Mijn aankomst in Santiago

  • Dag 37 of 199
  • Van Castañeda naar Santiago de Compostela
  • 45 km

Geen tijd

Oké, ik ben er nog hoor. Het was echter nogal intens om aan te komen in Santiago. De vermoeidheid, de drukte van de grote stad en de sociale toestanden waar je in wordt gezogen. Allemaal verschillende mensen die ik ontmoet heb op de camino, in groepjes of individueel. Wauw! Dus geen tijd om te denken, laat staan te schrijven.

Doorlopen of niet

Ik heb dus van de één-na-laatste dag mijn laatste dag gemaakt. Ik was het niet echt van plan. Pas toen mijn moeder me succes wenste met de laatste 45 kilometers werd er een zaadje geplant. Ik was niet eens vroeg opgestaan in mijn geweldige kleine eigen kamer in dit minidorpje Castañeda. Heerlijk geslapen. Er zijn geen albergues in het dorpje, met het grote voordeel dat ik kilometers lang alleen loop. Dus oortjes in en gaan. Brian en ik hadden samen een playlist. We noemden hem de drinklijst, omdat we hem maakten tijdens avondjes port drinken samen. Queen, Billy Joel, Metallica, Leonard Cohen, Santana, Manu Chao en nog veel meer. De playlist gaat op repeat en het blijkt een soort motortje. Ik ga als vanzelf. Geen pijn, geen vermoeidheid en wel veel plezier en genieten van de natuur. Ik dans de eerst tien heuvels over tot het eerste ontbijt met café con leche in de prachtige tuin van een (eindelijk) goed georganiseerd café-restaurant.

Soepel

Na het ontbijtje loop ik lekker door. Het gaat nog steeds verbazingwekkend soepel. Ik heb in principe 25 kilometer gepland staan naar O Pedrouzo en besluit te kijken hoe het gaat als ik die gelopen heb. Hoe verder ik de etappe loop, hoe drukker het wordt. Er staan rijen voor de koffie en de wc. Allemaal druk pratende pelgrims. Maar het is gezellig en ik voel me helemaal prima. Ik kom geen bekenden tegen, wat ik fijn vind. Het is heerlijk om samen met Brian en onze muziek de weg af te lopen.

Zo’n vijf kilometer voor O Pedrouzo, merk ik dat de hoeveelheid mensen me wel begint tegen te staan. Ik moet net iets te vaak dikke, in de weglopende Amerikanen en Spanjaarden ontwijken. Ze lopen langzaam en breeduit in setjes van twee of drie op het pad en pas als het me lukt om tussen ze door te stappen en ik vrolijk “Buen Camino” roep, gaan ze geschrokken aan de kant. “Ow sorrry, you were just too quiet honey”, zegt de hoogblonde Amerikaanse 60-plusser met haar Texaanse witte hoed op. Ja, nu is het mijn schuld… Ik zal je niet vertellen wat ik dacht.

O Pedrouzo

Er zijn mensen die dit allemaal heel gezellig vinden, maar ik heb ontzettend weinig zin om morgenochtend met deze meute naar Santiago te lopen en dus als ik in O Pedrouzo aankom, met overigens prachtige graffitikunst, loop ik gewoon door naar de andere kant van het dorp het bos in en volg de gele pijlen in de richting van Santiago. Nog 20 kilometer. Muziek aan, stokken in de stampstand en gaan. Het gaat iets minder soepel dan vanmorgen, dus iets strammer dans ik nog even een paar heuvels over.

Ik ook een camino angel

Net op het moment dat het weer wat zwaarder voelt en ik denk: “Het enige wat ik hoef te doen, is lopen…” zit er langs de kant van de weg in een greppel een oudere man tegen zijn rugzak geleund. Hij kijkt niet helemaal helder uit zijn ogen. Als ik hem vraag hoe het gaat zegt hij goed en nee hij heeft geen hulp nodig. Ik twijfel. Maar wil niks opdringen. Achter me loopt een Duitse. Als zij ook stopt, loop ik terug en samen besluiten we hem naar de eerstvolgende albergue te brengen. Twee Spaanse dames sluiten aan. Ik neem zijn rugzak, zij helpen hem op het pad te blijven. Het gaat langzaam en het kost me tijd, maar het is een lieve vriendelijke Tsjech die er echt niet helemaal goed bij loopt. Bij de albergue regelen ze een dokter voor hem en er komt iemand uit het dorp om voor hem onderdak te organiseren. Nu waren wij even Camino angels.

Spannend

Ik moet dan nog 16 kilometer en het is nu 16.00 uur. Als ik doorstap is het nog vier uur lopen. Ik regel al lopend een hotelkamer. Vul ergens mijn waterzak bij, eet wat en loop weer door. Na 10 km komen er kleine twijfels op of dit wel een goed idee was. Mijn voeten doen zeer. Ik voel de tenen van mijn linkervoet niet (wat eerlijk gezegd een voordeel zou kunnen zijn op dit moment), maar het is nog maar zes kilometer en eerlijk gezegd denk ik dat ik het wel aankan. Het voelt vooral een beetje spannend. Is het wel fijn om zo laat aan te komen? Zijn er dan wel mensen die me opvangen of is iedereen al met z’n eigen dingen bezig. Ik ben de enige pelgrim op de weg. Meestal zie je her en der wel rugzakken lopen voor of achter je. Niks niemand nergens.

De hulptroepen

Ik app Nadav dat ik doorloop naar Santiago. Hij is vanmiddag aangekomen. Wanneer ik mijn twijfel uit, zegt hij dat ik er geen spijt van ga krijgen. Hij komt naar het plein als ik er ben, belooft hij. Nadav is een van de camino angels die ik een kleine week geleden ontmoet heb. We hebben elkaar de laatste paar dagen beter leren kennen in goede gesprekken. Hij is een mega gevoelige, analytische en een beetje filosofische denker met een scherpe blik en heerlijke humor. Hij heeft drie hele verschillende studies gedaan en weet op dit moment niet zo goed wat hij wil, qua werk, met zijn leven. Waar kies je voor als er zoveel verschillende (aspecten van) dingen interessant zijn? Moet je eigenlijk wel kiezen? We herkennen veel dingen in elkaar. Het is fijn om met hem te praten. Een soort erkenning door de herkenning. En daarbij heeft hij bloedmooie ogen.

Ik ben er!!

De laatste 4,7 kilometers gaan door de stad. Ergens in een barretje drink ik een espresso en een fles water en stuur ik een foto van mijn paspoort naar het hotel om de toegangscode te krijgen. Zonder de drinklijst op mijn oren, maar met de foto van Brian dicht tegen me aan loop ik het centrum in. Bij het plein met de fontein check ik nog even waar ik heen moet op de app, want ik zie geen enkele pijl meer. En dan is daar de poort naar het plein van de kathedraal, inclusief de doedelzakspeler gelukkig nog om 20.00 uur. Ik ben er!!

Moe moe moe

Er zijn nog mensen op het plein, maar als ik het zo bekijk is aankomen in Santiago sowieso een individuele ervaring. Ik ben vooral heel moe en moet daar wel van huilen. Andere emoties die ik denk te ervaren heb ik vermoedelijk bewust een beetje opgeroepen om er toch een emotionele belevenis van te maken. De kathedraal is indrukwekkend, maar de aankomst is voor mijn gevoel niet heel veel anders dan andere dagen. Ik plof aan de rand van het plein tegen een pilaar van een groot gebouw en een vriendelijke mevrouw hurkt even naast me om te checken of ik oké ben. Ik laat het even bezinken om vervolgens het thuisfront te laten weten dat ik er ben. Ik app Nadav en hij komt naar het plein, zit even naast me en loopt daarna met me naar m’n hotel. Ik kom onderweg mensen tegen die ik ken. Knuffels geven, foto’s maken, telefoonnummers uitwisselen. Nadav kan het niet laten om steeds te vertellen dat ik 45 kilometer gelopen heb, waarop iedereen met ontzag reageert wat ik lastig, maar stiekem ook wel fijn vind. Ik heb het gewoon geflikt. Ik ben klaar!

En nog veel meer…

Santiago is intens. Ik vier dat ik er ben. Met Sharon en de groep jonkies uit Orisson. Met Nadav en de hele toffe vrienden die hij vanmorgen ontmoette toen hij verkeerd liep in het donker en zij allemaal achter hem aanliepen en dus allemaal verdwaalden en samen de weg terug moesten vinden. Zulke fijne mensen! Maar ze gaan ook allemaal weer weg. De ene de volgende dag naar Finisterre, de ander een dag later met de bus. Het is geweldig en verdrietig tegelijk. En dat is nog maar het begin van drie intense dagen.

Aftellen

  • Dag 36 of 198
  • Van Palas de rei naar Castañeda
  • 22,5 km

Nog twee dagen

Nog twee dagen lopen en dan niet meer. Dat is echt fijn. Bijna fijn. Nog even 45 kilometer wegstappen. Vandaag was een beetje een trage dag, maar wel gezellig. Ik loop met Jeannette en Sue. Beide heb ik al een keer eerder ontmoet. Sue is een dame van rond de 70 jaar. We raakten ergens op de Meseta in gesprek over het verliezen van je partner. Ze heeft 7 jaar geleden haar man verloren. Ze is niet zo netjes als ze eruit ziet en maakt voor een Amerikaanse van 70 jaar oud best wel pittige grappen. Jeannette ken ik eigenlijk niet zo goed, ondanks dat we wel een band hebben, maar ze ziet details en daarin vaak ook de humor. We moeten met enige regelmaat dan ook enorm lachen.

Gezelligheid

Halverwege onze wandeling bijvoorbeeld. Een paar mensen halen ons in een nogal hoog tempo in. Je hoort ze aankomen lopen en ze hebben wel wat moeite met dat tempo, want het klinkt niet heel erg stabiel en ze schoppen de hele tijd stenen voor zich uit. We gaan aan de kant. Ik loop ietsje voorop, de twee andere dames een paar meter achter mij. Eerst komt er een redelijk dikke meneer met een fluoriserend geel hesje en wandelstokken langs gesjeesd. Zijn korte beentjes lijken eigenlijk maar net het hoge tempo aan te kunnen. In zijn kielzog volgt een wat oudere man en daarachter zijn vrouw, vermoed ik. Het ziet er heel gek uit. Ze horen niet alle drie bij elkaar. Het lijkt wel een wedstrijd. Ik kijk enigszins verbaasd en licht geamuseerd achterom of er nog meer mensen komen en zie Jeannettes die direct in een lachbui schiet. Ze had een soort van dezelfde lol om de situatie alleen dacht ze in mijn gezicht een soort van check te zien of deze mensen misschien achterna gezeten werden door iets gevaarlijks… het is heerlijk om even een lachstuip te hebben met deze twee grappige vrouwen.

Vlnr: ik, Sue, Jeannette

Luxe

Het landschap verandert weer. Minder oud Engels, meer lieflijk landbouwgebied met kleine dorpjes. Ik heb een eigen kamer gereserveerd in Castañeda. Daardoor moet ik morgen iets langer lopen, maar ik heb het ervoor over. Het leuke is dat het appartementje geweldig knus is en dat er maar vijf andere pelgrims zijn. Een Spaanse vader en zoon met een hond die grappig is, maar te angstig om me echt gezellig te vinden. Ik kom ze al een paar dagen tegen en we hebben al het een en ander uitgewisseld. Zij zitten in het grote huis. In een ander huis zit een Engels sprekende vader en zoon. Ze zeggen niet zo veel.

De camino, een makkie

En er komt nog een vrouw bij mij in het kleine cottage-achtige huisje. Ik heb een eigen kamer met badkamer, die ik net tijdens het douchen heb laten overstromen. Als de vrouw net aankomt, met de taxi, is ze een beetje veel. Ik zit in de tuin. Ze gooit haar rugzak op de grond, zet haar grote paraplu (?) en wandelstokken tegen de tafel en ploft in een stoel. Ze loopt de Primitivo (een andere, zwaardere route van de camino) en zucht een paar keer flink. Vervolgens zegt ze dat de Camino Francès helemaal niet moeilijk is, maar de primitivo… poeh… Vandaar de taxi waarschijnlijk?

Ik ben om 14.30 uur aangekomen, heb de badkamer laten overstromen en de was gedaan. Die hangt nu in het zonnetje te drogen. En ik hang zelf ook in het zonnetje te drogen, een soort van. Dit is een zeer relaxte plek.

I am spiritual

  • Dag 35 of 197
  • Van Gonzar naar Palas de Rei
  • 17,3 km

Tot nu toe ben ik nog maar drie mensen tegengekomen die, net als ik, niet echt overenthousiast zijn over de diepgang onder de pelgrims. Het merendeel is hier gekomen, omdat ze het zo’n epic journey vonden en ze daar heel graag onderdeel van wilden zijn. Sommige mensen zijn hier vanwege religieuze redenen, maar dat is echt een klein percentage. Veel mensen zeggen dat ze niet religieus zijn, maar wel spiritueel. “I am spiritual…” wat het ook moge betekenen. Want het grappige is, als je mensen vraagt wat spiritueel zijn voor hen betekent, ze dat heel erg moeilijk uit te leggen vinden.

Caminocompetitie

Spiritueel zijn op de camino voelt als een soort excuus om hier met een goede reden te mogen zijn. Om de camino als epic te mogen ervaren. Om het groots en meeslepend te mogen vinden. Ik hoor veel ‘amazings’ and ‘fantastics’. En tegelijkertijd gaat het heel veel over hoeveel kilometers iedereen gelopen heeft, waar iemand gestart is, hoeveel dagen je al loopt, of je de standaard stages doet en als je minder dan de standaard doet, zoals ik, dan merk je meteen de verbazing of de vraag of er wat misgegaan is. Iemand die heel veel kilometers per dag loopt, laat dit altijd (subtiel of niet subtiel) aan zo veel mogelijk mensen weten. Iemand die de camino al vaker dan één keer gelopen heeft, laat dit ook altijd (subtiel of niet subtiel) weten om vervolgens alles uit te leggen wat hij meer denkt te weten dan eerste-keer-pelgrims. Er is veel competitie en people-splaining op de camino (ik ben er inmiddels wel achter dat er ook veel womensplainers zijn, dus noem het beruchte mansplaining nu liever people-splaining).

Diepgangcaminovrienden

Er is dus veel minder diepgang dan ik en die drie anderen gedacht hadden. In ieder geval komt het niet naar boven waar wij bij waren. En we waren toch redelijk verspreid over de camino. Het is natuurlijk niet erg, want het is wat het is. En wat een reis of tocht epic maakt is natuurlijk voor iedereen anders. Ik ben erg blij dat ik die drie anderen ontmoet heb in ieder geval. En voor de rest zit ik niet zo te wachten op algemene praatjes. Dus tegen de Amerikaanse dame in het stapelbedje tegenover me die twijfelt of ze in Santiago wil deelnemen aan de pelgrimsmis in de kathedraal omdat ze niet echt heel erg religieus is en niet in de rij wil wachten en aan mij vraagt of ik naar de mis ga, zeg ik nee ik ga niet want ik ben niet religieus, en ook niet spiritueel. Ik ga genieten van een biertje op het plein of ergens in een straatje en zoeken naar een paar van mijn diepgang vrienden.

En vandaag?

Vandaag? Goed gelopen. Lekker rustig aan. Uitgeslapen tot 7.30, ontbijtje in de albergue. Paar kilometer lopen, kopje koffie, even een fijn gesprek met diepgangcaminovriend Nadav, kopje koffie en alweer 17 kilometer dichterbij Santiago. Met een paar prachtige plaatjes onderweg. Via de whatsapp nog even een gesprek met Katie die twee dagen achter me loopt en in een locatie zit vol met veroordelende religieuze Amerikanen die op een of andere manier niet begrijpen dat ze als 42 jarige vrouw nog niet getrouwd is en kinderen heeft en in haar eentje de camino loopt en haar dus maar links laten liggen. Mijn tip van de dag: arrogant worden. Lekker laten lullen en van je af laten glijden. Makkelijker gezegd dan gedaan, dus stuur ik haar alle leuke, interessante en goede eigenschappen die ik van haar heb mogen meemaken op de camino om die arrogantie ook daadwerkelijk op te kunnen roepen. Het werkte voor mij de afgelopen dagen om vervelende mensen een beetje op een afstand van mijn gevoelsleven te kunnen houden. Ik hoop dat het haar ook lukt. Sowieso drinken wij samen een biertje in Santiago, Katie en ik.

Vuursalamanders

  • Dag 34 of 196
  • Van Ferreiros naar Gonzar
  • 17,3 km

Verplichte frisse lucht

Ik voel me nog steeds niet helemaal fit. Een verkoudheid misschien. Mijn gewrichten doen zeer en m’n voeten hebben er geen zin in. Ik sliep alweer slecht vannacht. De hostel was prima – vooral het ei en het uitzicht – en ook de bedden waren oké – redelijk stevig ondanks het gestapel – maar de mensen… ik trek het gewoon niet meer zo goed. Een Spaanse deed om 21.45 uur tot twee keer toe het grote zaallicht aan, terwijl de meerderheid al lag te slapen, en een Duitse vrouw had het blijkbaar bijzonder benauwd en gooide na een luide mopperklacht dat ze geen adem kon halen passief-agressief het raam wijd open. En niet zo maar een raam, nee een raam van 1,5 meter hoog en een meter breed. Helemaal open. Precies voor mijn bed. Ik zei nog zachtjes iets van “Nein, niet zo wijd”, maar ze hing half uit het raam om de frisse lucht op te snuiven en heeft dat waarschijnlijk niet gehoord, want toen ze klaar was met snuiven ging ze met flinke stappen weer haar bed in.

Voorraadje tijdelijke noodoplossingen

Eihuilen

Toen ik even later naar de wc ging heb ik het raam op een wat kleiner kiertje gezet. Ze kan de pot op. Frisse lucht is prima, maar ik laat me niet m’n bed uittochten door een mopperige Duitse slaapzaaldictator. Om 01.00 uur word ik wakker van de wind die in m’n gezicht blaast. Het raam staat weer wijd open en het stormt buiten.. Van de irritatie kan ik niet meer slapen. Op mijn telefoon, die ik er voor de afleiding even bij pak, zie ik een berichtje. De vader van Brian is overleden. Hij ging al een tijdje sterk achteruit en gisteren heeft hij het leven losgelaten. Een heel groot verdriet overvalt me. Op de een of andere manier maakt het overlijden van Brians vader pijnlijk duidelijk dat Brian er niet meer is. Het voelt alleen, het doet zeer en ik mis hem plots heel sterk. Ik moet er van huilen en om niet de hele slaapzaal wakker te snotteren ben ik maar een tijdje in het ei gaan hangen huilen.

Nog meer slaapzaalherrie

Als ik m’n bed weer in ga, doe ik natuurlijk eerst het raam dicht! Het stortregent nu. Niet lang nadat ik uiteindelijk weer slaap, schreeuwt een Spanjaard iets onverstaanbaar door de slaapzaal. Hij droomt blijkbaar dat er iets engs over zijn benen loopt, want hij schudt zijn slaapzak uit, zegt iets als “ieuwrts” en valt weer in slaap. Hij wel. Ik natuurlijk niet…

Vuursalamanders

Om 05.50 uur ben ik mijn bed uit gegaan en de camino op gestapt. Het is nog zeker een paar uur pikkedonker en waarschijnlijk mis ik daardoor wel wat mooie uitzichten aan het begin van de wandeling van vandaag, maar de zonsopgangen blijken uiteindelijk ook de moeite waard.

Rond 8.00 uur komt de zon op

En in het donker zie ik ook iets onvergetelijks dat ik niet had willen missen. Vuursalamanders! Ze zijn heel zeldzaam en Brian was er altijd erg op gebrand om ze te zien. Hij zocht eigenlijk elke vakantie wel even in de regionale internetsites van de plek waar we waren of er vuursalamanders voorkwamen daar. Hij heeft ze in mijn bijzijn echter nooit gevonden en hier op dit stukje camino struikel ik opeens bijna over ze. Er beweegt in het hoekje van de lichtbundel van mijn zaklamp iets en als ik goed kijk zie er eentje zitten. Ik schrik er van. Op dat stukje steken er zeker acht, vlak voor mijn voeten en super langzaam, de weg over. Tussen Ferreiros en A Parrocha. Heel traag en onhandig zijn ze. Ik snap wel dat ze zeldzaam zijn. Des te vet cooler dat ik ze gezien heb! Als ik dan even later ook nog twee puttertjes in een boom zie zitten begint mijn nuchtere hoofd toch te twijfelen over hogere machten.

Wat is snel?

Nog 100 km

Kort na mijn ontmoeting met de vuursalamanders passeer ik de ‘nog-maar-100-km-paal’. Geen mijlpaal in de letterlijke zin van het woord, maar wel in de figuurlijke. En hoe snel gaat het dan als je vier uur later nog maar 85 km moet lopen (eh, niet zo snel eigenlijk…). Maar goed. Ik eet een ontbijtje in Portomarin. Wandel weer even met John en arriveer dan bij het hostel van de dag. Een privé-kamer weer. Slapen zonder Duitse dictators en Spaanse schreeuwers!

In het Spaans

  • Dag 19 of 181
  • Van Boadilla del Camino naar Carrión de los Condes
  • 24,5 km

Hard werken

De camino lopen is soms net werken. Ik bedoel, het is natuurlijk sowieso fysiek heel hard werken, maar er zit ook een soort werkritme in. Je hebt natuurlijk alleen de verantwoordelijkheid voor jezelf (die ene keer daargelaten dat ik een caminofietser met volle bepakking een grindhelling van 12%, vol met groeven en geulen haar fiets omhoog hielp duwen). Je hebt ook geen stress… hoewel je een flinke discussie kan hebben over of stress wel of niet bij werken hoort. Maar verder is het om 06.00 uur opstaan, al je taken doen en als je er eentje vergeet (muggenspray opdoen bijvoorbeeld) kan je zomaar levend opgegeten worden door een agressieve bloeddorstige bende k*tmuggen, waar ik mega dikke bulten van krijg die pijn doen en waar ik nu een soort antihistamine op mag smeren van de Farmácia die hier niet zo moeilijk doet over een medicijntje hier of daar. Lekker smeren. Dus geen taken overslaan, want je bent de sjaak!!

De facilitator van de muggen, water!

De werkdag

Dan ga je aan het werk, paar kilometers lopen totdat het koffietijd is en je een ‘café con leche, por favor’ kan bestellen en soms eindelijk een ontbijtje, als je daar om 06.00 uur nog geen zin of geen mogelijkheid voor had. Onderweg heb ik vandaag een boel Spaanse woorden en vogel- en bomennamen geleerd, want ik liep de hele dag met Miguel, een vrolijke, sympathieke, 42-jarige, drukke, Spaanse boomspecialist die nu in een verzorgingshuis werkt en geen woord Engels spreekt. Met handen en voeten, af en toe een vertaalapp en veel input van mijn talenknobbel hadden we het heel gezellig. Zijn vader is twee maanden geleden overleden. Ze hadden een sterke emotionele band en hij heeft de camino, en nog veel meer buitensportactiviteiten, nodig om zijn hoofd weer op orde te krijgen. Tegen lunchtijd was ik wel een beetje moe ervan, maar Miguel weet van geen wijken. Je hebt soms ook van die collega’s… heel gezellig, maar soms moet je je gewoon even concentreren toch?

Vanuit een kerk onderweg

Een beetje snel

Aan het begin van de dag loop ik vaak snel. Ik haalde Miguel dus vanmorgen in, want hij deed het rustig aan. Meestal zakt mijn tempo halverwege een beetje in. Maar we kregen de hele dag dat mega tempo er niet meer uit. We waren er lekker snel, maar ik ben dus gesloopt. Gelukkig is de Caminowerkdag wel ietsjes korter dan een gewone werkdag. Behalve dat ik bij aankomst mijn was moet doen, m’n bed moet opmaken en m’n spullen moet herorganiseren. Een boodschapje doen voor de volgende dag hoort er ook bij. Maar dat is redelijk overzichtelijk. En altijd even Rootz checken. En nu ook even bellen met het thuisfront, want het gaat niet zo heel erg goed met de vader van Brian, Birgit en Olav.

Lang leve mijn herstelslippers

Het einde van de werkdag

Samen met Miguel heb ik tussen de middag warm gegeten op de eindbestemming. Een menú in dit geval. Drie gangen, voor € 15,- met wijn en agua. In een vol Spaans restaurant waar hij met twee tafels tegelijk levendige gesprekken voert in het Spaans en soms het Spaans voor mij vertaalt in het Spaans, want hij kan echt geen enkel woord Engels. Dus nu ben ik helemaal klaar voor de dag. Niet alleen met vreemde talen spreken, maar ook met eten. Muy buen. Ik slaap bij de nonnen, die er niet uitzien als nonnen (mocht je ze in een zwarte jurk met kap voor je zien), maar als toffe vrouwen met veel levenservaring. Ze hebben losse bedden (geen stapelbedden dus) en veel ruimte, licht en lucht. Het enige is dat er een dikke, ietwat vreemde Spanjaard op de kamer slaapt met een apneu-apparaat naast zijn bed….

Miguel

Goede beslissingen

  • Dag 16 of 178
  • Van Burgos naar Rabé de las Calzadas
  • 13,5 km

Nog steeds moe

Ik had me voorgenomen om het rustig aan te doen op de Camino en niks te forceren. Op zich gaat het beter dan ik gedacht had. Maar doordat ik me een beetje eenzaam voelde de afgelopen dagen, ging ik toch meer lopen om mijn ‘Camino-familie’ in te halen. En dat voel ik nu. Bovendien slaap ik beroerd in de warme volle slaapzalen. Dus ik ben moe.

Mijn nieuwe Camino familie

Gelukkig leer ik ook nieuwe mensen kennen. Sara, een Italiaanse cartoontekenaar die een Britse vriend heeft, in Parijs woont, maar daar steevast bij zegt dat Parijs echt overschat wordt. Ze is echt een enorme bikkel, want ze heeft twee hele pijnlijke knieën, gaat traag en maakt dus lange dagen. We lopen al een paar dagen dezelfde afstanden. Ik denk altijd even aan haar wanneer ik lichtelijk vermoeid de volgende helling omhoog stiefel. Maar elke keer redt ze het weer. Zij was ook haar camino-familie kwijt, dus, zoals afgesproken, verwelkom ik haar steeds met flink wat enthousiasme als ik haar weer op de eindbestemming naar de hostel zie strompelen. En gisteren kwam Katie opeens de hostel in Burgos binnenlopen. Mijn Amerikaanse soortgenoot. Zo leuk!

Vlnr: ik, Sara, Katie

De grote stad

Opnieuw kom ik er achter dat ik niet zo goed raad weet met opeens weer zo’n grote stad na alle kleine, rurale dorpjes. Ik loop er een beetje verloren rond. Ik besluit dus om niet een dag extra te blijven in Burgos, maar een korte afstand te lopen de volgende dag. Gelukkig heb ik wel een nieuwe Camino-familie. Sara, Katie en ik eten pintxos (de tapas van noord Spanje) in een echte Spaanse pintxosbar, met boos kijkende pintxosbarmannen in witte overhemden. Mooi om te zien hoe hun systeem werkt, zeker als het om 20.00 uur echt enorm druk wordt. Voor ons tijd om terug te gaan naar de hostel.

Maar dan stampvol met drukke Spanjaarden

Een oude bekende

Op de terugweg zie ik opeens John, mijn Australische familielid met grote mond, maar erg gekwetst klein hartje. Hij wordt er helemaal emotioneel van als ik opeens voor zijn neus sta. Hij verontschuldigt zich daar later voor; het past niet echt in het plaatje dat hij van zichzelf wil neerzetten denk ik. Hij heeft duidelijk te veel gedronken. Voor hem een manier om zijn problemen niet echt aan te hoeven gaan. Maar het is echt fijn om hem te zien. En goed om elkaar te spreken.

Voor John

Rustig aan

Vandaag is het zondag. Alles in Burgos is dicht. Katie en ik hebben een kamer geboekt in een hostel op 13,5 kilometer van Burgos. We lopen niet samen, want we vinden het allebei fijn om ons eigen tempo te lopen en na te denken. En Katie gaat eerst naar de mis in de kathedraal van Burgos. In Spanje is zondag nog echt een rustdag. Er is niemand op straat. Wat een rust. Het voelt als een zondagmiddagwandelingetje. Ik kom langs de universiteit van Burgos. Altijd mooi, zo’n plek vol kennis. Het oude gedeelte van de universiteit is indrukwekkend. De rest van de wandeling is saai en lelijk. Maar mijn zijkantje houdt zich weer keurig aan de afspraak.

La Fuente de Rabé Hostel

Ook een kinderboek

Allemaal goede beslissingen dus. Ik ben om half twaalf in de hostel. Een gezellig café, bar, restaurantje in een klein dorpje. Een prima kamer met vier bedden en een eigen badkamer. Er zijn geen andere mensen. En Katie is prettig gezelschap. Ze is op zoek naar wat ze nou eigenlijk wil en waar ze dat dan gaat doen. En ze heeft ook een kinderboek geschreven, net als Brian en ik met ‘Joep en zijn spinnenpak’. Alleen heeft zij het al helemaal uitgeschreven. Het gaat over een cactus die moet leren om niet al haar water weg te geven aan iedereen die mogelijk een vriend van haar kan worden. Ze zoekt nog een illustrator. Of een uitgever.