Afleiding

Mijn gevoel is een chaos. Het pingpongt in mijn middenrif en zorgt voor onrust. Meestal als ik dat heb, probeer ik het rationeel te maken, maar in mijn hoofd blijven de gedachten ook maar rondjes rennen. Dus, ik schrijf er een blog over. Dat helpt me om mijn gevoelens te vangen en mijn gedachten te ordenen. Om te kunnen schrijven over deze gevoelschaos en gedachtencirkeltjes moet ik echter eerst iets bekennen. Nou het móet niet natuurlijk, maar ik wil het. Het heeft te maken met de camino en met mijn rouwproces en ik heb er nog niet echt over geschreven. Niet heel expliciet in ieder geval. Het was te vroeg, voor mij, en misschien voor sommige anderen.

Mijn bekentenis

Het punt is, ik had een camino-romance… In de laatste week van de camino kwam ik een man tegen met wie ik op een diepere laag een enorme klik voelde. We begrepen elkaar zonder heel veel woorden nodig te hebben. We kwamen elkaar verschillende keren tegen in die laatste week en hadden mooie gesprekken waardoor er na een paar dagen iets meer ontstond dan alleen die klik. Er was romantische spanning tussen ons. Ik dacht het eerst verkeerd te voelen. Hij was namelijk een stuk jonger dan ik. Bovendien dacht ik zelfs nog even dat hij op mannen viel. Maar in Santiago werd duidelijk dat het wel romantisch was en hij op vrouwen viel. En op mij.

An interlude of traveling souls

Het kon zonder schuldgevoel naar Brian, want Brian en ik hebben hierover vaak gepraat. Hij was er heel duidelijk over dat hij wilde dat ik mijn leven verder zou leven en me ook weer open zou stellen voor een nieuwe liefde (zij het niet zo perfect als die van ons en zolang hij maar in mijn hoofd en hart een plek zou houden…). Hij dacht dat ik daar na een half jaar wel aan toe zou zijn. Het was net een maandje later. Het mooie is dat deze camino-romance mij de ruimte gaf een volgende stap te zetten in het rouwproces. Het kenmerk van een camino romance is dat het op de camino is en blijft. En hoewel ik de periode daarna een klein beetje moeite had om het te laten gaan, wist ik wel dat het iets onmogelijks was. Nadat mijn Australische caminovriend John het benoemde als ‘an interlude of traveling souls’, kon ik het waarderen voor wat het was. En op zoek gaan naar andere traveling souls.

Datingapps

En dan kom je tegenwoordig uit bij zo iets onromantisch en plats als datingapps… Na twee wat verkennende afspraakjes was mijn conclusie dat ik eigenlijk niet zo’n zin had in relatietoestanden. Ik wilde vooral wat leuke afleiding. Beetje kletsen, beetje flirten, beetje afspreken. Het hoefde niet allemaal zo serieus. Dus ik richtte me op de wat vluchtiger contacten, maar niet met mensen zonder diepgang, want ik ben natuurlijk niet zomaar een slettenbak (en dan mag je zelf bepalen op welk woord je de klemtoon legt).

Doorleven of door leven?

Ik moet zeggen dat het best gezellig is op de datingapp. Ik heb leuke gesprekken, prettige ontmoetingen en fijn wat extra aandacht. Ik heb eigenlijk niks te klagen. Behalve dat daten tijd kost en het enorm afleidt van de andere dingen die er toe doen, zoals werk, kinderen, huishouden en hond. Maar ook van me lichtelijk alleen voelen soms en van Brian missen. Dat laatste vind ik soms verwarrend, want stiekem heb ik het gevoel dat ik alles wat ik aan Brian zou kunnen missen, vol zou moeten doorleven en dat het geen recht doet aan hem om het een beetje half te doorleven. Ik ben soms een beetje bang, dat het chatten, daten en uitproberen alleen maar afleiding is van dat waar het om zou moeten gaan: het rouwproces doorleven. Maar ik denk ook dat ik hier de klemtoon toch anders moet gaan leggen. Het gaat namelijk om het dóór leven en mooie momenten maken en deze zogenaamde afleiding is daarvan een onderdeel. Ik hoef niet de rest van mijn leven als een heremietkreeft in een donker hoekje Brian te zitten herdenken. Nee, hij zei het zelf: je gaat door met je leven.

Rondslettenbakken

Dus hoppa… beetje rondslettenbakken en gewoon leuk wat uitproberen. Geheel onbewust kom ik uit op mannen die lekker veilig niet in de buurt wonen, zodat het onmogelijk serieus kan worden. En gelukkig zitten ook tussen die tijdelijke contacten mensen die interessant zijn en nieuwe dingen meebrengen. Een hele lieve kerel uit Brabant die me na drie weken chatten toetje noemt, omdat hij vindt dat ik een lief toetje heb en hij me een leuke dame vindt. Hij zegt soms opeens iets schattigs waar ik een beetje emo van kan worden. Een uitdagende man uit Utrecht met wie ik allerlei dingen deel die ik hier niet verder kan toelichten. En soms ontmoet ik ook wat misfits, maar ook die zijn leerzaam…

De feestdagen

Ongeveer een week voor kerst vindt een wat nors kijkende, lange, ietwat rossige Drent mijn profiel leuk. Zijn blik intrigeert me. Zijn profiel ook. En chatten met hem is ook heel boeiend. Het is een soort zoektocht van wat hij nou precies wil zeggen tot exact aanvoelen wat hij bedoelt. En soms knalt hij er opeens iets uit dat zo raak is dat het m’n middenrif opschudt en m’n gedachten prikkelt. Ik hou ervan. Het is die diepere laag weer die geraakt wordt en hij weet het ook. Hij voelt het ook… misschien niet op dezelfde manier, maar wel met dezelfde diepgang. En zelfs op werkgebied hebben we veel raakvlakken.

Mark Rothko

Afleiding

Omdat we allebei voorstander zijn van af en toe iets geks doen in je leven, stel ik voor dat hij bij mij oud en nieuw komt vieren. Ik heb namelijk twee kaartjes voor een eindejaarsfeest en hij heeft zich ten doel gesteld meer leuke dingen te ondernemen om niet te versaaien. Hij gaat mee. Omdat we willen weten of we een feest als oud en nieuw echt samen willen doorbrengen, spreken we eerst nog af bij hem in de buurt. En omdat ik natuurlijk toch wel een beetje een slettenbak ben, blijf ik bij hem slapen. Het is gezellig en fijn. Wanneer ik midden in de nacht tegen hem aankruip, hij me een kus op mijn voorhoofd geeft en ik met mijn rug tegen zijn rug weer in slaap val, voelt het voor mij even alsof we als twee puzzelstukjes in elkaar passen. Maar we wonen 120 kilometer uit elkaar, hij heeft mega veel onrust in zich en zijn jongste (van drie kinderen) is nog maar zes jaar oud, terwijl mijn jongste over een paar jaar 18 jaar is en zo’n beetje op kamers gaat. Ik wil geen zeven kinderen… Dus ik besloot dat hij een interlude is. Hij was een fijne afleiding van allemaal ingewikkelde dingen rondom de feestdagen.

Twijfels

En ook daar is dan die twijfel weer. Zoek ik met dit soort dingen niet gewoon afleiding van het gemis van Brian rondom de feestdagen? Of ben ik aan het dóór leven en voelt dat soms nog een beetje ruw en onwennig, zoals mijn Drentse interlude het formuleerde met één van zijn rake opmerkingen? Net als nu, hier in Marrakech, waar ik voor het eerst zonder Brian ben en inkopen doe. We hebben hier zo veel rondgelopen samen en grote en kleine dingen ontdekt. In de ochtend zingen de vogeltjes nog steeds “weet-je wel-weet-je-niet” en “Ik ben Picolientje”. We lopen door Brians geliefde Medina, op zoek naar zijn geliefde handel en snuiven de sfeer op van Marrakech, waar hij zich zo enorm thuis voelde. Ruw en onwennig voelt het inderdaad, de eerste keer hier zonder hem. En laat ik me dan afleiden van de moeilijke emoties? Door Yvette, die mee is omdat ze mijn galeriehoudster is (en een soort extra bonusdochter of vriendin). Door de Finnen, die fijne vrienden zijn en die ik hier zo veel van mijn handel laat zien dat er niks zakelijks aan is. En misschien ook door de fijne man in Drenthe, die ik nog heel veilig een interlude blijf noemen?

Maar het is er gewoon!

Nou, het gemis en verdriet poppen toch wel op. Of ik me nou laat afleiden of niet. Alleen niet op de momenten dat ik verwacht dat ik hem mis. Ik word namelijk opeens heel verdrietig terwijl ik sta te pinnen, in het hokje waar Brian en ik altijd samen geld uit de muur trokken. En op het moment dat ik afreken met Abdul, de oude man met de winkel bovenin de antique souq waar Brian hard onderhandelde en ik aantekeningen maakte en rekende. Het roept zo veel herinneringen op dat opeens de tranen over mijn wangen lopen midden in zijn winkel. De afleiding verandert daar niks aan.

Drinking tea in the antique souq

Traveling souls

En dus laat ik me toch ook maar gewoon een beetje afleiden door met mijn hoofd soms bij die onrustige, scherpzinnige Drent te zijn met wie ik dus, net als met mijn camino romance, ook weer een connectie voel op die diepere lagen van mijn gevoelsleven en die onmogelijk ver weg woont met zijn (voor mij) veel te jonge kinderen. We brachten ook samen oud en nieuw door, want je mag best een beetje genieten van zo’n interlude of traveling souls. Waarschijnlijk hebben we het allebei een beetje nodig: de gezelligheid, de aandacht, het lichamelijke contact en die connectie op dat gevoelsniveau. We zijn ons beide bewust van het risico dat we elkaar toch serieus leuk gaan vinden. En misschien, heel misschien voel ik stiekem net iets meer voor hem dan wat past bij een interlude of traveling souls.

Paulus Noomen

Let it be

En wat betekent dat dan? Geen idee. Dat is een vraag waar mijn hoofd meestal meteen mee aan de slag gaat: wat is dit voor emotie? Waar komt het vandaan? Wat betekent het? Hoe moet het verder? Wat als dit en wat als dat? Ingewikkeld, zei ik tegen hem. En toen stelde hij meteen een goede vraag, die ik vervolgens een beetje weglachte met een grapje en waar ik dus niet echt antwoord op gaf: of ik het kan laten zijn? Of ik het kan loslaten? Niet hoef in te kaderen, vastpakken of benoemen? Ik denk dat ik dat kan en dat ik dat ook wil, want ik heb op dit moment echt geen idee wat het is en wat het betekent en in mijn hoofd ga ik het antwoord toch niet vinden. Ik wil het uitzoeken en de tijd geven. Maar dat voelt dus ook heel eng, want, omdat we allebei niet gestopt zijn met verder kijken op de platte datingapp, voelt het alsof de tijd dringt. Misschien dat daar die onrust vandaan komt. Ik ben bang dat het me nu zo opeens kan ontglippen, voordat we het vast hebben kunnen pakken. Wat dat ‘het’ ook moge zijn.

Let it be
(foto gemaakt in riad in Marrakech)

Fuck it, ik ben vet stoer!

  • Dag 200, 201 en 202
  • In Santiago en van Santiago via Finisterre en Muxia naar Bostronizo
  • Verwaarloosbaar en 656 km

Verkeerd-om heimwee

Mijn emoties gaan echt alle kanten op. Het ene moment ben ik vrolijk en bel ik gezellig met een paar vrienden van thuis. Het andere moment ben ik verdrietig en voel ik me alleen. Dan weer voel ik me stoer en ben ik mega trots op mezelf. Om vervolgens weer te vervallen in allerlei sombere gedachten dat het nooit meer hetzelfde zal zijn. Ik wist dat dit zou gebeuren. Ik had het vroeger ook wanneer ik na tien dagen van een vol-intensief geweldig survivalkamp thuiskwam. Missen! Volgens ‘The Dictionary of Obscure Sorrows’ (bedankt Laura vd H), weet ik nu dat je dit gevoel ‘etterath’ zou kunnen noemen.

Het dekt echter niet helemaal de lading. Naast het afgeronde-project-gedeelte zit er namelijk ook een sociale component aan en een kant waarin sfeer een grote factor speelt. Ik noem het altijd maar gewoon ‘verkeerd-om heimwee.’ Heimwee naar toffe tijden.

Maandag feestdag

Want poeh, wat zijn er veel mooie dingen gebeurd sinds zondagavond. Maandagochtend heb ik met de toffe Duitse Eva gevierd dat we allebei in Santiago zijn aangekomen. Ik liep toevallig het plein op toen ze binnenkwam. Echt leuk om haar weer te zien. We hebben samen onze Compostela (certificaat) opgehaald. Omdat ik van hotel moest wisselen, had ik mijn rugzak op dus ik voelde me weer even vertrouwd de peregrina.

Ik lunchte met Ralph, met wie ik een vriendschappelijk caminoband heb opgebouwd. Vervolgens zocht ik Jeannette en Sue op en was 14.30 uur toch zeker niet te vroeg om flink wat sangria achterover te tikken. Tussendoor dropte ik nog even mijn rugzak bij het hotel en kon ik ook nog even wat op bed liggen. ‘s Avonds eet ik met Nadav tapas, of eigenlijk eet ik tapas terwijl hij mijn bier opdrinkt, want hij heeft al heel ranzig gegeten bij de TacoBell en heeft de rare gewoonte andermans eten en drinken op te maken.

Trots opeens

Dinsdagochtend, terwijl ik al een tijdje wakker lag, zag ik zo maar opeens al die landschappen langskomen in mijn hoofd en toen pas drong het tot me door wat een absurde reis we gemaakt hebben. Hoeveel kilometers het geleden is dat ik begon in de Pyreneeën. Hoeveel mensen ik ontmoet heb. Hoeveel dorpjes ik in- en weer uitgelopen ben. Hoeveel Buen Camino’s ik gezegd en gehoord heb. Hoeveel café von leches en tortilla’s ik besteld heb bij een bar…. Ik kan geen tortilla meer zien. Maar het voelt groot. En het maakt me trots. Misschien wel voor het eerst tijdens deze camino. Echt trots, met ontzag voor mezelf. Ik ben de hele camino nog niet met zo’n fijn en goed gevoel wakker geworden.

De camino in vogelvlucht

Nog meer vrienden

Dinsdagochtend neem ik afscheid van Nadav, die naar Finisterre en Muxia gaat. Niet heel makkelijk, want hij en ik hebben een sterke connectie. Ik zie daarna John uit Australië het plein oplopen. Hij heeft een speciaal plekje in mijn hart. Samen met zijn camino vriendin Kira, uit Noorwegen, drinken we een paar biertjes en het lukt me opnieuw (sorry John) om hem aan het huilen te maken. Ik deed het niet echt expres, maar het lijkt me goed voor de grote stoere kerel.

John en ik op de camino dan nog

En dan komt ‘s middags Katie aan. Ze heeft drie dagen veel extra kilometers gelopen om er een dag eerder te zijn. Het voelt vertrouwd. Katie is misschien wel een ook-buiten-de-camino-vriendin geworden. Het voelt fijn om haar weer te zien.

Ook bij haar landen er camino-inzichten in Santiago. Ze maakt geen excuus meer voor dat ze er niet goed uitziet als ze in haar caminokloffie de stad in loopt (je hebt toch ook echt niks anders bij je), ze heeft ook haar inner-bitch bij de Cruz de Ferro achtergelaten en zegt nu wat vaker fuck you tegen mensen die haar lopen te koeioneren. En ze gaat, vet stoer, gewoon nog door naar Finisterre vanaf vrijdag!

Naar Finisterre?

Ik niet! Ik ben klaar. Ik volg mijn plan. Woensdag met Katie dingen doen en donderdag met de auto eerst naar Finisterre en Muxia en dan naar een hotel een eindje voorbij de Picos de Europa, een vet gebergte waar je echt naar toe moet. Finisterre en Muxia worden een beetje een haastklus, want ik kom er ‘s ochtends achter dat het 5,5 uur rijden is naar het hotel in plaats van de 3,5 uur die ik eerst dacht… alweer een ware roadtrip dus, maar nu op wielen.

Als ik naar de kaart kijk besef ik dat ik in zo’n 5,5 uur met de auto een traject afleg, waar ik te voet zo’n drie weken over gedaan heb. En als ik in de auto zit en het maar duurt en duurt voordat ik er ben, bedenk ik me weer wat een bizarre afstand ik heb gelopen. Met rugzak. Geen taxi’s. Verwaarloosbaar busritje… Stoer!

Blugh

Hoe verder ik van Santiago wegrijd, hoe ingewikkelder alle gevoelens worden. Opeens zie ik geen caminobordjes meer langs de kant van de weg. Het is gek, als je zo intensief met iets, en met jezelf, bent bezig geweest en dat vooral gedeeld hebt met die mensen die daar ook dat ‘iets’ deden en die dus ook als enige weten hoe het voelde, dat je daar dan uit weg gaat. Niks aan! Misschien zijn er pilletjes tegen te veel voelen. Ik word al verdrietig als ik kastanjebomen zie of windmolens in de verte of zomaar een lelijke schuur ergens in het Spaans landschap, want hoe vaak ben ik daar niet aan voorbij gewandeld. Het roept herinneringen op en meteen ook het gevoel van missen. Blugh. In de verte zie ik een stad liggen en ik herinner me hoe het voelde om ‘er’ bijna te zijn… blugh. Mijn rugzak staat voor de bijrijdersstoel nutteloos te zijn. Mijn wandelstokken ingeschoven ernaast. Blugh.

Fuck it!

Iemand stuurt me een berichtje om te zeggen dat ze het heel waardevol vond om me te leren kennen. Ralph laat me weten dat hij me gaat missen. Jeannette appt dat ze thuis is en er niks aan vindt zonder ons. Viri stuurt een paar hartjes via instagram en iemand anders, aan wie ik denk ik verteld heb dat het nummer Rosie van Passenger een speciale betekenis voor me heeft, zegt “Rosie Roos, huge hug your way”. En opeens voelt het alsof het gestuurd is. Alsof iemand camino angels op mijn weg gezet heeft die dingen zeggen en doen die maken dat ik een volgende stap kan zetten. Die me hebben laten ervaren dat het oké is een volgende stap te zetten. De vuursalamanders, de stenen hartjes die niemand opmerkte, de puttertjes… Ik ben helaas niet spiritueel genoeg om het echt te geloven, maar het feit dat mijn brein het toch even opperde is al genoeg om echt heel erg hard te huilen in de auto. Zo hard dat mijn ogen knalrood zijn, mijn gezicht vol vlekken zit en het snot uit mijn neus loopt. Ik heb geen zakdoekjes of tissues bij me. Ik draai mijn hoofd dus maar even weg als auto’s me passeren. Ik rij namelijk in een vreselijke kleine, witte huppelkutjes auto en mensen willen nog wel eens kijken wat voor type daar in zit. En niemand hoeft dit te zien…. En dan zie ik dat ik tolpoortjes nader. Eén kilometer is niet genoeg om mijn gezicht normaal te krijgen… nou, fuck it! Ik ben vet stoer.

Mijn aankomst in Santiago

  • Dag 37 of 199
  • Van Castañeda naar Santiago de Compostela
  • 45 km

Geen tijd

Oké, ik ben er nog hoor. Het was echter nogal intens om aan te komen in Santiago. De vermoeidheid, de drukte van de grote stad en de sociale toestanden waar je in wordt gezogen. Allemaal verschillende mensen die ik ontmoet heb op de camino, in groepjes of individueel. Wauw! Dus geen tijd om te denken, laat staan te schrijven.

Doorlopen of niet

Ik heb dus van de één-na-laatste dag mijn laatste dag gemaakt. Ik was het niet echt van plan. Pas toen mijn moeder me succes wenste met de laatste 45 kilometers werd er een zaadje geplant. Ik was niet eens vroeg opgestaan in mijn geweldige kleine eigen kamer in dit minidorpje Castañeda. Heerlijk geslapen. Er zijn geen albergues in het dorpje, met het grote voordeel dat ik kilometers lang alleen loop. Dus oortjes in en gaan. Brian en ik hadden samen een playlist. We noemden hem de drinklijst, omdat we hem maakten tijdens avondjes port drinken samen. Queen, Billy Joel, Metallica, Leonard Cohen, Santana, Manu Chao en nog veel meer. De playlist gaat op repeat en het blijkt een soort motortje. Ik ga als vanzelf. Geen pijn, geen vermoeidheid en wel veel plezier en genieten van de natuur. Ik dans de eerst tien heuvels over tot het eerste ontbijt met café con leche in de prachtige tuin van een (eindelijk) goed georganiseerd café-restaurant.

Soepel

Na het ontbijtje loop ik lekker door. Het gaat nog steeds verbazingwekkend soepel. Ik heb in principe 25 kilometer gepland staan naar O Pedrouzo en besluit te kijken hoe het gaat als ik die gelopen heb. Hoe verder ik de etappe loop, hoe drukker het wordt. Er staan rijen voor de koffie en de wc. Allemaal druk pratende pelgrims. Maar het is gezellig en ik voel me helemaal prima. Ik kom geen bekenden tegen, wat ik fijn vind. Het is heerlijk om samen met Brian en onze muziek de weg af te lopen.

Zo’n vijf kilometer voor O Pedrouzo, merk ik dat de hoeveelheid mensen me wel begint tegen te staan. Ik moet net iets te vaak dikke, in de weglopende Amerikanen en Spanjaarden ontwijken. Ze lopen langzaam en breeduit in setjes van twee of drie op het pad en pas als het me lukt om tussen ze door te stappen en ik vrolijk “Buen Camino” roep, gaan ze geschrokken aan de kant. “Ow sorrry, you were just too quiet honey”, zegt de hoogblonde Amerikaanse 60-plusser met haar Texaanse witte hoed op. Ja, nu is het mijn schuld… Ik zal je niet vertellen wat ik dacht.

O Pedrouzo

Er zijn mensen die dit allemaal heel gezellig vinden, maar ik heb ontzettend weinig zin om morgenochtend met deze meute naar Santiago te lopen en dus als ik in O Pedrouzo aankom, met overigens prachtige graffitikunst, loop ik gewoon door naar de andere kant van het dorp het bos in en volg de gele pijlen in de richting van Santiago. Nog 20 kilometer. Muziek aan, stokken in de stampstand en gaan. Het gaat iets minder soepel dan vanmorgen, dus iets strammer dans ik nog even een paar heuvels over.

Ik ook een camino angel

Net op het moment dat het weer wat zwaarder voelt en ik denk: “Het enige wat ik hoef te doen, is lopen…” zit er langs de kant van de weg in een greppel een oudere man tegen zijn rugzak geleund. Hij kijkt niet helemaal helder uit zijn ogen. Als ik hem vraag hoe het gaat zegt hij goed en nee hij heeft geen hulp nodig. Ik twijfel. Maar wil niks opdringen. Achter me loopt een Duitse. Als zij ook stopt, loop ik terug en samen besluiten we hem naar de eerstvolgende albergue te brengen. Twee Spaanse dames sluiten aan. Ik neem zijn rugzak, zij helpen hem op het pad te blijven. Het gaat langzaam en het kost me tijd, maar het is een lieve vriendelijke Tsjech die er echt niet helemaal goed bij loopt. Bij de albergue regelen ze een dokter voor hem en er komt iemand uit het dorp om voor hem onderdak te organiseren. Nu waren wij even Camino angels.

Spannend

Ik moet dan nog 16 kilometer en het is nu 16.00 uur. Als ik doorstap is het nog vier uur lopen. Ik regel al lopend een hotelkamer. Vul ergens mijn waterzak bij, eet wat en loop weer door. Na 10 km komen er kleine twijfels op of dit wel een goed idee was. Mijn voeten doen zeer. Ik voel de tenen van mijn linkervoet niet (wat eerlijk gezegd een voordeel zou kunnen zijn op dit moment), maar het is nog maar zes kilometer en eerlijk gezegd denk ik dat ik het wel aankan. Het voelt vooral een beetje spannend. Is het wel fijn om zo laat aan te komen? Zijn er dan wel mensen die me opvangen of is iedereen al met z’n eigen dingen bezig. Ik ben de enige pelgrim op de weg. Meestal zie je her en der wel rugzakken lopen voor of achter je. Niks niemand nergens.

De hulptroepen

Ik app Nadav dat ik doorloop naar Santiago. Hij is vanmiddag aangekomen. Wanneer ik mijn twijfel uit, zegt hij dat ik er geen spijt van ga krijgen. Hij komt naar het plein als ik er ben, belooft hij. Nadav is een van de camino angels die ik een kleine week geleden ontmoet heb. We hebben elkaar de laatste paar dagen beter leren kennen in goede gesprekken. Hij is een mega gevoelige, analytische en een beetje filosofische denker met een scherpe blik en heerlijke humor. Hij heeft drie hele verschillende studies gedaan en weet op dit moment niet zo goed wat hij wil, qua werk, met zijn leven. Waar kies je voor als er zoveel verschillende (aspecten van) dingen interessant zijn? Moet je eigenlijk wel kiezen? We herkennen veel dingen in elkaar. Het is fijn om met hem te praten. Een soort erkenning door de herkenning. En daarbij heeft hij bloedmooie ogen.

Ik ben er!!

De laatste 4,7 kilometers gaan door de stad. Ergens in een barretje drink ik een espresso en een fles water en stuur ik een foto van mijn paspoort naar het hotel om de toegangscode te krijgen. Zonder de drinklijst op mijn oren, maar met de foto van Brian dicht tegen me aan loop ik het centrum in. Bij het plein met de fontein check ik nog even waar ik heen moet op de app, want ik zie geen enkele pijl meer. En dan is daar de poort naar het plein van de kathedraal, inclusief de doedelzakspeler gelukkig nog om 20.00 uur. Ik ben er!!

Moe moe moe

Er zijn nog mensen op het plein, maar als ik het zo bekijk is aankomen in Santiago sowieso een individuele ervaring. Ik ben vooral heel moe en moet daar wel van huilen. Andere emoties die ik denk te ervaren heb ik vermoedelijk bewust een beetje opgeroepen om er toch een emotionele belevenis van te maken. De kathedraal is indrukwekkend, maar de aankomst is voor mijn gevoel niet heel veel anders dan andere dagen. Ik plof aan de rand van het plein tegen een pilaar van een groot gebouw en een vriendelijke mevrouw hurkt even naast me om te checken of ik oké ben. Ik laat het even bezinken om vervolgens het thuisfront te laten weten dat ik er ben. Ik app Nadav en hij komt naar het plein, zit even naast me en loopt daarna met me naar m’n hotel. Ik kom onderweg mensen tegen die ik ken. Knuffels geven, foto’s maken, telefoonnummers uitwisselen. Nadav kan het niet laten om steeds te vertellen dat ik 45 kilometer gelopen heb, waarop iedereen met ontzag reageert wat ik lastig, maar stiekem ook wel fijn vind. Ik heb het gewoon geflikt. Ik ben klaar!

En nog veel meer…

Santiago is intens. Ik vier dat ik er ben. Met Sharon en de groep jonkies uit Orisson. Met Nadav en de hele toffe vrienden die hij vanmorgen ontmoette toen hij verkeerd liep in het donker en zij allemaal achter hem aanliepen en dus allemaal verdwaalden en samen de weg terug moesten vinden. Zulke fijne mensen! Maar ze gaan ook allemaal weer weg. De ene de volgende dag naar Finisterre, de ander een dag later met de bus. Het is geweldig en verdrietig tegelijk. En dat is nog maar het begin van drie intense dagen.

Aftellen

  • Dag 36 of 198
  • Van Palas de rei naar Castañeda
  • 22,5 km

Nog twee dagen

Nog twee dagen lopen en dan niet meer. Dat is echt fijn. Bijna fijn. Nog even 45 kilometer wegstappen. Vandaag was een beetje een trage dag, maar wel gezellig. Ik loop met Jeannette en Sue. Beide heb ik al een keer eerder ontmoet. Sue is een dame van rond de 70 jaar. We raakten ergens op de Meseta in gesprek over het verliezen van je partner. Ze heeft 7 jaar geleden haar man verloren. Ze is niet zo netjes als ze eruit ziet en maakt voor een Amerikaanse van 70 jaar oud best wel pittige grappen. Jeannette ken ik eigenlijk niet zo goed, ondanks dat we wel een band hebben, maar ze ziet details en daarin vaak ook de humor. We moeten met enige regelmaat dan ook enorm lachen.

Gezelligheid

Halverwege onze wandeling bijvoorbeeld. Een paar mensen halen ons in een nogal hoog tempo in. Je hoort ze aankomen lopen en ze hebben wel wat moeite met dat tempo, want het klinkt niet heel erg stabiel en ze schoppen de hele tijd stenen voor zich uit. We gaan aan de kant. Ik loop ietsje voorop, de twee andere dames een paar meter achter mij. Eerst komt er een redelijk dikke meneer met een fluoriserend geel hesje en wandelstokken langs gesjeesd. Zijn korte beentjes lijken eigenlijk maar net het hoge tempo aan te kunnen. In zijn kielzog volgt een wat oudere man en daarachter zijn vrouw, vermoed ik. Het ziet er heel gek uit. Ze horen niet alle drie bij elkaar. Het lijkt wel een wedstrijd. Ik kijk enigszins verbaasd en licht geamuseerd achterom of er nog meer mensen komen en zie Jeannettes die direct in een lachbui schiet. Ze had een soort van dezelfde lol om de situatie alleen dacht ze in mijn gezicht een soort van check te zien of deze mensen misschien achterna gezeten werden door iets gevaarlijks… het is heerlijk om even een lachstuip te hebben met deze twee grappige vrouwen.

Vlnr: ik, Sue, Jeannette

Luxe

Het landschap verandert weer. Minder oud Engels, meer lieflijk landbouwgebied met kleine dorpjes. Ik heb een eigen kamer gereserveerd in Castañeda. Daardoor moet ik morgen iets langer lopen, maar ik heb het ervoor over. Het leuke is dat het appartementje geweldig knus is en dat er maar vijf andere pelgrims zijn. Een Spaanse vader en zoon met een hond die grappig is, maar te angstig om me echt gezellig te vinden. Ik kom ze al een paar dagen tegen en we hebben al het een en ander uitgewisseld. Zij zitten in het grote huis. In een ander huis zit een Engels sprekende vader en zoon. Ze zeggen niet zo veel.

De camino, een makkie

En er komt nog een vrouw bij mij in het kleine cottage-achtige huisje. Ik heb een eigen kamer met badkamer, die ik net tijdens het douchen heb laten overstromen. Als de vrouw net aankomt, met de taxi, is ze een beetje veel. Ik zit in de tuin. Ze gooit haar rugzak op de grond, zet haar grote paraplu (?) en wandelstokken tegen de tafel en ploft in een stoel. Ze loopt de Primitivo (een andere, zwaardere route van de camino) en zucht een paar keer flink. Vervolgens zegt ze dat de Camino Francès helemaal niet moeilijk is, maar de primitivo… poeh… Vandaar de taxi waarschijnlijk?

Ik ben om 14.30 uur aangekomen, heb de badkamer laten overstromen en de was gedaan. Die hangt nu in het zonnetje te drogen. En ik hang zelf ook in het zonnetje te drogen, een soort van. Dit is een zeer relaxte plek.

I am spiritual

  • Dag 35 of 197
  • Van Gonzar naar Palas de Rei
  • 17,3 km

Tot nu toe ben ik nog maar drie mensen tegengekomen die, net als ik, niet echt overenthousiast zijn over de diepgang onder de pelgrims. Het merendeel is hier gekomen, omdat ze het zo’n epic journey vonden en ze daar heel graag onderdeel van wilden zijn. Sommige mensen zijn hier vanwege religieuze redenen, maar dat is echt een klein percentage. Veel mensen zeggen dat ze niet religieus zijn, maar wel spiritueel. “I am spiritual…” wat het ook moge betekenen. Want het grappige is, als je mensen vraagt wat spiritueel zijn voor hen betekent, ze dat heel erg moeilijk uit te leggen vinden.

Caminocompetitie

Spiritueel zijn op de camino voelt als een soort excuus om hier met een goede reden te mogen zijn. Om de camino als epic te mogen ervaren. Om het groots en meeslepend te mogen vinden. Ik hoor veel ‘amazings’ and ‘fantastics’. En tegelijkertijd gaat het heel veel over hoeveel kilometers iedereen gelopen heeft, waar iemand gestart is, hoeveel dagen je al loopt, of je de standaard stages doet en als je minder dan de standaard doet, zoals ik, dan merk je meteen de verbazing of de vraag of er wat misgegaan is. Iemand die heel veel kilometers per dag loopt, laat dit altijd (subtiel of niet subtiel) aan zo veel mogelijk mensen weten. Iemand die de camino al vaker dan één keer gelopen heeft, laat dit ook altijd (subtiel of niet subtiel) weten om vervolgens alles uit te leggen wat hij meer denkt te weten dan eerste-keer-pelgrims. Er is veel competitie en people-splaining op de camino (ik ben er inmiddels wel achter dat er ook veel womensplainers zijn, dus noem het beruchte mansplaining nu liever people-splaining).

Diepgangcaminovrienden

Er is dus veel minder diepgang dan ik en die drie anderen gedacht hadden. In ieder geval komt het niet naar boven waar wij bij waren. En we waren toch redelijk verspreid over de camino. Het is natuurlijk niet erg, want het is wat het is. En wat een reis of tocht epic maakt is natuurlijk voor iedereen anders. Ik ben erg blij dat ik die drie anderen ontmoet heb in ieder geval. En voor de rest zit ik niet zo te wachten op algemene praatjes. Dus tegen de Amerikaanse dame in het stapelbedje tegenover me die twijfelt of ze in Santiago wil deelnemen aan de pelgrimsmis in de kathedraal omdat ze niet echt heel erg religieus is en niet in de rij wil wachten en aan mij vraagt of ik naar de mis ga, zeg ik nee ik ga niet want ik ben niet religieus, en ook niet spiritueel. Ik ga genieten van een biertje op het plein of ergens in een straatje en zoeken naar een paar van mijn diepgang vrienden.

En vandaag?

Vandaag? Goed gelopen. Lekker rustig aan. Uitgeslapen tot 7.30, ontbijtje in de albergue. Paar kilometer lopen, kopje koffie, even een fijn gesprek met diepgangcaminovriend Nadav, kopje koffie en alweer 17 kilometer dichterbij Santiago. Met een paar prachtige plaatjes onderweg. Via de whatsapp nog even een gesprek met Katie die twee dagen achter me loopt en in een locatie zit vol met veroordelende religieuze Amerikanen die op een of andere manier niet begrijpen dat ze als 42 jarige vrouw nog niet getrouwd is en kinderen heeft en in haar eentje de camino loopt en haar dus maar links laten liggen. Mijn tip van de dag: arrogant worden. Lekker laten lullen en van je af laten glijden. Makkelijker gezegd dan gedaan, dus stuur ik haar alle leuke, interessante en goede eigenschappen die ik van haar heb mogen meemaken op de camino om die arrogantie ook daadwerkelijk op te kunnen roepen. Het werkte voor mij de afgelopen dagen om vervelende mensen een beetje op een afstand van mijn gevoelsleven te kunnen houden. Ik hoop dat het haar ook lukt. Sowieso drinken wij samen een biertje in Santiago, Katie en ik.

Een korte dag

  • Dag 33 of 195
  • Van Sarría naar Ferreiros
  • 13,1 km

Drukte

Een korte dag vandaag. En maar goed ook. Omdat het een korte dag is, ben ik laat opgestaan. Als ik Sarría uitloop, zie ik enorm veel pelgrims dezelfde kant op gaan in kleine of grotere groepen. Veel mensen die in Sarría starten in helemaal nieuwe kleren. Er lopen ook een paar groepen jongeren. Sommige met muziek op een box. Soms moet je er omheen proberen te lopen, omdat ze breeduit over de weg lopen. Gelukkig stoor ik me er niet aan.

Robin Hood

We lopen weer door een compleet ander gebied dan hiervoor. Het ziet er oud Engels uit. Een beetje als in Robin Hood films, glooiend landschap met groene weides gescheiden door lage stenen muurtjes en lage bomen met kronkelige takken.

Herberg stress

Ik loop een stukje met John uit Australië die ik halverwege tegenkom. Maar na 13 km ben ik al bij mijn herberg. In een slaapzaal, maar er is een ruimte met een hangei en een geweldig uitzicht op het landschap en de camino waar allerlei pelgrims langstrekken op weg naar andere, verdere plaatsjes. Hopen dat ze allemaal een bed vinden. Er is een run op bedden en kamers. Iedereen is aan het bellen en whatsappen en mailen om kamers te reserveren. Ik heb wel een paar reserveringen uitstaan, maar niet allemaal. Ik weet niet of het me gaat tegenwerken, maar ik heb de neiging om maar te zien wat er gebeurt.

Ik in mijn hangei
Het ei

Camino angels

  • Dag 31 of 193
  • Van Vega de Valcarce naar Fonfría
  • 24 km

Het inzichtenvraagstuk

Gisteren was ik dus bezig met de vraag of ik wel genoeg inzichten had opgedaan tijdens de camino. Ik kwam hier met het idee om ruimte in mijn hoofd te vinden voor het verdriet. En ergens had ik gedacht toch wel een paar heldere momenten te hebben. Dat je tijdens het lopen veel kunt nadenken of je bewust wordt van je gevoelens en emoties en ze een plek kunt geven. Dat de rust, de natuur om me heen en de tijd voor mezelf me antwoorden had opgeleverd. Maar dat valt me dus best wel tegen. Tenzij dat het inzicht is. Dat er geen grote inzichten zijn.

Wel grote uitzichten
Schattige stroompjes
Betoverende paadjes

Een interessante ontmoeting

Sinds de Cruz de Ferro eergisteren zie ik tijdens het lopen met enige regelmaat een jongeman, van wie ik denk dat hij uit India komt. Vandaag zie ik hem weer bij een groot standbeeld van een pelgrim dat opdoemt in de mist bovenop de berg. We maken allebei een foto en vinden de mist wel passen bij zijn geharde uiterlijk. Zo raken we aan de praat. Hij blijkt een uiterst filosofisch aangelegde man van 28 jaar oud uit Tel Aviv, Israël. We belanden meteen in een diep gesprek grappig genoeg. Niet eerst de standaard dingen, zoals wat ben je vandaag gestart, ben je de camino begonnen in St. Jean, wat ga je vandaag overnachten… Het gesprek gaat meteen over of de camino je brengt wat je gehoopt had. Hij zegt dat hij gedacht had dat de inzichten groter zouden zijn, maar dat hij zich eigenlijk vooral kleiner voelt. Er is weinig ruimte om echt na te denken en weinig rust om tot jezelf te komen, zegt hij. Hij had het zich anders voorgesteld, maar maakt zich daar niet druk om, want anders is niet per se slecht. Gek hoe je tijdens de camino steeds weer mensen op je dak gestuurd krijgt die op hun eigen manier iets aan je reis toevoegen net op het moment dat je het nodig hebt. Het zijn net Camino-angels.

Het standbeeld

Camino-angels

Ik ben op meer momenten Camino angels tegengekomen. Aan het begin, toen ik een beetje verzuip in het sociale gedoe, was er Laura, een jonge Duitse die de camino kalm en met volle aandacht liep en zich ook af en toe distantieerde van de sociale drukte. Een voorbeeld. Daarna liep ik soms met Philippe, die met zijn rust, eenvoudige manier van leven en zijn grappige gespreksonderwerpen kleine dingen toevoegde aan mijn camino. Toen ontmoette ik John, die met zijn stoere buitenkant, maar zijn gekwetste ziel me bewust maakte van de kansen die je wel of niet pakt op de camino. En daar was Shawn. Hij schakelde heel sterk naar Brian en vroeg me of ik al van hem gedroomd had, waarna ik die nacht van Brian droomde. Er was een jonge Duitser, Jörgen, die heel kalm op zijn eigen manier de camino loopt en met volle aandacht naar mijn verdriet om Brian luisterde. En nu deze Nadav.

Filosofisch

Nadav komt over als een kalme, sterk geaarde hyperintelligente jongeman die sterk open-minded de wereld inkijkt. Het is nogal filosofisch en diepgaand. Hij vertelt dat hij zich verdiept heeft in het Boeddhisme en we hebben het erover dat het zoeken naar antwoorden op grote vragen vaak leidt tot meer vragen en problemen. Dat je een heleboel dingen niet weet of kunt voorspellen. Dat het leven soms is wat het is. Dat de camino net als het leven is. Dat het goed is om niet te haasten. Als we langs een oud en bemost muurtje lopen, vertel ik hem hoe blij ik kan worden van de bergen en dit soort mooie details die je hier veel vindt. Hij vraagt of ik me nu dan blij voel. Ik vertel hem dat ik een dikke glimlach heb van binnen. En van buiten. Het is interessant om met hem te praten, want hij denkt verschrikkelijk ingewikkeld en het zet mijn hersens aan.

Grinnik…

Na een uurtje eten we een kleine picnic met sinaasappel, druiven en koekjes. En dan komt Friedrich de grote Duitser al zuchtend aangelopen. Ik mag hem wel, maar hij is luid, aanwezig en een klager die met name de negatieve dingen weet te benoemen en over materialistische dingen praat. Hij kijkt zelden naar de mooie uitzichten, laat staan de details. Ik grinnik om het gesprek tussen Nadav en hem. Friedrich probeert hem op de kast te jagen met flauwe grappen en opmerkingen, maar krijgt de hele tijd kalme vragen en vriendelijke antwoorden terug die hem een beetje in verwarring brengen. “Kijk hier”, zegt Nadav tegen hem als Friedrich zonder op te kijken weer een steile helling omhoog zucht. En verbaasd staat Friedrich even stil. Ik glimlach van binnen.

Ook een grinnik…

Naast mijn gesprek met Nadav, heb ik van binnen en van buiten glimlachend door dit prachtige groene berggebied gewandeld. Van Nadav neem ik met een dikke knuffel afscheid buiten de albergue waar ik slaap. Hij loopt nog even verder. Hij ziet wel wat hij terecht komt. Heerlijk toch? Niet voor mij weggelegd. Maar het past bij hem.

Ow en deze moet ik ook nog even delen, want katten maken ook altijd dat ik blij word. Op de eerste koffierustplaats ontmoet ik dit jonge dingetje en we worden dikke matties! Hij is van een Spaanse pelgrim die hem mee heeft en buideltje in haar jas.

Me happy

De bergen

  • Dag 30 of 192
  • Van Cacabelos naar Vega de Valcarce
  • 24,5 km

Een aanloopje

Er staat weer een berg op het programma. Vandaag nog niet, maar morgen gaat het flink omhoog. ‘The mother of all stages’ zegt de Buen Camino app. Er zit een gedeelte in dat zo steil is dat het bijna niet te doen is. We gaan het zien. Ik word blij van bergen!

Ondanks dat ik langs de weg loop, is het prachtig
Hoogteverschillen

Vandaag liep de route via een dal langzaamaan al een beetje omhoog. Glunder. Zo veel afwisseling in het landschap weer, eindeloos veel groen en de hele dag een kabbelend riviertje langs de route. Brian had het prachtig gevonden; overal rotsplantjes, sedum en/of sempervivum (sorry mopperdeflopper, ik weet nog steeds het verschil niet), varens en andersoortige vegetatie die hij machtig mooi gevonden had.

Daarnaast stikt het hier van de appel-, walnoot-, tamme kastanje-, peren- en vijgenbomen. Ook groeit er veel anijs langs de weg en zie ik struiken vol met rijpe bramen. De knusse dorpjes met schattige huisjes kondigen ook steeds meer berggebied aan. Het voelt zo ‘vol verwachting’. Bergen zijn indrukwekkend en groot. En ze geven me energie.

Dichterbij

We komen steeds dichter bij Santiago. Minder dan 180 km nog inmiddels. Vanaf Sarria wordt het drukker met mensen die vanaf daar alleen de laatste 100 km lopen. Dus ik ga een beetje vooruit plannen, want ik hoor van Shawn, die drie dagen voor me uitloopt, dat het heel erg druk wordt in de albergues. Voor nu is het nog geen enkel probleem om zomaar aan te komen waaien. Ik had de albergue waar ik nu slaap uitgezocht in de hoop dat er nog een privé kamer vrij was. Dat was niet zo, dus nu maar weer in een slaapzaal. Het werd bijna een privé slaapzaal, want ik was lange tijd de enige pelgrim in een ruimte met 8 stapelbedden. Maar nu zijn er toch drie mensen binnen komen druppelen. Het maakt het wel gezelliger.

Inzichten en emoties

Nog maar zo’n 180 km dus. Bizar toch, het idee dat ik straks het grote plein van Santiago oploop? Ik bedacht het me vandaag en een milliseconde wilde ik even naar huis bellen om Brian te vertellen dat het me gaat lukken. En natuurlijk weet ik dat hij straks niet op het grote plein voor de kathedraal op me staat te wachten, maar ergens was ik toch een klein beetje ontredderd. Het verandert namelijk niks, dat ik bijna 800 km van de ene naar de andere kant van Spanje ben gelopen. Hij blijft dood. Foetsie. En ik blijf hem missen en verdrietig. Daar verandert 800 kilometer lopen niets aan. En als dat het inzicht is dat ik hier opgedaan, dan is dat wel een beetje knullig toch… ? Ik ben er tijdens mijn wandeling tot nu toe wel achter dat je rouw niet echt verwerkt of een plek geeft. Het blijft eigenlijk continu aanwezig op verschillende manieren. En het is een onderdeel van de rest van mijn leven. Nou dat is wel een inzicht of invoelmoment. Hoe fijn…

Halverwege de dag…

Een saaie dag

  • Dag 29 of 191
  • Van Molinaseca naar Cacabelos
  • 20 km

Een goeie start

De dag begon goed met een heerlijk ontbijtje. Eitje, druiven, toast met jam, vers gezette koffie en chocola. En een goed advies van de eigenaresse, die ook de camino gelopen heeft: neem de korte route naar Ponferrada. Het was ontzettend fijn om een nachtje zonder andere mensen o op de kamer te slapen. Ik heb wel even wakker gelegen met zeurderige benen, maar kon lekker heen en weer bewegen zonder het risico te lopen anderen wakker te maken.

Ontbijtje speciaal voor mij

Zicht op de bergen

De wandeling was een beetje saai vandaag. Bij aankomst in Ponferrada eindelijk goeie coffee con leche (lees cappuccino), met schuim en een hartje en uitzicht op het kasteel.

Ik wandel vervolgens de stad uit langs de rivier. En dan een gek soort stedelijk-maar-niet-stedelijk gebied door met allerlei kamperachtige huizen op grote stukken land met moestuintjes. Vanaf de laatste stad voor de eindbestemming heb ik zicht op de bergen. De dag na morgen gaat het weer omhoog.

Niks bijzonders

Het was een beetje een saaie dag. Geen mooie uitzichten, geen diepe inzichten, geen gekke gebeurtenissen en geen interessante ontmoetingen. Ik heb een stukje met een Taiwanese gelopen die Amber heet (omdat haar Chinese naam niet uit te spreken, laat staan te onthouden is) en het laatste stukje met Friedrich, een grote Duitser met een veel te luide stem die ik de afgelopen week elke dag tegenkomt en die denkt dat hij me doorheeft. Hij dacht dat ik 35 jaar was, dus ik mag hem graag. Hij is verbaasd dat ik vier kinderen ‘heb’, een galerie met personeel heb en met zo’n groot verdriet rondloop. Zo ver voor dat hij me door had dus. Oh, en onderweg komt bij een rustplek een klein hondje bij me op tafel zitten. Hij is een beetje rottig, maar wel gezellig.

Fred

Ik besluit om in de hostel in Cacabelos weer een kamer voor mezelf te doen. Nog een nachtje lekker slapen. Heel fijn de rust! Oersaaie hotelkamer, maar met lekker veel kussens en een eigen badkamer. Nu nog even de salarissen overmaken aan mijn lieftallig personeel en dan eten, tas inpakken en slapen.

Cruz de Ferro

  • Dag 28 of 190
  • Van Rabanal naar Molinaseca
  • 25,3 km

Ga ik iets achterlaten?

Vandaag is de dag dat ik Cruz de Ferro tegenkom. Het verhaal gaat dat je bij dit ijzeren kruis op de Camino je zorgen of je zonden of wat dan ook kunt achterlaten door een steen aan de voet van het kruis te leggen. Je kunt een steen oprapen op de weg naar boven of er eentje van huis meenemen. Ik heb al heel wat dagen na lopen denken wat ik zou willen achterlaten bij het kruis. Omdat ik deze pelgrimstocht loop om ruimte te vinden in mijn hoofd voor het verdriet om Brian, heb ik het gevoel dat het iets daarmee te maken moet hebben. Maar wil ik wel iets achterlaten? Wil ik het ons-gevoel dat ik steeds maar blijf oproepen bijvoorbeeld al loslaten?

Ik heb niet altijd de foto die exact past bij het verhaal in mijn blog, dus hier nog maar een uitzicht van vandaag. Buien in de ochtend.

Een moederlijke knuffel

Ik heb geen oog dicht gedaan vannacht. Niet omdat ik nou zo bezig ben met wat ik achter zou kunnen laten bij Cruz de Ferro, maar omdat slaapzalen soms gewoon een beetje veel zijn. Het bed is hard en smal. Mijn spieren doen pijn van al het lopen. Ik kan voor geen meter mijn draai vinden. En als ik te veel ga lopen draaien en bewegen maak ik de hele slaapzaal wakker. Om 06.15 uur gaat godzijdank m’n wekker. De Britse vrijwilligers van de albergue hebben een eenvoudig ontbijtje klaarstaan om 06.30 uur. Gisteren hadden ze ook al een afternoon tea, thee met melk en biscuits. Simpel maar schattig. De Britse, wat gezette tante heeft het ontbijtje al klaarstaan en maakt thee, uiteraard. Ze kijkt me eens goed aan als ik de keuken in loop. Ze ziet denk ik dat ik moe ben, want ze spreid haar armen om me een dikke knuffel te geven. Het is zo’n moederlijk gebaar dat ik het maar even laat gebeuren.

Een doorkijkje in de albergue van gisteren

Wat laat ik achter?

Na het ontbijt loop ik de berg omhoog. Het is nog donker. Ik heb de steen die ik van huis heb meegenomen in mijn hand. Halverwege de berg weet ik dat ik niet het ons-gevoel ga loslaten. Het is veel te belangrijk voor me; er zitten te veel fijne herinneringen aan. Ook al maakt het me verdrietig en weet ik dat ik niet voor eeuwig aan dat gevoel kan blijven plakken, ik houd hè nog lekker even bij me. Wat ik wel ga achterlaten zijn de stemmetjes die me al bijna mijn hele leven dwars zitten en die Brian zo liefdevol en met overtuiging uit mijn hoofd gepraat heeft. De stemmetjes die zeggen dat ik ingewikkeld ben of moeilijk doe. De stemmetjes die zeggen dat ik in problemen denk of de negatieve dingen zie. De stemmetjes die zeggen dat anders zijn of je anders voelen iets geks is. Die stemmetjes ga ik achterlaten bij Cruz de Ferro en alle liefde van en herinneringen aan Brian neem ik mee. Zijn opmerkingen en acties die maakten dat de stemmetjes hun mond hielden.

Brian wist van mijn ‘stemmetjes‘ en begon een protestbeweging

Bij het ijzeren kruis

Cruz de Ferro is een beetje een gekke plek. Ik dacht dat het een groot, imposant kruis zou zijn, bovenop een berg met een mooi uitzicht en stilte. Maar het is een klein kruis, bovenop een grote houten paal en het staat opeens ergens in een bocht langs de weg. Op de grote parkeerplaats staat een ronkende vrachtwagen te lossen en wegarbeiders maken grappen in schreeuwerig Spaans. Het maakt me niet uit, want misschien gaat het niet om het moment bij dit kruis, maar om de weg naar boven met de steen in mijn hand.

Slecht weer

De weg naar beneden is mooi, maar zwaar. Het regent en de afdaling is lang en steil en vol met grillige, gladde rotstoestanden. Het goed neerzetten van mijn voeten vraagt alle focus en aandacht, want ik ben moe en soms een beetje niet zo scherp. Het onweer dat over de berg rolt, geeft me weer een beetje energie; ik houd van noodweer. Natuurlijk blijf ik alert en tel ik de tijd die tussen de flitsen en de donder zit. Het wordt allemaal niet heel erg spannend. Maar de energie kan ik goed gebruiken.

En omdat ik weet dat er een privé-kamer met een groot bed op me wacht, maak ik me niet heel druk over de vermoeidheid. Ik beloof mezelf dat ik de komende dagen iets vaker een privékamer voor mezelf ga reserveren. Een beetje moe zijn is niet erg, maar de laatste dagen was ik té moe. Ik ga goed hoor mezelf zorgen.

Mijn kamer van vandaag