Oke, ik wil iets delen dat bijna net zo veel invloed kan hebben op mijn reputatie als mijn mening over wat er gebeurt in Gaza. En toch ga ik het delen. Komt ie hè…: ik heb dus een knuffelkonijn. Oke, dat klinkt nu al simplistisch en niet van belang, vooral als je het afzet tegen mijn blog van vorige week. Maar ik wilde er toch wat over schrijven. Al is het maar om duidelijk te maken dat ik geen politieke blog heb en wel alleen maar dingen deel die me persoonlijk bezighouden. Nou houdt het knuffelkonijn me niet echt persoonlijk ‘bezig’, maar hij is wel belangrijk voor me. Ik slaap namelijk elke nacht met hem in mijn nek. Als ik me omdraai in mijn slaap gaat Konijn mee, zelfs als ik me er niet bewust van ben dat ik draai. En Konijn ligt elke ochtend nog knus in mijn nek wanneer ik wakker word.

Knuffelimpact
Ik heb Konijn nog niet zo lang. Ik denk een jaar of twee. Hij was eerst niet helemaal welkom bij ons, want er was al een Konijn in huis die op dat moment een nog net iets te belangrijke rol speelde in Niels’ leven. Niels was bijzonder gehecht aan zijn knuffels. Als Sven vroeger boos op hem was, dan ging ie bovenop Boris Beer staan springen, want dat had direct effect. Misschien dat daar het ‘daar heb je de poppen aan het dansen’ vandaan komt? Ik had vroeger geen knuffels. Ik denk dat allebei mijn ouders zich niet bewust waren van het mogelijke effect van een vaste knuffel of een tutteldoekje op een kind. Als je dat zelf niet hebt meegekregen als kind of er weinig ruimte was voor liefdevolle aandacht in je vroege jeugd, dan is dat misschien ook niet zo verwonderlijk. Ik kreeg op een gegeven moment wel een levensgrote babypop in een door mijn vader gemaakt kinderstoeltje. Daar kon ik overdag heerlijk mee spelen, maar die was niet lekker zacht voor in bed of troostend om mee op de bank te kruipen. En voor een babypop zorgde ík, die zorgde niet voor mij.

Toen Sven geboren werd heb ik een ton knuffels aangeschaft. Hij ‘koos’ een tutteldoekje genaamd Ollie en een knuffelhondje die we later Snuffie of ook wel gewoon Hond zijn gaan noemen. Ook voor Niels hadden we een heleboel knuffels in huis gehaald. Hij koos ze allemaal. Zijn bed lag altijd stampvol met al zijn knuffels en hij had hele conversaties met ze vlak voordat hij ging slapen. Als we ’s avonds nog even langs zijn kamer liepen, hoorden we hem zachtjes praten met verschillende stemmetjes.

Bij verdriet en pijn
Niels zag in zijn knuffels de troost en veiligheid die ik vroeger ook wel van een knuffel had willen hebben. Als er iets vervelends gebeurd was of als hij pijn of verdriet had dan vroeg hij met een klein stemmetje om Konijn, Boris of Haai (de hoofdknuffels van het stel) en dan gingen we die zo snel mogelijk halen en dook hij met het beest op de bank of tegen je aan. Ook als iemand anders verdrietig was of zich pijn had gedaan, als er een wondje ontsmet moest worden of een splinter uit een vinger gehaald, dan riep Niels om even te wachten en rende hij de trap op om een knuffel te halen die dan als oplossing voor al het leed aan je werd overgedragen.

Toen Edwin en ik gingen scheiden in 2014 kregen de kids met Sinterklaas dat jaar van mij twee levensgrote knuffels van een niet nader te noemen Zweedse meubelgigant. Een haai voor Niels en een olifant voor Sven. Niels geeft aan dat dat het allerbeste Sinterklaascadeau ever is en gebruikt Haai nu nog steeds als kussen. Bijna alle andere knuffels zijn al een tijdje opgeborgen op zolder. Behalve Konijn. Konijn kreeg Niels ook met Sinterklaas, maar veel eerder, toen hij nog geen jaar oud was. Het was meteen dikke mik tussen die twee. Hij droeg hem overal mee naartoe en we hebben hem zelfs nog een keer van de slager moeten redden, omdat Niels hem daar vergeten was nadat hij het plakje worst had aangepakt.

Knuffels delen
Konijn is een knuffel zoals ik me voorstel dat een knuffel zou moeten zijn. Van een zacht badstofachtig materiaal, lief gezichtje, slungelbenen, hangarmen en langoren waaraan je hem lekker de hele dag achter je aan kan slepen. Dat heeft Niels dan ook heel veel gedaan. Tot hij er te groot voor werd en Konijn aan het voeteneind van zijn bed belandde. Toen Brian ziek werd, voor de tweede keer, en ik veel moe en verdrietig was, kwam Niels me opeens Konijn brengen ’s avonds. Brian was met zijn kinderen een paar dagen naar Egypte of Marrakech. Ik weet het niet precies meer. Dus ik mocht met Konijn slapen, zodat ik niet alleen was. En zo heb ik maanden met Konijn in mijn nek geslapen. Ik had hem al bijna geadopteerd, totdat ik me realiseerde dat het eigenlijk niet klopt dat ik als moeder één van de belangrijkste knuffels van mijn zoon verslijt. Dat moet niet. Die moet ergens op een gegeven moment in een kast terecht komen en dan twintig jaar later weer een keer opgepakt worden met: “O ja, kijk, Konijn. Weet je nog?” Dus ik besloot een eigen konijn te gaan zoeken. Volwassen of niet. Het voelt fijn, een konijn in mijn nek.
Konijn II
Het konijn van Niels komt van een niet nader te noemen oerhollands warenhuis waar ze de meest fantastische baby- en kinderspullen verkopen. Maar Konijn was er niet meer te koop. Uit het assortiment. Daarnaast wilde Niels niet dat er een tweede konijn in huis zou komen. Dat hoorde niet vond hij. Ook niet als het een broertje, zusje, neefje of nichtje zou zijn van Konijn (hij trapte allang niet meer in dat soort manipulatieve oudertrucjes).


Dus ik heb Vosje geprobeerd, maar die lag niet lekker in mijn nek, te groot, te stevig en te puntig. Toen kreeg ik Poes van de kids. Die was te klein en te synthetisch. Ik heb veel gezocht, maar vond nergens iets dat met zulke fijne benen, armen en oren, van het zachte stofje en met zo’n lief gezichtje. En dus heb ik heel kinderachtig toch Konijn gekocht, op een niet nader te noemen internetsite voor tweedehands spullen. Konijn II. Eerst kocht ik per ongeluk de kleine versie van Konijn, die niet in mijn nek paste en ik toen aan Marit gegeven heb, omdat zij ook wel een beetje troost en geborgenheid kon gebruiken. Uiteindelijk lukte het Brian met zijn speurtalent om precies hetzelfde knuffelkonijn te vinden, nieuw tweedehands. Dus nu slaap ik iedere nacht met Konijn II in mijn nek. En als ik me een beetje verdrietig voel of de wereld een onveilige plek lijkt, dan pak ik eéén van zijn hangarmen in mijn hand en voel ik me toch iets meer geborgen.
