- Dag 203
- Picos de Europa
- 10 km
Het hotel
Morgen naar huis. Het einde van mijn uitdagende tocht. Om mijn overgangsperiode af te sluiten ga ik vandaag naar de Picos de Europa. Een wandeltocht maken. Het is anderhalf uur rijden vanaf het hotel, wat ik geen hotel moet noemen, maar een posada. Een groot familiehuishoteliets. Ik kwam er donderdagavond pas om 21.15 uur aan. Ik kon de omgeving niet zien en het hotel eigenlijk ook niet. Het was compleet donker. Het deed me nog het meest denken aan het huis van The Adams Family… spookachtig en groot. De zoon van de familie was er. Een zenuwachtige opgeschoten jongen van 30 jaar die maar niet wilde begrijpen dat ik alleen was, dat ik net de Camino had gelopen en dat ik geen zin had in een opsomming van de camino’s in Spanje die hij misschien wel zou willen lopen.

Er zijn twee verdiepingen en vijf kamers per verdieping en ik mocht zelf kiezen in welke ik wilde slapen. Doe mij die met het uitzicht dan maar. Roze muren, bloemetjes bed. Heerlijk jaren ‘50 en prima in orde allemaal. Ik ben de enige gast en blijf alleen achter in het grote huis als hij eindelijk naar huis gaat. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik niet angstig ben aangelegd. Er is een bad waar ik opgevouwen net in pas, een balkonnetje met waarschijnlijk een fantastisch uitzicht en een tweepersoons bed waarin ik alle ruimte heb gelukkig. Even rust. En stilte. Veel stilte. Veel te veel stilte. Stap twee van het afscheid nemen van het caminoleven.
Rust zoeken
De volgende ochtend is oma Adams daar met een vrolijke glimlach om het ontbijtje te maken. De opgeschoten 30-er is er ook. Lichtelijk vermoeiend. Hij wil zo graag Engels praten, maar er is geen touw aan vast te knopen. Hij moet me van oma tippen over het Romaans-Moorse kerkje hier in de buurt. Een mooie wandeling. Ga ik zeker doen. Even weg bij The Adams Family.

Het kerkje is meer dan fantastisch. Het staat midden in de natuur en het is er heel stil. En goed moment om één van de tips die ik van Nadav kreeg op te volgen: mediteren. Ik zit te veel in mijn hoofd soms. En ik heb last van drukte, het afstemmen op verschillende mensen, verwachtingen, sfeer, geluiden, spanningen… eigenlijk allerlei prikkels en ze maken dat ik niet goed bij mijn eigen kern kan blijven. Dat heb ik mijn hele leven al. Het leidt soms tot vermoeidheid of periodes dat ik niet lekker in mijn vel zit. Ik kon bij Brian enorm goed daarmee dealen. Hij begreep het en was een soort filter soms. Of een buffer. Of degene die zei dat ik even rust mocht pakken. Want dat mag niet altijd van mezelf. Ik heb geleerd dat ik in die gevoeligheid anders ben dan andere mensen. En eigenlijk vooral ook dat het iets is dat lastig en moeilijk is voor anderen. Dat ik daarmee ingewikkeld ben of doe of praat. Dat ik dingen soms onnodig gecompliceerd zou maken. Veel mensen begrijpen dat gedoe in mijn hoofd niet. Dus moffel ik het weg, die gevoeligheid en ben ik stoer. Ik wil er niks van weten soms. Maar het lukt natuurlijk niet altijd. En dan zou mediteren kunnen helpen. Dus ik mediteer op deze machtig mooie plek, midden in het groen waar verder niks is. Bijna een half uur. Tot ik een zere kont krijg.

De zee
In de middag rij ik naar de zee. Een hele andere omgeving. De zee hier is machtig, hij buldert het strand op met hoge golven. Als ik even niet oplet heb ik hem bijna tot aan m’n heupen over me heen. Ik kan nog net op tijd achteruit lopen. Maar het strandleven is er ook. Blootgebruinde mensen op strandlakens in hippe kleding. Ik voel me compleet niet op m’n plek. Het liefst ging ik naar het hotel terug, maar ik besluit mezelf nog een kans te geven en een rustiger plek op te zoeken. Ik doe boodschappen, zodat ik wat eten heb en zoek een uitzichtpunt op zonder strand. Ik ben er uiteindelijk pas als de zon al laag staat en dus wacht ik de zonsondergang af. De herinnering aan de laatste zonsondergang met zo’n mooi uitzicht zit nog vers in m’n geheugen. Het was samen met Brian, op Madeira. Het lukt me om te genieten van de herinnering. En van de huidige zonsondergang.

Moedercorazon
De volgende dag krijg ik ontbijt van moeder Adams. Zoonlief is er niet gelukkig. We voeren een gesprek via Google translate en we komen op de camino en of ik die alleen gelopen heb. Ik laat haar de foto van Brian en mij op mijn telefoon zien en maak met gebaren en half-Spaanse woorden duidelijk dat hij overleden is.

Ze schrikt. Het doet haar hart zeer, zegt ze, want ik ben nog jong. “Ik ben 46,” zeg ik, vanwege de misverstanden op de camino, waar de meeste mensen dachten dat ik 38 jaar was. “Jong!” zegt ze. En als ze weggaat drukt ze me tegen haar Spaanse moedercorazon. “Tu, fuerte!”
Mijn truttige scheurbakkie

Ik ben blij dat de Picos toch nog anderhalf uur rijden zijn, want ik hou van autorijden (sorry klimaat!). In mijn truttige boodschappenwagentje, die ik inmiddels goed onder controle heb, scheur ik de zes haarspeldbochten naar beneden, de snelweg op en daarna over de bochtige circuit-achtige wegen de overweldigend mooie omgeving van de machtige Picos de Europa in. Muziekje aan, karren maar. Een beetje schor kom ik aan, eet een salade, maak bij het infokraampje een foto van een met de hand getekende route die ik kan lopen en ga op pad.

De Picos de Europa!

Na drie kilometer kom ik erachter dat de kaart echt bagger is en dat ik lekker tegendraads rechtsaf sla en de rode punten naar boven volg. Ik wil bergpaadjes, geen breed, saai karrenpad. Dus van gele pijl naar rode stip. En al snel zie ik lammergieren vliegen en kijk ik naar de meest indrukwekkende uitzichten ooit.



Het rode stippenpad gaat compleet omhoog naar de rand van de berg en brengt me daarna weer naar beneden naar een kruising, vanwaar ik, over toch weer een karrenpad, terugloop naar Sotres. Beneden aangekomen scheur ik weer terug naar het hotel, pak mijn spullen bij elkaar, neem opgevouwen een bad en schrijf m’n blog. Met al deze mooie extra dingen in mijn hoofd voelt de reis compleet. Vaarwel camino.
Echt echt naar huis
Morgen naar huis. Ik kijk er naar uit en zie er tegenop. Het gewone leven gaat weer beginnen. Het zal wel even wennen zijn. Maar alle kinderen knuffelen en vrienden spreken is ook echt heel fijn. Als mensen op de camino vragen hoeveel kinderen ik heb, zei ik steevast vier. Het voelt ook zo. En voor hen is het ook wel weer tijd dat ik naar huis kom. Gelukkig dat ik er geen tien weken over gedaan heb…

Goed me reis naar huis en sterkte met ‘aarden’ 😘
LikeGeliked door 1 persoon
Wat een prachtige verhalen en echt dichtbij dit!
Uitzichten: geweldig
Strand: geerlijk
Karretje: een Verstappentje dusss ….
Morgen weerom, welkom back!
lieve groet
Jac
LikeGeliked door 1 persoon