Caminoplaatjes

  • Dag 27 of 189
  • Van Astorga naar Rabanal del Camino
  • 20,3 km

Mooie plaatjes

Er zijn veel mooie dingen te zien onderweg op de camino. Prachtige vergezichten, kleurrijke zonsopgangen, kleine dorpjes met stoere Romaanse kerkjes en oude huizen, grote steden met kathedralen en pleinen vol statige huizen. Soms zijn het de details die een plaatje maken, andere keren juist het grote geheel. Ook de gele pijlen die ons de weg naar Santiago wijzen kunnen een mooi geheel vormen met de omgeving. Ik ben nog steeds moe en een beetje sentimenteel. Dus hier gewoon wat mooie Caminoplaatjes.

De minder mooie kanten van de camino

De Camino bestaat niet alleen maar uit mooie plaatjes trouwens. Er zijn ook heel veel lelijke plekken waar we langslopen. Industrieterreinen, snelwegen, hoogspanningsmasten en smerige viaducten met niet al te creatieve graffiti. Het hoort erbij. Het levert mij het gevoel op dat ik een land doorkruis en echt ergens naar op weg ben. Geen gewone natuurwandeling, echt een tocht.

Het eten op de camino

Ook het eten is soms een plaatje. Gisteren liep ik een beetje een onduidelijke parochiale herberg binnen en kwam ik uit in een binnentuin met een allerschattigste vrijwilliger die een tortilla voor me bereidde met verse tomaat uit eigen tuin. De tomaat was zo zoet en sappig dat het snoep leek. En in Astorga, bekend om haar chocolade kocht ik bombonas, die ik binnen no time op had. In León kreeg je bij elk drankje een bordje tapas. En de verse sinaasappelsap is echt geweldig. Alleen de koffie valt me een beetje tegen. Maar cafeïne is cafeïne, niet dan?

Vandaag

Vandaag loop ik weer met Katie. We hebben zo veel gemeen en kijken zo vaak hetzelfde aan tegen allerlei zaken dat het bijna eng is. Er is weinig stilte als zij en ik samen optrekken. Maar morgen loop ik weer alleen, wat prima is, want het is ook wel vermoeiend om zo intensief met elkaar op te trekken. Katie slaapt vandaag, en waarschijnlijk morgen ook, in een klein klooster hier in het dorp. Een soort stilte-retraite bij de monniken. Ik trek dat soort gelovige dingen niet zo goed, dus ik slaap in de herberg ernaast, met een prachtige tuin met appelbomen en prima bedden.

Ik maak er ook een beetje een stilte-retraite van, want ik ben nog steeds moe en een beetje verdrietig. Vanmorgen bij zonsopkomst kwamen we een klein kapelletje tegen waar ik een kaarsje heb aangestoken voor Brian.

Het begin van het einde

  • Dag 25 of 187
  • Van León naar San Martin de Camino
  • 19 (van 26) km

Een rustdag

León is echt een heerlijke stad. Licht, schoon, vriendelijk, heerlijk eten en super gezellig. Samen met Katie is het makkelijk om langs verschillende tapasbarretjes te struinen, want ze spreekt goed Spaans en dat lijkt de soms wat norse Spanjaarden direct te ontdooien. En het is gezellig met Katie. Alweer. We hebben gesprekken die ons allebei iets opleveren en die de diepgang hebben die we bij sommige andere ontmoetingen een beetje missen. En we kunnen ook vreselijk lachen om kleine, grappige momenten. Maar vandaag moest ik ook flink huilen toen ik haar vertelde over de laatste dagen van Brian en wat ik moeilijk vind.

De was

Gisterochtend begon mijn dag met een bezoekje aan de Fisioterapia. Hij heeft mijn benen losgemasseerd en mijn voeten bekeken. De onderkant van mijn voeten is waarschijnlijk licht ontstoken. Het advies is rekken en koelen. Na de Fisioterapia ga ik de was doen in de lavanderia vlakbij, waar ik van een Spaanse oma de opdracht krijg haar uit te leggen hoe de wasmachine werkt. In het Spaans. Ze gaat steeds harder praten om me te vertellen wat ze wil. Het duurt even voordat ze begrijpt hoe Google translate werkt en ik probeer niet steeds harder te gaan praten om het haar duidelijk te maken.

Even spannend

Na een bezoekje aan de machtige, gothisch kathedraal met haar enorme glas-in-loodramen, ging ik naar het Spaanse postkantoor, Corréos, om een pakketje te versturen en het pakketje op te halen dat Niels voor mij aan het postkantoor heeft opgestuurd. Het eerste lukt, het tweede niet. Het ligt waarschijnlijk bij een ander bedrijf, MRW, dat ver buiten het centrum gevestigd is. Gelukkig kan Katie met haar geweldige Spaans het bedrijf bellen, waardoor ik weet dat mijn pakketje er nog ligt. Omdat ik nog een uur heb voor ze sluiten, neem ik snel een taxi. En jééé daar heb ik de paar essentiële aanvulspullen. We eten creatief op de hotelkamer, want Katie is niet helemaal fit. En dan spullen pakken en slapen, want de volgende dag begint de gewone pelgrimroutine weer.

Met de bus

Vanmorgen hebben we voor de eerste (en voor mij sowieso enige keer) de bus gepakt. De fysiotherapeut zei dat het nutteloos was om langs het verschrikkelijke industrieterrein van León te lopen. Spanjaarden (zowel mannen als vrouwen) kunnen nogal duidelijk en stellig zijn in hun meningen. Maar we besluiten na rijk beraad als je fysiotherapeut het zegt, zeker als het een Spanjaard is, dat het dan geoorloofd is. En dat we niet zo streng hoeven te zijn voor onszelf en dat Jacobus vast ook wel eens een stukje met een kar of een ezel gelopen heeft. Dus daar rijden we, toch een klein beetje licht gegeneerd wanneer we groepjes wandelende pelgrims passeren, langs zeven kilometer industrieterrein. We hebben er geen spijt van. Uiteindelijk lopen we achttien kilometer naar de eindbestemming van vandaag, eeneen gloednieuwe albergue met een zwembad waar niemand gebruik van maakt en heerlijke tomatensalade en patatas bravas. En verstandig als ik ben, koel ik ondertussen braaf mijn voetjes.

Vandaag is met mijn vertrek uit León het laatste deel van de Camino begonnen. Nog 295 kilometer naar Santiago!

Naar León

  • Dag 23 of 185
  • Van Mansilla de las Mulas naar León
  • 18 km

Volle herbergen

Gisteren eindigde de dag in Mansilla de las Mulas, omdat de dag erna dan tot León niet meer zo ver zou zijn. Het was best een flinke wandeling en, zoals elke dag met meer dan 20 km, deden mijn voeten best wel zeer; de onderkant, de zijkant, mijn tenen, het peesje van mijn grote teen. Ook mijn zijkantjes spelen na een tijdje lichtelijk op. En mijn hamstrings. Mijn bilspieren. En m’n knieën, binnen- en buitenkant, ook. Kortom, mijn benen waren een beetje op. Ik besluit de eerste albergue te checken. ‘Complet’ hangt er op de deur, vol dus. De hostel even verderop is ook vol. Dan het boarding house proberen, is iets duurder, maar dan heb je een eigen kamer. Ook vol! De eigenaresse denkt dat alles vol is, behalve Hotel el Puente in het centrum. Op weg daarnaartoe kom ik drie andere pelgrims tegen die op hun telefoon mogelijkheden zoeken. Ze hebben hetzelfde probleem. We gaan samen naar hotel El Puente, maar daar aangekomen is de deur dicht en het ziet er donker uit. Bij de bar ernaast weten ze geen andere opties. Dus we gaan op zoek naar hostels in andere dorpjes. We bellen ze eerst voor de zekerheid, want het is niet fijn om 6 km te lopen en dan te horen dat het vol is. En ze zijn vol!

En nu?

We overleggen of we samen een taxi nemen naar León, want de dame van de laatste hostel zegt dat alles vol zit tot aan León. Dan opeens loopt er een Spaans mannetje de bar binnen en vraagt of we op zoek zijn naar een bed. Hij zegt dat hotel el Puente kamers vrij heeft. We kijken hem verbaasd aan. Hij loopt met ons mee en dan blijkt dat we aan de achterkant van het hotel stonden. Sukkels! Er is een kamer vrij met drie bedden. De laatste kamer. Yes. Nu hoef ik niet met de taxi naar León om dan te beslissen of ik terug moet met de taxi de volgende ochtend, want ik wil eigenlijk de hele Camino gelopen hebben en ik weet zeker dat ik niet teruggegaan was. Ondanks dat de kamer echt ondermaats is voor de 66 euro die ze ons (gezamenlijk gelukkig) laten betalen, voelen we ons echt heel opgelucht.

Kamergenootjes

Ik slaap er met Charles en Viri (Bithi). Charles is een wat oudere man uit Texas die heel vriendelijk, grappig en sociaal is, maar wel wat bekrompen ideeën heeft over genderissues, immigranten en de politieke situatie in de VS. We hebben het er maar niet over. Je kan elkaar dus ook aardig vinden, zonder dezelfde normen en waarden te delen. Viri en ik kunnen het goed vinden met elkaar. Ze deelt haar levensverhaal met me. Ze verloor haar moeder op haar 19e en haar vader, die er niet echt voor haar was, op haar 22e. Zij en haar oudere zus moesten hun huis uit omdat ze de huur niet konden betalen. Gelukkig mochten ze een maand bij kennissen verblijven. Ze heeft drie banen gehad om haar school af te kunnen maken en het is haar gelukt. Ze doet iets super interessants met onderzoek naar stress bij vogels. Ze vertelt ook dat ze ontzettend veel verdriet gehad heeft over haar moeder en we delen het een en ander over hoe moeilijk het is als iemand die je liefhebt overlijdt.

Alweer een party

Nadat we ons geïnstalleerd hebben in de kamer, gaan Viri en ik naar de supermarkt om lunch te halen. Op het plein bij de supermarkt staat een groot podium. Met het vorige partydorp nog in ons hoofd, maken we ons een beetje zorgen. En ja hoor. Het blijkt een dorpsfeest en vandaag is de laatste dag (lees nacht). Het begint volgens de supermarktmedewerker om 23.00 uur en gaat de hele nacht door. Jééé… We hopen er niet te veel last van te hebben, omdat we niet zo dicht bij het plein slapen. Maar nadat we om 00.00 uur wakker schrikken van twee kanonschoten en een vuurwerkshow, kunnen we daarna niet of nauwelijks meer in slaap komen, omdat de hele nacht de muziek door het dorp schalt. Echt hard hard.

Dat was nog het lieflijke beginnetje…

Als Viri en ik ‘s ochtends om 06.30 uur even op het plein kijken, voordat we het dorp uitlopen, staan ze nog steeds te hossen en te zuipen. Er mannen te pissen op zes verschillende plekken, zeg maar niet echt in een hoekje. Ik denk dat ze niet meer zo goed weten hoe ze zich richting een hoekje moeten draaien. Heel verhelderend allemaal. De muziek staat zo hard dat we het op zes kilometer afstand nog steeds kunnen horen. Fascinerend hoor die feestende Spanjaarden.

León

Ik zag een beetje op tegen de grote stad weer, maar León is lief, leuk, open en prachtig. Ik heb een hotelkamer geboekt samen met Katie, die een paar dagen achter me liep met een zere knie en de laatste vier dagen gefietst heeft. Het is een superleuke plek, vanwaaruit je de kathedraal zelfs kan zien. We gaan morgen samen een plan maken hoe een beetje samen en toch alleen in Santiago aan te komen.

Familie!

Op een van de pleinen staat een toeristentreinautootje vol met toeristen. En twee pelgrims die lichtelijk geflipt naar iemand zwaaien. Ze blijven maar zwaaien en niemand reageert. Wat zijn ze in vredesnaam aan het doen. En dan langzaam dringt het tot me door dat ze naar mij zwaaien en wie het zijn. Laura, uit Duitsland en Sharon een Canadese. Ik ben zo blij om ze te zien, want ik heb heel vaak aan ze gedacht. Zij waren de mensen die ik probeerde in te halen. Van de bestuurder mag ik ze echter niet knuffelen terwijl hij gaat rijden… Tss. Dus dan maar weer hopen dat we elkaar tegenkomen.

Als ik richting het hotel loop zie ik Sharon. We wisselen telefoonnummers uit en spreken af om met z’n allen wat te gaan drinken en daarna tapas te eten. Jééé, oude familie en nieuwe familie bij elkaar. Morgen naar de fysio voor mijn zijkantjes. En m’n billen. En m’n knieën. En m’n hamstrings. En dan een nieuwe sport-bh kopen, want ik heb er eentje ergens laten liggen en nu loop ik al drie dagen in dezelfde. Dus. Dan weet je dat.

Saai!

  • Dag 21 of 183
  • Van Lédigos naar Bercianos del real Camino
  • 26,5 km

Alweer een dag

Om 06.00 uur gaat mijn wekker. Ik heb nauwelijks geslapen, omdat het zo warm is op die slaapzalen. Het kan me niet zo veel schelen als anderen wakker worden, omdat ik mijn tas inpak. Ik heb een dag van 26,5 km voor de boeg. Het start al niet lekker, want ik kom er vanmorgen achter dat ik mijn was vergeten ben af te halen gisteren en alles ligt kleddernat op de grond, want het heeft vannacht geregend.

Hostel van gisteren, ziet er leuk uit, maar echt gedoe

Alweer regen

Ik ben nog geen 5 minuten onderweg of het begint te regenen. Ik hoop dat het meevalt, maar het begint steeds harder te regenen. Dat was niet voorspeld, dus de regenspullen zitten onderin mijn tas. Dus, tas af, regenspullen eruit, jas eerst maar en dan toch ook m’n regen broek om natte schoenen te voorkomen. Terwijl de regen op mijn rug klettert, krijg ik natuurlijk de zijkanten van mijn regen broek niet dichtgeritst. De zoom komt steeds in de rits.

Weg kwijt

Vervolgens raak ik de hele pijlen kwijt in het volgende dorp en moet ik via een veld met allerlei hoge beplanting de weg terugvinden. Net nadat ik mijn regen broek besloot uit te doen, natuurlijk, dus het water drupt van de planten in mijn schoenen.

Eindeloos

De route is saai en lang. Een pad met hoekige steentjes, die na een tijdje zeer doen aan je voeten, gaat eindeloos rechtdoor langs een grote weg. Langsrazend verkeer maakt muziek luisteren onmogelijk en er zijn alleen maar eindeloze graanvelden of omgeploegde akkers te zien.

Alleen of samen

Het is niet mijn dag. Tijdens het ontbijt kom ik in een café-bar terecht waar de groep, die ik de laatste paar dagen probeer te ontlopen, ook komt eten. Het is een hechte groep met veel grote monden die weinig ruimte laten voor anderen. Gelukkig zit Tara er ook. Een Amerikaanse die ook alleen loopt en bij wie ik aanschuif aan tafel. Het klikt niet meteen, maar ze is wel aardig. Ik loop toch alleen de deur uit. Het is een alleenloop dag. Ze loopt 200 meter achter me en ongeveer hetzelfde tempo als ik. Na een tijdje zie ik in mijn ooghoek de staart van een relatief grote hagedis het struikgewas inschieten. Ik loop door, maar houd de zijkant van het pad goed in de gaten. En niet lang daarna zit er eentje te shinen in het zonnetje.

Harrie

Samen

Tara komt er ook bij staan om hem op de foto te zetten. Nadat Harry – geschrokken van alle media-aandacht – het struikgewas ingevlucht is, lopen Tara en ik samen verder en even later hebben we toch wel leuke gesprekken. Soms is het gewoon even wennen en door de taalbarrière heen praten. We bereiken samen ‘the halfway point’ waar een gekke Fransoos ons per se samen op de foto wil zetten.

Hostel

In het einddorp van de dag is de fijne hostel vol en we belanden in een kleine, ietwat bedompte betegelde schuur van een café-bar, met dunne matrasjes op de metalen stapelbedden. Wel schoon en in ieder geval koel. Maar niet echt vriendelijk, ondanks dat deze mevrouw zelf zeven keer de Camino gelopen heeft.

Mijn pijnlijke voetjes in mijn heerlijke lakenzak op het dunne matrasje in de betegelde schuur

Toch nog de beste optie

Nou voor een hele saaie dag heb ik toch een hele lange blog weten vol te ouwehoeren. Een paar keer heb ik vandaag gedacht: ik heb het wel gezien. Alles doet zeer. Ik ben klaar met de vroege ochtenden, de tortilla-ontbijtjes, de stenen paadjes (ondanks de hartjes die er nog steeds in grote getalen liggen), de laatste pijnlijke kilometers van de dag, het gedoe in de hostels, de verschillende talen spreken, m’n tas weer op orde brengen om weer vroeg op te staan om het hele geleur weer opnieuw te doen. Maar, diepe zucht, het hoort erbij. Ik wil in Santiago aankomen, dus ik ga door. Dus straks gaan we iets te eten zoeken in het dorpje en dan vroeg ons nest in. En in de hostel waar we eerst wilden verblijven is een feest dat middernacht pas start, dus misschien heb ik toch meer mazzel dan ik dacht.

Trein voor m’n grote broer (even goed kijken)

In het Spaans

  • Dag 19 of 181
  • Van Boadilla del Camino naar Carrión de los Condes
  • 24,5 km

Hard werken

De camino lopen is soms net werken. Ik bedoel, het is natuurlijk sowieso fysiek heel hard werken, maar er zit ook een soort werkritme in. Je hebt natuurlijk alleen de verantwoordelijkheid voor jezelf (die ene keer daargelaten dat ik een caminofietser met volle bepakking een grindhelling van 12%, vol met groeven en geulen haar fiets omhoog hielp duwen). Je hebt ook geen stress… hoewel je een flinke discussie kan hebben over of stress wel of niet bij werken hoort. Maar verder is het om 06.00 uur opstaan, al je taken doen en als je er eentje vergeet (muggenspray opdoen bijvoorbeeld) kan je zomaar levend opgegeten worden door een agressieve bloeddorstige bende k*tmuggen, waar ik mega dikke bulten van krijg die pijn doen en waar ik nu een soort antihistamine op mag smeren van de Farmácia die hier niet zo moeilijk doet over een medicijntje hier of daar. Lekker smeren. Dus geen taken overslaan, want je bent de sjaak!!

De facilitator van de muggen, water!

De werkdag

Dan ga je aan het werk, paar kilometers lopen totdat het koffietijd is en je een ‘café con leche, por favor’ kan bestellen en soms eindelijk een ontbijtje, als je daar om 06.00 uur nog geen zin of geen mogelijkheid voor had. Onderweg heb ik vandaag een boel Spaanse woorden en vogel- en bomennamen geleerd, want ik liep de hele dag met Miguel, een vrolijke, sympathieke, 42-jarige, drukke, Spaanse boomspecialist die nu in een verzorgingshuis werkt en geen woord Engels spreekt. Met handen en voeten, af en toe een vertaalapp en veel input van mijn talenknobbel hadden we het heel gezellig. Zijn vader is twee maanden geleden overleden. Ze hadden een sterke emotionele band en hij heeft de camino, en nog veel meer buitensportactiviteiten, nodig om zijn hoofd weer op orde te krijgen. Tegen lunchtijd was ik wel een beetje moe ervan, maar Miguel weet van geen wijken. Je hebt soms ook van die collega’s… heel gezellig, maar soms moet je je gewoon even concentreren toch?

Vanuit een kerk onderweg

Een beetje snel

Aan het begin van de dag loop ik vaak snel. Ik haalde Miguel dus vanmorgen in, want hij deed het rustig aan. Meestal zakt mijn tempo halverwege een beetje in. Maar we kregen de hele dag dat mega tempo er niet meer uit. We waren er lekker snel, maar ik ben dus gesloopt. Gelukkig is de Caminowerkdag wel ietsjes korter dan een gewone werkdag. Behalve dat ik bij aankomst mijn was moet doen, m’n bed moet opmaken en m’n spullen moet herorganiseren. Een boodschapje doen voor de volgende dag hoort er ook bij. Maar dat is redelijk overzichtelijk. En altijd even Rootz checken. En nu ook even bellen met het thuisfront, want het gaat niet zo heel erg goed met de vader van Brian, Birgit en Olav.

Lang leve mijn herstelslippers

Het einde van de werkdag

Samen met Miguel heb ik tussen de middag warm gegeten op de eindbestemming. Een menú in dit geval. Drie gangen, voor € 15,- met wijn en agua. In een vol Spaans restaurant waar hij met twee tafels tegelijk levendige gesprekken voert in het Spaans en soms het Spaans voor mij vertaalt in het Spaans, want hij kan echt geen enkel woord Engels. Dus nu ben ik helemaal klaar voor de dag. Niet alleen met vreemde talen spreken, maar ook met eten. Muy buen. Ik slaap bij de nonnen, die er niet uitzien als nonnen (mocht je ze in een zwarte jurk met kap voor je zien), maar als toffe vrouwen met veel levenservaring. Ze hebben losse bedden (geen stapelbedden dus) en veel ruimte, licht en lucht. Het enige is dat er een dikke, ietwat vreemde Spanjaard op de kamer slaapt met een apneu-apparaat naast zijn bed….

Miguel

Een bijzonder gesprek

  • Dag 13 of 175
  • Van Santo Domingo de la Calzada naar Belorado
  • 22,5 km

Ontmoeting in de binnentuin

Eén van de Camino gezegden is dat de Camino biedt wat je nodig hebt. Gisterenmiddag ontmoette ik Sean in de tuin van de albergue was bezig met mijn planning voor de komende dagen. We praten even wat. Sean komt over als een redelijk ‘easy-going’ American met leuke praat. Niet een al te schreeuwerig cliché in ieder geval. En het is ook wel even fijn om Engels te kunnen praten. Als een wat ouder Frans stel bij ons komt zitten en steeds meer in de stress raakt, omdat ze geen hotels kunnen vinden voor de komende twee dagen, stop ik een soort tegendraads met mijn planning en ga naar binnen. Wat een getut.

Paella eten

Rond vijf uur kom ik Sean weer tegen bij de ingang van de albergue. We besluiten samen iets te eten. We vinden een leuk tentje waar ze paella serveren, ook op niet Spaanse tijden. Paella was Brians favoriete eten, dus heerlijk om dat een keer te eten hier. Sean is 61 jaar oud, heeft Ierse roots en komt dan ook vaak in Europa. Hij is lang en heeft enorme voeten die maken dat zijn schoenen snel kapot gaan op de Camino. Hij laat voor de zekerheid nieuwe opsturen. Hij vertelt dat hij al 33 jaar getrouwd is met een kleine Ierse die hij ontmoet heeft in London. Het klinkt gelukkig. Zoals veel Amerikanen praat hij makkelijk en is hij open in het delen van persoonlijke dingen. Hij stelt veel vragen en zo komen we ook bij Brian en zijn dood.

Praten over Brian

Als ik vertel dat de liefde van mijn leven is overleden, vertelt Sean over zijn moeder, die drie maanden geleden is overleden. We stellen vast dat afscheid nemen van iemand altijd verdrietig is. Of het nou je moeder van 81 jaar is of een jonger iemand. “Maar het verliezen van je partner zo jong, is iets verschrikkelijks”, zucht hij hoofdschuddend. En dan vraagt hij wat het was aan Brian dat ik verliefd werd op hem. Ik weet het meteen: hij hield van mijn directheid en scherpe grappen. Ik kon mezelf zijn bij hem.

We praten verder over wat er dan zo bijzonder was aan Brian en mij. En over hoe moeilijk het is dat hij er niet meer is. En over de kinderen. Zijn dochter. Zijn moeder. De Camino. En Rootz. Het leven. Hij vraagt of ik al van Brian gedroomd heb. Sean heeft twee keer van zijn moeder gedroomd en hij moest erg om haar lachen in zijn droom. Dat lijkt me zo fijn. Ik zou heel graag van Brian willen dromen, maar tot nu toe is dat nog geen een keer gebeurd.

This amazing woman

Op een gegeven moment zegt Sean: “Brian must have thought you are this amazing woman.” En ik dacht: Ja! Dat deed ie. Hij was echt helemaal dol op mij. Dat is wat Brian achterop een foto schreef die hij in ons boekje deed: “Jij bent de meest fantastische persoon op aarde. En ik weet dat. Maar reken maar dat anderen dat ook kunnen zien.” Iets wat ik moet onthouden van hem, omdat ‘de stemmetjes in mijn hoofd’ soms anders zeggen. Zo dus, door een gesprek met een random Amerikaan (en ik heb het niet eens op Amerikanen), is dat gevoel van vertrouwen dat hij uitstraalde even helemaal terug.

En vannacht was de eerste keer dat ik van Brian droomde. Zo bizar. De Camino biedt wat je nodig hebt. Het is echt zo.

De symboliek van mijn schaduw

  • Dag 11 of 173
  • Van Navarette naar Nájera
  • 17 km

Schaduw

Vandaag liep mijn schaduw de hele dag voor me uit. Eerst was mijn schaduw lang en naarmate de dag vorderde werd hij steeds korter. Het was grappig om mezelf zo in het zicht te hebben. Ik zou er allerlei symboliek in kunnen zien. Dat ik dichter bij mezelf kwam gedurende de dag bijvoorbeeld. Of dat ik mezelf scherper ging zitten. Maar dat was niet zo. Ik vond mezelf eigenlijk vooral wel stoer eruitzien, met m’n wandelritme en m’n stokken. Maar toen ik over die symboliek nadacht, had ik wel opeens heel helder het besef waar ik liep. Ik zoomde een soort van uit op mezelf en zag hoe ik van oost naar west door het noorden van Spanje liep alsof ik over een kaart met reliëf liep met hele grote voeten. De Camino. De weg. Die loop ik. Dat hele pokke-eind. Het was een gek moment.

Speedy Gonzalez

Ik ging vandaag als een dolle. Zo’n 17 km over vrij vlak terrein. Speedy Gonzales was ik. Ik had het plan om niet zo vroeg te vertrekken en eerst de ‘English Breakfast’ te eten bij de bar van de albergue. Ze zouden om 07.00 uur open zijn, maar toen ik om 07.15 uur beneden kwam, was alles nog dicht. Omdat ik zonde van mijn tijd vond om te wachten, ging ik dan toch maar zonder ontbijt op pad. Ik kon het brood en de ham die ik voor de lunch bedacht had, prima als ontbijt eten. Maar dan wel als de zon wat warmer was. Na 8 km en een fijne wandeling langs de snelweg, kwam ik een Picnic plek tegen waar ik m’n broodje kon beleggen. Zag er toch best culinair uit. Even met moeders gebeld tijdens mijn outdoor ontbijtje. En daarna een opnieuw niet al te inspirerend stuk tot aan Nájera.

Elke dag een nieuwe uitdaging

Nájera is een industriestadje met veel flatjes en kleine woningen. En de albergue past daar goed bij. Het is in een klein gebouw van varkenstalformaat met stapelbedjes op een rij, maar wel van hout, dus anti-kraak, en een schot tussen elk tweede bed, waardoor je kleine hokjes krijgt. Het wordt gerund door vrijwilligers en is gezien de prijs ideaal als je meer dan 40 dagen moet betalen voor je overnachtingen. Er is een algemene ruimte met een keuken waar je zelf je eten kunt maken, koffie thee kunt zetten, een boekenkast met boeken en een doos met achtergelaten spullen die je kunt adopteren. De douches zijn simpel en krakkemikkig, maar schoon genoeg. En het stikt er van de bijzondere mensen.

Welterusten

Ik tref in het stadje een vriendelijke Belgische vrouw die alleen Frans praat. Omdat we nog veel te vroeg zijn voor de albergue, drinken we samen koffie en, nadat we ons in de stal geïnstalleerd hebben, eten we ook samen avondeten. Nu zit ik buiten op een bankje mijn verhaal van de dag te schrijven en straks plof ik in mijn stapelbedje en ga ik m’n boek lezen tot ik in slaap val. De was doe ik morgen. Ik vind het te onoverzichtelijk hier. En poeh, ik ben ook best wel moe. Welterusten.

Best wel moe