar soms voelde ik zelfs een lichte irritatie en dat zit me dwars. Ik kan er niet goed de vinger op leggen. Het zit een beetje op slot en dat stoort me, want (1) ik had heel veel gevoel bij je en (2) zo werkt het normaalgesproken niet bij mij. Ik ga niet op slot.

Herinneringen

Nu doe ik dus wat we hadden besproken: ik ben een beetje aan het daten. Soms heb ik daardoor interessante gesprekken (soms ook niet…). Ergens begin februari leerde ik een man kennen via een dating-app, die me op een gegeven moment vertelde dat zijn zus die dag te horen had gekregen dat ze borstkanker heeft en hoe dat gegaan was. Hij wist van jouw overlijden en hij benoemde heel attent dat het voor mij misschien confronterend was om dat te horen. Precies op het moment dat ik nonchalant en semi-stoer dacht: “Nou dat zal wel meevallen hoor”, kwamen de beelden van hoe we samen in het ziekenhuis zaten toen duidelijk werd dat er iets niet goed was. Weet je het nog? Ik zie het nog precies. Je belde me dat ik toch moest komen, omdat ze na het vrij routinematige eerste onderzoekje gezegd hadden dat je moest blijven voor verder onderzoek. Toen ik op de kamer kwam, zat je in je wit-blauwe ziekenhuishemd en je had een roesje gekregen en het onderzoek al gehad. Ondanks je rode wangen, zag je er kalm uit, maar je keek me met wat bezorgde, alerte, grote ogen aan. Er zou dezelfde dag nog een uitslag komen en een gesprek plaatsvinden. Ik was natuurlijk weer nonchalant en semi-stoer kalm. Jij wist het al; het was niet goed. Twee uur later hoorden we dat darmkanker je lijf van binnen aan het kidnappen was.

Samen in de lift van het ziekenhuis

Wegduwen

De geïnteresseerde man aan de andere kant van de chat stelt een paar vragen over je. En hij negeert een tijdje mijn vragen, die ik stel als ontsnappingsluikje voor hem, want misschien wil hij het er eigenlijk niet over hebben… wie ben ik om hem zo te confronteren met mijn overleden partner meteen al aan het begin van het contact? Maar de vragen zijn er en ik merk dat over jou vertellen aan iemand die jou niet kent het mogelijk maakt om je op een andere manier te herinneren dan wanneer ik het met vrienden over je heb. Zij weten het al. Het roept herinneringen op, deze vragen. En met die herinneringen komt toch ook het verdriet. Omdat we toen nog samen begonnen aan deze nachtmerrie. Omdat we toen nog samen een toekomst dachten te hebben. Omdat we tot toen meer waren dan alleen die ziekte. Goed om dat weer te voelen. De herinneringen maken echter ook pijnlijk duidelijk dat ik je lange tijd niet gevoeld heb en dat ik er, ook nu, eigenlijk niet zo goed bij kan, en wil. En voordat ik het weet heb ik al dat gevoel ook snel weer aan de kant geduwd. Door mijn eigen ontsnappingsluikje… Wat is dat toch? Ik begrijp het niet zo goed.

Het ontsnappingsluikje… laat ie dan maar uiterst charmant zijn toch?

Systemisch voelen

Zondag was een vriendin bij me op bezoek. Jij hebt ons aan elkaar gekoppeld nog niet zo lang geleden. Je zei: “Ga eens koffie drinken samen. Ik denk dat het klikt” En dat is ook zo. Ik mag haar graag en we vinden allebei gedoe met mannen moeilijk soms, dus genoeg om over te praten. Zij doet iets met coaching en systemisch werken en stelde voor dat ze me een paar vragen zou stellen aan de hand van briefjes waar ik dan bij moest gaan staan om te voelen wat ik voel. Een briefje met het nu, een briefje met wat er in de weg staat en een briefje met hoe het is als het allemaal klopt. Wanneer ik bij het briefje met het nu sta, voel ik een beetje weerstand, en vooral chaos en onrust. Ik probeer erdoorheen te voelen, de boel te structureren en er een geheel van te maken, totdat ik besef dat het misschien wel weerstand, chaos en onrust is wat ik voel nu. Okéeeej… Maar hoe het dan zou moeten voelen als het allemaal klopt, weet ik op het moment dat ik bij dat bewuste briefje sta niet zo goed. Rustig, denk ik, veilig, overzichtelijk, kunnen genieten, niet te veel moeten en wel veel sporten? 

De briefjes…

In de war

Daarna sta ik bij het wat-staat-er-in-de-wegbriefje. Eerst voel ik helemaal niks. Ik sta een beetje met mijn armen over elkaar, haal mijn schouders op en heb geen idee. Maar dan opeens voel ik dat ik boos ben. Niet alleen boos in het algemeen, maar ook boos op jou. Ik weet het, je vond het vreselijk als ik boos op je was. Het maakte je onzeker. Je wilde ook echt niet dat ik boos op je was dat je dood ging. En je had natuurlijk gelijk. Jij kon er niks aan doen dat je kanker kreeg en dat ben ik compleet met je eens. Alleen ik ben niet altijd een weldenkend en rationeel wezen. Soms ben ik gewoon een beetje in de war. Dus sorry dat ik nu hier speciaal een Lieve Brian-blog van maak, maar ik moet het toch aan je kwijt.

Omgeven door onweersbuien tijdens een vroege ochtend op de camino

De zonder-jou-chaos

Ik denk dat ik het onbewust al een tijdje weet, dat ik boos op je ben. Daarom voel ik de fijne dingen ook niet meer zo makkelijk. Ik ben boos omdat je er niet meer bent (mijn god wat een cliché). Boos dat mijn toekomst samen met jou er niet meer is, vol vertrouwde, veilige en oergezellige liefde. Boos dat ik weer opnieuw moet beginnen. Dat ik weer op zoek moet (wil) naar een liefde, met alle onzekerheden, twijfels en mogelijke afwijzing waar ik echt niet goed in ben en ontzettend klaar mee was. Boos dat ik dat soort ervaringen, hoe gek het ook klinkt, niet met jou kan delen en dat je het dan snapt en ik ook. Boos dat ik sowieso niks met je kan delen en alles alleen moet doen: Rootz runnen, de portcollectie redden van 10 cm hoog water in de kelder, de stapels moderne kunst in de kunstkamer opruimen en verkopen, de bonsai boompjes in de tuin te nat of te droog laten overleven, de wildguppen die je in Suriname hebt gevangen eten geven en niet in paniek raken omdat er vanmorgen eentje dood in de bak dreef, de schuur met je oude aquaria opruimen terwijl ik als de dood ben voor de spinnen die daar natuurlijk een woninkje in gevonden hebben, de daktuin gras- en watervrij houden, de auto naar de garage brengen, de vaatwasser uitruimen, boodschappen doen, was ophangen terwijl ik eigenlijk al te moe ben, de hond uitlaten (lang leve de kinderen)… (stief)moeder zijn voor die vier jongmensen… en …mezelf redden. 

Het voelt niet altijd helemaal op orde… en dit was de positieve kant van het huis

Boos

Boos ben ik, omdat jij acht jaar geleden mijn leven binnenstormde, we een samengesteld gezin runden, jij die verzamelingen in huis haalde, we een bedrijf opbouwden, elkaar gelukkig maakten, het leven mooi was en jij er vervolgens tussenuit piept. Ik weet wel dat je dat zelf niet wilde, maar het is toch kut. Het maakt me boos en ik vind het oneerlijk. Je ging zo snel soms. Groter en meer. Ik kon het niet altijd bijhouden. Rootz zeven dagen per week open. Kisten vol port in de kelder. Stapels lithografieën en zeefdrukken op zolder. En nog net even, op het laatst, die bonsaiboompjes in de tuin. Ja, daar had ik nee tegen moeten zeggen, tegen die bonsaiboompjes. Maar je argumenten waren altijd sterk, je vertrouwen groot en je enthousiasme enorm… die glinstering in je ogen, ik kon er vaak niet tegenop. Als mensen voor het eerst bij me thuis komen, zeggen ze dat mijn huis zo leuk ingericht is. Ik vraag me wel eens af hoe het huis eruit gezien had als ik jou niet had leren kennen. Jij regelde het altijd in een mega tempo als er iets nodig was. En ook als het niet nodig was. Voor ik het wist hadden we nieuwe stoelen, kochten we een nieuwe kast, hing er weer een nieuw schilderij, hadden we gifkikkers, wandelende takken of agaatslakken en stond er een levensgrote boeddha in de tuin. Er was altijd iets nieuws, er was altijd meer. En dan is het ook nog zo dat die hobby’s en bezigheden jou tot een interessant en veelzijdig iemand maakten en iedereen vol bewondering over je praat en je een soort halve heilige geworden bent met al je mooie uitspraken en je dappere manier van doodgaan. Maar ik zit er nu mee! En zonder!

De grote agaatslakken (12 cm per slak) hier in een nog schone bak…

De grote mensen analyse

Dus ik ben boos. Op jou… Denk ik…?! Of op mezelf? Ook? Op ons? Of op de situatie?

Allemaal vragen. Waarom zijn al die verzamelingen hier in huis? Waarom liet ik me overrompelen? Waar was ik? Wíe was ik in dat geheel? Wie ben ik zonder jou? En dan sta ik opeens te huilen met twee voeten op het wat-staat-er-in-de wegbriefje.… dikke tranen. Het was natuurlijk nooit de bedoeling dat je dood zou gaan toen de verzamelingen het huis in kwamen. Ja, je was sneller dan ik en ik liet me soms overrompelen. Een leerpuntje. Maar moet ik dan boos zijn op jou, of op mij, of op ons? Misschien op de situatie? En maakt dat überhaupt iets uit? Het was er. Die boosheid. Het zat een beetje in de weg, dus het is goed om het te snappen. En er een beetje met compassie naar te kijken, zoals de lieve, systemische vriendin het benoemt en ook de snel denkende intelligente Drent met al zijn vlotte inzichten het even tussen twee zinnen door opmerkt. De grote vraag is vooral: hoe vind ik mijn eigen weg in dit geheel van ons samen en mij alleen en is het oké dat mijn weg er anders uitziet dan onze weg?

Straks dan wordt het lente…

Regen

Het afgelopen jaar was een somber jaar. Niet alleen door het overlijden van Brian, maar ook door de hoeveelheid regen die naar beneden viel. Het leek zelfs zo veel regen, dat ik soms twijfelde of het misschien alleen in mijn hoofd zo donker was en ik door mijn verdriet de zon niet meer herkende. Als ik echter bedenk hoe vaak ik met de hond daadwerkelijk door regenbuien moest, hij bij thuiskomst zijn natte vacht op de eikenhouten vloer stond uit te druppelen en ik dacht: “Nou kappen met die kutregen…!”, dan weet ik dat het niet alleen aan mijn gemoedstoestand lag. Er wás wel zon in Nederland het afgelopen jaar, maar bijzonder weinig en vooral toen ik in Spanje was. En natuurlijk had ik ook zon in Spanje – het was er zelfs een paar dagen rond de 40 graden – maar ook tijdens mijn weken op de camino waren er meer bewolkte dan zonnige dagen. En toen ik in oktober in Nederland terugkwam, regende het alweer. Hoe vaak liet de schoonmaakster niet op maandagochtend een schoon huis achter en kwam het langharig tuig op vier poten ’s middags thuis van de hondenuitlaatservice met het halve modderige bos in zijn poten dat zich dan gedurende een paar uur langzaam uit zijn vacht losliet om een donkerbruin humuslaagje te vormen op mijn mooie vloer? Te vaak, kan ik je zeggen!

Een nieuw jaar

Toch heeft deze wat sombere kijk op het weer van het afgelopen jaar wellicht ook een beetje met mijn gemoedstoestand te maken. Daar zou het cliché bij kunnen passen dat het lijkt alsof de zon nooit meer gaat schijnen na een groot verdriet. Maar dat klinkt vreselijk zwaar. Dat gaat over het gevoel dat het leven nooit meer beter wordt. Dat herken ik totaal niet. Er is genoeg om vrolijk over te zijn. Er zijn leuke ontmoetingen, fijne gesprekken, lieve kinderen, goede vrienden, spannende afspraakjes en succesvolle werkresultaten. En toch… als de zon dan even tussen de wolken doorpiept, merk ik een soort van oprechte verbazing bij mezelf die anderen niet ervaren. Hij is er nog, de zon… hij bestaat nog, ik was het even vergeten. En straks, straks dan wordt het lente. Ook dat was ik even kwijt. De sneeuwklokjes zijn er al in het park en de hyacinthen op tafel verspreiden hun zoete geur. En straks bloeien de forsythia en magnolia weer in de wijk en schijnt het lentezonnetje door de tuindeuren mijn woonkamer in. Ik moet even schakelen als ik er aan denk. En dat heeft niet alleen maar te maken met het feit dat het zulk baggerweer was dit jaar. Het komt ook doordat, als het straks dan lente is, er gevoelsmatig een nieuw jaar begint voor mij. Want hoewel de lente mij altijd een soort perspectief op nieuwe ervaringen biedt en een bepaalde vrolijke spanning vol nieuwe kansen en mogelijkheden met zich meebrengt, botsen de verwachtingen die de zingende merels in de vroege ochtend nu al een beetje in zich hebben toch met het mottige laagje somberheid in mijn hoofd. 

Klem

Misschien heeft het ook te maken met het gevoel dat ik soms een beetje vastzit in mijn leven. Ik ben compleet ingeregeld. Met een eigen bedrijf dat niet helemaal eigen is. Met een hond die maakt dat ik niet even een avondje naar, pak ‘m beet, Drenthe kan of na het werk spontaan ergens voor een borrel kan blijven hangen. Met werk bij gemeentes die toch vaak in dezelfde cirkeltjes draaien. Met zorg voor oude en jonge mensen (die ik uiteraard enorm liefheb). Het is natuurlijk niet zomaar één van deze dingen die maakt dat ik me wat beperkt voel in mijn bewegingsvrijheid, maar de combinatie van het geheel. En het feit dat ik het in mijn eentje aan moet kunnen. En daarnaast iets van onrust in mezelf dat ervoor zorgt dat het een probleem is voor me dat mijn leven er zo uitziet op het moment. Onrust omdat ik de mogelijkheden die de lente met zich meebrengt wil omarmen. En omdat het nu voelt alsof ik die ruimte niet heb. En wanneer er dan een clubje gakkende ganzen door de lucht vliegt, onderweg naar verre oorden of als ik de internationale trein op de brug over de IJssel zie rijden op weg naar stations die weer mogelijkheden bieden om verder te reizen, dan voel ik een sterke weemoed van binnen. Ik wil ook.

En straks, straks dan wordt het lente…

Maar zo werkt het leven niet. En daarom ploeter ik nog even voort met die weemoed in mijn hoofd. En, ‘note to self’, soms hebben dingen tijd nodig en werkt het beter om het even de ruimte te geven. Maar poeh hé, ik vind dat moeilijk! Die onrust neemt namelijk veel ruimte in mijn hoofd en zeurt in mijn lijf. En ik ben met dat soort dingen vreselijk ongeduldig. Als ik iets voel wat schuurt of ingewikkeld is, wil ik het liever meteen oplossen dan wachten tot het misschien vanzelf overgaat. Ik leg het liever open op tafel dan het op zijn beloop te laten. Ik benoem liever waar het op staat, dan eromheen te draaien. Maar dan kan ik nog wel eens grote dingen zeggen of rigoureuze beslissingen nemen. En misschien is het nog even niet zo’n goed idee om drastische dingen te doen. Misschien. Dus, ik ga proberen wat tijd te rekken bij mezelf. Ik heb een coach in de arm genomen om me een beetje te helpen bij dat proces van uitzoeken hoe ik ruimte vind in mijn leven. En dan wellicht, vind ik een weg uit dit doolhof in mijn hoofd… Door de wind, door de regen, dwars door alles heen… En was ik maar een dichter, dan kon ik dichter bij jou zijn… Want straks, straks dan wordt het lente…

Ingrediënten van een rouwproces

Het proces van rouwen om Brian heb ik, vaak bewust en soms onbewust, gevuld met allerlei ingrediënten die me helpen om verder te kunnen met mijn leven. Al die verschillende ingrediënten zorgden er samen voor dat ik sta waar ik nu sta. En ik ben er nog niet, maar er zijn ook nog heel veel verschillende ingrediënten over. Zoals flink van me af slaan en schoppen…

Vriendschap als ingrediënt

Een paar maanden voor het overlijden van Brian maakten we met onze vrienden en familieleden een kookschema: twee keer per week kookte er iemand bij ons en at dan ook gezellig mee. Het zorgde bij mij voor minder druk en bij hen voor een vanzelfsprekende betrokkenheid bij het ziekteproces van Brian, wat anders veel moeilijker ontstaan was. Na Brians overlijden hebben we het schema nog een tijdje aangehouden. Allemaal lieve vrienden die hier kwamen koken, eten, luisteren en afleiden. En wisten wat er zich bij ons achter de deur had afgespeeld. De oprechte warmte die ik daarin voelde, was helend.

Daarnaast waren er ook de mensen die in Rootz werkten en zich inzetten met al hun liefde voor het bedrijf. Ze waren ondersteunend naar mij toe en hielden daar de boel draaiende terwijl ik in stukjes was. Waar vind je nog zulke mensen. Het voelde bijzonder.

De camino als ingrediënt

Ook de camino was een belangrijk onderdeel van het rouwproces. Met alle voorbereidingen had ik een concreet doel en verzandde niet in leegte. Ik las over de route, kocht de juiste spullen en plande de reis. Hersentraining voor een hoofd dat op dat moment niet heel veel aan kon. Door het trainen was ik fysiek bezig en kwam ik veel buiten. Ik leerde dat wandelen en je ogen langs het landschap in de verte laten gaan een soort EMDR-effect heeft, een therapie voor traumaverwerking waarbij je ogen van links naar rechts gaan om vervelende herinneringen een plek te geven. Bovendien was het alleen zijn in de natuur af en toe een goed moment om heel hard te huilen. Het deed zijn werk.

De camino zelf bleek echter het grootste bewust geplande ingrediënt van mijn rouwproces. Tijdens de tocht der tochten hoefde ik alleen maar de focus op het lopen en mezelf te hebben. Door deze rust, maar ook door de mensen die ik tijdens de camino leerde kennen en de goede gesprekken met hen, kon ik mezelf weer meer centraal zetten na de grote wirwar van emoties, verantwoordelijkheden, aandachtsverdeling en zorg. Het buiten zijn, de prachtig mooie omgeving en de fysieke uitdaging… heel helpend. En ik ontdekte dat ik toch wel een sterke behoefte heb aan fysieke uitdaging en dat ik het heerlijk vind om daarin mijn grenzen te verleggen. 

Toeval of niet…?

En toen ontmoette ik in december, compleet toevallig in zomaar een supermarkt in Deventer, een oud collega die ik een paar jaar niet gezien had. “Roos, toch…?” vroeg ze. Ik herkende haar niet meteen, want ze had een transformatie ondergaan waar veel gemeentes nog een puntje aan kunnen zuigen. Lotte. Zij en ik hebben in één van mijn eerste gemeenteopdrachten met heel veel plezier samengewerkt aan een transformatieopgave. Ze had een creatief brein. Vanuit haar eigen bedrijf liet ze allerlei ideeën op gemeentes en welzijnsorganisaties los en ze kon ze ook nog in structuren uitrollen. Toen zat ze echter niet lekker in haar vel, maar nu is dat duidelijk totaal anders. Ze straalt en zit vol energie en zelfvertrouwen. Ze heeft een boel dingen in haar leven omgegooid, vertelt ze, én ze doet aan kickboksen. Ze deed dat vroeger al en was er jarenlang totaal niet meer mee bezig. Maar ze is er weer mee begonnen en wordt er heel blij van. Ze geeft zelfs les op een kickboksschool in het buitengebied van Twello. Ik ben gefascineerd en besluit nog diezelfde avond dat ik ook ga kickboksen, bij Lotte. 

Kickboksen

Een beter besluit had ik niet kunnen nemen. De ontmoeting met Lotte was voor mijn gevoel niet toevallig. Het was precies wat nodig was. Na de camino wilde ik geen tochten meer lopen, want zo zonder doel een beetje de natuur in… niks voor mij. Maar mijn lichaam was sterk van het wandelen en ik wilde dat niet kwijt. Dus ik zocht naar een sport waar ik mijn kracht kon opbouwen, mijn energie in kwijt kon én energie van zou krijgen. Een sport die me uitdaagt, waar ik mijn grenzen moet verleggen, maar waar ik me ook thuis voel… Ik dacht altijd dat kickboksen voor opgepompte, zweterige spierbundels met agressieproblemen en primaire reacties was en dat je dan in zo’n zwartgeschilderde garagebox met touwen en tractorbanden aan de slag moest. Of dat vrouwen met strakachterover getrokken gel haar en zwartgelakte nepnagels in glimmende boksbroekjes je met hun veel te korte lontje alle hoeken van zo’n doodenge ring zouden laten zien.

Maar niets van dat alles. Vanaf het eerste moment dat ik de Rebel Box van Hella’s Kickboxing en Coaching binnenliep, was ik om. Licht, hartelijk, groen en heel erg welkom. Maar ook rete-fanatiek, technisch uitdagend en fel coachend. Hella en Lotte zijn superchicks met passie voor wat ze doen en ik hou ervan.

Het kickboksen blijkt een fantastische combinatie te zijn van werken aan spierkracht, conditie en techniek. Ik train mijn hele lichaam, voel aan alle kanten spieren waarvan ik heus wel wist dat ik ze had, maar die ik even kwijt was. Ik word er elke keer helemaal blij van. Zelfs als ik me niet fit voel, ga ik er met plezier naar toe. En ik kom altijd weer energiek (en goed moe) terug. Als ik verdrietig ben of frustraties voel, is het gecontroleerd van me af meppen en schoppen een hele nuttige bezigheid. Ik ben even met niks anders bezig. Ik kijk die bokszak dreigend aan en ram er vervolgens flink op. Het helpt. Het focust. Het geeft ruimte. Een goed gevoel. En een goed lichaam. Een belangrijk ingrediënt in het rouwproces en voor alle andere moeilijk momenten in het leven. Het is precies wat ik nodig heb.

Afleiding

Mijn gevoel is een chaos. Het pingpongt in mijn middenrif en zorgt voor onrust. Meestal als ik dat heb, probeer ik het rationeel te maken, maar in mijn hoofd blijven de gedachten ook maar rondjes rennen. Dus, ik schrijf er een blog over. Dat helpt me om mijn gevoelens te vangen en mijn gedachten te ordenen. Om te kunnen schrijven over deze gevoelschaos en gedachtencirkeltjes moet ik echter eerst iets bekennen. Nou het móet niet natuurlijk, maar ik wil het. Het heeft te maken met de camino en met mijn rouwproces en ik heb er nog niet echt over geschreven. Niet heel expliciet in ieder geval. Het was te vroeg, voor mij, en misschien voor sommige anderen.

Mijn bekentenis

Het punt is, ik had een camino-romance… In de laatste week van de camino kwam ik een man tegen met wie ik op een diepere laag een enorme klik voelde. We begrepen elkaar zonder heel veel woorden nodig te hebben. We kwamen elkaar verschillende keren tegen in die laatste week en hadden mooie gesprekken waardoor er na een paar dagen iets meer ontstond dan alleen die klik. Er was romantische spanning tussen ons. Ik dacht het eerst verkeerd te voelen. Hij was namelijk een stuk jonger dan ik. Bovendien dacht ik zelfs nog even dat hij op mannen viel. Maar in Santiago werd duidelijk dat het wel romantisch was en hij op vrouwen viel. En op mij.

An interlude of traveling souls

Het kon zonder schuldgevoel naar Brian, want Brian en ik hebben hierover vaak gepraat. Hij was er heel duidelijk over dat hij wilde dat ik mijn leven verder zou leven en me ook weer open zou stellen voor een nieuwe liefde (zij het niet zo perfect als die van ons en zolang hij maar in mijn hoofd en hart een plek zou houden…). Hij dacht dat ik daar na een half jaar wel aan toe zou zijn. Het was net een maandje later. Het mooie is dat deze camino-romance mij de ruimte gaf een volgende stap te zetten in het rouwproces. Het kenmerk van een camino romance is dat het op de camino is en blijft. En hoewel ik de periode daarna een klein beetje moeite had om het te laten gaan, wist ik wel dat het iets onmogelijks was. Nadat mijn Australische caminovriend John het benoemde als ‘an interlude of traveling souls’, kon ik het waarderen voor wat het was. En op zoek gaan naar andere traveling souls.

Datingapps

En dan kom je tegenwoordig uit bij zo iets onromantisch en plats als datingapps… Na twee wat verkennende afspraakjes was mijn conclusie dat ik eigenlijk niet zo’n zin had in relatietoestanden. Ik wilde vooral wat leuke afleiding. Beetje kletsen, beetje flirten, beetje afspreken. Het hoefde niet allemaal zo serieus. Dus ik richtte me op de wat vluchtiger contacten, maar niet met mensen zonder diepgang, want ik ben natuurlijk niet zomaar een slettenbak (en dan mag je zelf bepalen op welk woord je de klemtoon legt).

Doorleven of door leven?

Ik moet zeggen dat het best gezellig is op de datingapp. Ik heb leuke gesprekken, prettige ontmoetingen en fijn wat extra aandacht. Ik heb eigenlijk niks te klagen. Behalve dat daten tijd kost en het enorm afleidt van de andere dingen die er toe doen, zoals werk, kinderen, huishouden en hond. Maar ook van me lichtelijk alleen voelen soms en van Brian missen. Dat laatste vind ik soms verwarrend, want stiekem heb ik het gevoel dat ik alles wat ik aan Brian zou kunnen missen, vol zou moeten doorleven en dat het geen recht doet aan hem om het een beetje half te doorleven. Ik ben soms een beetje bang, dat het chatten, daten en uitproberen alleen maar afleiding is van dat waar het om zou moeten gaan: het rouwproces doorleven. Maar ik denk ook dat ik hier de klemtoon toch anders moet gaan leggen. Het gaat namelijk om het dóór leven en mooie momenten maken en deze zogenaamde afleiding is daarvan een onderdeel. Ik hoef niet de rest van mijn leven als een heremietkreeft in een donker hoekje Brian te zitten herdenken. Nee, hij zei het zelf: je gaat door met je leven.

Rondslettenbakken

Dus hoppa… beetje rondslettenbakken en gewoon leuk wat uitproberen. Geheel onbewust kom ik uit op mannen die lekker veilig niet in de buurt wonen, zodat het onmogelijk serieus kan worden. En gelukkig zitten ook tussen die tijdelijke contacten mensen die interessant zijn en nieuwe dingen meebrengen. Een hele lieve kerel uit Brabant die me na drie weken chatten toetje noemt, omdat hij vindt dat ik een lief toetje heb en hij me een leuke dame vindt. Hij zegt soms opeens iets schattigs waar ik een beetje emo van kan worden. Een uitdagende man uit Utrecht met wie ik allerlei dingen deel die ik hier niet verder kan toelichten. En soms ontmoet ik ook wat misfits, maar ook die zijn leerzaam…

De feestdagen

Ongeveer een week voor kerst vindt een wat nors kijkende, lange, ietwat rossige Drent mijn profiel leuk. Zijn blik intrigeert me. Zijn profiel ook. En chatten met hem is ook heel boeiend. Het is een soort zoektocht van wat hij nou precies wil zeggen tot exact aanvoelen wat hij bedoelt. En soms knalt hij er opeens iets uit dat zo raak is dat het m’n middenrif opschudt en m’n gedachten prikkelt. Ik hou ervan. Het is die diepere laag weer die geraakt wordt en hij weet het ook. Hij voelt het ook… misschien niet op dezelfde manier, maar wel met dezelfde diepgang. En zelfs op werkgebied hebben we veel raakvlakken.

Mark Rothko

Afleiding

Omdat we allebei voorstander zijn van af en toe iets geks doen in je leven, stel ik voor dat hij bij mij oud en nieuw komt vieren. Ik heb namelijk twee kaartjes voor een eindejaarsfeest en hij heeft zich ten doel gesteld meer leuke dingen te ondernemen om niet te versaaien. Hij gaat mee. Omdat we willen weten of we een feest als oud en nieuw echt samen willen doorbrengen, spreken we eerst nog af bij hem in de buurt. En omdat ik natuurlijk toch wel een beetje een slettenbak ben, blijf ik bij hem slapen. Het is gezellig en fijn. Wanneer ik midden in de nacht tegen hem aankruip, hij me een kus op mijn voorhoofd geeft en ik met mijn rug tegen zijn rug weer in slaap val, voelt het voor mij even alsof we als twee puzzelstukjes in elkaar passen. Maar we wonen 120 kilometer uit elkaar, hij heeft mega veel onrust in zich en zijn jongste (van drie kinderen) is nog maar zes jaar oud, terwijl mijn jongste over een paar jaar 18 jaar is en zo’n beetje op kamers gaat. Ik wil geen zeven kinderen… Dus ik besloot dat hij een interlude is. Hij was een fijne afleiding van allemaal ingewikkelde dingen rondom de feestdagen.

Twijfels

En ook daar is dan die twijfel weer. Zoek ik met dit soort dingen niet gewoon afleiding van het gemis van Brian rondom de feestdagen? Of ben ik aan het dóór leven en voelt dat soms nog een beetje ruw en onwennig, zoals mijn Drentse interlude het formuleerde met één van zijn rake opmerkingen? Net als nu, hier in Marrakech, waar ik voor het eerst zonder Brian ben en inkopen doe. We hebben hier zo veel rondgelopen samen en grote en kleine dingen ontdekt. In de ochtend zingen de vogeltjes nog steeds “weet-je wel-weet-je-niet” en “Ik ben Picolientje”. We lopen door Brians geliefde Medina, op zoek naar zijn geliefde handel en snuiven de sfeer op van Marrakech, waar hij zich zo enorm thuis voelde. Ruw en onwennig voelt het inderdaad, de eerste keer hier zonder hem. En laat ik me dan afleiden van de moeilijke emoties? Door Yvette, die mee is omdat ze mijn galeriehoudster is (en een soort extra bonusdochter of vriendin). Door de Finnen, die fijne vrienden zijn en die ik hier zo veel van mijn handel laat zien dat er niks zakelijks aan is. En misschien ook door de fijne man in Drenthe, die ik nog heel veilig een interlude blijf noemen?

Maar het is er gewoon!

Nou, het gemis en verdriet poppen toch wel op. Of ik me nou laat afleiden of niet. Alleen niet op de momenten dat ik verwacht dat ik hem mis. Ik word namelijk opeens heel verdrietig terwijl ik sta te pinnen, in het hokje waar Brian en ik altijd samen geld uit de muur trokken. En op het moment dat ik afreken met Abdul, de oude man met de winkel bovenin de antique souq waar Brian hard onderhandelde en ik aantekeningen maakte en rekende. Het roept zo veel herinneringen op dat opeens de tranen over mijn wangen lopen midden in zijn winkel. De afleiding verandert daar niks aan.

Drinking tea in the antique souq

Traveling souls

En dus laat ik me toch ook maar gewoon een beetje afleiden door met mijn hoofd soms bij die onrustige, scherpzinnige Drent te zijn met wie ik dus, net als met mijn camino romance, ook weer een connectie voel op die diepere lagen van mijn gevoelsleven en die onmogelijk ver weg woont met zijn (voor mij) veel te jonge kinderen. We brachten ook samen oud en nieuw door, want je mag best een beetje genieten van zo’n interlude of traveling souls. Waarschijnlijk hebben we het allebei een beetje nodig: de gezelligheid, de aandacht, het lichamelijke contact en die connectie op dat gevoelsniveau. We zijn ons beide bewust van het risico dat we elkaar toch serieus leuk gaan vinden. En misschien, heel misschien voel ik stiekem net iets meer voor hem dan wat past bij een interlude of traveling souls.

Paulus Noomen

Let it be

En wat betekent dat dan? Geen idee. Dat is een vraag waar mijn hoofd meestal meteen mee aan de slag gaat: wat is dit voor emotie? Waar komt het vandaan? Wat betekent het? Hoe moet het verder? Wat als dit en wat als dat? Ingewikkeld, zei ik tegen hem. En toen stelde hij meteen een goede vraag, die ik vervolgens een beetje weglachte met een grapje en waar ik dus niet echt antwoord op gaf: of ik het kan laten zijn? Of ik het kan loslaten? Niet hoef in te kaderen, vastpakken of benoemen? Ik denk dat ik dat kan en dat ik dat ook wil, want ik heb op dit moment echt geen idee wat het is en wat het betekent en in mijn hoofd ga ik het antwoord toch niet vinden. Ik wil het uitzoeken en de tijd geven. Maar dat voelt dus ook heel eng, want, omdat we allebei niet gestopt zijn met verder kijken op de platte datingapp, voelt het alsof de tijd dringt. Misschien dat daar die onrust vandaan komt. Ik ben bang dat het me nu zo opeens kan ontglippen, voordat we het vast hebben kunnen pakken. Wat dat ‘het’ ook moge zijn.

Let it be
(foto gemaakt in riad in Marrakech)

Clichés

De diepgang van een meerkoet

Ik houd niet van clichés. Ik weet eigenlijk niet zo goed waarom. Ze geven me denk ik het gevoel dat ik voorspelbaar ben. Clichés hebben de diepgang van een meerkoet. Die beesten houden zoveel lucht vast onder hun veren dat, als ze zichzelf onder water proberen te plonsen, ze binnen een paar seconden als een badeendje weer boven het wateroppervlak uit ploppen. Mijn gevoel blijft vaak wat langer en dieper onder water. Hoewel er vaak een soort waarheid in een cliché zit, gaat die dus meestal in combinatie met mijn gevoel toch net niet op. Ik voel me er een beetje standaard door en ik houd ook niet van standaard. Standaard is eveneens voorspelbaar. 

Uit de routine

Misschien houd ik dus gewoon niet van voorspelbaarheid? Maar dat klopt ook niet helemaal. Nou, tot op een zekere hoogte. Ik heb denk ik een haat-liefde verhouding met voorspelbaarheid. Ik trek het niet als ik totaal niet weet waar ik aan toe ben. Daar word ik onrustig van. Zo plan ik mijn vakanties zorgvuldig: ik zoek de allerbeste locatie voor de meest redelijke prijs en weet welke mooie plekken er te bezoeken zijn op de plaats van bestemming. Ik ben ook heel lang in loondienst blijven werken, omdat ik financiële zekerheid wilde, terwijl werken als zzp’er misschien wel beter bij me paste. En ik heb er altijd wel moeite mee als iets op het laatste moment toch anders gaat dan ik het had bedacht. Maar te veel voorspelbaarheid trek ik ook niet zo goed, want dan wordt het saai en daar krijg ik ook onrust van. Dus mijn langste dienstverband was zes jaar en toen was ik al anderhalf jaar onrustig op zoek naar een andere baan. En dit jaar had ik bijvoorbeeld de behoefte om op Oudjaarsavond niet voorspelbaar op de bank te zitten met oliebollen op tafel en de oudejaarsconferentie op televisie. Dus ik ging naar een feest met twee mensen die ik nauwelijks ken. Ook ga ik liever niet meerdere keren naar één reisbestemming, dus dit jaar wil ik naar India, want daar ben ik nog nooit geweest. Misschien…, moet ik er wel bijzeggen, want daar komt de haat-liefde verhouding weer om de hoek kijken: India is wel heel onvoorspelbaar. Maar clichés… ja daar kan ik fel op reageren.

Bakerpraatjes

Tijdens mijn zwangerschappen bijvoorbeeld deden mensen steeds voorspellingen of ik een jongen of een meisje zou krijgen aan de hand van de vorm van mijn buik. Hele serieuze gesprekken kon dat opleveren tussen mensen. Zogenaamde bakerpraatjes. Ik zat er vaak met opgetrokken wenkbrauwen en kromme tenen naar te luisteren. Ook de aanname dat je het als vrouw allemaal fantastisch leuk vindt: zwanger zijn, baby’tjes in de wieg, moederen… dat je het moeilijk vindt als je je kind voor het eerst naar de kinderopvang brengt… Gek werd ik ervan. Opstandig ook. En geïrriteerd. Nog steeds. Waarom zeggen mensen dat soort stomme dingen? Waarom vragen ze niet hoe je er in zit in plaats van zo’n cliché op je te plakken? Ik ontwikkelde een soort van anti-houding tegen roze-wolkouders. Ik vond het heerlijk dat ik na drie maanden babygeprut weer aan het werk mocht en iemand anders af en toe de toch wat inperkende zorg voor de kleine hummel had.

Het cliché van de vader-dochterband

Rondom het overlijden van mijn vader kwamen er ook veel cliches langs. Aannames eigenlijk die invulling gaven aan mijn emoties zonder echt te weten hoe de band tussen mij en mijn vader was. Mensen projecteren vaak hun eigen gevoelens op de emotionele gebeurtenis van een ander. Dus er werd geconcludeerd dat de vader-dochterband bijzonder is, dat ik hem dus heel erg miste en dat ik wel heel erg verdrietig moest zijn. “Wat verschrikkelijk, je zal hem vast heel erg missen. Hou vol hè…” Maar ik sprak mijn vader soms maar twee of drie keer per jaar en omdat hij de laatste twaalf jaar van zijn leven erg gefocust was op zijn nieuwe leven met zijn vriendin, die ik wel graag mocht overigens, had hij weinig ruimte voor mijn broer en mij. Er was wel een band, maar die was meer vanuit vroeger en werd niet met woorden of gedrag in stand gehouden. Het was er gewoon, omdat ik er zo rond mijn 16e achter kwam dat ik mijn vader echt graag mocht. Ik denk dat dat andersom ook zo voelde voor hem, maar helemaal zeker weten doe ik het niet. Ik neem het aan, als het cliché dat vaders vaak heel veel van hun dochters houden.

Mijn vader, Wouter

Kerstclichés

Ook na Brians overlijden kom ik clichés tegen, hoewel het me tot nu toe ernstig is meegevallen gelukkig. De periode met feestdagen is echter een uitdaging als je niet van clichés houdt. Sowieso al, maar ‘de eerste kerst zonder Brian’ maakt dat veel mensen me een hart onder de riem willen steken. Het is lief en fijn dat mensen aan me denken en toch vind ik het moeilijk. Dat komt door die cliché-irritatie. Brian en ik hadden allebei niet zo veel met kerst en oud en nieuw. Te veel prikkels. Het waren niet de dagen dat wij blij waren als stel. Dus ik miste Brian niet met kerst. In ieder geval miste ik hem niet rondom de gezelligheid. Wel een beetje als mijn maatje in het samen niet zo van kerst houden. Ik miste hem niet met oud en nieuw. Ik had genoeg afleiding. Ik miste Brian toen ik de kerstboom had leeggehaald, de kerstversiering de schuur in was en het huis weer in de ‘terug-naar-het-normale-leven-stand’ ging. En ik had pas ruimte voor mijn eigen emoties toen er op 4 januari niemand in huis was. Even niet andermans emoties die ik toch nog steeds met voorrang mijn belevingswereld laat bezetten. “Claim ruimte voor jezelf!” schreef Brian met hoofdletters in ons boekje. En ik weet dus nog steeds niet zo goed hoe. En dat wordt zo langzamerhand ook een beetje een cliché…

Illustratie Francine Oomen, uit “Oomen stroomt over” (2017), Nijgh & Van Ditmar

Warme sokken, sneeuw en het gewone leven

Mijn hoofd werkt associatief. Dat betekent dat ik gemakkelijk en snel de ene gedachte met de andere verbind. Of dat een bepaald beeld een hele trein aan gedachten oproept. Ik zie en doorzie onderlinge verbanden snel en bekijk zowel de afzonderlijke delen als het totaalplaatje. Dat mijn hoofd zo werkt, leerde ik toen ik aan het begin van mijn loopbaan bij de sociale werkvoorziening van Deventer werkte als re-integratieconsulent.

De afdeling waar ik werkte was nieuw en in een half jaar gegroeid van 1 naar 30 medewerkers. Het was een organisatorische chaos. Voor mij was het al vrij snel overduidelijk waar dat vandaan kwam en wat er moest gebeuren, maar het lukte me maar niet dat duidelijk te krijgen bij anderen. Er werd eindeloos veel geklaagd en gemopperd op de werkvloer en er werd gepraat in wij (de werkvloer) en zij (het management). Het management had een soort van de kop in het zand gestoken en mopperde net zo hard in ‘wij’ en ‘zij’ als de medewerkers. Ik snapte niet wat de anderen niet begrepen. Het was zo helder waar het misging en toch praatten we niet met elkaar. Ik was relatief jong, ergens begin 20, het was mijn tweede baan en mijn teamleider was een beetje een directe, scherpe Twent van een jaar of 50. Hij was de eerste persoon die me duidelijk maakte dat mijn brein vaak wezenlijk anders werkt dan dat van anderen. Hij legde me uit dat ik te snel ging en voor de troepen uit liep. Ik moest mensen stapje voor stapje meenemen in mijn gedachtengang, legde hij uit. 

Mezelf begrijpen

Ik had toen echt nog geen idee hoe ik dat moest doen, omdat ik ook geen idee had waar het in mijn hoofd begon anders te werken. Het voelde gek dat mijn hoofd sneller zou gaan dan dat van anderen. Zo had ik het nog nooit bekeken. Ik vond mezelf meestal een beetje een suffig, gemiddeld, traag en een niet al te snugger typje. Zijn opmerkingen waren echter het startpunt om mezelf beter gaan begrijpen. Inmiddels weet ik dus dat ik associatief denk en de kleinste details in een logisch geheel kan puzzelen, maar ook weer heel snel los kan laten of aan kan passen als het niet blijkt te kloppen. Het is een kenmerk van hoogsensitiviteit. Brian had het ook. Net even op een andere manier, met een hoofd dat veel meer feiten kon opslaan, maar hij had het snelle denken en het logisch redeneren ook heel sterk. Dat maakte het heel makkelijk om met elkaar te praten.

Ik heb iets met bomen, hier met elkaar in connectie zowel boven als onder de grond (@GerraldSuurd)

Warme sokken

Deze associatieve manier van denken maakt ook dat een bepaalde gebeurtenis of een bepaald beeld een sterke herinnering oproept, met bijbehorende sfeer en gevoelens. Een trein aan herinneringen… (of pop-ups, zoals ik ze in een eerdere blog al noemde). Mijn associatieve hoofd zorgde deze week opnieuw een paar keer voor zo’n herinneringentrein. Door het koude weer en de lagere temperatuur in huis, vanwege klimaatproblematische redenen, besloot ik de warme wintersokken weer uit de kast te halen. Nou ja, eerlijk gezegd lagen ze niet in de kast, maar nog steeds onder de stoel in mijn slaapkamer waar ik ze sinds maart niet meer had aangeraakt. Brian en ik hadden allebei deze merinowollen huissokken. En toen ik ze van de week redelijk gedachteloos had aangetrokken en ermee door het huis slofte, denderde plotseling de trein vol herinneringen voorbij. Hoe Brian eerst mijn merinowollen huissokken jatte, ondanks dat hij zei dat ze te grof waren voor zijn gevoelige voeten. Tot ik voor hem een maatje groter bestelde en hij alleen nog maar op die sokken door het huis liep. Hoe hij met een kopje koffie (latte machiato), zijn telefoon en de net iets te grote warme sokken aan zijn voeten op de gele stoel zat. Hoe hij in zijn slobberige joggingbroek en de sokken helemaal thuis in ons huis was. Hoe hij buiten op het Nepalese krukje even ging blowen tegen de rugpijnen, met de Noorse schapenwollen deken om hem heen en de warme sokken aan zijn voeten. Hoe hij op het ziekenhuisbed zat in de woonkamer en deze sokken zijn voeten warm hielden. Tot het laatst. Hoe ik zijn sokken uit deed toen ik hielp hem te verzorgen die avond na zijn dood. En hoe ik ze onder de stoel legde op mijn slaapkamer, waar ik ze dus van de week pas weer onder vandaan haalde en toen ik ze aan had de trein in gang zette.

Brian, 24 januari 2023

Sneeuw

Om bij het koude weer te blijven… de sneeuw van de week deed hetzelfde. Dinsdagavond vielen dikke sneeuwvlokken uit de lucht en er bleef tot aan woensdagochtend een klein laagje in de tuin liggen. De laatste keer dat het sneeuwde, was op 9 maart, de dag dat Brian overleed. Ik weet nog dat ik er boos over was (over de sneeuw… niet over dat hij dat besloten had euthenasie te doen). Brian hield niet van kou en van de winter. Hij was blij met zon en warmte. Ik had het hem gegund nog wat warme dagen te hebben. De dag na zijn overlijden liep ik met de hond buiten en toen opeens scheen er wel een lentezonnetje. Boos was ik. Maar misschien was het ook wel fijn voor hem om niet de wereld te verlaten tijdens een ontluikende lente, maar terwijl de wereld somber, koud en nattig was. Eerlijk gezegd was hij waarschijnlijk zo moe dat het een beetje langs hem heen ging allemaal. Maar het beeld deze week van de sneeuw op Brians favoriete palmboom in de achtertuin, die vreselijk in de weg staat als je je fiets wilt pakken, was vrij baan voor een herinneringentrein die me gruwelijk aan het huilen maakte. 

Sneeuw in de achtertuin, ooit

Het gewone leven

En als we dan toch aan het treinen zijn… vorige week ben ik weer begonnen in een nieuwe opdracht bij een gemeente via het bedrijf waar ik tijdens de laatste maanden van Brians leven werkte en die mij ontzettend gesteund hebben en ruimte gegeven hebben om dit proces met Brian te doorlopen zonder me druk te hoeven maken over werk. Het is lekker dichtbij en niet zo veel uur, dus ik kan het perfect combineren met Rootz en mijn drukke gezin. Inhoudelijk is het ook een leuke opdracht. Dus daar ging ik op maandag, met de trein, mijn werktas aan mijn schouder, nette schoenen aan, broodje mee de gemeentewereld weer in. Voor mijn gevoel begint met deze opdracht het gewone leven weer een beetje. Het is goed voor me om hiermee bezig te zijn. Er komt meer ritme in mijn week, ik heb een duidelijkere structuur en ik voel me nuttiger. Het voelt als vanouds, maar roept tegelijkertijd ook herinneringen op aan dat oude leven en ik voel de sfeer van hoe ik daarheen ging en weer thuiskwam bij Brian en hoe ik dingen met hem besprak. Hij is zo’n logisch onderdeel van die herinneringen dat het opeens ontzettend leeg voelde in mijn eentje. 

Met de trein naar m’n werk

Die momenten leiden tot pijnlijk verdriet, dat ik voel als een soort kramp in mijn maag, hart en hoofd. Een gemis dat moeilijk uit te leggen valt. Vaak met een jammerende huilbui tot gevolg. En ook soms toch ook een klein schuldgevoel over dat ik doorga met mijn leven en nieuwe dingen onderneem en dan niet altijd denk aan Brian. Soms ook bang dat ik vergeet hoe het was met hem. Dat ik er niet genoeg bij stilsta. En dan opeens dendert die trein langs en laat me even weten dat hij gewoon in mij rondhangt. Jammer van die rode ogen, maar wel gezond. Het is mooi en verdrietig tegelijk. 

Jan Mankes, Avondlandschap met maan, 1912

Fuck it, ik ben vet stoer!

  • Dag 200, 201 en 202
  • In Santiago en van Santiago via Finisterre en Muxia naar Bostronizo
  • Verwaarloosbaar en 656 km

Verkeerd-om heimwee

Mijn emoties gaan echt alle kanten op. Het ene moment ben ik vrolijk en bel ik gezellig met een paar vrienden van thuis. Het andere moment ben ik verdrietig en voel ik me alleen. Dan weer voel ik me stoer en ben ik mega trots op mezelf. Om vervolgens weer te vervallen in allerlei sombere gedachten dat het nooit meer hetzelfde zal zijn. Ik wist dat dit zou gebeuren. Ik had het vroeger ook wanneer ik na tien dagen van een vol-intensief geweldig survivalkamp thuiskwam. Missen! Volgens ‘The Dictionary of Obscure Sorrows’ (bedankt Laura vd H), weet ik nu dat je dit gevoel ‘etterath’ zou kunnen noemen.

Het dekt echter niet helemaal de lading. Naast het afgeronde-project-gedeelte zit er namelijk ook een sociale component aan en een kant waarin sfeer een grote factor speelt. Ik noem het altijd maar gewoon ‘verkeerd-om heimwee.’ Heimwee naar toffe tijden.

Maandag feestdag

Want poeh, wat zijn er veel mooie dingen gebeurd sinds zondagavond. Maandagochtend heb ik met de toffe Duitse Eva gevierd dat we allebei in Santiago zijn aangekomen. Ik liep toevallig het plein op toen ze binnenkwam. Echt leuk om haar weer te zien. We hebben samen onze Compostela (certificaat) opgehaald. Omdat ik van hotel moest wisselen, had ik mijn rugzak op dus ik voelde me weer even vertrouwd de peregrina.

Ik lunchte met Ralph, met wie ik een vriendschappelijk caminoband heb opgebouwd. Vervolgens zocht ik Jeannette en Sue op en was 14.30 uur toch zeker niet te vroeg om flink wat sangria achterover te tikken. Tussendoor dropte ik nog even mijn rugzak bij het hotel en kon ik ook nog even wat op bed liggen. ‘s Avonds eet ik met Nadav tapas, of eigenlijk eet ik tapas terwijl hij mijn bier opdrinkt, want hij heeft al heel ranzig gegeten bij de TacoBell en heeft de rare gewoonte andermans eten en drinken op te maken.

Trots opeens

Dinsdagochtend, terwijl ik al een tijdje wakker lag, zag ik zo maar opeens al die landschappen langskomen in mijn hoofd en toen pas drong het tot me door wat een absurde reis we gemaakt hebben. Hoeveel kilometers het geleden is dat ik begon in de Pyreneeën. Hoeveel mensen ik ontmoet heb. Hoeveel dorpjes ik in- en weer uitgelopen ben. Hoeveel Buen Camino’s ik gezegd en gehoord heb. Hoeveel café von leches en tortilla’s ik besteld heb bij een bar…. Ik kan geen tortilla meer zien. Maar het voelt groot. En het maakt me trots. Misschien wel voor het eerst tijdens deze camino. Echt trots, met ontzag voor mezelf. Ik ben de hele camino nog niet met zo’n fijn en goed gevoel wakker geworden.

De camino in vogelvlucht

Nog meer vrienden

Dinsdagochtend neem ik afscheid van Nadav, die naar Finisterre en Muxia gaat. Niet heel makkelijk, want hij en ik hebben een sterke connectie. Ik zie daarna John uit Australië het plein oplopen. Hij heeft een speciaal plekje in mijn hart. Samen met zijn camino vriendin Kira, uit Noorwegen, drinken we een paar biertjes en het lukt me opnieuw (sorry John) om hem aan het huilen te maken. Ik deed het niet echt expres, maar het lijkt me goed voor de grote stoere kerel.

John en ik op de camino dan nog

En dan komt ‘s middags Katie aan. Ze heeft drie dagen veel extra kilometers gelopen om er een dag eerder te zijn. Het voelt vertrouwd. Katie is misschien wel een ook-buiten-de-camino-vriendin geworden. Het voelt fijn om haar weer te zien.

Ook bij haar landen er camino-inzichten in Santiago. Ze maakt geen excuus meer voor dat ze er niet goed uitziet als ze in haar caminokloffie de stad in loopt (je hebt toch ook echt niks anders bij je), ze heeft ook haar inner-bitch bij de Cruz de Ferro achtergelaten en zegt nu wat vaker fuck you tegen mensen die haar lopen te koeioneren. En ze gaat, vet stoer, gewoon nog door naar Finisterre vanaf vrijdag!

Naar Finisterre?

Ik niet! Ik ben klaar. Ik volg mijn plan. Woensdag met Katie dingen doen en donderdag met de auto eerst naar Finisterre en Muxia en dan naar een hotel een eindje voorbij de Picos de Europa, een vet gebergte waar je echt naar toe moet. Finisterre en Muxia worden een beetje een haastklus, want ik kom er ‘s ochtends achter dat het 5,5 uur rijden is naar het hotel in plaats van de 3,5 uur die ik eerst dacht… alweer een ware roadtrip dus, maar nu op wielen.

Als ik naar de kaart kijk besef ik dat ik in zo’n 5,5 uur met de auto een traject afleg, waar ik te voet zo’n drie weken over gedaan heb. En als ik in de auto zit en het maar duurt en duurt voordat ik er ben, bedenk ik me weer wat een bizarre afstand ik heb gelopen. Met rugzak. Geen taxi’s. Verwaarloosbaar busritje… Stoer!

Blugh

Hoe verder ik van Santiago wegrijd, hoe ingewikkelder alle gevoelens worden. Opeens zie ik geen caminobordjes meer langs de kant van de weg. Het is gek, als je zo intensief met iets, en met jezelf, bent bezig geweest en dat vooral gedeeld hebt met die mensen die daar ook dat ‘iets’ deden en die dus ook als enige weten hoe het voelde, dat je daar dan uit weg gaat. Niks aan! Misschien zijn er pilletjes tegen te veel voelen. Ik word al verdrietig als ik kastanjebomen zie of windmolens in de verte of zomaar een lelijke schuur ergens in het Spaans landschap, want hoe vaak ben ik daar niet aan voorbij gewandeld. Het roept herinneringen op en meteen ook het gevoel van missen. Blugh. In de verte zie ik een stad liggen en ik herinner me hoe het voelde om ‘er’ bijna te zijn… blugh. Mijn rugzak staat voor de bijrijdersstoel nutteloos te zijn. Mijn wandelstokken ingeschoven ernaast. Blugh.

Fuck it!

Iemand stuurt me een berichtje om te zeggen dat ze het heel waardevol vond om me te leren kennen. Ralph laat me weten dat hij me gaat missen. Jeannette appt dat ze thuis is en er niks aan vindt zonder ons. Viri stuurt een paar hartjes via instagram en iemand anders, aan wie ik denk ik verteld heb dat het nummer Rosie van Passenger een speciale betekenis voor me heeft, zegt “Rosie Roos, huge hug your way”. En opeens voelt het alsof het gestuurd is. Alsof iemand camino angels op mijn weg gezet heeft die dingen zeggen en doen die maken dat ik een volgende stap kan zetten. Die me hebben laten ervaren dat het oké is een volgende stap te zetten. De vuursalamanders, de stenen hartjes die niemand opmerkte, de puttertjes… Ik ben helaas niet spiritueel genoeg om het echt te geloven, maar het feit dat mijn brein het toch even opperde is al genoeg om echt heel erg hard te huilen in de auto. Zo hard dat mijn ogen knalrood zijn, mijn gezicht vol vlekken zit en het snot uit mijn neus loopt. Ik heb geen zakdoekjes of tissues bij me. Ik draai mijn hoofd dus maar even weg als auto’s me passeren. Ik rij namelijk in een vreselijke kleine, witte huppelkutjes auto en mensen willen nog wel eens kijken wat voor type daar in zit. En niemand hoeft dit te zien…. En dan zie ik dat ik tolpoortjes nader. Eén kilometer is niet genoeg om mijn gezicht normaal te krijgen… nou, fuck it! Ik ben vet stoer.

Camino angels

  • Dag 31 of 193
  • Van Vega de Valcarce naar Fonfría
  • 24 km

Het inzichtenvraagstuk

Gisteren was ik dus bezig met de vraag of ik wel genoeg inzichten had opgedaan tijdens de camino. Ik kwam hier met het idee om ruimte in mijn hoofd te vinden voor het verdriet. En ergens had ik gedacht toch wel een paar heldere momenten te hebben. Dat je tijdens het lopen veel kunt nadenken of je bewust wordt van je gevoelens en emoties en ze een plek kunt geven. Dat de rust, de natuur om me heen en de tijd voor mezelf me antwoorden had opgeleverd. Maar dat valt me dus best wel tegen. Tenzij dat het inzicht is. Dat er geen grote inzichten zijn.

Wel grote uitzichten
Schattige stroompjes
Betoverende paadjes

Een interessante ontmoeting

Sinds de Cruz de Ferro eergisteren zie ik tijdens het lopen met enige regelmaat een jongeman, van wie ik denk dat hij uit India komt. Vandaag zie ik hem weer bij een groot standbeeld van een pelgrim dat opdoemt in de mist bovenop de berg. We maken allebei een foto en vinden de mist wel passen bij zijn geharde uiterlijk. Zo raken we aan de praat. Hij blijkt een uiterst filosofisch aangelegde man van 28 jaar oud uit Tel Aviv, Israël. We belanden meteen in een diep gesprek grappig genoeg. Niet eerst de standaard dingen, zoals wat ben je vandaag gestart, ben je de camino begonnen in St. Jean, wat ga je vandaag overnachten… Het gesprek gaat meteen over of de camino je brengt wat je gehoopt had. Hij zegt dat hij gedacht had dat de inzichten groter zouden zijn, maar dat hij zich eigenlijk vooral kleiner voelt. Er is weinig ruimte om echt na te denken en weinig rust om tot jezelf te komen, zegt hij. Hij had het zich anders voorgesteld, maar maakt zich daar niet druk om, want anders is niet per se slecht. Gek hoe je tijdens de camino steeds weer mensen op je dak gestuurd krijgt die op hun eigen manier iets aan je reis toevoegen net op het moment dat je het nodig hebt. Het zijn net Camino-angels.

Het standbeeld

Camino-angels

Ik ben op meer momenten Camino angels tegengekomen. Aan het begin, toen ik een beetje verzuip in het sociale gedoe, was er Laura, een jonge Duitse die de camino kalm en met volle aandacht liep en zich ook af en toe distantieerde van de sociale drukte. Een voorbeeld. Daarna liep ik soms met Philippe, die met zijn rust, eenvoudige manier van leven en zijn grappige gespreksonderwerpen kleine dingen toevoegde aan mijn camino. Toen ontmoette ik John, die met zijn stoere buitenkant, maar zijn gekwetste ziel me bewust maakte van de kansen die je wel of niet pakt op de camino. En daar was Shawn. Hij schakelde heel sterk naar Brian en vroeg me of ik al van hem gedroomd had, waarna ik die nacht van Brian droomde. Er was een jonge Duitser, Jörgen, die heel kalm op zijn eigen manier de camino loopt en met volle aandacht naar mijn verdriet om Brian luisterde. En nu deze Nadav.

Filosofisch

Nadav komt over als een kalme, sterk geaarde hyperintelligente jongeman die sterk open-minded de wereld inkijkt. Het is nogal filosofisch en diepgaand. Hij vertelt dat hij zich verdiept heeft in het Boeddhisme en we hebben het erover dat het zoeken naar antwoorden op grote vragen vaak leidt tot meer vragen en problemen. Dat je een heleboel dingen niet weet of kunt voorspellen. Dat het leven soms is wat het is. Dat de camino net als het leven is. Dat het goed is om niet te haasten. Als we langs een oud en bemost muurtje lopen, vertel ik hem hoe blij ik kan worden van de bergen en dit soort mooie details die je hier veel vindt. Hij vraagt of ik me nu dan blij voel. Ik vertel hem dat ik een dikke glimlach heb van binnen. En van buiten. Het is interessant om met hem te praten, want hij denkt verschrikkelijk ingewikkeld en het zet mijn hersens aan.

Grinnik…

Na een uurtje eten we een kleine picnic met sinaasappel, druiven en koekjes. En dan komt Friedrich de grote Duitser al zuchtend aangelopen. Ik mag hem wel, maar hij is luid, aanwezig en een klager die met name de negatieve dingen weet te benoemen en over materialistische dingen praat. Hij kijkt zelden naar de mooie uitzichten, laat staan de details. Ik grinnik om het gesprek tussen Nadav en hem. Friedrich probeert hem op de kast te jagen met flauwe grappen en opmerkingen, maar krijgt de hele tijd kalme vragen en vriendelijke antwoorden terug die hem een beetje in verwarring brengen. “Kijk hier”, zegt Nadav tegen hem als Friedrich zonder op te kijken weer een steile helling omhoog zucht. En verbaasd staat Friedrich even stil. Ik glimlach van binnen.

Ook een grinnik…

Naast mijn gesprek met Nadav, heb ik van binnen en van buiten glimlachend door dit prachtige groene berggebied gewandeld. Van Nadav neem ik met een dikke knuffel afscheid buiten de albergue waar ik slaap. Hij loopt nog even verder. Hij ziet wel wat hij terecht komt. Heerlijk toch? Niet voor mij weggelegd. Maar het past bij hem.

Ow en deze moet ik ook nog even delen, want katten maken ook altijd dat ik blij word. Op de eerste koffierustplaats ontmoet ik dit jonge dingetje en we worden dikke matties! Hij is van een Spaanse pelgrim die hem mee heeft en buideltje in haar jas.

Me happy

De bergen

  • Dag 30 of 192
  • Van Cacabelos naar Vega de Valcarce
  • 24,5 km

Een aanloopje

Er staat weer een berg op het programma. Vandaag nog niet, maar morgen gaat het flink omhoog. ‘The mother of all stages’ zegt de Buen Camino app. Er zit een gedeelte in dat zo steil is dat het bijna niet te doen is. We gaan het zien. Ik word blij van bergen!

Ondanks dat ik langs de weg loop, is het prachtig
Hoogteverschillen

Vandaag liep de route via een dal langzaamaan al een beetje omhoog. Glunder. Zo veel afwisseling in het landschap weer, eindeloos veel groen en de hele dag een kabbelend riviertje langs de route. Brian had het prachtig gevonden; overal rotsplantjes, sedum en/of sempervivum (sorry mopperdeflopper, ik weet nog steeds het verschil niet), varens en andersoortige vegetatie die hij machtig mooi gevonden had.

Daarnaast stikt het hier van de appel-, walnoot-, tamme kastanje-, peren- en vijgenbomen. Ook groeit er veel anijs langs de weg en zie ik struiken vol met rijpe bramen. De knusse dorpjes met schattige huisjes kondigen ook steeds meer berggebied aan. Het voelt zo ‘vol verwachting’. Bergen zijn indrukwekkend en groot. En ze geven me energie.

Dichterbij

We komen steeds dichter bij Santiago. Minder dan 180 km nog inmiddels. Vanaf Sarria wordt het drukker met mensen die vanaf daar alleen de laatste 100 km lopen. Dus ik ga een beetje vooruit plannen, want ik hoor van Shawn, die drie dagen voor me uitloopt, dat het heel erg druk wordt in de albergues. Voor nu is het nog geen enkel probleem om zomaar aan te komen waaien. Ik had de albergue waar ik nu slaap uitgezocht in de hoop dat er nog een privé kamer vrij was. Dat was niet zo, dus nu maar weer in een slaapzaal. Het werd bijna een privé slaapzaal, want ik was lange tijd de enige pelgrim in een ruimte met 8 stapelbedden. Maar nu zijn er toch drie mensen binnen komen druppelen. Het maakt het wel gezelliger.

Inzichten en emoties

Nog maar zo’n 180 km dus. Bizar toch, het idee dat ik straks het grote plein van Santiago oploop? Ik bedacht het me vandaag en een milliseconde wilde ik even naar huis bellen om Brian te vertellen dat het me gaat lukken. En natuurlijk weet ik dat hij straks niet op het grote plein voor de kathedraal op me staat te wachten, maar ergens was ik toch een klein beetje ontredderd. Het verandert namelijk niks, dat ik bijna 800 km van de ene naar de andere kant van Spanje ben gelopen. Hij blijft dood. Foetsie. En ik blijf hem missen en verdrietig. Daar verandert 800 kilometer lopen niets aan. En als dat het inzicht is dat ik hier opgedaan, dan is dat wel een beetje knullig toch… ? Ik ben er tijdens mijn wandeling tot nu toe wel achter dat je rouw niet echt verwerkt of een plek geeft. Het blijft eigenlijk continu aanwezig op verschillende manieren. En het is een onderdeel van de rest van mijn leven. Nou dat is wel een inzicht of invoelmoment. Hoe fijn…

Halverwege de dag…